| |
Enki
Bilals sombere toekomstbeeld
Op negenjarige leeftijd emigreerde Enki Bilal (Belgrado, 1951) met
zijn ouders naar Frankrijk. Met zijn nieuwe boek, De slaap van het monster,
keert hij terug naar zijn door conflicten verdeelde geboorteland. Al
bijna een decenium lang gunnen Bilals voormalige landgenoten elkaar
het licht in de ogen niet meer. Bilal plaatst zijn Joegoslavië-verhaal
in de toekomst en verwijst indirect nar de oorlog. Trouwe lezers van
zijn doorgaans grauwe, sombere strips weten dat Bilals toekomstbeeld
beheerst wordt door angst voor totalitarisme. Zijn tekenstijl sluit
daar naadloos op aan, maar heeft zich in de loop der tijd sterk ontwikkeld.
Nu Bilal na twee afgeronde series en zes jaar stilte weer met een nieuw
verhaal begint, is het tijd voor een hernieuwde kennismaking met zijn
oude werk. De vraag is wat voor ontwikkeling zijn werk laat zien en
of de voorzichtige experimenteerder Bilal ook in zijn laatste boek nieuwe
wegen heeft ingeslagen.
De Voorbijganger
De slaap van het monster is het eerste boek waarin Bilal zich bezig
houdt met zijn geboorteland Joegoslavië. In De jacht verwees hij
al naar het voormalige Oostblok. De twee series die ij voor De slaap
van het monster maakte, de Voorbijganger-reeks en de Nikopol-serie bestaan
vooral uit verhalen die geen direct verband houden met de hedendaagse
realiteit. Bilal maakte de Voorbijganger-reeks Bilal met scenarist Pierre
Christin. Christin had toen al scenario's voor het door Mézières
getekende Ravian geschreven. Het eerste deel, Gerommel in de Rouerque,
werd door Tardi getekend, waarna Bilal het van hem overnam.
Bilals eerste Voorbijganger-album, Het dorpje dat ging vliegen, begint
met een korte proloog. Daarin wordt uitgelegd hoe 'de mythe van de Voorbijganger
ontstond'. Een groep generaals, topmensen uit het bedrijfsleven en geheime
dienst, beleggen een informatiemiddag over de geheimzinnige voorbijganger:
50/22B. Eén voor één vertellen ze wat ze weten
over deze terrorist, die als een kameleon overal opduikt waar links
verzet een helpende hand kan gebruiken. Ondertussen lokt de vermomde
Voorbijganger de vergadertijgers achter elkaar nar de kelder waar ze
niet meer uit zullen komen. Toevallig genoeg zijn er ook twee stripmakers
uitgenodigd. Bilal en Christin, die verhaaltjes maken die verdacht veel
lijken op wat de Voorbijganger meemaakt. Zij geven toelichting en noemen
hem een 'mysterieus wezen met een onmetelijke macht, die niet kan verkroppen
dat de wereld naar de bliksem gaat' en 'de verpersoonlijking van een
historisch gebeuren: hij is de vleesgeworden klassenstrijd'. Uiteindelijk
verdwijnt de villa met de hoogwaardigheidsbekleders in het niets en
begint het eerste verhaal: Het dorpje dat ging vliegen.
De titel zegt precies waar het verhaal over gaat. In een gebied dat
het leger gebruikt om te experimenteren en waar 'fabrieken de natuur
verstikken' begint een dorpje plotseling te zweven. Paniek bij politie
en leger. Ondertussen veranderen de generaal en de soldaten in reptielachtige
waezens. Het verhaal eindigt ermee dat de mysterieuze Voorbijganger
vertrekt, terwijl het dorpje nog zweeft. Het volgende boek, Het schip
van steen, kent dezelfde opbouw. Een dorpje aan de Bretonse kust dreigt
in de verdrukking te komen door een reusachtig toeristisch project.
De Voorbijganger snelt te hulp en samen met een oude, druïdeachtige
amn die in een kasteel woont, bedenkt hij een plan om het dorp en alle
geesten van bewooners uit voorgaande eeuwen te redden. Dit boek lijkt
niet alleen qua opbouw erg sterk op het eerste deel, ook de manier waarop
het getekend is maakt het tot een ware opvolger van Het dorpje dat ging
vliegen.
Lezers die alleen het latere werk van Bilal kennen, zullen bijna niet
kunnen geloven dat dit dezelfde tekenaar is. In een drukke, pointillistische
stijl met anatomisch niet altijd even geslaagde personages, vertellen
Bilal en Christin hun nogal moralistische anti-vooruitgangsverhalen.
Ook het kleurgebruik valt op. Het eerste deel is vooral geel/groen,
het tweede kent meer diversiteit, maar lijkt nog weinig op zijn latere
werk. Bilal kijkt met gemengde gevoelens terug op deze eerste twee boeken:
"Het dorpje dat ging vliegen vind ik niet zo goed meer. Ik voel
me erg ongemakkelijk als ik er in blader. Het tekenwerk is volledig
gedateerd. Ik vind de evolutie in die eerste twee bokeen echter wel
interessant. Het schip van steen was een boek waar ik grafisch echt
heb uitgepakt. Dat boek maakte ik in een fase waar ik 'uitbarstte'.
Ik maakte het omdat ik wilde laten zien dat ik echt kon tekenen. Later
heb ik nooit meer zoiets gedaan.
De twee boeken die volgen verschillen nogal van de eerste twee, al behoren
ze formeel nog tit de Voorbijganger-reeks. De Voorbijganger komt nu
nog maar summier in beeld en grijpt niet meer in. Hij observeert alleen
nog wat er gebeurt. Hij is verworden tot een kader voor de verhalen
De onbestaanbare stad en De falangisten van de zwarte orde. In de eerste
erft een gehandicapte vrouw een fabriek waar arbeiders in mensonterende
omstandigheden moeten werken. Zij wil met het geld de mensen helpen
en laat een perecte stad bouwen. Daar hoieft niemand meer te werken
en kinderen alleen maar te spelen en zichzelf creatief te ontwikkelen.
Mensen laten zich echter niet opsluiten en komen in opstand tegen het
totalitaire paternisme van de vrouwelijke weldoener. In De falangisten
van de zwarte orde verzamelt een groep bejaarden die ooit in de Spaanse
Burgeroorlog vocht zich om nog één keer strijd te leveren.
Een Duitse commandegroep uit de oorlog, de Falangisten, is na decennia
van stilzwijgen begonnen aan een slotoffensief. Na een achtervolging
door heel Europa komt het uiteindelijk tot een 'showdown' tussen de
bejaarde ijzervreters. Het verhaal over intellectuelen op leeftijd,
die zich opmaken voor hun laatste strijd levert een bizar oorlogsverhaal
op. Niettemin zit er veel vaart en actie in. De combinatie daarvan,
met de gebreken van de ouderdom en de flashbacks, geven het verhaal
veel diepte.
Bilal maakte hier gebruik van een techniek die hij met de Nikopol -trilogy
verder zou uitdiepen: het gebruik van allerlei soorten tekst. Gedurende
het hele verhaal lezen personages faxen of kranteberichten die integraal
worden weergegeven, of tekent Bilal oude foto's na. Deze montage-techniek
zorgt ervoor dat de gebeurtenissen geloofwaardiger overkomen. Op een
compacte manier wordt er veel informatie gegeven over de verhaalwereld.
Dit wordt gedeeltelijk gemotiveerd door het beroep van het hoofdpersonage,
de journalist Pritchard. Aan het einde blijkt dat hij de verteller van
het verhaal is. Bilal ziet De falangisten als belangrijke stap in zijn
carrière, omdat het de eerste keer is dat er geen enkel fantasy-element
in zit: "Ik werd opeens een realistische kunstenaar die zich dienstbaar
moest opstellen ten opzichte van het scenario. Ik mocht geen enkele
fout maken en concentreerde me alleen op het tekenen, bijna niet op
het schrijven. Hoewel ik het niet het beste verhaal vind, is het wel
een erg belangrijke ervaring geweest. Voor het eerst beperkten we ons
ook niet tot een deel van Frankrijk, maar sneden we problemen aan die
met elk land te maken hadden. Het was een goede voorbereiding voor De
jacht, waarin we weer niet-realistische elementen inbrachten en in zekere
zin terugkeerden naar fantasy."
Kleurgebruik in 'De jacht'
De jacht is het laatste boek dat Bilal samen met scenarist Christin
maakte, na het solo-avontuur Kermis der onsterfelijken. De Voorbijganger
is hier nauwelijks te herkennen. Hij staat aan het begin van het boek
ergens te demonstreren en komt niet meer terug ('Schijnt een toerist
te zijn, hij zegt dat-ie Fransman is'...'De generaal wil hier geen toeristen
en geen spionnen'). De jacht is het boek waar Bilal het meest trots
op is, omdat hij daarin een stijl ontwikkelde die hij 'historische fantasy'
noemt. Binnen het kader van historisch gedocumenteerde gebeurtenissen,
veroorlooft hij zich veel stilistische vrijheden. Deze tasten het realisme
van het verhaal niet aan, maar versterken juist bepaalde gevoelens en
sfeer
In De Jacht verzamelen oude communistische bonzen zich op een luxueus
Pools landgoed om te gaan jagen. Hoofdpersoon van het verhaal is de
Rus Wasili Aleksandrowitsj, een wrede en machtige Sovjet-potentaat,
die niet meer kan praten. Het verhaal wordt verteld via een tolk en
zijn leerling. De oude tolk vertelt tussen de bedrijven door hoe Wasili's
turbulente leven, dat het hele communistische tijdperk beslaat, verlopen
is. Daarom is bijna het halve noek gevuld met flashbacks, die worden
gemarkeerd met de gele kleur van oude foto's. Hoewel Wasili een meedogenloos
Stalinist is, wordt duidelijk dat hij weinig keus had en hoe de jonge
enthousiaste revolutionair zo verbitterd werd. De andere heldt van De
jacht speelt zich af in het heden (Polen, medio jaren tachtig) en vertelt
hoe de 'oude vrienden' zich opmaken voor de berenjacht. Er is sprake
van een tweedeling tussen de cunische, laconieke oude garde en de nieuwe
generatie, die nog steng in de leer is. Met zo veel onderhuidse spanning
lijkt het onverstandigg mee te doen aan een jachtpartij, waar een ongeluk
immers in een klein hoekje schuilt. In het ijzige winterlandschap komt
het dan ook tot een zorgvuldig opgebouwde en spannende ontknoping.
Dat Bilal zo tevreden is over De jacht, is begrijpelijk. Het is een
perfect opgebouwde thriller, waarin Bilal en Christin hun kritiek op
het communisme kwijt kunnen. Ook is dit boek het meest 'Bilal-achtige'
dat de tekenaar gemaakt heeft. Alle elementen waar vaak naar verwezen
wordt om zijn stijl te beschrijven, zitten erin: een grauw winterlandschap,
spaarzaam en betekenisvol gebruik van kleur, doergroefde koppen van
mannen met starende blikken, gebruik van symboliek en de duidelijke
verwijzing naar en kritiek op totalitarisme. Deze kritiek is een rode
draad die door zijn hele werk loopt. In de eerste twee Voorbijganger-boeken
is het niet direct totalitarisme, maar onderdrukking van de hulpeloze
gewone man door industrie en corrupte overheid. Hier zijn Christin en
Bilal niet anti, maar juist pro-communistisch. Zij noemen de Voorbijganger
de 'vleesgeworden klassenstrijd' en nemen via hem een duidelijk politiek
standpunt in. In De onbestaanbare stad is de onderdrukking weliswaar
goedbedoeld, maar desondanks is vrijheid het hoogste goed. De bejaarden
uit De falangisten van de zwarte orde verzetten zich nog één
keer tegen de fascistische terroristen. Het communistische enthousiasme
waarmee avonturiers en intellectuelen zoch destijds in de oorlog tegen
Franco stortten, is echter verdwenen. De reden om voor de laatste keer
de wapens op te nemen is het inlossen van een soort ereschuld. Wel worden
'de goeden' tijdens hun strijd geholpen door terroristen van de Duitse
Rote Armee Fraktion. Of deze nu ideologisch zo correct zijn, is maar
de vraag. Met De jacht geeft Bilal via een oude apparatjik zijn visie
op een eeuw communisme. Deze visie valt zeker niet positief uit. Begon
de revolutie aanvankelijk met veel elan en enthousiasme, uiteindelijk
ontaard hij in bloedvergieten en onderdrukking. Bilal is zelf zeer te
spreken over het kleurgebruik in De jacht. Dat is spaarzaam en grijs
met enkele felle accenten en wordt alleen gebruikt om de realiteit een
extra betekenislaag te geven. Als er een erg opvallende kleur tussen
het grijs naar voren springt, weet je als lezer dat je op moet letten.
Het is een teken dat er iets aan de hand is. Bilal over zijn kleurgebuik:
"Het palet is erg eenvoudig en er zijn veel kleuren die ik nooit
gebruik. Ik bouw mijn kleurenpalet om de grijstonen; dat is de kleur
die me interesseert. Ik wil een monochromatisch gevoel creëeren
en dan een paar sterke kleuren introduceren. Bovendien wil ik graag
dat alles ingekleurd is, omdat de lijnen dan niet meer zo belangrijk
zijn. De klare-lijn stijl van Hergé interesseert me niet. Niet
de lijnen zijn belangrijk, maar wat er tussen zit. Met de kleuren kun
je communiceren."
De flashbacks in De jacht zijn steeds gelig gekleurd en de scène
in het Turkse bad in Boedapest is bijne helemaal gevuld met (bloed)rood
water. De mensen die er in zwemmen stoort dit niet, dus is het een element
dat alleen de lezers zien en dat bij hen een onheilspellende sfeer en
suspence schept. Er is nog een aantal momenten waarin de tekenaar elementen
'aan de realiteit' toevoegt, om het verhaal die merkwaardige sfeer te
geven. Zo zien we af en toe roofvogelkoppen (een erfenis uit het voorafgaande
Kermis der onsterfelijken) op de achtergrond, en lijken de Trotzkisten
die gefusilleerd worden, half in de muur te zitten. Het gebruik van
de historisch-fantastische stijl was volgens Bilal een bevrijdende ervaring,
omdat hij niet hoefde te kiezen voor pure fantasie (Het dorpje) of strict
realisme (Falangisten). Pierre Christin in 1989 over deze stijlwisseling:
"Ik denk dat het beeldverhaal een vloeiender medium is geworden
en dat er veel nieuwe dingen gebruikt kunnen worden, zoals de 'stream
of consiousness' techniek. Het is mogelijk om tijdens een bepaalde gebeurtenis
in het hoofd van een personage te gaan om diens point -of-view weer
te geven, zonder dat je dat heel duidelijk aangeeft, Je verandert van
een gewoon beeld naar een mentaal beeld. Net als in veel films merkt
de lezer direct dat er iets veranderd is. Het geeft ons veel vrijheid
bij het schrijven."
Nikopol
Voor Bilal De jacht maakte, verscheen het eerste deel van de Nikopol-trilogie.
Het eerste boek daarvan is Kermis der onsterfelijken en was in eerste
instantie niet bedoeld als aanzet tot een serie. Bilal had tijdens de
jarenlange samenwerking met Christin veel materiaal verzameld, dat hij
wilde uitwerken. "Ik had mezelf lange tijd ingehouden en gewacht
tot het moment dat ik een solo album kon doen. Tijdens alle experimenten
en research voor andere verhalen had ik dat steeds vor ogen. Na De falangisten
zei ik tegen Christin dat ik klaar was om mijn eigen verhaal te maken."
Kermis der onsterfelijken is een bizar science-fictionverhaal waarin
een aantal Egyptische goden in het jaar 2023 naar de aarde afdaalt.
Zij hebben brandstof nodig voor hun piramide-vormige ruimteschip. De
machtige, met een adelaarskop getooide god Horus, breekt met de goden-code
en neemt bezit van het lichaam van Alcide Nikopol. Hierdoor is Horus
niet meer als een god te herkennen en kan hij zich incognito onder de
mensen begeven. Nikopol is in 1993 ingevroren en de ruimte ingestuurd.
Bij terugkomst op aarde brak Nikopols been af. Nu Horus' geest in zijn
lichaam schuilt, krijgt hij 'superkrachten' en kan hij een stuk metrorail
verbuigen tot een prothese. Horus neemt de macht over door de gouverneur
te laten verklaren dat Nikopol zijn opvolger wordt. Dit zint de goden,
die in hun piramide de hele dag tv kijken en monopoly spelen, niets.
Ze proberen de afvallige god te stoppen. Dit lukt bijna en Nikopol wordt
gek. Zijn zoon, die als twee druppels water op hem lijkt en net zo oud
is, neemt dan zijn plaats in.
Kermis der onsterfelijken verschilt sterk van de boeken die Bilal samen
met Christin maakte. Het meest opvallende is wel de subtiele humoristische
toon van het verhaal. Deze komt vooral tot uiting in de menselijke trekjes
van de onsterfelijke Egyptische goden met dierenkoppen. Bilal zegt het
verhaal losjes op het boek Creatures of light and darkness van Roger
Zelazny te hebben gebaseerd. Hij probeerde voor hij ging tekenen een
story-board te maken. Na vijf pagina's gooide hij dit echter in de prullenbak:
"Ik kon niet met die methode werken; ideëen verzinnen, uitwerken,
en daar dan later weer op terugkomen. Ik bepaalde toen een paar duidelijke
punten in het verhaal en ging direct schrijven en tekenen. Tijdens het
tekenen veranderde het verhaal radicaal en verzon ik er steeds nieuwe
dingen bij, zoals Gogol, de telepathische kat. Het is een beetje een
rommelig verhaal geworden, omdat ik er zo veel in wilde stoppen. Het
was wel leuk om uiteindelijk alle verhaallijntjes weer met elkaar te
verbinden." Een ander opvallend element is de hoeveelheid tekst
die Bilal hier gebruikt. Maar liefst vijf pagina's zijn gevuld met krantenkoppen.
Dit wordt echter nooit storend, omdat de mening van verschillende partijen
gegeven wordt. Ook is het, net als bij De falangisten een manier om
de lezer snel duidelijk te maken in wat voor wereld het verhaal speelt.
In dit geval een absurde sciencefiction wereld, waar extra uitleg geen
luxe is. Bovendien maakt Bilal op deze manier het totalitarisme dat
in het Parijs van 2023 heerst ('Choublanquisme') belachelijk. De Nikopol
serie bevat naast humor, veel minder expliciete politieke statements
dan de Voorbijgangerreeks. Bilal verpakt zijn kritiek op het totalitarisme
in de absurde inrichting van zijn science-fictionwereld. Vooral in de
krantenkoppen uit Kermis der onsterfelijken blijkt hoe scheef de wereld
in deze toekomst in elkaar zit. De hoofdpersonages komen hier echter
nauwelijks mee in aanraking. Zij zijn vooral bezig met hun eigen persoonlijke
problemen. Het sombere toekomstbeeld dat Bilal ontworpen heeft is vooral
achtergrond. Dit in tegenstelling tot De slaap van het monster ook hier
is de setting een ingewikkelde sciencefiction-wereld, maar de personages
verzetten zich tegen het onrecht. Zij proberen het religieuze kwaad
dat probeert de wereld over te nemen tegen te houden.
Met het vervolg op Kermis der onsterfelijken, Lady in blue, maakt Bilal
het nog bonter. Bij het stripboek hoort een krantenbijlage van De morgen,
waarin telexberichten uit de toekomst worden afgedrukt en becommentarieerd.
In het verhaal wordt hier veelvuldig naar verwezen. Schrijfster van
deze telexen uit de toekomst (2025) is de journaliste Jill Bioskop.
Deze bijzonder koele, slanke femme fatale met blauw haar (die zelfs
blauwe tranen huilt) modelleerde Bilal naar een vrouw op wie hij verliefd
was: "Ik wilde erg graag eens een verhaal schrijven met een vrouwelijk
hoofdpersonage. Een tekenaar heeft altijd een bepaalde relatie met de
personages uit zijn verhaal. Ik ben nog nooit verliefd geworden op één
van mijn personages, maar met deze vrouw lijkt het er wel op."
Twee jaar na Kermis der onsterfelijken blijkt Horus ontsnapt te zijn
aan zijn medegoden, die hem in een stuk beton van hum piramide hadden
opgesloten. Dit keer is hij niet meer zo grappig. Hij laat een spoor
van bloed achter zich en verkracht Jill Bioskop. Zij raakt in het begin
van het verhaal 'aan de drugs' nadat haar vriend vermoord is. Het doosje
dat ze toevallig vindt, bevat HLV. Gebruik hiervan leift tot geheugenverlies
en extreme vervlakking van de emoties. In de rest van dit nogal bloederige
en rommelige spionageverhaal loopt Jill als een zombie rond. Dat ze
nog wel degelijk emoties heeft, blijkt uit de innerlijke monoloog die
ze aan haar 'script-walker' (een soort telex-typemachine) toevertrouwt.
Deze tekst wordt in zwarte blokken met witte letters afgedrukt. Een
techniek die Bilal in een iets andere vorm ook zal gebruiken in De slaap
van het monster. Uiteindelijk volgt er een happy end, maar Lady in blue
blijft het meest sombere en bloederige verhaal dat Bilal gemaakt heeft.
Toen hij het maakte, was hij ook niet optimistisch over de wereld om
hem heen: "Kermis der onsterfelijken leek alles nog zo simpel.
Links/rechts, socialisme/kapitalisme, alles kwam neer op een simpele
formule. Ik realiseerde me echter dat onze omgeving nogal hard en onzeker
is. De belangrijkste vraag is nu niet meer de strijd tussen goed en
kwaad, maar of men zichzelf vindt."
Onbeantwoorde liefde voor film
Lady in blue, dat in 1986 verscheen wordt pas in 1993 opgevolgd door
Koude evenaar, het laatste deel van de Nikopol-trilogie. In de tussentijd
richt Bilal zich vooral op zijn andere liefde, de camera. Voor hij in
1989 de film Bunker palace hotel maakte, had hij decors ontworpen voor
de film La vie est un roman van Alain Resnais (1982). Bilal zegt veel
te hebben geleerd van deze Franse regiseur, die bekend staat om zijn
zeer gestileerde films. Bunker palace hotel obscure en vreemde film.
Het spionage verhaal wil maar niet echt tot leven komen. De piekerende,
zwijgzame personages die in zijn strips zoveel diepte suggereren, maken
in Bunker Palace Hotel een apathische indruk. Je vraagt je voortdurend
af waarom er minutenlang geen woord gewisseld wordt en wanneer het verhaal
nu eens een keer begint. De beroemde stripauteur Bilal is in de filmwereld
dan ook een beduidend mindere god. Toch wil hij films blijven maken.
"Het beroep van striptekenaar is nogal eenzaam. Als je een film
maakt, kom je verschillende soorten mensen tegen, die je niet zou leren
kennen als je alleen maar tekende. Het is een ander, harder wereldje
dan de stripwereld. Het is een industrie en je moet knokken om een film
voor elkaar te krijgen. Ik vind strip echter zeker geen inferieur medium.
Het was ontzettend verfrissend om na de filmopnames weer een paar oude
Mickeys te lezen. Een stripboek lezen is iets heel anders dan een film
kijken. Kijken is passief, terwijl lezen de verbeelding stimuleert.
Ik zal ook zeker niet stoppen met het maken van strips. Als auteur kan
ik verschillende media gebruiken om hetzelfde uit te drukken. Het zijn
verschillende media, met ieder hun eigen codes."
Koude evenaar begint met filmopnames van de regiseur Donadoni. Aan het
einde van het verhaal wordt zijn carrière nogal pathetisch omschreven
als: "Hij heeft zijn leven lang van film gehouden, maar de film
niet van hem". Is dit zelfspot? Bunker palace hotel was immers
een flop. Het filmverhaal speelt een bijrol in Koude evenaar. De genetica
Helena is op zoek naar Jill Bioscop. Jill heeft inmiddels het product
van Horus' brute aanranding gebaard: een klein blauw mannetje met een
adelaarskop. Alcide Nikopol heeft ondertussen zijn naam verandered in
het anagram 'Loopkin'. Hij maakt zich op voor een boksschaak-gevecht
met John-Elvis Johnelvisson, de genetisch meest perfecte man op aarde.
Alle hoofdpersonen die ons vanaf de voorplaat van het album schalks
aankijken, treffen elkaar in Equator-City, de thuisbasis van de geheime
organisatie KKDZO. Uiteindelijk keert Horus terug naar zijn medegoden
en wist hij het geheugen van Nikopol en zijn zoon. Bilal raffelt het
verhaal af met verklaringen van de hoofdpersonages over de rest van
hun leven. Het lijkt alsof Bilal genoeg had van de serie, al bleven
er voldoende mogelijkheden voor een vervolg. Was De jacht het meest
kenmerkend voor zijn stijl. Koude evenaar is het tegendeel: bijzonder
veel kleur, een setting ergens in de Sahara, humoristisch-absurde elementen
zoals dieren die af en toe gelijkwaardig lijken aan mensen en een nogal
luchtig verhaal, voor zover daar überhaupt al sprake van is. Bilal
lijkt materiaal voor twee boeken in één album te hebben
gepropt. Omdat de tekenaar als een soort regisseur allerlei verschilende
vertelperspectieven en teksten door elkaar 'monteert', het ene taalgrapje
na het andere volgt en speelt met de identiteiten van de personages,
kan Koude evenaar gezien worden als Bilals 'postmoderne boek'. Het is
het vrolijkste boek dat de tekenaar gemaakt heeft, maar het lijkt erop
alsof hij het alleen maakte omdat er een einde aan de serie moest komen.
De slaap van het monster
Na een pauze van zes jaar, waarin Bilal nog een film maakt (Tykho moon,
1997), volgt in 1998 De slaap van het monster. Dit is wederom een sciencefiction
verhaal (het speelt in 2026) maar het is indirect gerelateerd aan het
heden. De hoofdpersoon in Nike Hatzfeld - Nike is anagram van Enki -
werd tijdens de oorlog in voormalig Joegoslavië geboren. Omdat
hij een perfect geheugen heeft, kan hij zich zijn hele leven herinneren
vanaf het moment dat hij geboren werd. Hij gaat opzoek naar de twee
mensen die naast hem in de wieg lagen, Amir en Leyla. Omdat Nike zich
alles kan herinneren uit zijn leven, heeft hij megeholpen met het programmeren
van de 'Centrale Bank voor het Wereldgeheugen'. In 2026 zijn de drie
wereldgodsdiensten (jodendom, christendom, islam) gefuseerd tot de terroristische
'Obscurantis Order'. Zij willen de geschiedenis herschrijven en kunnen
mensen met een perfect geheugen dus missen als kiespijn. Om hun gehersenspoelde
soldaten te leiden gebruikt de Orde een soort telepathische vliegen.
Het wordt echter nergens duidelijk of deze vliegen buitenaards zijn
en de Orde dus een dekmantel voor een invasie is. Nike's belangrijkste
tegenspeler in dit ingewikkelde spionageverhaal is Dokter Warhole. Deze
dokter, wiens half vergane lichaam aangevuld is met protheses, heeft
zichzelf een aantal malen gekloond. Zo kan hij zich in situaties storten
waar hij niet meer levend vandaan keert. Zijn doel is nummer één
van de Orde te worden. Nu is hij nummer drie en wordt hij gewantrouwd
door één en twee, een soort gemuteerde mensen met vampiertanden.
Net als de Nikopol-trilogie is ook De slaap van het monster overvol
met verhaallijnen en vergezochte toekomstelementen. In De slaap van
het monster past alles perfect in elkaar omdat er een duidelijke spanningsboog
is, die de boel bij elkaar houdt. daarom is het Bilals sterkste boek
sinds De jacht. Een opvallend element zijn de herinneringen van Nike
aan zijn prilste jeugd. Tijdens het verhaal vertelt Nike van de achtiende
dag terug tot zijn geboorte. Deze poëtisch-bittere herinneringen
worden met witte letters in zwarte blokken weergegeven. Ze hebben geen
directe releatie tot de tekening waarbij ze stan. Hoewel de herinneringen
afleiden van het verhaal, hebben ze wel degelijk een functie. Ze laten
zien dat Nike inderdaad een griezelig gedetailleerd geheugen heeft en
verklaren de introductie van twee andere personages, die zijn wieggenoten
blijken te zijn. Bilal over zijn keuze voor deze techniek: "Het
skelet van het verhaal is het geheugen. Het geheugen is iets van het
individu, maar het individuele geheugen is in het kader van Joegoslavië
tegelijkertijd universeel. Ik wilde iets doen met de oorlog in mijn
geboorteland, maar het geweld en de oorlog niet met beelden weergeven.
Beelden zijn ontzettend geweldadig, met woorden kun je veel subtieler
kleuren en ritmes weergeven. Elke lezer vult het op zijn eigen manier
in. Door woorden te gebruiken creëer ik ook een extra leesniveau
dat niet direct met de beelden te maken heeft. Ik was niet direct betrokken
bij de oorlog. Toch probeer ik me zo levendig mogelijk voor te stellen
hoe een baby het zou ervaren en hoe een volwassene deze ervaring zou
weergeven."
Een thema dat Bilal in andere boeken al aansneed werkt hij in De slaap
van het monster verder uit: het onzinnige van religie. Omdat hij zelf
niet godsdienstig is opgevoed kijkt hij geamuseerd tegen godsdienst
aan. In Kermis der onsterfelijken maakt hij religie al op een afstandelijke
manier belachelijk. In De slaap van het monster is het religieuze echter
niet meer alleen belachelijk, maar rond uit wereldbedreigend. In het
begin van het verhaal vraagt een interviewster Nike of hij Seviër,
Kroaat of moslim is, waarop Nike zwijgt. Hij kan deze vraag ook niet
beantwoorden, omdat hij niet weet wie zijn ouders zijn. Bilal: "In
onze maatschappij wordt je ontzettend snel in een hokje geduwd wanneer
je zegt bij welke etnische groep of religie je hoort. Eén van
de essentiele thema's in dit boek dat Nike geen duidelijke identiteit
heeft, net als ikzelf. De reden waarom ik de journaliste die vraag laat
stellen, is dat ik een bepaalde soort journalistiek belachelijk wil
maken. Die journalistiek ik kenmerkend voor de racistische, nationalistische
levenshouding van deze tijd. Een ander thema van het boek is de intolerantie
van godsdienstig- fundamentalistische dictatuur, het 'monster' uit de
titel. De beste manier om die te bestrijden leek mij door het belachelijk
te maken. Fundamentalisme kan namelijk tot de meest vreselijke en onuitsprekelijke
gruwelijkheden leiden, zoals de Shoah."
De slaap van het monster is een grimmig, duister en nogal bloederig
boek. We zien vbeel dingen terugkeren uit andere verhalen, zoals het
eeuwige winterlandschap, Bilal: "Ik houd van de herfst en van de
zomer, maar ik ben niet in staat om die schoonheid in beelden weer te
geven. Bovendien houd ik van contrasten en die kun je het best bereiken
met een winterlandschap." Ook zien we weer diverse teksten, de
vertrouwde harde koppen met starende blikken, kleurcontrasten, louter
broodmagere vrouwen en een schimmige terroristische organisatie die
de wereld met totalitaire dictatuur bedreigt. Een verschil met de andere
boeken is de tekenstijl. Het is nog steeds herkenbaar als die van Bilal,
maar het geheel ziet er schetserig uit; alsof de potloodlijnen niet
helemaal zijn weggegumd. Zeker vergeleken met een boek als De jacht
is de stijl behoorlijk veranderd.
Na deze hernieuwde lezing van Bilals boeken, valt op hoe zijn stijl
tijdens zijn carrière geëvolueerd is. Van rommelig pointillisme
naar grijs realisme met fantastische kleuren, tot uiteindelijk een mix
van beide. Toch is elk boek duidelijk te herkennen door bepaalde, steeds
terugkerende elementen. Dat maakt hem een duidelijk herkenbare auteur,
die het experiment niet schuwt. Hij voegt steeds iets toe, maar verandert
zijn stijl nooit revolutionair. Met De slaap van het monster doet Bilal
wat hij eigenlijk met elk nieuw album doet: een ingewikkeld en fraai
getekend verhaal, met een politieke achtergrond vertellen. In de eerste
twee delen van de Voorbijganger -reeks, die hij in de marxistische jaren
zeventig maakte, was zijn positie nog uiterst links. Inmiddels zijn
we bijna twintig jaar verder en is Bilal een stuk cynischer geworden.
Zijn thema lijkt echter bijna altijd terug te voeren op de angst voor
totalitarisme. Of het nu in het pre-jaren negentig Oostblok speelt,
of in de volgens Bilal nogal zwartgallige toekomst; volgens Bilal moeten
individuen zich actief verzetten tegen de inperking van hun individuele
vrijheid. Deze levensovertuiging is niet verrassend als je bedenkt dat
Bilal een emigrantenkind is en zijn wortels in een voormalig Oostblok
land liggen.
Gerard Zeegers
Bronnen
Luc Pomerleau: "Pierre Christin and Enki Bilal, Called to Comics",
in "Comics Journal" nr 129;may 1989.
Humano: "Enki Bilal, Interview", in "Enki Bilal, Le Sommeil
du Monstre", Les Humaoïdes Associés, 1998
|
|