De killer: jagende alligators en skeletten in een stoel

Op stripgebied was het een van de grootste sensaties van de afgelopen jaren in Frankrijk: Le tueur - in het Nederlands vertaald als De killer. De serie over het leven van een huurmoordenaar was niet alleen een groot commercieel succes, maar ook artistiek. Divere prijzen wonnen de auteurs ermee. Onlangs verscheen het afsluitende, vijfde deel.

‘’Het verhaal wordt grotendeels verteld in de vorm van een monoloog van de hoofdpersoon, de huurmoordenaar. Op die manier krijgt de lezer de kans in zijn huid te kruipen en zich met hem te identificeren doordat je deelgenoot wordt van zijn beperkingen, zijn tegenstrijdigheden en zijn falen. Ik denk dat dat de reden is waarom deze strip zich onderscheidt van andere,'' verklaart tekenaar Luc Jacamon het succes van de serie.
De killer gaat over een anonieme huurmoordenaar. Gaandeweg de reeks komt de lezer iets te weten over zijn verleden en hoe hij dit vak is ingerold, maar veel persoonlijke informatie levert dit niet op. Zo wordt de naam van de hoofdpersoon nergens genoemd. Gevoelloos en cynisch observeert de killer zijn slachtoffer. Hij noemt zichzelf een professional. Hij is een eenling, die zonder wroeging nauwgezet zijn werk doet.
Als hij genoeg geld heeft om zich van niemand meer wat te hoeven aantrekken, wil hij stoppen met zijn werk, geen onnodige risico's meer lopen. Maar dan ontdekt hij dat de politie hem al enige tijd op het spoor is. Tegelijkertijd dwingt een Colombiaans drugskartel hem voor hen te gaan werken als compensatie voor de moord op een van hun tussenpersonen in Parijs. Als zijn huis in Venezuela in vlammen opgaat, moet hij op zoek naar degene die het op hem gemunt heeft. Voor het eerst van zijn leven wordt hij gedwongen samen te werken met anderen.
‘’De serie draait eigenlijk om de innerlijke ontwikkeling van de hoofdpersoon,'' vertelt scenarist Matz. ‘’Aan het eind van de serie is de huurmoordenaar niet meer de einzelgänger die hij was aan het begin. Hij wil niet langer een solitair, leeg leven leiden, maar kan dat ook niet meer als hij zelf wordt opgejaagd. Het leven haalt hem als het ware in. Zijn visie op de wereld verandert gaandeweg het verhaal. Eerst zit hij opgesloten in zichzelf, heeft niemand anders nodig, vertrouwt niemand. Maar - al dan niet gedwongen door de problemen die hij krijgt - dat verandert.''

Logica
De Parijzenaars Jacamon en Matz hadden beiden nog niet enorm veel ervaring toen ze met De killer begonnen. Jacamon had in 1986 wel eens een aanmoedigingsprijs gehad, maar hield zich sindsdien vooral bezig met illustratiewerk. Matz had pas enkele scenario's op zijn naam staan, onder andere voor Chauzy (bekend van de serie Clara).
‘’Het idee voor De killer is geboren uit mijn nieuwsgierigheid naar wat er in het hoofd van een huurmoordenaar omgaat,'' zegt Matz. Hij wilde laten zien dat kille moordmachines meer menselijke trekjes hebben dan het publiek over het algemeen veronderstelt. Toch trekt hij nergens partij in zijn scenario. De naamloze hoofdpersoon wordt slechts geobserveerd. De lezer is getuige van wat hij meemaakt en hoe hij erover denkt. Zijn daden noch zijn twijfels worden becommentarieerd of aangezet. Nergens wordt zijn gedrag afgekeurd of sympathie opgebracht voor zijn persoon. De vertelstijl is daarmee even kil als het karakter van de hoofdpersoon.
Matz: ‘’Ik heb een geloofwaardig personage willen creëren, iemand met een eigen logica. Voor een schrijver is het een uitdaging om met een huurmoordenaar als personage te werken. Je kunt hem een eigen wereldbeeld meegeven; een levenshouding die weliswaar afkeurenswaardig is, maar die wel volkomen te volgen is voor wie hem niet deelt. Daardoor kom je bij het uitwerken van het verhaal ook op andere ideeën: je put uit zijn logica, hij zou andere dingen doen dan die ikzelf bedacht zou hebben. Dat maakt het verhaal sterker.''

Het idee
De twee auteurs ontmoeten elkaar via een gemeenschappelijke vriend, die net als Jacamon op zoek is naar een scenarist. Matz probeert met beide tekenaars wat ideeën uit. ‘’Jacamon was duidelijk extreem gemotiveerd en getalenteerd,’’ zegt hij. ‘’Hij stond te popelen om te beginnen met een strip. Ik liep al langer met het idee voor De killer rond, had het synopsis al klaar.’’
Matz: ‘’Toen we begonnen had ik alleen nog het scenario klaar voor het eerste deel. Ik had wel een globaal beeld van hoe het verhaal verder zou verlopen, maar dat was nog niet al te gedetailleerd. We wisten ook nog niet hoeveel delen de serie zou gaan beslaan. Per slot van rekening weet je nooit of een serie aanslaat en hoe lang een uitgever hem in leven laat. En we wisten ook nog niet hoe lang we het zelf leuk zouden blijven vinden en of we na een paar delen nog wel iets interessants te vertellen zouden hebben.‘’
De samenwerking tussen de twee is ‘’ouderwets maar degelijk’’, vindt Matz. ‘’Ik schrijf het scenario en lever hem dat aan op papier, waarin ik aangeef wat er op iedere pagina gebeurt, gewoon met de hand uitgeschreven op papier. Ik schrijf de dialogen en de handelingen, Jacamon is verder vrij in de manier waarop hij de pagina indeelt; ik maak geen storyboard. Ik houd rekening met zijn wensen. Als hij me bijvoorbeeld vraagt om een scène waarin het sneeuwt, of zegt dat hij liever wat minder steden en auto’s wil tekenen, dan probeer ik daar rekening mee te houden.’’

Tekenstijl
Jacamon noemt zichzelf een autodidact. Naar eigen zeggen heeft hij geen noemenswaardige grafische opleiding, noch voorbeelden uit de stripwereld. Volgens hem is dat noodzakelijk voor een beginnend striptekenaar die wil doorbreken. ‘’Er lopen te veel kloontjes rond in het wereldje. Om op te vallen moet je op zijn minst proberen een persoonlijke stijl te hebben.’’
Waar Matz put uit de striptraditie (hij is een verwoed lezer van klassiekers als Blueberry en de Robbedoes van Franquin), leest Jacamon zelden strips. ‘’Ik wil voorkomen dat ik te veel beïnvloed raak. Er zijn wel tekenaars die ik bewonder, zoals Muñoz, Breccia en Baru. Maar films en politieseries zijn toch belangrijkere inspiratiebronnen, bijvoorbeeld de films van de broertjes Coen.’’
Als illustrator werkt Jacamon in een heel andere stijl. ‘’Een stripserie moet in dezelfde stijl getekend worden. Ik heb behoefte aan afwisseling en zou dan ook nooit mijn hele leven aan de zelfde reeks kunnen werken.’’ Het is lastig voor hem om stijlvast te blijven. ‘’Ik had moeite mezelf te ontwikkelen als tekenaar zonder afbreuk te doen aan de stijl die ik gekozen had voor De killer. Dat is ook de reden waarom het lang duurde voordat het tweede deel verscheen.’’
Jacamon experimenteerde gedurende de serie wel met nieuwe technieken. ‘’Toen ik bezig was aan het tweede deel, leerde ik werken met Photoshop op de computer. Het gaf mij een enorme vrijheid in de manier waarop ik mijn tekeningen kleur. Maar ook grafisch biedt de computer oneindig veel mogelijkheden voor een beginnend auteur als ik.’’
Kleur is essentieel voor de tekenaar. ‘’Ik inkt niet altijd alle achtergronden om de aandacht niet af te leiden van de centrale handeling op een plaatje. Kleur is dan genoeg om bijvoorbeeld bomen weer te geven. Maar ook als ik wel inkt, kan ik niet zonder kleur. Mijn zwart-wit tekeningen bestaan uit weinig meer dan contouren, ik gebruik geen zwarte of grijze vlakken. Als ik geen kleur zou gebruiken, waren mijn personages niet meer dan geraamtes in een stoel.’’

Vertelritme
In De killer spelen Matz en Jacomon met de aandacht van de lezer. De ijskoude monologen van de hoofdpersoon worden plots onderbroken door korte, zeer gewelddadige scènes. ‘’Dat is bedoeld om de aandacht van de lezer vast te houden,’’ aldus Jacamon. ‘’Zonder actie loop je het risico dat het verhaal te saai wordt. Ik houd daar rekening mee met de indeling van de pagina’s. De geweldsscènes zijn bedoeld om de lezers als het ware wakker te laten schrikken, maar ook om hen afstand te laten nemen van de hoofdpersoon, zodat je niet te veel sympathie voor hem krijgt als hij weer zit te mijmeren over het leven.’’
Zelf trekken de auteurs de vergelijking met een alligator. Vooral in deel 2 loopt de monoloog van de hoofdpersoon regelmatig door onder beelden van de natuur in Venezuela waar een alligator op jacht is. De morele affiniteit tussen de huurmoordenaar en de alligator komt ook terug in het vertelritme van De killer: wachten, wachten, wachten en dan ineens pijlsnel toeslaan.
In het afsluitende vijfde deel wordt de lineaire vertelstijl doorbroken en springt het verhaal heen en weer in de tijd. Om de lezer een handvat te geven, zijn alle scènes die in de zelfde tijd spelen met de zelfde achtergrondkleur getekend. Matz heeft die andere vertelstijl gekozen om het verhaal niet als een klassieke whodunnit te laten eindigen. ‘’Omdat in De killer niet de ontrafeling van het complot centraal staat, maar de persoonlijke ontwikkeling van de huurmoordenaar. Dat is de reden waarom we het afsluitende deel van het verhaal als het ware doormidden hebben gehakt,’’ vertelt hij.
Hoewel De killer nu na vijf delen is afgerond, sluit Matz niet uit dat er nog een nieuwe serie rond de personages wordt opgebouwd, omdat nog niet alle ‘’verhaalmogelijkheden’’ zijn benut. Tot die tijd werken de twee auteurs samen aan een heel andere strip, die handelt over de invloed van de media op de politiek. Daarnaast is inmiddels in Frankrijk het eerste deel verschenen van een nieuwe serie die Matz schreef voor Colin Wilson (De jonge jaren van Blueberry): De plomb dans la tête (hier wat krom vertaald als Headshot). ‘’Weer een gewelddadige serie, ja.’’

Hans van Soest

Dit artikel is samengesteld uit drie eerdere interviews met de auteurs:
-een interview met Jacamon in Bo Doï nr. 67 (oktober 2003): Dessinatuer né door Nicolas Pothier
-een interview met Jacamon en Matz voor de site www.sceneario.com, afgenomen door GdSeb en AUB in december 2003
-een interview met Jacamon voor de site www.bdselection.com, afgenomen door Vincent in september 2002

 
 

meer in ZozoLala 134