Achter de coulissen bij Sabels en galjoenen

Sabels en Galjoenen is een van de verrassendste series van dit moment. Met Jan zonder maan is onlangs het vijfde deel verschenen. In Sabels en Galjoenen spelen een pratende wolf, vos en konijn de hoofdrol naast 'gewone' mensen. De auteurs Alain Ayroles (scenario) en Jean-Luc Masbou (tekeningen) mengen humor en avontuur tot een ouderwetse schelmenroman. Daarbij hebben zij zich laten inspireren door het Franse en Italiaanse volkstoneel van de zeventiende eeuw.

De openingsscène uit het eerste deel van Sabels en Galjoenen (Het geheim van de janitsaar) begint met een ode aan twee grote, Franse (toneel)schrijvers: Jean-Baptiste Poquelin (beter bekend als Molière) en Jean de la Fontaine. De strip opent met een scène uit Molière’s toneelstuk Fourberies de Scapin, waar de knecht Plezant naar staat te kijken. Hij laat zich door het stuk inspireren om zijn meester, de vrek Cenile, een poot uit te draaien.
Even verderop staan de hoofdpersonen van de serie, de wolf Don Lope de Villalobos y Sangrin en de vos Armand Raynal van Maupertuis* naar een uitvoering te kijken van Jean de la Fontaine’s fabel De wolf en het lam. Zich ergerend aan de manier waarop De la Fontaine spot met wolven en vossen in zijn fabels, lopen zij weg, stuiten op Cenile en worden zo betrokken bij de list die Plezant en Cenile’s zoon Andreo hebben bedacht om snel rijk te worden. Het is het begin van een reeks doldwaze verwikkelingen waarin de hoofdpersonen onder andere een schatkaart vinden, moeten ontsnappen van de galeien en gevangen worden genomen door piraten. Kortom: ze doorlopen alle clichés van de standaard schelmenroman. Ayroles speelt graag met de wetten van het genre.
De keuze voor de openingsscène met een fragment uit Fourberies de Scapin is niet toevallig. Het is een van de beroemdste kluchten van Molière, waarin hij die de traditie van het middeleeuwse volkstoneel en de Commedia dell'Arte voortzette. Commedia dell'Arte is de gebruikelijke naam voor het Italiaanse geïmproviseerde volkstoneel van de 16e en 17e eeuw. Zo’n stuk stond alleen in hoofdlijnen op papier, de rest werd door de acteurs ter plekke op het toneel verzonnen. De stukken waren een bont allegaartje van schilderachtige figuren, en stonden bol van romantiek, intrige, scabreuze grappen, vingervlugge behendigheid en veel visuele grappen.
Voor Sabels en Galjoenen werkt Ayroles op de zelfde improviserende manier. ,,Bij mijn strip Garulfo (die vanaf komend najaar in zijn geheel in het Nederlands zal worden vertaald door uitgeverij Arboris, red.) weet ik heel precies wat er op alle volgende pagina’s van het verhaal moet gebeuren. Het synopsis van mijn scenario is erg lang’’, vertelt hij. ,,Bij Sabels en galjoenen werk ik volgens een veel minder vast stramien. Voor het merendeel van het eerste deel had ik een uitgewerkt synopsis gemaakt. Daarna ben ik gaan improviseren. Aan het eind van het vierde deel had ik me zo inmiddels behoorlijk in de nesten gewerkt. Ik zat in een fuik. Het is geweldig leuk om improviserend te werk te gaan en gewoon maar op te schrijven wat je invalt, maar er zitten enorme risico’s aan. Ik was echt bang dat ik er geen fatsoenlijk einde meer aan kon breien. In de toekomst zal ik toch meer van tevoren plannen.’’
In de Commedia dell’Arte komen vaak de zelfde stereotiepe personages terug: de verstrooide geleerde Dottore, de Venetiaanse koopman en vrek Pantalone, de sluwe knecht Scapin of Brighella die zijn meester te slim af wil zijn, de domme knecht Arlecchino (in het Nederlands bekend als Harlekijn) en de geraffineerde vrouw Colombina. Al deze vaste personages uit het Italiaanse volkstoneel zijn onder andere namen terug te vinden in Sabels en Galjoenen. Behalve de al eerder genoemde Plezant en Cenile, zijn dat bijvoorbeeld de geleerde Bombastus en de zigeunerin Hermine.
In het vierde deel van de serie (Het geheimzinnige eiland) worden de personages ook daadwerkelijk gedwongen om een Commedia dell’Arte-voorstelling te geven voor het maanvolk dat hen gevangen heeft genomen. Ayroles: ,,In die scène werden mijn personages in de zelfde situatie geplaatst als ik me toen bevond. Ze moesten zich al improviserend zien te redden met een vage schets van wat er moest gebeuren. Ik heb echt in de piepzak gezeten!’’

Rollenspel
Sabels en galjoenen is ontstaan uit een rollenspel dat Ayroles en Masbou samen speelden met hun vriend Jean-Yves Gaubert, getiteld Contes et racontars. De personages van de wolf, de vos en het konijn (en overigens ook die van de kikker Garulfo die Ayroles voor een andere strip gebruikte) komen uit dit spel. Gaubert is eveneens schrijver en bedacht onder andere enkele situaties die zich in de volgende delen zullen afspelen wanneer de hoofdpersonen hun reis naar de maan hebben voltooid.
Alain Ayroles (1968) studeerde van 1986 tot 1990 aan de plaatselijke kunstacademie van Angoulême. Daar raakt hij bevriend met medestudent Jean-Luc Masbou (1963). Ze delen de zelfde voorliefde voor sprookjes en houden ervan om gezamenlijk hun ongebreidelde fantasie de vrije loop te laten. Ook Bruno Maïorana, de tekenaar van Garulfo, zit op dat moment bij hen op school. Na hun studietijd gaan ze aanvankelijk alledrie voor tekenfilmstudio’s werken.
,,Uiteindelijk ben ik min of meer per ongeluk scenarist geworden’’, vertelt Ayroles. ,,Ik tekende en schreef mijn strips uit die tijd helemaal zelf. Garulfo had ik eerst zelf willen tekenen, maar mijn tekeningen waren toen nog niet goed genoeg. Op dat moment was Maïorana op zoek naar een scenarist die iets voor hem wilde schrijven. Ik heb Garulfo toen aan hem gegeven. Sabels en galjoenen heb ik echt voor Masbou geschreven. Maar ik wil nog steeds graag zelf tekenen. Momenteel werk ik weer aan een eigen strip, getiteld L'âge des chiens.’’
Ayroles laat zijn tekenaars weinig ruimte om zelf met het scenario aan de haal te gaan. ,,Ik werk op vrijwel de zelfde manier voor hen beiden: ze krijgen een heel nauwgezette pagina-indeling van mij waar ze niet van mogen afwijken. Ik ben een echte tiran! Dat is ook nodig, omdat beide series veel visuele grappen hebben. Bij een realistisch verhaal of een drama, kun je de tekenaar meer vrijheid gunnen om zelf dingen toe te voegen aan het scenario of af te wijken van de pagina-indeling. Bij burleske scenario’s zoals ik die schrijf, komt het echter op de finesses aan. En blijkbaar is Masbou het daarmee eens, want hij doet precies hetzelfde met de tekenaar David Cerqueira van de strip L’ombre de l’échafaud waarvoor hij het scenario schrijft. Misschien wil hij zich wreken. (lacht)’’
Wreken doet Masbou zich in ieder geval op Ayroles. ,,Ik ga over de inkleuring,’’ aldus de tekenaar. ,,Als hij het eindresultaat ziet, schrikt hij soms: ‘Je hebt dat violet gemaakt’, zegt hij dan. Grijnzend antwoord ik hem dan dat hij geen keuze heeft.’’

Waar Ayroles zich voor Garulfo liet inspireren door de films van Terry Gilliam, daar haalde hij zijn ideeën voor Sabels en galjoenen uit oudere bronnen. Behalve van de Commedia dell’Arte en Molière zijn er ook invloeden in de strip terug te vinden van Alexandre Dumas (De drie musketiers en De graaf van Monte Christo) en van het Franse, middeleeuwse boek Le roman de Renart (waar het bij ons bekende Van den vos Reinaerde deels uit afkomstig is). ,,Toen ik het idee had voor de serie, begon ik bij de uitwerking ervan steeds meer documentatie te zoeken over de 17de eeuw waarin zich het verhaal afspeelt. Ik ontdekte het toneel, de Commedia dell’Arte en de klassieke drama’s van Racine. Sabels en galjoenen is door die invloeden een gemoedelijkere strip geworden dan Garulfo. Daar kunnen tragische dingen in gebeuren, in Sabels en galjoenen niet. Dat is veel vrolijker.’’

Theatraal
Het thema theater komt voortdurend terug in de serie. Behalve de verwijzingen naar bestaande toneelstukken en de Commedia dell’Arte laten de auteurs de personages op een theatrale manier acteren en figureren ze in decors die zo kunnen worden teruggevonden in willekeurig welk toneelstuk of opera.
,,Ik speel graag met clichés’’, zegt Ayroles. ,,Veel dialogen in de strip staan er bol van, ze zijn vaak hoogdravend. Op die manier wil ik het theatrale aspect benadrukken. Het is niet echt de bedoeling om bestaande theaterstukken te parodiëren, het moet meer zo zijn dat situaties of dialogen in Sabels en galjoenen herkenning oproepen bij de lezer. Het is leuk om daarmee te spelen.’’
Ook de keus om dieren te gebruiken als hoofdpersonen is een cliché, geeft Ayroles grif toe. ,,Jean de la Fontaine gebruikte dieren in plaats van mensen om zijn personages zo beter te kunnen typeren. De meeste dieren worden nu eenmaal stereotiepe karaktereigenschappen toegedicht. Dat principe heb ik ook gebruikt. Mijn wolf en mijn vos zijn boven alles sterk en sluw. Maar ik vind het ook leuk om met de clichés te spelen en hun karakters meer uit te diepen. Ze zijn allebei verfijnde heren, maar in principe blijven het stereotiepe personages. Als Sabels en galjoenen zou worden uitgevoerd als een toneelstuk, zouden hun rollen net als bij de rest van de personages uit de Commedia dell’Arte moeiteloos gespeeld kunnen worden door acteurs met een half masker op.’’
Ook het personage van het konijn Eusebio is ontstaan door met de clichés te spelen. ,,Wat is er onschuldiger dan een konijn?’’, licht Jean-Luc Masbou de keuze toe. ,,Toch zit hij in het eerste deel tussen de zware criminelen gevangen als galeislaaf. Dat is de hele grap van zijn personage. Voor de rest dient hij vooral als aangever. Het hele idee om dieren te gebruiken is toch min of meer per ongeluk ontstaan. Voor het rollenspel dat Ayroles en ik speelden, zochten we kleurrijke avonturiers. Zo ontstonden de karakters van de wolf en de vos.’’
Voor de vormgeving van Sabels en galjoenen kan Masbou rijkelijk putten uit zijn geheugen. ,,Als kind was ik dol op piratenfilms. In die tijd werden er veel van dergelijke avonturenfilms gemaakt in Frankrijk, zoals Scaramouche. Vaak werd de slechterik gespeeld door de acteur Guy Delorme. Hij stond model voor de figuur Mendosa in de strip.’’
Masbou herinnert zich dat het prille begin van Sabels en galjoenen niet meer was dan een idee van Ayroles over een zoektocht naar een schat die moest beginnen in Venetië. ,,Er werden elementen bijgehaald uit het rollenspel dat we vaak speelden en ik ben aan de slag gegaan. Nadat ik de eerste drie pagina’s had getekend, zijn we ermee naar uitgeverij Delcourt gestapt. Die wilde de strip onmiddellijk hebben.’’
Dat door Ayroles’ manier van werken de serie langer is geworden dan de van tevoren afgesproken vijf delen, vindt de uitgever niet erg. ,,Inmiddels weet ik hoe het verhaal moet aflopen’’, zegt de scenarist. ,,Maar ik heb nog geen idee hoeveel albums ik nodig heb om daar te komen.’’
Hans van Soest

* Maupertuis is een verwijzing naar het kasteel Malpertuis van de vos Reinaerde uit het gelijknamige, beroemde middeleeuwse dierdicht, waarschijnlijk geschreven door een monnik luisterend naar de naam ’Willem die Madoc maakte’ (Ayroles draagt het eerste deel van Sabels en Galjoenen onder andere aan hem op).

Bronnen: De interviewcitaten uit dit artikelen zijn ontleend aan eerdere interviews. Alain Ayroles werd geïnterviewd voor www.bdselection.com. Jean-Luc Masbou werd ondervraagd voor www.dragon-bd.com. Wie meer informatie wil over Sabels en Galjoenen kan terecht op de Franse fansite http://decape.free.fr

 
 

meer in ZozoLala 131