De jacht
Bilal & Christin

Uitg. Dargaud; 82 pl.; kleur; harde kaft (herziene, uitgebreide herdruk bij uitg. Oog & Blik)

In de jaren zeventig schreef de gelouterde scenarist Pierre Christin een aantal verhalen in de reeks Er was eens een voorbijganger. Nadat het eerste verhaal was getekend door Tardi, nam vanaf het tweede album Enki Bilal het tekenwerk over. Hoewel de reeks de tijdgeest ademde als een weekend-alcoholist op zondagmorgen, nam de kwaliteit van de verhalen met elk album toe. Het eerste hoogtepunt werd gevormd door het schitterende De falangisten van de zwarte orde. Daarna volgde in 1983 De jacht.

Het verhaal gaat over een aantal vergrijsde kopstukken uit communistische partijen in de voormalige Oostbloklanden die allen verbonden zijn door hun gezamenlijke Russische mentor Wassili Tsjevtsjenko. Het ijzeren gordijn zit nog onwrikbaar dicht, maar de heren zijn behoorlijk getekend door een leven vol angst voor de uitwassen van het regime enerzijds en betrokkenheid bij onfrisse complotten anderzijds. Hoewel ze elkaar vrienden noemen en er regelmatig Slavisch geknuffeld wordt, spelen onderhuids persoonlijke conflicten en nationalistische sentimenten een belangrijke rol. Het verhaal wordt gaande gehouden door de toelichting die de oude rechterhand van Wassili regelmatig geeft aan een jonge tolk die om wat vage redenen aan het gezelschap is toegevoegd. In werkelijkheid zal de jongeman als instrument gebruikt worden in het machtsspel waarvoor een gezamenlijke jacht zowel de dekmantel als de metafoor is.
Christin heeft zich nadrukkelijk in de materie verdiept. Hoewel alle figuren fictief zijn, weet hij hun levenslopen naadloos met de werkelijke historie van Oost-Europa te verweven. Een verhaal lang wordt de lezer gebombardeerd met informatie en feiten over een periode die bijna een eeuw heeft geduurd. Zoals gebruikelijk wil Christin zijn boodschap kwijt. Maar in De jacht wil hij dat ook nog eens doen aan de hand van gedetailleerde geschiedschrijving. Daarmee zadelt de scenarist zijn tekenaar op met een bijna onmogelijke opdracht.
Juist deze opdracht geeft Bilal echter de mogelijkheid om te bewijzen dat hij niet alleen een begaafd tekenaar is, maar eveneens een fenomenale stripmaker. Ga er maar aan staan; het scenario vraagt pagina’s lang om sprekende koppen. Niets is dodelijker voor een leesbaar stripverhaal dan dat. Op superieure wijze heeft Bilal daar 82 pagina’s lang oplossingen voor bedacht. Het enige voordeel dat Christin hem gunde, heeft hij volop uitgebuit. De oude partijbonzen bieden de tekenaar de mogelijkheid zich helemaal uit te leven in de doorgroefde koppen die zo passen bij zijn tekenstijl. Voor de broodnodige visuele variatie past Bilal daarnaast de beproefde methode van het weergeven van het gesprokene toe. Deze uitwijkmogelijkheid gebruik hij bovendien op subtiele wijze om de ontknoping van het verhaal aan te kondigen. Daarnaast verweeft hij op magistrale wijze de jacht en het machtsspel door overlappende tekeningen en flitsen uit het persoonlijke verleden van een meer emotioneel verleden van Tsjevtsjenko.
Het is de vraag of een ander stripduo dit gegeven op zo’n indrukwekkende wijze vorm had kunnen geven. De jacht is een buitengewoon geslaagde tour de force van twee begaafde stripmakers die bewijzen dat één en één ook in de strip wel degelijk drie kan zijn.
Jef Nieuwenhuis