| |
Het
gemakkelijke geloof ontmaskerd
Frank
Giroud relativeert de tien geboden
Het is niet alleen het opmerkelijke thema van de tien geboden. Of
het feit dat elk van de delen door een andere tekenaar van beelden is
voorzien. Het is vooral de keuze voor een slim serieconcept, waarmee
scenarist Frank Giroud (1956) zichzelf sinds begin dit jaar in de kijker
speelt.
Voor De tien geboden koos Giroud nu eens niet voor de serievorm
als automatisme, maar als essentiële vorm van zijn verhaal. Zijn
tien stripboeken kunnen afzonderlijk worden gelezen, maar vormen samen
ook een groter geheel. Het eerste deel introduceert het fictieve boek
Nahik - dat een versie van de tien geboden bevat en de spil vormt van
de serie - in het heden, latere delen graven in het verleden ervan.
En Girouds concept werkt ook omgekeerd. Zodra deel tien is verschenen,
kan het verhaal ook chronologisch - van het jaar 632 tot nu - gelezen
worden en komen alle voorgaande delen in een nieuw licht te staan. De
auteur vertelt erover met hoorbaar genoegen. Hij geniet volop van het
feit dat zijn lange-termijnaanpak stevig aanslaat bij pers en publiek.
Omdat goede dingen kennelijk in tientallen komen, legden we hem tien
kwesties voor.
I - Het ontstaan
,,Het begon allemaal met het verhaal Nahik over het ontstaan van een
roman, dat ik schreef in 1996. Nahik gaat over een beroemde negentiende-eeuwse
schrijver die met zijn gekke broer en zijn zus gaat samenwonen, waarna
er allerlei enerverende dingen gebeuren. Het schrijven was geweldig,
maar toen het af was voelde ik een lichte kater. Eigenlijk wilde ik
er nog helemaal geen punt achter zetten, geen afscheid nemen van mijn
personages. Aan de andere kant liep mijn verhaal toen helemaal rond,
was het feitelijk afgelopen. Dat zette me aan het denken over de voor-
en nadelen van afgeronde verhalen, zogenaamde one-shots, aan de ene
kant en series aan de andere. Ik vroeg me af of er geen manier was om
de voordelen van de een te combineren met die van de ander."
II - Het serieconcept
,,Het voordeel van een afgerond verhaal is, dat je al je energie in
één verhaal kunt concentreren. Zodra het af is, kun je
je gelijk op andere dingen storten. Je hoeft niet bang te zijn om afgestompt
te raken. Het nadeel is, dat je gedwongen bent je personages achter
te laten. Ook voor de lezers is dat vaak frustrerend. Stel dat ze het
een fantastisch verhaal vonden, dan zouden ze dat het liefste gewoon
verder blijven lezen. Daarbij komt dat zo'n one-shot ook financieel
minder interessant is dan een serie. Na een paar jaar zakt zo'n enkel
boek gemakkelijk weg in de vergetelheid. Bij een serie is het juist
interessant dat je veel verder kunt gaan met de ontwikkeling van het
verhaal en de personages. Maar ja, dan kom je na zo'n vier, vijf delen
op het punt dat de uitgever, de tekenaar of de lezers je als scenarist
bijna dwingen om het verhaal voort te zetten. Dan kom je uit op het
omgekeerde van wat een creatief proces hoort te zijn. Want hoe verzin
je een verhaal? Dat komt op wanneer je ergens wandelt, terloops iets
in de krant leest, naar de radio luistert, of iemand een anekdote hoort
vertellen. Dan krijg je een idee, dat laat je rijpen, soms maanden of
jaren lang, en wanneer het rijp is, koppel je het aan andere ideeën.
Tijdens het schrijven wordt het dan deel van een veel rijkere en complexere
gedachtengang. Voor een serie moet je bijna elk jaar een nieuw deel
schrijven. Zelfs met een geniaal idee als uitgangspunt moet je ervoor
gaan zitten en ploeteren om er iets van te maken. Daardoor hebben zelfs
uitstekende scenaristen als Van Hamme na het vijfde of zesde deel moeite
om nog samenhangend te blijven. Voor je het weet, schrijf je gewoon
maar wat.
Ik vroeg me af of hier geen uitweg uit was. De oplossing vond ik uiteindelijk
in mijn oorspronkelijke verhaal - dat nu deel acht vormt van De tien
geboden - in de vorm van het boek Nahik. Aan het eind van het verhaal
Nahik blijkt namelijk dat het gelijknamige boek dat de hoofdpersoon
heeft geschreven om bepaalde redenen niet kan worden uitgegeven. Toen
bedacht ik iets wat zich twintig jaar later afspeelt en ervoor zorgt
dat het boek alsnog verschijnt. Tegelijkertijd verzon ik de reden waarom
de broer van de schrijver gek was geworden. Zo had ik opeens drie verhalen
die zich in drie verschillende tijdperken afspelen. Toen zei ik tegen
mezelf: dát is het! Ik neem de geschiedenis van het boek Nahik
als het centrale element en zet die verhaalketen voort. Aan de hand
van Nahik vertel ik verschillende verhalen, met verschillende personages,
op andere locaties en in uiteenlopende tijdperken. Zo werd het boek
Nahik de sleutel tot het geheel."
III - Het basisgegeven
,,Het oorspronkelijke verhaal Nahik heb ik niet geschreven met een specifieke
tekenaar in gedachten. Wel is het ontstaan in samenspraak met Fabien
Lacaf, met wie ik in 1988 de trilogie Les patriotes heb gemaakt. Hij
wilde graag iets gaan doen met de schrijver Victor Hugo. Uiteindelijk
is dat op niets uitgelopen. Maar het was voor mij wel de aanleiding
mij eens wat meer in Hugo's leven te gaan verdiepen. Zo ontdekte ik
dat hij een broer had, Eugène, die ook schrijver was - zij het
heel wat minder bekend - en die krankzinnig werd toen Victor trouwde
met de vrouw waar ze allebei verliefd op waren. Daar zit een verhaal
in, dacht ik toen. Maar welk precies en voor wie, daar had ik werkelijk
nog geen idee van.
Uiteindelijk bleef van de anekdote over Eugène Hugo alleen het
gegeven van de gek wordende schrijver over. Dat werd het basisgegeven.
Verder heb ik er iets heel anders mee gedaan; nu heet de schrijver dan
ook geen Victor Hugo meer, maar Hector Nadal. Zo werk ik heel vaak.
Ik vang ergens iets op, en dat zet me uiteindelijk op een spoor dat
met het oorspronkelijke gegeven weinig meer van doen heeft. Het ibismeisje,
dat ik maakte met Lax, is daar ook een goed voorbeeld van. Het speelt
in Roemenië tijdens het regime-Ceaucescu, maar is feitelijk ontstaan
toen ik iets hoorde over een fout die in een Senegalese postzegel was
geslopen. Wanneer ik het verhaal uiteindelijk af heb, is er van het
basisgegeven meestal nog maar heel weinig over. Bij Nahik is het ook
zo gelopen."
IV - De tekenaars
,,Om de tekenaars voor De tien geboden te selecteren, heb ik gewoon
een lijst samengesteld van mensen met wie ik graag wilde samenwerken.
Daarop stond bijvoorbeeld Jean-François Charles, met wie ik vijftien
jaar eerder al het plan had opgevat om eens iets samen te doen. Of mensen
als Béhé, Fauré en Franz, waarmee ik stuk voor
stuk dolgraag wilde samenwerken. Alles bij elkaar heel wat meer dan
tien tekenaars. Van doorslaggevend belang was, dat ze allemaal om en
nabij dezelfde tijd aan het project konden werken. Alleen op die manier
zou het verhaal binnen twee, drie jaar in zijn geheel kunnen verschijnen.
Dat was het dringende verzoek van uitgever Jacques Glénat. Aanvankelijk
wilde ik De tien geboden in zo'n drie, vier jaar schrijven. Op aandringen
van Jacques heb ik het in twee jaar gedaan. Dat maakte natuurlijk wel
de samenwerking met sommige tekenaars onmogelijk. Met Labiano bijvoorbeeld,
die erg graag deel vijf had getekend, maar moest afhaken vanwege de
strenge deadline. Of met Ferrandez, die wel voelde voor deel negen,
maar het qua planning evenmin rondkreeg. Met Rossi en Berthet: hetzelfde
verhaal. Zodoende is de definitieve keuze gaandeweg op een heel natuurlijke
wijze tot stand gekomen. Ook doordat sommige tekenaars, bijvoorbeeld
Charles en Béhé, niet dol zijn op historische verhalen.
Voor hen kwamen dus alleen de eerste drie verhalen in aanmerking.
Ik heb de verhalen dus niet geschreven met bepaalde tekenaars in gedachten.
Integendeel, ik heb de tekenaars gezocht ten dienste van het verhaal.
Zo was het snel duidelijk dat Tomaz TBC' Lavric deel vier zou
tekenen. Dat boek speelt in Joegoslavië, het land waar hij vandaan
komt."
V - De werkwijze
,,Toen ik alle tien delen had geschreven, ben ik naar Glénat
gegaan. Voor elk deel had ik een gedetailleerde synopsis van zo'n tien
pagina's. Maar de dialogen en plaatindeling moest ik toen nog maken.
Om de eenvoudige reden dat ik - zelfs als ik schrijf zonder te weten
wie het gaat tekenen - vanaf het moment dat de tekenaars bekend zijn,
graag van nabij hun werk volg en dan zonodig mijn teksten aanpas. Voor
mij is het stripmaken in de eerste plaats een duobaan. Je kunt niet
voor elke tekenaar op dezelfde manier schrijven. Vandaar dat ik qua
dialogen en plaatindeling nooit meer dan zes à tien pagina's
voorloop op mijn tekenaars. Mochten zij tegen een probleem aanlopen,
dan zit ik tenminste nog middenin het verhaal en kan ik meteen reageren.
Iemand als Cothias werkt heel anders. Hij schrijft een verhaal in één
keer en stuurt dat naar de tekenaar. Dat heeft als nadeel dat als een
tekenaar dan op pagina veertig tegen een probleem aanloopt, je als schrijver
amper meer voeling hebt met het verhaal dat je maanden of zelfs jaren
eerder schreef. Daarom overleg ik liever intensief met mijn tekenaars."
VI - De tien geboden
,,De tien geboden gaat niet uit van de tien geboden van Mozes. Het is
een lijst die van Mohammed afkomstig zou kunnen zijn. Oftewel een decaloog
die joodse, christelijke en islamitische voorschriften omvat. Mohammed
heeft menigmaal verkondigd dat een toenadering van de drie grote religies
van het Boek' in het verschiet lag. In deel tien zal duidelijk worden
of het werkelijk Mohammed was, die de lijst schreef. En als dat zo is,
waarom de lijst is verdwenen. Of als het niet zo is, van wie hij dan
wel afkomstig is. Want het staat - zoals op de binnenflap van De tien
geboden duidelijk te zien is - natuurlijk wel allemaal in authentiek
Arabisch op dat schouderblad van die kameel.
Het belangrijkste gebod van de decaloog zoals ik die voorstel, is het
tweede: Gij zult naar uw geweten blijven luisteren om daarin de
stem van God te horen'. Voor mij staat God namelijk gelijk aan het goede.
Ik denk dat het om de goede weg te volgen niet noodzakelijk is om je
op welke religie dan ook te beroepen. Vooral niet op de religies die
gebaseerd zijn op boeken. Die geconfisceerd zijn door kerken: islamitische,
orthodoxe, katholieke, joodse, of welke dan ook. Ik geloof dat we door
oprecht naar het eigen geweten te luisteren - de stem van het eigen
hart, die wortel die diep in ons allemaal zit - in staat zijn om het
goede te onderscheiden. Iemand die kwade dingen doet, volgt in deze
visie dan ook geen verkeerd gebod, maar is iemand die niet eerlijk is
tegenover zichzelf. Iedereen weet heel goed van zichzelf waarom hij
of zij niks doet, egoïstisch is, de natuur schaadt, niet meer met
de buren praat, kortom zich overgeeft aan alle dingen die de wereld
maken zoals hij tegenwoordig is. Ik denk dan ook niet dat we behoefte
hebben aan geschreven voorschriften, maar dat elk individu, dat openstaat
voor introspectie en werkelijk naar zijn geweten luistert, op de goede
weg is."
VII - De angst
,,Dat iedereen geneigd is tot het goede, is een humanistisch idee. Dat
betekent echter allerminst dat daarmee het kwaad de wereld uit is. Het
gaat hierom: het goede is geen morele notie, maar welhaast een biologische.
Ik geloof dat het leven zich sinds het ontstaan van de aarde en het
universum steeds verder in de goede richting ontwikkelt. Er is sprake
van een globale groei van de soorten, een globale verbetering van de
natuur, een globale verbetering van de mens, et cetera.
Wanneer er iets fout gaat, komt dat doordat de levenskracht geblokkeerd
is. Neem Hitler. Die had aanvankelijk een artistieke aanleg. Hij schilderde,
niet goed, niet slecht, het had met de jaren best iets kunnen worden.
Als hij dat gewoon verder had kunnen ontwikkelen, dan was hij wellicht
een verdienstelijk schilder geworden. Maar naarmate zijn verwachtingen
steeds minder uitkwamen - ik simplificeer hier natuurlijk enorm - richtte
hij zich steeds meer op een extreem soort nationalisme. Het gaat erom
dat zelfs hij die levenskracht in zich had. Maar doordat die kracht
werd geblokkeerd, schoot hij met eenzelfde energie in andere richtingen,
die helemaal niet meer in overeenstemming waren met het goede, met zijn
natuurlijke aanleg. Zo verwerd hij tot dictator, zoals gefrustreerde
musici ook tot seriemoordenaars kunnen worden. Kortom, het is niet zozeer
een kwestie van moraal, maar van geblokkeerde energie.
Op de achterflap van De tien geboden staat: De tien geboden gaan
over de oeroude hartstochten van de mens, zijn angst voor het bovennatuurlijke
en zijn verhouding tot God.' Die angst voor het bovennatuurlijke is
voor mij fundamenteel. Mensen weten niet wat er na de dood zal zijn.
Dat is onze grootste angst: de angst dat er niets is, het verlangen
dat ons iets moois te wachten zal staan. Dat is volgens mij de oorsprong
van religies en aanverwante ideeën: de paradijzen, Champs-Elysées,
nirwana's, walhalla's, et cetera. De grote droom van de onsterfelijkheid."
VIII - De invloeden
,,Ik ben een groot filmliefhebber. Regisseurs als Stanley Kubrick, Milos
Forman en Roman Polanski hebben een sterke invloed op mij uitgeoefend.
Formans Amadeus draait bijvoorbeeld om nagenoeg hetzelfde thema als
het eerste deel van De tien geboden. Dat is een reflectie op talent
en genialiteit. Ik vraag me af waar de inspiratie en ambitie vandaan
komen. Hoe komt een meesterwerk tot stand? Dat is ook de centrale vraag
van Amadeus.
Bij Kubrick spreekt me vooral aan dat hij zeer uiteenlopende films heeft
gemaakt. Bijna elke film van zijn hand is een meesterwerk. Ze zijn uitmuntend
gefilmd en vertellen krachtige verhalen. Het is een samenspel van kwaliteiten
dat je echt helemaal inpakt. In zo'n geloofwaardig universum word ik
graag meegevoerd. Daar staat tegenover dat ik gruw van gratuite spektakelfilms
waar geen goed verhaal achter zit. Een film als The fifth element van
Luc Bresson biedt visueel vuurwerk, toch vond ik hem verschrikkelijk.
Er worden ontzettend veel middelen ingezet, maar het verhaal is onbenullig."
IX - Het stripverhaal
,,In de jaren zeventig ontdekte ik het stripverhaal. Tot die tijd las
en schreef ik louter literaire fictie. Dat is op zich ook niet zo gek,
want op mijn tiende won ik een schrijfwedstrijd, wat me ontzettend stimuleerde.
Vanaf dat moment ben ik nooit meer gestopt met schrijven. Ik schreef
in de schoolkrant, policiers, romans. Pas op mijn zestiende, zeventiende
ontdekte ik het stripverhaal. Vooral dankzij een scenarist die voor
mij erg belangrijk is: Charlier. Al zijn verhalen verslond ik: Blueberry,
Tanguy & Laverdure, Roodbaard. Greg is nog zo iemand - althans zijn
realistische scenario's, niet de Olivier Blunders. Dat waren mijn eerste
amours d'adolescent. Dat is het moment waarop in mijn persoonlijke schrijversrangorde
Charlier definitief de ereplek innam die Alexandre Dumas tot dan toe
had bezet.
Dumas' De drie musketiers is fantastisch en zijn De graaf van Monte
Christo is een van mijn favoriete romans. Dat boek heeft werkelijk alles
wat een meesterwerk in zich moet hebben - qua verhaal dan, niet qua
stijl. Dumas' stijl is zeer leesbaar, erg aangenaam, maar niet revolutionair,
het is geen Céline. Maar zijn verhalen.... met die geweldige
personages, die hij in een volkomen geloofwaardige en meeslepende historische
context plaatst, en die fabelachtige dingen meemaken, met de ene verrassende
wending na de ander. Dat bewonder ik nog steeds enorm, echt het werk
van een groot verhalenverteller.
Bij Charlier herkende ik de flair van Dumas. Zijn verhalen ademen, er
zit leven in. Alleen werkte hij ook nog met geniale tekenaars als Giraud.
Daardoor werd het voor mij cinema op papier en was ik verkocht. Toen
ik wat ouder werd, waren er ook nog Christin en Bilal met De falangisten
van de zwarte orde, De jacht, en dergelijke. In die tijd waren zij in
het Franse taalgebied de enigen die openlijk politieke onderwerpen aansneden."
X - De overtuiging
,,Omdat De tien geboden van voor naar achteren en van achteren naar
voren te lezen is, denken sommige mensen dat de tijd het centrale thema
van de reeks is. Dat zie ik zelf anders. Naar mijn idee gaat De tien
geboden veel meer over de ongelooflijke onbetrouwbaarheid van onze indrukken.
Alle verhalen draaien daar om de een of andere manier omheen. In deel
één is dat het sterkst: daar is werkelijk alles een illusie.
Vanaf het begin zijn we op het foute spoor. Dan ontdekken we dat wat
we tot dan toe voor een objectief verhaal hielden, in werkelijkheid
totaal subjectief is. Tot aan het einde toe komt alles voort uit onjuiste
indrukken, omdat zelfs dan nog iedereen denkt dat de hoofdpersoon het
boek Nahik geschreven heeft. Zelfs wanneer de schijver uiteindelijk
een bekentenis schrijft, gelooft niemand hem en ziet iedereen het als
een geniaal postuum vervolg op Nahik. En met die illusie leeft iedereen
verder. Vreselijk. Zodra mensen van iets overtuigd zijn, is het moeilijk
ze nog van het tegendeel te overtuigen. Ze blijven vasthouden aan hun
eerste idee. Daarom is het bijvoorbeeld verschrikkelijk dat de pers
steeds vaker gretig de namen en gezichten publiceert van personen die
van een misdaad worden verdacht. Als zulke mensen dan later onschuldig
blijken te zijn, blijven zij de publieke opinie tegen zich houden. Iedereen
blijft dan denken dat hen wel iets te verwijten zal zijn. Het is het
soort verdachtmakingen waarvan dictatoriale regimes altijd dankbaar
gebruik maken. Er worden wat valse documenten getoond en het oordeel
is geveld. Het gemak waarmee mensen allerlei dingen geloven houdt niet
op me te verbazen."
Toon Dohmen
De tien geboden op een rijtje:
1 - Het manuscript (heden, tekeningen: Béhé)
"Gij zult niet doden"
2- De fatwa (heden, tekeningen: De Vita)
"Gij zult naar uw geweten blijven luisteren om daarin de stem van
God te horen"
3 - De meteoor (1958, tekeningen: Charles)
"Gij zult u geen enkel beeld van God maken"
4 - De eed (1946, tekeningen: TBC)
"Gij zult geen valse getuigenissen afleggen"
5 - De wreker (1922, tekeningen: Rocco)
te verschijnen begin 2002
6 - De ruil (1902, tekeningen: Mounier)
7 - De samenzweerders (1824, tekeningen: Gillon)
8 - Nahik (1814, tekeningen: Rollin)
9 - De papyrus van Kôm-Ombo (1798, tekeningen: Fauré)
10 - De laatste soera (632, tekeningen: Franz)
Frank Giroud
Frank Giroud wordt op 3 mei 1956 in Toulouse in een arbeidersgezin
geboren. Vader Giroud wordt geregeld geplaagd door werkloosheid en prest
zijn zoon een echt vak' te kiezen. Zelfs wanneer zoonlief op tienjarige
leeftijd na het winnen van een schrijfwedstrijd niet meer van de schrijftafel
weg te slaan is, blijven zijn ouders een bestaan als zelfstandig schrijver
afkeuren. Zodoende belandt Frank Giroud als geschiedenisdocent voor
de klas. Maar niet voor lang. Vanaf het moment dat Giroud halverwege
de jaren zeventig voor zijn studie voet zet in Parijs, probeert hij
zijn teksten gepubliceerd te krijgen. Dat lukt met vallen en opstaan,
totdat Giroud in 1985 naar een groot publiek doorbreekt met zijn stripserie
Louis la Guigne, getekend door Jean-Paul Déthory. Vanaf dat moment
komt Girouds stripmakerscarrière in een stroomversnelling. Hij
start series als Eva K. en Pieter Hoorn en werpt zich samen met Lax
op de politieke thriller. Het ibismeisje, Vergeten in Annam en Azrayen
geven Giroud een stevig profiel in Dupuis' Vrije vlucht-reeks. Momenteel
rondt de Parijzenaar de laatste delen van De tien geboden af en werkt
hij aan nieuwe delen van Mandrill en Louis Ferchot. Voor de toekomst
plant hij een nieuwe serie voor een nieuwe collectie esoterische strips
voor Glénat en heeft hij twee nieuwe miniseries à la De
tien geboden in voorbereiding. Naast het stripmaken wijdt Giroud zich
incidenteel aan het vrije vers. Bevriende muzikanten als Juliette, Léoni
Lob en Anis Trio hebben zijn chansons op het repertoire.
|
|