Tobbers met relatieproblemen
Adrian Tomine maakt geen autobiografische strips

De Amerikaanse striptekenaar Adrian Tomine maakt langzame zwart-witstrips over mensen die het moeilijk hebben. Dat heeft deels te maken met een rotjeugd, maar ook omdat er volgens Tomine al te veel vrolijke verhalen met happy-ends zijn verteld.

Zes jaar geleden was Adrian Tomine (1974) ook al in Haarlem om boeken te signeren tijdens de Stripdagen, alleen had hij toen nog niet zoveel gepubliceerd. De eerste twee delen van zijn serie Optic Nerve waren verschenen en was de Amerikaan nog zo goed als onbekend. Dit jaar deed hij het festival weer aan, maar inmiddels is zijn oeuvre iets uitgebreider. Met 32 Stories, Sleepwalk and other stories en meest recentelijk Summer Blonde, laat hij zien een bijzonder gevoelige stripmaker te zijn die zijn elegante zwart-witstijl voortdurend verbetert.

Dat Tomine inmiddels een stuk populairder is geworden, blijkt uit de signeerstand waar ik hem echt weg moet sleuren achter de tekentafel. Hij heeft weinig tijd en het interview wordt gecombineerd met het eten van een pizza, samen met zijn meegereisde vriendin Wendy Hume.
Tomine moet wel een tevreden man zijn. De kleine, bebrilde twintiger heeft bereikt wat hij altijd al wilde, namelijk een professioneel en redelijk succesvol striptekenaar worden. Toch is het volgens hemzelf niet echt een bewuste keuze geweest. "Er waren eenvoudigweg geen andere carrières die me de moeite waard leken. Het enige wat ik wilde was tekenen. Kijk, als God me op mijn vijftiende de keuze had gegeven: wil je goed zijn in sporten, vriendinnen hebben en veel geld verdienen of wil je veel thuis zitten bij je moeder en stripverhalen tekenen, was het misschien allemaal anders gelopen. Maar dat is gelukkig niet gebeurd, want dan was ik uiteindelijk geen kunstenaar geworden.
Op dit moment ben ik inderdaad tevreden, maar als je er middenin zit, zoals tijdens dit festival, gaat alles heel snel aan je voorbij. In het vliegtuig denk ik weer terug aan de tijd dat ik achter een kopieermachine stond en hooguit tien exemplaren van mijn strip verkocht."
Al op de middelbare school publiceerde Tomine zijn zelfgekopieerde mini-comics. Die stuurde hij vervolgens naar Drawn & Quarterly.
"Op de eerste vier delen kreeg ik geen enkele reactie, maar uiteindelijk schreef de uitgever me een brief waarin hij keihard vertelde wat er mankeerde aan mijn strips. Ik was toen nog niet zolang bezig en iedereen gaf me voortdurend complimenten. Die brief kwam dus behoorlijk hard aan. Toen ik een paar jaar later weer wat dingen opstuurde, zei hij: 'Als je er klaar voor bent, kunnen we wat dingen publiceren'."

Luxaflex

Na middelbare school studeerde Tomine Engelse letterkunde aan Berkeley. In eerste instantie koos hij zoals zoveel tekenaars voor de kunstrichting.
"De omgeving en de sfeer op die kunstopleiding bevielen me helemaal niet. Ik wilde daar zo snel mogelijk weg. Bovendien is 'artschool' inmiddels zo ontzettend duur geworden, dat het niet meer de moeite waard is. Het is zo'n grote investering dat je het bijna niet meer kunt terugverdienen. De studie Engels heb ik wel afgemaakt. Ik heb gemerkt dat belezenheid een groot voordeel is als je zelf verhalen wilt schrijven. Er zijn weinig schrijvers waarvan ik kan zeggen dat ze me nu het meest hebben beïnvloed. Mensen zeggen vaak dat ze Raymond Carver herkennen en dat vind ik inderdaad een goede schrijver. Maar ik word beïnvloed door alles wat ik zie of lees. Zelfs films die ik slecht vind, leren me hoe ik het niet moet doen. Een regisseur die ik heel goed vind is Woody Allen. Met name de films die hij in de jaren zeventig maakte, zoals Manhatten en Husbands and wives vind ik goed. Tegenwoordig probeert hij zijn publiek te veel te plezieren en gaat hij voor de lach."
De korte verhalen van Tomines hand zijn realistisch en de eenzame personages hebben moeite te genieten van het leven. Ze zitten veel thuis, hebben moeite met relaties en op het werk loopt het zelden lekker. Het lukt ze niet uit die beklemmende wereld los te breken. Zoals in het dramatische titelverhaal van de nieuwste bundel Summer Blonde.
Hierin krijgt uismus Neil een nieuwe buurman, Carlo, die in alles het tegenovergestelde is van hemzelf. Carlo speelt in een rockband, doet aan fitness en versiert vrouwen aan de lopende band. De gebogen lopende Neil verdient zijn geld door voor een huis-aan-huisblad de seksadvertenties vorm te geven en is wanhopig verliefd op een blondine die in een boekwinkel werkt. Het enige contact met haar is de dagelijkse aankoop van een verjaardagskaart, die vervolgens met envelop en al in een lade verdwijnt. Spiedend door de luxaflex ziet de gefrustreerde Neil hoe Carlo met zijn blondine vrijt. De kansloze en onsympathieke Neil verandert in een stalker. Summer Blonde is net als veel van Tomines werk geen aangenaam verhaal en laat je als lezer met een rotgevoel achter.
"Ik ben geen creatieve schrijver die achter zijn bureau gaat zitten en alles verzint. Het moet ergens vandaan komen dus gebruik ik eigen ervaringen of dingen die ik in mijn omgeving zie. In mijn eerdere werk, de mini-comics, tekende ik mezelf nog als hoofdpersonage, maar vreemd genoeg zijn die verhalen minder persoonlijk dan de latere. Omdat ik nu voor andere personages kies, durf ik meer van mezelf te laten zien.
Net als bijna alle striptekenaars beschouw ik mezelf als een toeschouwer. Achterover leunen, de boel bekijken en 'aantekeningen maken in mijn geheugen'. Als ik tijdens het schrijven opeens vastzit, komt er uit mijn onderbewuste altijd wel weer iets boven drijven van een paar jaar geleden wat ik opeens kan gebruiken."

Cruiseschip

Sommige verhalen kennen geen einde, maar houden vlak voor een mogelijke ontknoping op. Waarom is dat?
"Dat ik volledig afgeronde verhalen schrijf, die ik dan vervolgens afbreek om de lezers te pesten, is een misvatting. Het is een stilistische keuze omdat ik liever heb dat de lezer over het verhaal blijft nadenken."
En als een einde kent, is dat zelden vrolijk.
"Ik heb niet meer problemen dan andere mensen, het is gewoon zo dat ik in een context werk van alles wat voor me is gedaan. Als er niet zoveel films waren geweest met een happy end, zou het niet zo'n cliché zijn en zou ik het gebruiken."
Waarom zijn je verhalen dan zo somber?
"Dat is mijn persoonlijke voorkeur, zo kijk ik tegen de wereld aan. Het zou bovendien bijzonder moeilijk zijn een verhaal te schrijven over een mooie jongen met een fantastische relatie en een goede baan."
Met name op het persoonlijke vlak loopt het niet lekker met Tomines protagonisten. Ze worden verliefd op de verkeerde, kunnen zich maar niet over een verloren liefde heenzetten of maken ruzie met hun partner. Het is een enigszins pijnlijke vraag omdat Tomines vriendin ook aan tafel zit, maar hoeveel van die relationele rompslomp is uit de werkelijkheid gegrepen?
Wendy neemt dit keer het woord: "Hij gebruikt vooral zaken uit andere relaties en als ik mezelf ergens in herken, is het altijd complimenteus. Bovendien wordt alles in zijn strips zo door elkaar gehusseld dat het nauwelijks nog iets met de realiteit te maken heeft."
Enig tijd geleden werd Tomine door de stichting Making Waves gevraagd om voor het goede doel samen met een aantal andere tekenaars, hun vrouwen en veel stripfans gevraagd een paar dagen op een cruiseschip te gaan varen. Hoe was die ervaring?
Tomine: "Het was vreselijk; een afschuwelijk, mislukt experiment. Er was geen uitweg. Zo moesten we steeds samen eten met fans en kon je elk moment gevraagd worden om een tekening. Dan zit je een potje te kaarten met wat collega's, komt er ineens weer iemand tevoorschijn met een camera."
Ook Wendy was erbij en zij werd later, samen met nog wat 'vrouwen van' geïnterviewd door The comics journal. Wendy: "Het was erg vreemd. Ik voelde me vereerd dat ik werd geïnterviewd, maar ze wilden natuurlijk vooral allerlei geheimen horen. Ik heb weinig losgelaten. (Lachend) We zijn tenslotte niet getrouwd en we kunnen er elk moment een punt achter zetten."

Kleine vissenkom

In de toekomst wil Tomine zich richten op langere verhalen. "Ik werk nu aan een verhaal van tussen de 100 en 150 pagina's. Tot nu toe had ik het gevoel dat ik er nog niet klaar voor was. Misschien is dat nog steeds zo, maar ik wil wel eens een poging wagen. Het is al helemaal uitgewerkt en het wijkt niet dramatisch af van wat ik tot nu heb gedaan. Het zal dus niet over cowboys of superhelden gaan.
Ik probeer wel een eenvoudiger stijl te gebruiken. Ik merk dat ik teveel aandacht besteed aan allerlei details en te perfectionistisch ben, waardoor ik te langzaam werk. Volgens mij lezen mensen snel over onvolkomenheden heen. Bovendien is het belangrijker dat je goed communiceert met een lezer dan dat een lijntje ergens niet helemaal perfect staat."
Tomines fraaie zwart-witstrips worden door critici veel geprezen, omdat ze een materie behandelen (twintigers met relatieproblemen) die niet zo vaak aan bod komt in stripverhalen. Maar hoe staat het eigenlijk met de verkoop van zijn ietwat tobberige strips?
"De markt voor dit soort serieuze verhalen is inderdaad klein. Zelfs als je populair bent, zoals bijvoorbeeld Daniel Clowes, blijf je een grote vis in een kleine kom. De eerste druk van Summer Blonde is rond de 20.000 exemplaren."
Er wordt wel eens gesuggereerd dat serieuze auteurs zoals Seth, Chester Brown, Chris Ware en jijzelf het Amerikaanse strippubliek vervreemden van het medium door te veel navelstaarderij.
"Dat ben ik niet met je eens. Er is in de Verenigde Staten een sociaal stigma over strips dat je ze na een bepaalde leeftijd niet meer zou mogen lezen. Dat ligt niet aan auteurs die serieuze strips maken; na een bepaalde leeftijd stoppen veel mensen gewoon met het lezen van strips. De enthousiaste recensies in The comics journal kunnen daar niets aan veranderen. Zo gek veel mensen lezen dat blad ook weer niet en de mensen die het lezen, kennen je werk vaak al. Het is veel belangrijker om een recensie in bijvoorbeeld The New Yorker te krijgen, of zelfs in een lokale krant. Dan denken mensen die het nog niet kenden misschien: 'hé, laat ik dat eens proberen'."

Gerard Zeegers