| |
Philémon
Fred
Diverse uitgeverijen; kleur; slappe kaft.
Wat Lewis Carroll heeft betekend voor de (Engelstalige) litteratuur,
betekent de Franse tekenaar Fred voor de strip. Hoewel hij al sinds
de jaren vijftig nadrukkelijk als tekenaar en scenarist aan de stripweg
timmert, zal hij vanaf 1965 vooral bekend worden als de schepper van
Philémon. In een reeks verhalen beschrijft Fred de wonderlijke
belevenissen van de jongen Philémon. De avonturen kenmerken zich
door de consequente absurditeit van de situaties en de werelden waarin
Philémon steeds weer terecht komt. De vergelijking met Carrolls
personage Alice ligt voor de hand. De kinderen Philémon en Alice
worden in hun jeugdige onbevangenheid steeds weer voor verrassing geplaatst
en weten zich daar met opmerkelijke soepelheid in te schikken zonder
te berusten. In die zin zijn de avonturen van zowel Alice als Philémon
een metafoor voor de groei naar volwassenheid. De metafoor is echter
niet het doel maar een vehikel om de grenzen van de gebruikte kunstvorm
af te tasten en op te rekken.
Absurditeit in de strip is niet het alleenrecht van Fred. Op superieure
wijze is Winsor McCay hem al een halve eeuw eerder voorgegaan. Het grote
verschil is dat kleine Nemo aan het eind van zijn avontuur wakker wordt
in of naast zijn bed, net zoals Alice steeds terugkeert in de werkelijke
wereld. De absurde avonturen van Fred zijn echter in de verhalen net
zo reëel als zijn alledaags bestaan. De overstap van de ene wereld
naar de andere is ook niet voorbehouden aan Philémon alleen.
Zelfs de rigide denkende vader van Philémon is niet gevrijwaard.
Niets is Fred te gek. Philémon en zijn vaste gezel meneer Bartholomee
zijn roeiers in een galeiwalvis, moeten draden doorknippen waar luchtkastelen
aanhangen en beleven avonturen op de A van Atlantische Oceaan. Ze verzeilen
in ongeregeldheden tussen oproerpolitie en sneeuwmannen en het theaterschip
waarop ze zitten wordt getorpedeerd door ronddobberende toneelrecensenten.
In zulke situaties had de kleine Nemo ook terecht kunnen komen. Fred
gaat echter verder. Achter het alledaagse bestaan ontdekt Philémon
andere, even reële werelden. Net zoals hij ontdekt - en de lezer
met hem - dat een strip meer is dan een aantal opeenvolgende plaatjes
die samen iets vertellen. Het mooiste voorbeeld daarvan staat in De
kat met de negen staarten.
In dat verhaal ontdekken Philémon en meneer Bartholomee dat op
de achterkant van de plaatjes ook van alles gebeurt. Op uitgekiende
wijze laat Fred zijn hoofdrolspelers de achterliggende pagina in tuimelen
waar het verhaal een andere wending neemt. De absurditeit strekt zich
niet alleen uit tot het verhaal, maar ook tot het gebruik van de vorm.
Regelmatig werkt Fred met stijlbreuken, bijzonder kadergebruik en visuele
dubbele bodems.
Veel van de middelen die Fred toepast om de lezer op een andere manier
naar de werkelijkheid te laten kijken, zijn door zijn collegas
ook toegepast. Maar geen stripmaker heeft dat zo consequent en aanhoudend
gedaan als hij bij het maken van de avonturen van Philémon. Dat
maakt de verhalen een feest om te lezen, te herlezen en nogmaals te
herlezen.
Jef Nieuwenhuis.
|
|