Igort: Zeggingskracht boven schoonheid

De strips van de Italiaan Igort zijn vrijwel overal in de wereld vertaald. Na twintig jaar kan ook het Nederlandstalig strippubliek kennis maken met zijn werk, nu onlangs 5 is het perfecte getal is verschenen.

Igor Tuverni (zoals Igort eigenlijk heet) zoekt al zijn hele loopbaan de grenzen op van zijn kunnen. Niet alleen experimenteert hij met de striptaal en de vorm, ook met de manier waarop hij werkt. ,,Toen ik jonger was, ging ik zelfs zo ver dat ik mezelf dwong asymmetrisch te werken door met mijn linkerhand te tekenen. De linkerhelft van mijn lichaam is nu eenmaal anders dan de rechter en staat daardoor anders in de werkelijkheid. Ik vroeg me af of dat ook leidde tot een andere manier om de werkelijkheid weer te geven.’’
Deze uitspraak is typerend voor de manier waarop Igort tegen zijn vak aankijkt. ,,Ik ben nu 44 en heb mijn keuzes gemaakt. Ik wil me niet onderwerpen aan de wetten van een genre, zoals die gelden binnen manga of superheldenstrips. Alhoewel ik wel werk voor commerciële uitgevers. Ik wil experimenteren met beeldtaal. Er is nog zoveel te ontdekken, ondanks alle strips die al gemaakt zijn.’’
Typerend is ook dat hij Berni Wrightson hoger aanslaat dan Michelangelo. ,,Sommige tekenaars zijn virtuozen, geweldige tekenaars die alles kunnen weergeven wat de scenarist ze voorschrijft. Anderen zijn minder begaafd. Een naïef kunstenaar als Loustal is bijvoorbeeld beperkt in zijn kunnen. Maar daardoor is hij wel gedwongen te investeren in de expressie van zijn tekeningen. Omdat hij niet alles kan weergeven, moet hij dingen op een andere manier uitdrukken. Daarmee is hij een voorbeeld van een goed stripmaker. Hij is niet alleen maar de tekenaar van een verhaal, hij is de verteller.’’

Igort is geboren in Cagliari (Sardinië) in 1958 en werkte als illustrator voor bladen als Vanity en Métal Hurlant. ,,Begin jaren 80 ben ik begonnen met het maken van strips voor de Franse markt. Mijn werk is in zeven talen vertaald, waaronder het Japans. Ik heb altijd lange strips gemaakt. Mijn eerste album uit 1981 telde 90 pagina’s, het dubbele van het gewoonlijke aantal pagina’s van een stripboek in Frankrijk.’’
5 is het perfecte getal is ook een lang verhaal: 176 pagina’s. Het gaat over een oude gangster die zijn einde voelt naderen. Na de dood van zijn zoon leeft hij weer op om wraak te nemen. ,,Hij stapt als het ware over zijn eigen einde heen en begint een nieuw bestaan. Door de dood herontdekt hij het leven. Ik 1994 begon ik aan dit verhaal, na een arbeidsintensief project voor de Japanse markt wilde ik weer iets ‘Europees’ doen.’’
Daarbij maakte hij wel gebruik van de ervaring die hij opdeed met zijn Japanse opdrachten. ,,In Japan heb ik veel geleerd van het gebruik van stilte dat in manga wordt toegepast. Die stiltesequenties zijn heel expressief. Die wilde ik ook graag in mijn andere strips toepassen. Het verhaal krijgt meer diepgang als je de handelingen van de personages niet afdoet in één plaatje, maar uitsmeert over meerdere. Bijvoorbeeld een autorit. Muñoz, die ook voor de Japanse markt werkt, vertelde me eens dat hij die techniek niet toepaste in zijn strips voor de westerse markt. Volgens hem wordt het hier beschouwd als papierverspilling. In het oosten werkt het precies omgekeerd, zij willen juist dat de auteur er veelvuldig gebruik van maakt. Door mijn manga’s heb ik me die verteltechniek eigen gemaakt.’’

Lichtvoetig
Igorts strips zijn vaak een mengeling van ironie en tragedie. ,,Dat is waarschijnlijk mijn Italiaanse achtergrond. In de Italiaanse cultuurgeschiedenis kom je dat in alle facetten tegen, van Fellini en Rosselini tot aan de commedia dell’arte. Altijd is het zowel zwaar als lichtvoetig tegelijk. In 5 is het perfecte getal heb ik geprobeerd de typische, groteske sfeer van Napels te vangen. Napels is een vreemde stad, waarschijnlijk de minst Amerikaanse stad van Italië. Mensen spreken hun eigen taal, kijken hun eigen televisie, hebben hun eigen regels, een stad buiten de staat.
De stad staat symbool voor de manier waarop de hoofdpersoon in het leven staat. Hij is een beroepsmoordenaar, geen big boss. Hij probeert een normaal leven te leiden in een wereld waar de dood bijna normaal is. Ik wilde geen Charles Bronson of Clint Eastwood als hoofdpersoon, maar een anti-held: niet iemand met wie je je identificeert, maar met wie je medelijden krijgt. Voor de grap heb ik hem wel de neus meegegeven van Dick Tracey, maar hij is meer dan alleen een onverslaanbare held. Hij is iemand die veel fout heeft gedaan in zijn leven. Ik voer hem op aan het eind van zijn leven. Hij ontmoet een nieuwe liefde, is gedwongen Napels te verlaten en voor het eerst in zijn leven reist hij. Dit nieuwe leven in een andere omgeving, geeft hem de vrijheid anders tegen zijn verleden aan te kijken en tegen de dingen die hij destijds als normaal beschouwde.’’

Veelvraat
Igort is een veelvraat. Alles wat hij leest, ziet of meemaakt slaat hij op. Uit al die indrukken en ervaringen vormen zich in zijn hoofd nieuwe verhalen. ,,Het is niet zo dat ik een idee krijg en daar iets omheen verzin. Mijn verhalen ontstaan meer als geheel, inclusief personages. Gevolg is dat ik continu in een staat van waakzaamheid verkeer, bij wat ik ook meemaak of tot me neem. Voortdurend ben ik in mijn achterhoofd bezig met mijn zelf gecreëerde universum.’’
Vragen naar zijn invloeden is onbegonnen werk. Filmregisseurs, acteurs, musici, collega-tekenaars, schrijvers, de lijst is schier eindeloos. 5 is het perfecte getal is opgedragen aan de schrijver Georges Simenon en George Herriman, de schepper van Krazy Kat. ,,Simenon bewonder ik omdat hij in zijn detectives het alledaagse menselijke aspect introduceerde’’, vertelt hij. ,,Aan Herriman heb ik een eerbetoon willen geven door de personages in het album te laten dromen over gekke dieren in de stijl van tekenfilmpjes uit de jaren dertig.’’
Igort voelt zich verwant met collega-stripmakers als Jacques de Loustal, Daniel Clowes en Chris Ware. ,,Auteurs die experimenteren met een andere manier van vertellen. Ik was destijds lid van de Valvoline-groep, waartoe ook Lorenzo Mattotti en Charles Burns behoorden. Wij traden in de voetsporen van avantgardisten als José Muñoz, Joost Swarte en Art Spiegelman. Valvoline wilde een nieuwe striptaal ontwikkelen, we lieten ons inspireren door beeldende kunst en muziek. Maar ik, Mattotti en Giorgio Carpinteri hadden een strakke regel: zes plaatjes per pagina. Dat was ons antwoord op Métal Hurlant met zijn ‘exploding pages’. Dus grafische revolutie, maar wel in dienst van het verhaal. De huidige generatie doet dat ook. Iemand als Clowes laat zich inspireren door de strips uit de jaren vijftig en presenteert iets nieuws, zoals Chaland dat begin jaren tachtig ook deed. Iets vergelijkbaars doen Seth, Adrian Tomine en Chris Ware. Ook zij ontlenen hun inspiratie aan dingen die voorhanden zijn uit het verleden. Dat zijn onze overeenkomsten. En ook zij werken ondanks de grafische vernieuwing wel binnen het concept van een strak ingedeeld stripverhaal.’’

Cultuur
In de jaren tachtig verhuisde Igort naar Frankrijk. ,,Ik heb dat destijds gedaan om afstand te nemen van mijn Italiaanse wortels en omdat Frankrijk een rijkere stripcultuur kent. Ik begon in mijn undergroundstrips te experimenteren met steunkleur. Undergroundstrips zijn meestal zwart-wit, omdat ze goedkoop gemaakt moeten worden. Binnen de Valvoline-groep probeerden we onze strips iets meer cachet te geven. Dat pakte echter verkeerd uit. De Europese striplezer is nu eenmaal kleurenstrips gewend: een steunkleur oogt daardoor altijd als iets armoedigs, niet als een verrijking. Overigens is dat in Amerika precies andersom. De Amerikaanse stripcultuur is veel meer een krantenstripcultuur, de lezer is meer gewend aan zwart-wit. Steunkleur is daar juist vaak een extraatje.’’
Behalve met zijn strips hield Igort zich ook bezig met het oprichten van stripbladen als Fuego, Cake life en Black. ,,De laatste jaren is er steeds meer onderlinge beïnvloeding tussen de Europese stripcultuur en de Amerikaanse. Zo ontstaat er langzamerhand een universele striptaal. Vroeger werkten striptekenaars geïsoleerder. Door e-mail is onderling contact echter veel makkelijker geworden. Ook Valvoline was nog een aparte groep. Nu ontstaat er langzamerhand een mondiale gemeenschap van stripmakers. Ik laat David B. mijn werk lezen voordat het gedrukt wordt, of Mattotti wijst Baru op een fout. Die uitwisseling van kennis tilt de strip op een hoger plan.’’

Pieter van Oudheusden en Hans van Soest

 

 
 

meer in ZozoLala 129