Luitenant Blueberry
Giraud & Charlier
Per deel 44 pl.; kleur; slappe kaft

In 1965 start scenario-schrijver Charlier de western-serie over de militair Blueberry. Het tekenwerk wordt verzorgd door Giraud, een jonge leerling van Jijé. Gesteund door de ijzeren regelmaat van de degelijke en geroutineerde scenarist, ontwikkelt de getalenteerde tekenaar zich snel. Met het toenemen van de kwaliteit van het tekenwerk, groeit ook de populariteit van de serie. Constant zoekend naar de grenzen van zijn mogelijkheden, bereikt Giraud in de albums Generaal Geelkop, De mijn van Prosit en Het spook van de goudmijn de toppen van zijn tekentechnisch kunnen.

BlueberryChihuahuaPearl


Wanneer dat besef tot hem doordringt, verflauwt zijn aandacht voor het grafisch gedeelte van de verhalen. De kwaliteit blijft hoog, maar de gedrevenheid is weg. Meer en meer richt Giraud zijn aandacht op het scenario. Zijn opvattingen geven het ambachtelijk vakwerk van Charlier een nieuw élan. In een gezamenlijke krachtsinspanning helpen zij de hoofdpersoon Blueberry volledig naar de Filistijnen en laten de lezer verbijsterd achter. Daarna is het afgelopen. Giraud verliest zijn belangstelling geheel. Plichtmatig tekent hij zijn plaatjes. Zonder de inspiratie van zijn kompaan, keert Charlier terug naar het degelijk werk van weleer. Langzaam sukkelt de serie naar zijn eerste levenseinde. Hoewel het hoogtepunt, tekentechnisch gezien, eerder bereikt is, wordt de apotheose van de Blueberry-serie gevormd door het verhaal over de verdwenen schat van het federale leger en de aanslag op generaal Grant. Deze geschiedenis begint met het album Chihuahua Pearl en eindigt met de verdwijning van Blueberry in Angel Face. In een cyclus van vijf albums krijgt de combinatie van grafische vaardigheden plus experimenteerdrift van Giraud en schrijversvakmanschap plus ambachtelijke discipline van Charlier voor het eerste (en het laatst) een meerwaarde.

Alle regels die gelden voor een (goedlopende) stripserie voor een breed publiek worden resoluut overboord gezet. De nobele held Mike Blueberry wordt onbarmhartig de hoek in gedreven waar de klappen vallen en een goed einde lijkt met elk volgend album verder weg dan ooit. Ook het karakter van de hoofdpersoon wordt er met het vergroten van de ellende niet beter op. De sfeer van de verhalen wordt steeds grimmiger. Symbolisch daarvoor is de verandering in het uiterlijk van Blueberry. Onbeschaamd presteert Giraud het om het jongensachtige koppie te vervormen tot de reactionaire smoel van een kaalgeschoren Charles Bronson. Het mooie uiterlijk is voorbehouden aan de kille beroepsmoordenaar Angel Face.

Tot in de details wordt alles gearrangeerd om het ingedutte en geconditioneerde strippubliek op het verkeerde been te zetten en ruw wakker te schudden. Charlier schrijft dan niet meer om zijn breiwerk rond te krijgen, hij schrijft om de rauwheid van een roerige periode in een ruig deel van de wereld voelbaar te maken. Giraud tekent op dat moment niet meer om zijn technische vaardigheden te vergroten, hij tekent om de ontluistering van een volksheld zichtbaar te maken. De invloed van Giraud als tekenaar wordt dikwijls onderkend.

Minstens zo groot is de invloed die deze Blueberry-albums hebben gehad op de stripkultuur van Europa. Grote uitgevers ontdekten dat ongebaande wegen niet per definitie buiten hun uitgavebeleid hoeven te vallen. Stripmakers beseften vanaf dat moment dat elke conventie te doorbreken is, welke vorm je ook gebruikt. De strip was definitief de braafheid voorbij.
Jef Nieuwenhuis