Koos Voos en Hamster Joviaal
Gotlib

Uitg. Arboris; 78 pl.; slappe kaft

De Fransen hebben een behoorlijke striptraditie als het op het absurde aankomt. Zo liet Gotlib al enkele decennia geleden zien hoe je op superieure wijze onzin kunt verkopen. In een lijnvoering die strak en helder was, zodat niets de aandacht van de flauwekul zou afleiden, verbeeldde hij een grenzeloze opeenvolging van associaties bij een thema. Ogenschijnlijk deed het er daarbij weinig toe of het middelpunt van alle chaotische toestanden een zwakzinnige hond (Lobbes), een neusdruipende potloodventer (Koos Voos) of een sexbeluste hopman (Hamster Joviaal) was.

HamsterJoviaal


Toch is dat niet het geval. Een zwakzinnige hond is een willoos slachtoffer of ongewild gereedschap van het noodlot. Een morsige viespeuk is niet de meest voor de hand liggende beschermengel tegen bandeloosheid. Anarchie voerde in de verhalen rond respectievelijk Lobbes en Koos Voos dan ook wel hoogtij, maar kreeg onvoldoende contrast om volledig te kunnen huishouden. Buigend riet oogt minder spectaculair dan neerstortende woudreuzen.
Zonder centrale figuur, zoals in Gotlibs vroegere strip Rhaa Lovely, hangen de scènes in de lucht en vervalt Gotlib snel tot platte ongein, die twintig jaar geleden misschien anarchistisch was, maar nu gedateerd overkomt en passender is voor een nummertje uit de Rode Oortjes-reeks. Op zijn best is Gotlib dan ook in de hartverscheurende avonturen van de gekwelde hopman Hamster Joviaal. In de wetteloze en bandeloze jungle van Gotlibs padvinderij tracht een innerlijk verscheurde Joviaal wanhopig weerstand te bieden aan de stortvloed van ontluisterend cynisme. Daarbij wordt hij ernstig gehinderd door een stevige dosis hypocrisie en een flinke portie lust. Juist de tot mislukken gedoemde strijd van de hopman geeft de ongetemdheid van Gotlibs werk een zekere melancholie. Juist die melancholie is het zout in de pap. Van al het werk dat Gotlib heeft geproduceerd, laten alleen de avonturen van Hamster Joviaal zich achter elkaar lezen zonder flauw te worden. Dat zegt niet eens zo veel over Gotlibs andere strips. Hilarische humor is over het algemeen korte-baanwerk en dient in afgepaste porties te worden geconsumeerd. Het geeft aan hoezeer Gotlib er in is geslaagd met de persoon van Hamster Joviaal voldoende tegenwicht en nuance aan te brengen om dubbele bodems in ons vermaak te leggen en soms klinkt ons gelach daardoor wat hol.
Arboris heeft ten onrechte de belevenissen van Koos Voos en Hamster Joviaal in één album gebundeld. Met name vanaf bladzijde 48 is het voor de fijnproever pas echt genieten geblazen.
Jef Nieuwenhuis