Pieter de Poortere over zijn Vlaamse roots

‘Boerke' was een van de opvallendste debuutalbums van 2001. De jonge Vlaming Pieter de Poortere gooide hoge ogen met de tekstloze strips in dit boek. De combinatie van soms harde grappen met een onschuldige, Dick Bruna-achtige tekenstijl vormt een duidelijk eigen handschrift. Iets waar veel striptekenaars van zijn leeftijd - De Poortere is 25 - nog naar op zoek zijn.

"Ik ben opgegroeid in een landelijke gemeente. Veel van mijn vrienden waren boer. Als kind werd ik regelmatig door koeien achterna gezeten. Ik sta als het ware met m'n wortels in de Vlaamse klei. Ik teken wat ik ken, de wereld van Boerke is me lief".

Pieter de Poortere -inmiddels woonachtig in Gent- verloochent zijn Vlaamse wortels niet. In zijn werk grijpt hij terug op de invloeden uit zijn jeugd. Zoals de schilderijen van Constant Permeke en Gustaaf van de Woestijne die hij als kind op de koektrommels van zijn grootmoeder zag staan. "Mijn huidige tekenstijl hanteer ik pas sinds mijn afstuderen aan de kunstacademie Sint Lucas, waar ik les kreeg van Ferry en Ever Meulen. Tijdens mijn studie heb ik veel tijd gehad om met mijn stijl te experimenteren en daar is dit uit gegroeid. Ik heb me laten beïnvloeden door Permeke en Van de Woestijne, Vlaamse schilders uit het eind van de negentiende eeuw die de werkende mens op het land verheerlijkten. Zij verlangden in hun werk terug naar het platteland, weg van de vervuilende industrie. Die sfeer sprak me aan: het principe van een boertje dat de wereld niet aan kan en voortdurend belaagd wordt door de boze buitenwereld. Zo is uiteindelijk Boerke ontstaan."

Het idee om tekstloze strips te gaan maken, is ook opgeborreld tijdens de jaren op Sint Lucas.

"Chris Ware was daar een ware hype onder mijn medestudenten. Onder invloed van zijn strips ben ik ook tekstloos gaan werken. En niet alleen in mijn tekst schrap ik, ook in mijn tekeningen laat ik weg wat niet nodig is. Enigszins uit luiheid misschien, maar toch vooral uit esthetisch oogpunt. Ik ben op zoek naar de meest simpele manier van weergeven."

Pieter de Poortere Hoewel Chris Ware een inspiratiebron was, zou De Poortere niet 'zo strak' als hij willen tekenen.

"Dan voel ik toch meer voor de ronde vormen van de oude Disney-tekenfilms, de Mickey Mouse van voor de tijd dat Disney gelikte, avondvullende tekenfilms begon te maken. Maar vooral ook voor de stijl van de oude Nero's en Suske en Wiske's. Ook de typisch Vlaamse sfeer die die albums uitstralen, spreekt me zeer aan. Ik pik wel eens stijlelementen van Vandersteen, of maak voor de grap eens een typische Nero-neus. Op zich zijn de tekeningen van Sleen en Vandersteen niet mooi, maar ze hebben iets amateuristisch wat ze sympathiek en levendig maakt."

Drie jaar geleden kwam De Poortere via Ever Meulen aan een baantje bij het Vlaamse weekblad Humo. Een blauwe maandag werkte hij er als lay-outer, maar gezien zijn naar eigen zeggen 'beroerde kijk op lay-out' verloor hij die baan al snel. Wel mocht hij er zijn strips blijven inleveren.
"In totaal hebben er maar zo'n tien afleveringen van Boerke ingestaan. De impact van Humo is in Vlaanderen echter zo groot, dat het figuurtje ondanks dat kleine aantal keren bij veel mensen bekend is. Dat is in mijn geval een nadeel gebleken. Nadat Humo ermee stopte, wilden andere tijdschriften het niet publiceren omdat het al te bekend was uit Humo. Wel staat het sinds kort in het Nederlandse Zone 5300."

Naast Boerke, maakte hij ook nog wat strips met tekst voor Humo: 'De zichtbare man' en 'Superboer'.

"Maar bij Humo is het zo'n beetje stil gevallen. Ik verdien mijn brood als illustrator en maak kleinere stripjes met titels als 'Cowboy Piet', 'Ridder Rudy' en 'Jaak van de zaak' als vulling voor allerlei blaadjes. Daarnaast ontwerp ik de decors van een toneelstuk, waarin de geschiedenis van een man wordt verteld aan de hand van dia's: een soort strip met tekst en muziek. Met al mijn kleine opdrachtjes erbij, kan ik het hoofd boven water houden. Maar Boerke is wat ik maak als ik de vrije hand heb en er genoeg tijd over is naast mijn commerciële opdrachten. Ik wil er dan ook absoluut mee doorgaan."

Hoewel de stripmaker tevreden is over zijn eerste album, wil hij voor het volgende deel van Boerke toch een iets andere koers varen.

"De sfeer van dit eerste boek ademt in alles het Vlaamse platteland. Alles is ernaar gestileerd; zijn huisje met tegeltjes, zijn drie koeien. Zelfs het karakter van Boerke: hij denkt eng, zegt niets, is nors, typische karaktereigenschappen van de Vlaamse keuterboer. Dat is op zich allemaal wel leuk, maar ook de onderwerpen die ik in de verhalen behandel zijn erg Vlaams, zoals de hormonenmaffia. Slechts één verhaal heeft een duidelijk niet-Vlaams onderwerp: de ondergang van de onderzeeër Koersk. Ik wil niet dat het tweede deel van Boerke een kopie wordt van het eerste. Ik wil daarom meer van die Koersk-achtige verhaaltjes maken, zonder echter de Vlaamse sfeerinvloeden kwijt te raken."

Een van die nieuwe grappen gaat over de aanslag op de WTC-torens in New York: Boerke pleegt zelfmoord door van een gebouw naast het WTC te springen vlak voordat het eerste vliegtuig zich daarin boort. Terwijl iedereen beneden in de straten zich bekommert om de slachtoffers van de aanslag, heeft niemand aandacht voor zijn wanhoopsdaad. Het is een van die typische Boerke-grappen, die vaak draaien om de eenzaamheid van de hoofdpersoon.

"Hetzelfde geldt voor mijn andere hoofdpersoon Hoerke, die eigenlijk gewoon de zelfde figuur is als Boerke maar dan in een andere situatie geplaatst. Ik teken nu eenmaal graag stil leed. Ik hou er niet van actiescènes neer te zetten. Liever leef ik me uit op een plaatje waarin Boerke in zijn eentje op een wip zit. Vraag me niet waar die drang vandaan komt. Ik ben geen eenzaam figuur of zo, ik heb een vaste relatie. Maar dit komt er altijd uit als ik boven een leeg vel papier zit. Ik kan het niet uitleggen, ik vind het gewoon plezant. De vaak schrijnende grappen staan doelbewust in contrast met de kinderlijke, ronde tekenstijl. Hierdoor worden de grappen net iets minder hard. Want hoewel ik van harde humor houd, wil ik nooit direct op de man spelen. Dat is waarschijnlijk ook typisch Vlaams."

Hans van Soest