|
Achter het masker van Hergé Stanislas wil geen klare-lijntekenaar zijn
Stanislas en Hergé, op zich ligt de combinatie niet meteen voor de hand. De tekenstijl van de Parijzenaar mag dan heel wat weghebben van die van de schepper van Kuifje, de wortels ervan liggen toch ook zichtbaar elders. Bovendien werkt Stanislas - naast zijn werk als stripmaker ook als illustrator actief - in meerdere stijlen, iets wat van Hergé niet kan worden gezegd. Maar het meest onwaarschijnlijk is de associatie nog, vanwege Stanislas' status als een van de oprichters van de Franse uitgeverij L'Association. L'Association is voor de Franse auteurstrip wat De Bezige Bij ooit was voor de Nederlandse literatuur. Een eigenwijs bedrijfje gerund voor en door stripmakers. Een uitgeverij waar elke gedachte aan een standaardomvang van stripalbums geldt als een gruwel, en waar experimenten mogelijk zijn waaraan geen enkele andere grote uitgeverij zich meer de vingers durft te branden. Stanislas herinnert zich de drijfveer achter de oprichting van L'Association, nu bijna tien jaar geleden, nog goed. "We vonden dat de strip te vulgair, banaal en commercieel was geworden. In de boekhandels kwamen we bijna nooit meer originele boeken of interessante tekenaars tegen. Hoewel de kansen op succes nul leken, zijn we toen L'Association begonnen. Niemand verwachtte dat het avontuur langer dan zo'n boek of drie zou duren. Maar het liep eigenlijk meteen heel goed. Het beantwoordde duidelijk aan een behoefte bij het publiek. Inmiddels is L'Association een gevestigde naam en komt begin december dat krankzinnige project Comix 2000 eraan. Zelf ben ik er tegenwoordig niet meer zo mee bezig; het is nu vooral Jean-Cristophe Menu die het werk doet." Hoe ben je bij De avonturen van Hergé betrokken geraakt? "Het oorspronkelijke idee stamt van scenarist Jean-Luc Fromental. Hij had Maus gelezen en vond zo'n biografie in stripvorm fantastisch werken. Bovendien wist hij dat Hergé een veelbewogen leven had geleid. Hij heeft daar eens met zijn vriend en collega José-Luis Bocquet over gesproken en samen hebben ze het idee toen verder uitgewerkt. Ik kwam in beeld toen Fromental en Bocquet moeite hadden om een geschikte tekenaar voor hun scenario te vinden. Ze zochten iemand met het uithoudingsvermogen en de tijd om het project te volbrengen. Een tekenaar die bovendien in Hergés stijl kon werken, maar ook zijn eigenheid kon behouden. Mijn serie Victor Vallei was net door uitgeverij Les Humanoïdes Associés stopgezet, dus ik was wel in voor een nieuw, groot project. Yves Boniface, de drijvende kracht achter uitgeverij Reporter, heeft ons toen met elkaar in contact gebracht. Hij wist dat Fromental en Bocquet met het scenario rondliepen en hield erg van mijn werk. Overigens is Boniface deze zomer aan een hartkwaal overleden en heeft hij de publicatie van De avonturen van Hergé niet meer mogen meemaken. Daarom hebben wij het boek aan hem opgedragen." Wat vond je van het idee voor het boek toen je het voor het eerst hoorde? "Aanvankelijk wist ik niet precies wat het zou gaan worden. De meeste stripbiografieën van stripmakers zijn grappig bedoeld, zoals die van Chaland over Jijé, andere zijn juist weer belerend. Dat spreekt me geen van beide aan. Gelukkig wisten Fromental en Bocquet me ervan te overtuigen dat het geen lollig verhaaltje of schoollesje zou worden, maar een speels gebrachte verzameling scènes uit het leven van Hergé, zonder grote lappen tekst met uitleg. Geen opportunistisch productiewerk, maar de persoonlijke visie van drie - met Boniface erbij eigenlijk vier - auteurs." Wat spreekt je het meeste aan in het leven van Hergé? "Allereerst vind ik zijn werk natuurlijk fascinerend. Vooral de
eerste helft daarvan, voordat hij zich omringde met al die medewerkers
op zijn studio. Dan draagt het nog duidelijk zijn eigen stempel, daarna
wordt het mij wat te gladjes, te perfect. Met Kuifje is Hergé
toch een soort monstre sacré van het Europese beeldverhaal. Een
maatschappelijk verschijnsel, vanzelfsprekend voor iedereen. Je ziet
het aan de Franse taal: eerst zei men rocambolesque, nu tintinesque
(wat fantastisch of onwaarschijnlijk betekent: bijv. tintinesque avonturen,
red.). Kuifje is onderdeel van het dagelijks taalgebruik. Dronken mensen
zijn ook wel comme Tournesol en slechte zangeressen heten Castafiores.
Dat is werkelijk buitengewoon. Als iemand zo'n succes heeft, wordt je
nieuwsgierig. Dan ga je je afvragen wat voor persoon het was. Wat zit
er achter het werk? Er waren inmiddels al heel wat publicaties over het leven van Hergé. Waren jullie niet bang om met De avonturen van Hergé in herhaling te vallen? "Niet echt. Over bekende mensen verschijnen altijd tonnen publicaties. Nieuwe biografieën hoeven niet per se nieuwe feiten op te leveren, als er maar een originele invalshoek uit spreekt. Wij vonden het leuk om het leven van Hergé te vertellen in de taal waarvan hij zelf ook gebruik heeft gemaakt, het stripverhaal. Daarbij hebben we ons aan de feiten gehouden - serieuze zaken, maar ook luchtige momenten - en ook de mythe rond Hergé proberen recht te doen. Maar zelfs met onze verzinsels hebben we zo dicht mogelijk willen aansluiten bij het beeld dat we van de persoon Hergé hadden. Wanneer Hergé bijvoorbeeld Edgar Jacobs ontmoet bij het theater en Jacobs later luidkeels zingend over straat loopt, blijft het waarschijnlijk dat het echt zo is gegaan. Ook zouden ze die bekende decorstukken, zoals de fakir en de man met het koeiehoofd, daar heel wel kunnen hebben gezien om ze later in Kuifje te verwerken. Ons uiteindelijke doel was: de lezer een indruk geven van het karakter van de persoon Hergé. Alsof de lezer een middag met Hergé zou hebben doorgebracht en Hergé zijn masker had laten zakken." Was het moeilijk om de geschikte stijl voor het boek te vinden? "Dat viel erg mee. Eigenlijk heb ik gewoon gewerkt in de stijl
van Victor Vallei. Het enige verschil was, dat ik me aan de uiterlijke
herkenbaarheid van echt bestaande personen moest houden. Bij je eigen
personages ben je vrijer met het oproepen van grimassen en expressieve
koppen, terwijl bekende figuren én herkenbaar én expressief
moeten zijn. Maar dat was eigenlijk het enige verschil met Victor Vallei. Tijdens het lezen van De avonturen van Hergé moest ik regelmatig aan de École Pigalle denken, de zelfbenoemde stroming van fijnzinnige tekenaars als Dupuy, Berbérian en Pétit-Roulet die allemaal in de Parijse wijk Pigalle hebben gewerkt. Beschouw je jezelf als lid van deze groep? "Niet als lid, hooguit voel ik een zekere verwantschap. Ten eerste tekent niet iedereen uit die groep meer strips; er zitten vreselijke bourgeois-illustratoren bij. Bovendien besteed ik meer aandacht aan details dan bijvoorbeeld Dupuy en Berbérian, die een veel meer gestileerde richting opgaan. Qua thematiek zie ik evenmin sterke overeenkomsten. Ik houd erg van het klassieke beeldverhaal: Hergé, Martin, Jacobs, Cuvelier. Verhalen met een begin, een midden en een eind, intriges, avontuur, wat je ook terugvindt in Victor Vallei. Met van die steriele beschouwingen over een stedeling die zich vragen stelt over zijn bestaan heb ik niet veel op. Als ik strips lees, doe ik dat als een vorm van ontsnapping, een terugkeer naar mijn jeugd." Maar op stilistisch vlak is de overeenkomst toch opvallend? Die mensen van de École Pigalle hebben allemaal goed gekeken naar het werk van Joost Swarte en Ever Meulen. En wat staat er in de literatuurlijst achterin De avonturen van Hergé? 30/40, het legendarische boek van Joost Swarte bij uitgeverij Futuropolis... "Inderdaad. Het is ook zo dat ik het werk van Swarte en Ever Meulen
bewonder - en hier en daar ook wel dat van François Avril en
Dupuy-Berbérian. Allemaal mensen die echt met één
lijn proberen te werken. Geen rasters, geen arceringen, maar één
lijn, stilering. Bij zo'n aanpak kom je gauw op dezelfde soort oplossingen
uit. Als je dan bijvoorbeeld een gezicht tekent, wordt de neus al snel
een driehoek, de ogen puntjes en de wenkbrauwen kleine streepjes. Dat
zijn bijna vanzelfsprekende grafische oplossingen. Waarom kies je voor die enkele lijn? Wat spreekt je aan in die eenvoud? "Ik wil alles wat oppervlakkig is elimineren en alleen de nuttige
dingen opnemen - zonder dat de tekeningen plat of triest worden. De
beelden moeten wel smoel houden en een zekere energie uitstralen. Ik
wil dus zo efficiënt mogelijk werken, maar tegelijkertijd een bepaalde
charme behouden. Ik zeg niet dat ik dat altijd weet te bereiken, maar
het is wel waarnaar ik streef. Wat zijn je toekomstplannen? "Ik wil erg graag Victor Vallei voortzetten. Gelukkig wil uitgeverij Reporter er nu mee verder. Victor Vallei speelt voor een belangrijk deel in dezelfde periode als De avonturen van Hergé, de naoorlogse periode. De hoofdpersoon is soms getuige, soms deelnemer bij de belangrijke gebeurtenissen van deze tijd. Zijn belevenissen staan centraal, terwijl scenarist Laurent Rullier en ik ook aandacht kunnen besteden aan de dekolonisatie, het McCarthy-tijdperk in de V.S. en alledaagse zaken als de opkomst van de formica in de keukens, de mode, de liedjes op de radio, etcetera." Kun je iets meer vertellen over het nieuwe deel? "Het basisidee is simpel: er is een schat in een nazi-duikboot en die duikboot raakt zoek aan het eind van de oorlog. Stukje bij beetje komt Victor Vallei de duikboot op het spoor, wat hem in de Caraïben brengt. Het speelt tegen de achtergrond van de naoorlogse samenleving in een notendop: er lopen nog heel wat ex-collaborateurs vrij rond, temidden van gangsters en ex-verzetsmensen. Laurent en ik doen ons best om de gangsters zo aardig mogelijk te maken. We willen dat goed en kwaad door elkaar lopen. Sommige respectabele burgers zullen enorme schurken blijken te zijn. De werktitel is De lachende duivel." Wanneer zal deze nieuwe Victor Vallei verschijnen? "Voorlopig nog niet. Ik moet hem nog tekenen. Voor die tijd werk ik met Rullier eerst nog aan de come-back van Guus Slim. Het is nog niet helemaal zeker, maar uitgeverij Dupuis heeft serieuze interesse (én Dupuis vertaalt bijna al haar titels uit het Frans, red.). We hebben de synopsis en de eerste proefpagina's inmiddels af. Het verhaal speelt in de jaren zestig en is wat ongecompliceerder dan Victor Vallei. Waar Victor Vallei nog weleens een hele scène pratend in een kroeg doorbrengt, bevat onze versie van Guus Slim meer actie, meer humor, autoachtervolgingen en sex. Het wordt minder waarheidsgetrouw en meer strip." |
||