| Cages McKean Uitg. Kitchen Sink/NBM, 1998 Een verbluffende visuele ervaring. Wat mag je meer van een strip verwachten? In zijn vijfhonderd pagina's dikke meesterwerk Cages weet Dave McKean subtiel, indringend en onvergetelijk het netvlies van de lezer te betoveren. Cages gaat tot het uiterste van wat strips - en visuele media in het algemeen - te bieden hebben. Het biedt een nieuwe blik op de werkelijkheid, verandert je manier van kijken. Genoeg superlatieven. Wat brengt McKean mee om ze waar te maken?
In veel strips hebben de beelden alleen een verhalende functie. Leesbaarheid
en eenduidigheid staan daarbij voorop. Het is een esthetische opvatting
die bijvoorbeeld door Will Eisner naar voren wordt gebracht in zijn
klassieke boeken over strips als sequential art' of door Art Spiegelman
die stripplaatjes graag met diagrammen vergelijkt. Volgens deze opvatting
van stripmaken wekken strips emoties op door te werken met sjablonen.
Lezers weten in één oogopslag dat de rabbijn in Een contract
met God boos is, doordat hij zijn armen ten hemel heft. Hangende schouders,
het hoofd naar beneden: het personage is bedroefd. Een kringeltje boven
het hoofd: verwarring. Tussen de tekens op papier en de verbeelde emotie
bestaat in deze visie een één-op-éénrelatie.
Wat je ziet is wat je krijgt. Zoniet in Cages. McKean wisselt duidelijk
leesbare, eenduidige plaatjes af met open, meerduidige beelden. Zo kan
in Cages een normaal beginnend gesprek in een jazzclub, met herkenbare
personages en dialogen, heel natuurlijk overlopen in een fantasierijk
vormenspel op papier. Of ziet een aangeschoten Sabarski ondefinieerbare
witte vlakken langs de nachtelijke hemel scheren. Het aantrekkelijke
van deze benadering van stripmaken is dat McKeans beelden zo open zijn,
dat je er keer op keer iets anders in kunt lezen. In plaats van de "lege"
schematische plaatjes van Eisner c.s., die hun geheim in één
keer prijsgeven, blijven sommige beelden uit Cages nog jarenlang door
je hoofd spoken. Als de kat op de eerste pagina's van Cages sluipen
ze door je geheugen, om op de meest onverwachte momenten weer te voorschijn
te springen. Dit vertrouwen in de zeggingskracht van beelden is volgens mij de kern van de aantrekkingskracht van Cages - en daarmee de magie van het beeldverhaal in de beste zin van het woord. De plaatjes drukken emoties uit waar woorden amper meer iets zeggen. Wat bij op zichzelf staande beelden als cartoons of schilderijen maar al te vaak leidt tot nietszeggendheid, werkt in de samenhangende beeldenreeks van het stripverhaal juist heel goed. Het einde van Cages zegt wat dat betreft alles. McKean sluit zijn prachtboek af met het monochrome schilderij, waarover Sabarski eerder opmerkt: "I think there's one of these black canvases in every museum in the world. They must come with the building. Here's the lease, here's the key, and here's the large matt-black painting with the free, incomprehensible title.'" Op zichzelf, in een museum aan de muur, munt zo'n zwart vlak uit in vrijblijvendheid. Aan het slot van Cages is de betekenis ervan echter onherroepelijk: een grote, zwarte punt, die alle voorgaande beelden in zich draagt. En dan kan zelfs een zwart vlak prachtig zijn. |
||