|
Agent 327 Gewoonlijk liggen de verhoudingen vast. Serieuze verhalen worden in
de strip realistisch verbeeld en komische verhalen worden karikaturaal
in beeld gebracht. Toch heeft een groeiend aantal striptekenaars ontdekt
dat je met karikaturale tekeningen ook andere effecten kan bereiken.
De semi-karikaturale stijl die Mézières in Ravian hanteert,
vergroot bijvoorbeeld de acceptatie van de bizarre wezens die hij de
lezer voorschotelt. Het onwaarschijnlijke aannemelijk maken, was ook het effect dat stripmaker
Martin Lodewijk voor ogen stond bij het maken van de serie over Agent
327, die is uitgegroeid tot een van de weinige klassieke balloonstrips
die we in Nederland hebben. De reeks vertelt de avonturen van Hendrik
IJzerbrood, geheim agent in dienst van de Nederlandse regering. Zich
oefenend en scherpend in een aantal korte verhalen zoekt en vindt Lodewijk
een karikaturale stijl voor zowel de vorm als de inhoud waarbij realisme
en absurdisme in evenwicht blijven. Enerzijds zijn verhaal en tekeningen
realistisch genoeg om bij de lezer spanning op te roepen en identificatie
mogelijk te maken. Anderzijds maken de absurde wendingen, woordspelingen
en visuele grappen veel onwaarschijnlijke zaken mogelijk en creëren
een sfeer die geheel eigen is aan de verhalen. De wereld van Agent 327
is een afspiegeling van de realiteit waarin het kwade nooit echt kan
overheersen omdat het nooit helemaal serieus genomen hoeft te worden.
De beste albums zijn die verhalen die enerzijds een degelijk, uitgewerkt plot als basis hebben en anderzijds een goed evenwicht tussen realiteit en karikatuur weten te realiseren. In de periode waarin Lodewijk de korte verhalen schrijft zoekt hij nog naar de goede vorm. Op het moment dat hij de juiste manier van vertellen lijkt te hebben gevonden, waagt Lodewijk zich aan het langere werk. In zijn tekenwerk is hij dan nog zoekende. Zijn stijl is nog niet vast en mist de juiste toon. IJzerbrood oogt vaak realistischer dan zijn tegenstanders zodat de partijen niet in evenwicht zijn. Op het moment dat Lodewijk de juiste vorm heeft gevonden en zich daar routine in heeft verworven, maakt hij zijn beste albums. Niet omdat de tekeningen dan het best zijn of de scenario's het meest waterdicht, maar omdat alles in evenwicht is: vorm en inhoud zowel als realisme en karikaturalisme zijn een naadloos aaneensluitend geheel. We zijn dan al aan het eind van de serie. De Gesel van Rotterdam vormt het hoogtepunt in de reeks. Daarna begint de vormgeving aan haastigheid te lijden. Met name door de lege decors lekt de kenmerkende intimiteit weg. Het is echter niet alleen de haast die de essentie uit de serie haalt. Lodewijk heeft zijn ultieme Agent 327-verhaal geschreven. Het is misschien helemaal niet zo verrassend dat Agent 327 daarna in coma is geraakt. Dossier Heksenkring & Onderwater; Dossier Zondagskind;
Dossier Zevenslaper; Dossier Stemkwadrater; Dossier Leeuwenkuil; Dossier
Dozijn Min Een; Dossier Nachtwacht; Dossier Dozijn Min Twee; De gesel
van Rotterdam; De Ogen van Wu Manchu |
||