| |
Adler
Sterne
Uitg. Le Lombard; 48 pag. kleur; slappe kaft
In 1987 verscheen geheel uit het niets het eerste deel van een avonturenreeks
met in de hoofdrol de Duitse piloot Adler. Dat het de eerste proeve
van bekwaamheid was van de Belgische stripmaker René Sterne,
was goed te zien. Zo bekwaam was Sterne nog niet. Zijn figuren acteerden
houterig en oogden primitief. Het scenario was een gatenkaas vol onwaarschijnlijkheden.
Toch maakte het album indruk. De lege platen oogden aantrekkelijk en
de subtiele inkleuring van Sternes vriendin Chantal de Spiegeleer versterkte
de aantrekkelijke naïviteit die de strip uitstraalde. Een naïviteit
die enigszins deed denken aan de eerste Buddy Longway-verhalen.
Een jaar later verscheen het tweede album. Sterne toonde zich een snelle
leerling. De gefilmde avonturen van Indiana Jones waren voor de autodidact
aanvankelijk de enige inspiratiebron geweest. In het tweede album werd
duidelijk dat Sterne goed om zich heen had gekeken. De eenvoud in zijn
stijl was hij trouw gebleven, maar zijn personages bewogen zich een
stuk soepeler en de lijnvoering was beduidend zekerder. Van scenarios
schrijven had Sterne echter nog steeds geen kaas gegeten. In een traag
tempo verscheen in de loop der jaren het ene na het andere album. Met
het vorderen van de reeks, slaagde Sterne er in vooruitgang te boeken
in het vertellen van een min of meer logisch verhaal en met behoud van
de kenmerkende eenvoud verwerkte de tekenaar invloeden van Arno en Giraud
in zijn stijl.
De kracht van de reeks Adler zit niet in de verhalen of in de tekeningen.
Wat de serie zo bijzonder maakt, is de naïeve sfeer die Sterne
(in samenwerking met zijn inkleurster De Spiegeleer!) trefzeker weet
op te roepen en die herinneringen oproept aan het magische optimisme
van de jaren vijftig. Hoofdpersoon Adler von Berg heeft de oorlogsjaren
als vlieger, krijgsgevangene en deserteur meegemaakt. Gedurende de reeks
vallen de nodige doden bij gevechten en kille wraakoefeningen. Zijn
(ex-)vriendin Helen is het slachtoffer van brute verkrachting en regelmatig
wordt Adler gruwelijk afgerost. Het lijkt de hoofdpersoon en zijn naaste
vriendin volstrekt onbezoedeld te laten. De blijmoedige goeierd uit
het eerste deel, is ook na jaren van moord en doodslag nog rein van
hart en blank van pit. Deze sprookjesachtige onaantastbaarheid uit zich
vooral in de omgang tussen Adler en de mensen in zijn omgeving. Vooral
de vrouwen zijn gek op hem. Wrede beulen veranderen in zijn buurt in
hysterische bakvissen en buitenwereldse wezens zien in hem louter goedheid.
De goeien vallen in een mum van tijd als een blok voor elkaar en noemen
elkaar lieve Adler en Kleine Maya.
Ook de vormgeving van de reeks ademt een jaren vijftig-blijmoedigheid.
Gezwollen steunteksten en kuis taalgebruik doen denken aan het type
helden dat Charlier zo graag opvoerde toen hij zich nog niet door Giraud
liet meeslepen. Adler verenigt de doortastendheid van Buck Danny met
het onaantastbaar idealisme van Erik, de zoon van Roodbaard, in één
persoon. De reeks Adler is superieur escapisme.
Van de reeks Adler zijn tot nu toe tien albums verschenen die in elke
stripboekhandel verkrijgbaar zijn .
Jef Nieuwenhuis
|
|