| |
De dorpsgek van Schoonvergeten
Didier Comès
Uitg. Casterman; 120 pl.; zwart-wit.
Wie over Comès en zijn werk schrijft ontkomt er niet aan om
over tegenstellingen te schrijven. Hij wordt in 1942 als Dieter Hermann
Comès geboren in Sourbrodt, een Belgisch dorpje nabij de Duitse
grens. Zijn moeder spreekt Frans, zijn vader Duits. Het dorpje zelf
is in tweeën gesplitst: een Franstalig en een Duitstalig deel.
Hij brengt een groot gedeelte van zijn jeugd door op een kloosterschool
waar Franstalige broeders op eigen gezag zijn voornaam verfransen om
zijn integratie te bevorderen. Zij dwingen de linkshandige Dieter (nu:
Didier) om rechts te schrijven. Tegenwoordig schrijft Comès nog
altijd rechtshandig, maar tekenen doet hij met zijn linkerhand. Misschien
dat in dit opgroeien tussen twee culturen de oorzaak gezocht kan worden
voor de tegenstellingen in zijn werk. Zijn strips -met name zijn romans-
kennen een scherp contrast tussen zwart en wit, tussen licht en donker.
Zijn tekeningen zijn dan weer realistisch, dan weer karikaturaal. Vaak
gebruikt hij beide stijlvormen in hetzelfde plaatje. Zijn verhalen kennen
allen het basisthema van de tegenstelling tussen de moderne, grootschalige,
rationele wereld en (overblijfselen van) een oude, kleinschalige, naar
de mens gerichte magische wereld die vaak gestalte krijgt in een strijd
tussen goed en kwaad.

De dorpsgek van Schoonvergeten -Comès' vierde grote verhaal-
markeerde zijn doorbraak bij zowel critici als publiek. Zijn sympathie
met mensen die er niet echt bijhoren ("misschien omdat ik zelf
ook zo ben..."), de neiging van mensen om zondebokken te zoeken
en zijn fascinatie met het fantastische (overgehouden aan de Germaanse
cultuur van zijn vader) resulteren in een indrukwekkende roman die met
recht tot de klassiekers van de strip behoort.
Hoofdpersoon is Stilte, een wat simpele jongen die niet kan praten en
door de inwoners van het geïsoleerde Ardense dorpje Schoonvergeten
als voetveeg wordt gebruikt. Hij fungeert als uitlaatklep voor hun opgekropte
agressie en als gratis werkkracht. Stilte heeft van dit alles echter
geen weet; hij zoekt nergens iets kwaads achter, maar bovenal kent hij
geen haatgevoelens. Als zijn baas, Abel Mauvy, hem niet te eten wil
geven, denkt Stilte slechts (fonetisch): "De baas is liefl Ma waarom
magik niet eeten? Mischien dengtie dak ziek ben of te dik?'. Hiermee
zou het verhaal van Stilte tot in lengte van dagen verteld kunnen zijn,
ware het niet dat hem de toegang tot een schuur bij buurman Toine wordt
ontzegt. Dit onbenullige voorval wekt de interesse van Stilte voor de
verboden schuur en met het opengaan van de schuurdeuren opent zich ook
het duistere verleden van het ogenschijnlijk idyllische Ardense dorpje.
De dorpsgek van Schoon vergeten is een ijzingwekkende registratie van
het genadeloze karakter dat de mens eigen schijnt te zijn en waar iemand
als Stilte geen verweer tegen heeft. Zelfs in de namens hem gevoerde
wraakactie blijft Stilte een speelbal van de wraakgevoelens van anderen.
Hetgeen de vraag oproept of er wel zoiets als "gerechtvaardigde
wraak" bestaat. Als het verleden haar schaduw op het heden werpt
en de dood haar beurt niet kan afwachten en met zijn ijzige adem het
leven bevriest stamelt de hoofdpersoon: "Ik heet Stilte en ik ben...ik
ben...lief...lief...lief...". Dat de lezer bij het horen van de
naam Stilte altijd even iets weemoedigs over zich zal krijgen en dat
menige scène op het netvlies gebrandschilderd zal blijven, getuigt
van de klasse van dit album. En daarmee van de klasse van Comès.
Mike Leenders
|
|