|
Schuiten en Peeters: De duistere steden: De toren Het beste stripboek aller tijden? Voor mij is dat een deel uit de beste
serie aller tijden: De Duistere steden. Deels ook door de manier waarop
ik de boeken ontdekte. Een paar jaar geleden, toen ik nog weinig strips
las, ontdekte ik tijdens een vakantie in Brussel de leeszaal van het
Belgisch Centrum van het Beeldverhaal. Een hele middag bracht ik liggend
op de kussens door met het lezen van alle delen van De Duistere steden,
terwijl buiten de zon uitbundig scheen. Een reis in een reis als het
ware, want Schuiten en Peeters brengen elk deel een soort ontdekking
over een andere wereld. In ieder geval was ik meteen verkocht. Het is
vooral de consequente wijze waarmee het kader van de serie wordt volgehouden,
die alle delen een geheimzinnige, avontuurlijke en ook ironische laag
geeft, waar geen enkele andere fantasy-serie aan kan tippen. Dit geldt
voor alle delen, maar niet alle delen zijn als stripboek even geslaagd,
al zijn ze allemaal net zo griezelig perfect getekend. De toren steekt met kop en schouders boven de andere uit. Alleen al het idee voor het verhaal is volstrekt origineel. Ooit is men begonnen met de bouw van een toren die tot God in de hemel zou moeten reiken. Omdat dit een langdurig project is, worden er onderhoudsmedewerkers aangesteld, die ieder een bepaald deel van de toren moeten behoeden voor verval. Hoofdpersoon van het verhaal is de corpulente onderhoudsmedewerker Giovanni Batista, die hoewel plichtsgetrouw, op onderzoek uitgaat, aangezien hij al jaren niets meer van andere torenbewoners heeft gehoord. Tijdens die reis ontdekt hij de vele geheimen van de toren. Hij ontmoet andere medewerkers die waanzinnig zijn geworden, een verdieping waar een soort stad in de toren is ontstaan en een geliefde. En zichzelf natuurlijk, want tijdens deze ontdekkingstocht leert Giovanni meer dan in al die jaren dat hij eenzaam zijn leven vergooide met metselwerk aan een tot mislukken gedoemd project.
Alleen al de situatie van de onderhoudswerker is intrigerend genoeg
om dit boek als beste te kiezen. Hij staat zo ver van ons af, maar het
is tegelijkertijd heel makkelijk om je in de situatie van de hoofdpersoon
te verplaatsen. Een aantal redenen hiervoor zijn de uitgebreide introductie
van zijn personage en de doordachtheid van de situatie waarin hij verkeert,
maar ook de herkenbaarheid die alle Duistere steden-boeken kenmerkt.
Alle objecten, steden, uitvindingen, problemen, enzovoort zijn gebaseerd
op onze geschiedenis. De makers van de serie stellen zich voortdurend
de vraag: wat als? Over de relaties tussen De Duistere steden en onze
echte geschiedenis zoals die opgeslagen ligt in miljoenen boeken is
waarschijnlijk het laatste woord nog lang niet gezegd. Maar terug naar De toren. Het boek is geheel in prachtige, gearceerde
zwart-witplaten getekend, met hier en daar wat kleur. Als Giovanni schilderijen
van de 'pioniers' die ooit begonnen met de bouw ontdekt, blijken deze
in kleur te zijn. Kleur wordt gedoseerd gebruikt om een ander realiteitsniveau
binnen het verhaal weer te geven. Als Giovanni en zijn geliefde uiteindelijk
uit de toren weten te ontsnappen, blijkt het leven op de begane grond
ook opeens in kleur. De toren is vooral het beste Duistere steden-boek door de combinatie van een perfect gecreeërde setting en een goed uitgewerkt personage. Aan het laatste schort het in sommige delen nog wel eens, waardoor enkele boeken eerder prachtige prentenboeken zijn dan buitengewone strips. |
||