Acacialaan: Floris de Smedt

Floris de Smedt is een van de jongere bewoners van de Acacialaan. Vijfentwintig lentes telt hij en zijn stripproduktie is tot nog toe niet al te groot. Wel viel de kwaliteit van zijn werk meteen op, getuige de diversiteit aan bladen waar het tot nu toe in heeft gestaan: Ink, Zone 5300, Myx, Demo en binnenkort Spirou.

De Smedts eerste experimenten op stripgebied gaan terug tot zijn veertiende jaar. Echt serieus werd zijn ambitie pas toen hij in 2000 op de stripafdeling van de Brusselse academie Sint Lukas verzeild raakte, waar hij les kreeg van Johan de Moor en Nix. ,,Ik heb niet echt grote voorbeelden op stripgebied,'' vertelt hij. ,,Veel van wat ik lees, ligt mijlenver van wat ik zelf maak. Ik heb op Sint Lukas voor mijn twee jaar beeldverhaal vier jaar animatie gestudeerd. Ik denk dat ik nog steeds meer beïnvloed wordt door de animatiefilm dan door de strip. Toch spreekt strip mij nu meer aan dan animatiefilm: het is individueler en beter haalbaar. Ik kan me meer toeleggen op verhaaltjes, en verspil geen tijd aan 25 keer het zelfde mannetje tekenen, zoals dat bij animatie het geval is.''
Nagenoeg alle oprichters van het blad Ink komen van de stripafdeling van Sint Lukas. ,,De Ink-generatie zat een of twee jaartjes hoger dan ikzelf. Olivier Schrauwen, Guido Devadder, Gilles Vranckx, Conz. Johan Stuyck, de uitgever, geeft er ook les. Op een dag vroeg hij me een stripje voor het blad te maken.''
Inmiddels heeft De Smedt de voordelen van strip boven zijn oorspronkelijke liefde leren kennen. ,,Strip is een uitstekend medium als je een verhaal in je eentje of met z'n tweeën wilt maken. Het maken van animatiefilm is onpersoonlijker, doordat je het met veel meer mensen samen doet. En je hoeft geen rekening te houden met budgettaire beperkingen, wat bij film altijd een probleem is. Animaties hebben ook altijd de zelfde beeldproportie: die van het scherm. Bij strip kun je meer spelen met de grootte van de plaatjes en sommige prentjes veel verder uitwerken dan andere. De lezer kan dan zelf beslissen of hij de tijd neemt om alle details in de achtergrond te bekijken. Het feit dat strip geen dwingend tijdsverloop kent, is zowel een voor- als een nadeel voor de maker.''
Sinds zijn afstuderen werkt de jonge tekenaar een paar dagen in de week deeltijds bij een bedrijfje dat schooltijdschriften maakt en ontwerpt hij websites. Daarnaast werkt De Smedt voor een lokaal blad in zijn woonplaats Brussel (Groot-Bijgaarden), de Randkrant. Hij maakt cartoons en een stripje over Randman, een held die door de overheid wordt ingehuurd om allerlei problemen op te knappen in de rand rond Brussel. Probleem is dat Randman er niets van bakt. De Smedts belangrijkste creatie is echter De professor, een strip waarvan hij op termijn een album wil maken.
,,De professor komt voort uit een animatiefilm die ik ooit gemaakt heb met een klasgenoot. Die film bestond uit een combinatie van poppen- en klei-animatie, 3D-animatie en live action-beelden. Een van de personages was de professor, die met een grote robot de stad redde van een buitenaards monster. De kwaliteit was erbarmelijk. Maar ik heb me kostelijk geamuseerd.''
Zijn leraar Nix stimuleerde hem door te gaan met De professor. ,,Hij heeft me geholpen met mijn eerste scenario voor de strip. Zelf heb ik daar nogal moeite mee. Ik heb tijdens mijn studie stage bij Nix gelopen. Ik heb toen onder andere aan zijn website gewerkt en meegewerkt aan animatiefilmpjes voor een gameprogramma genaamd shrimptv op de Vlaamse zender TMF. In zijn eindeloze goedheid mag ik nu ook bij hem gaan werken. Dat wil zeggen: ik werk soms bij hem aan mijn eigen strips, en af en toe geeft hij mij wat advies in de stijl van: die inktlijnen zijn te dik, dat kadertje is te klein...''
Na een enthousiaste start zijn de ambities voor het De professor-album inmiddels naar beneden bijgesteld. ,,Ik wil eerst wat meer ervaring opdoen,'' zegt De Smedt. ,,En wat meer korte verhaaltjes maken.''
Het liefst zou hij alles in eigen hand houden, maar dat lukt nog niet helemaal. ,,Ik werk het basisverhaal liefst zelf uit, maar daar heb ik nogal wat moeite mee. Met Nix is het leuk om in dialoog een scenario verder en verder te laten evolueren. Hij behoudt veel beter het overzicht. Het is niet makkelijk een verhaaltje goed in elkaar te steken, zodat het begrijpelijk wordt voor de lezers. Ik vergeet soms elementaire dingen over te dragen. En het verhaal is nu eenmaal belangrijker dan de tekeningen.''
Zijn liefde voor animatie is nog niet bekoeld. Ooit zou hij graag een tekenfilm van De professor maken. ,,Een goede tekenfilm hoeft niet ontzettend knap geanimeerd te zijn. Vaak is het veel grappiger als iets zeer goedkoop met weinig tussenframes geanimeerd is, zoals The Simpsons. Timing is daarbij ontzettend belangrijk, iets waar ik eerlijk gezegd niet zo goed in ben. Maar de personages worden meestal pas echt gemaakt door hun stemmen. Daardoor worden ze herkenbaar en grappig. Dat is een element dat ik mis in strip.''
Hans van Soest

Wie meer wil zien van Floris de Smedt, zie: www.mrfart.be

 
 

meer in ZozoLala 134