|
Gerolf van de Perre schildert China in westerse beelden Gerolf van de Perre (1965) is een laatbloeier op stripgebied. Maar hij debuteerde onlangs met twee boeken tegelijk: Steenstof en Domweg dapper. De laatste is eigenlijk een aflevering van Het trage vuur, een driemaandelijks tijdschrift op boekformaat over Chinese literatuur. Van de Perre verstript hierin een verhaal van de schrijver Bei Dao. Ook Steenstof is geïnspireerd op Chinese verhalen en Van de Perres eigen ervaringen in dat land. Het resulteerde in twee bijzondere albums. De Vlaming verdient zijn brood met het geven van schilderlessen. Wanneer besluit een schilder strips te gaan maken? Dat was een samenloop van omstandigheden. Ik heb een opleiding
beeldende kunst gevolgd en heb geleerd te schilderen op doek. Er broeide
al iets. Dat kwam doordat mensen mij vragen gingen stellen over het
verhaal dat mijn schilderijen vertelden. Ik leg alleen situaties om
mij heen vast, waarbij ik louter observeer. De visuele indrukken die
ik wil vastleggen, doe ik op in wat ik dagelijks om me heen zie: in
de kamer, of het zicht uit mijn raam op straat. Mensen die mijn doeken
zagen, wilden weten wat er gebeurde. Ik besloot mijn schilderijen zo
in elkaars verlengde te plaatsen dat ze elkaar verduidelijkten. Ik wilde
niet langer toelichten wat er gebeurde, maar het als het ware in mijn
werk incorporeren. Zo kwam ik bij een soort beeldverhaal terecht, zonder
dat ik uit die traditie voortkom. Mijn vertrek naar Peking. In 1999 kreeg mijn vrouw, sinologe, daar werk. Zij verdiende het geld, ik had mijn handen vrij. Ik deed er enorm veel nieuwe indrukken op die ik wilde vastleggen, maar liever niet meer in allemaal losse werkjes. Ik besloot die aaneen te smeden tot één groot werk. Het moment én de tijd was er dus om met beeldverhaal aan de slag te gaan. Ik ben direct na aankomst in China begonnen aan Steenstof. Drie jaar later, vlak voordat we terugkeerden, was ik ermee klaar. Waarop is Steenstof gebaseerd? Het eerste deel, een proloog in feite, is gebaseerd op een kort Chinees verhaal dat ik al kende. Het gaat over een steen waar een handvol dorpelingen trots op is, maar die wordt opgeblazen omdat er een schat in zou zitten. Het verhaal heeft een kras open einde. In navolging van de auteur heb ik besloten geen einde aan het verhaal te brouwen, maar ik laat het het wel verder gaan door het met andere personages op een andere plaats voort te zetten. Iedere lezer heeft zijn eigen interpretatie of er nu wel of geen schat in de steen zat, die vraag wil ik ook niet in het boek zelf beantwoorden. Voor mij staat het hele verhaal symbool voor kunst of religie. De schat is de niet-ingeloste verwachting. Als je de steen opent, uit louter materialistische motieven, blijft er niets van over. In het verhaal heeft iemand het verhaal van de schat te letterlijk genomen. Hij had niet de instelling van de bewoners die gewoon vol waren van de steen. Zelf hield hij er alleen een brokstuk aan over met de inscriptie die een schat belooft. Dat brokstuk weet hij te ruilen tegen een rolkalligrafie waarom gevochten zal worden in de rest van het verhaal, omdat ze van de hand is van niemand minder dan Mao. Je koppelt het verhaal van de onttovering van de steen aan de sloop van de oude wijken in Peking voor het bouwen van een megalomaan opera-project. Ja, maar dat moet niet gezien worden als kritiek die exclusief is gericht op de Chinese politiek van vandaag de dag. Momenteel wordt Peking overhoop gegooid, onder andere als voorbereiding op de Olympische Spelen. Grondspeculatie is wellicht de motor erachter, want je ziet het er over het hele land en ik denk dat meerdere delen van de wereld vandaag de zelfde aanblik geven: driftige bouwwerken. Maar in Peking moet er inderdaad ook een enorm, Westers operagebouw verrijzen. Hier in Brussel kenden we dergelijke rigoureuze projecten ook in het verleden, bijvoorbeeld het justitiepaleis waar een halve volkswijk voor werd verwoest omdat daar het grootste gebouw ter wereld moest komen. Maar ik wil de oude wijken ook niet idealiseren. Die in Peking stonden propvol woningen zonder comfort, vol opeengepakte gezinnen die met zn allen een kamer moesten delen en het toilet met meerdere buren. Ik heb in Steenstof een proces van stadsvernieuwing willen schetsen dat overal en altijd plaatsvindt, zonder daar al te veel commentaar op te geven. Het is ook mijn overtuiging dat een kunstenaar niet al te expliciet stelling moet nemen. Je staat een kunstwerk af en de lezers moeten er hun eigen interpretatie aan verbinden. Hoe is Domweg dapper ontstaan? Ik kreeg een opdracht van Het trage vuur. Ze kenden mijn werk via mij vrouw die ooit voor het blad werkte. De redactie leek het een interessant concept een verhaal te vertellen in beelden. In korte tijd heb ik het verhaal gelezen, geïnterpreteerd en getekend. Hier en daar heb ik iets aan de compositie van het verhaal veranderd. Doordat de produktie van Steenstof lang duurde, kwamen beide boeken vrijwel tegelijkertijd uit. Ik vond de strip sterker dan het verhaal. Misschien komt dat omdat ik het verhaal als het ware vertaald heb naar een Westers publiek. Zowel Chinese films, romans als schilderijen kennen een minder vaste structuur dan bij ons: ze bestaan uit losse elementen. Dat botst met onze cultuur. Wij zijn gewend aan verhaalbogen. Een Chinees schilderij kent bijvoorbeeld geen centraal perspectief: een plek waar vanuit het tafereel zich ontvouwt. Verhalen bestaan ook uit losse elementen die door de lezer zelf met elkaar worden verbonden. In het oorspronkelijke verhaal Domweg dapper blijft het bijvoorbeeld in het midden of de hoofdpersoon zich aan het eind inderdaad op de plek bevindt waar hij zo door werd aangetrokken. Bij mij is dat wel duidelijk, omdat ik daar het hele verhaal naar toe werk. Chinezen leggen dergelijke verbanden zelf, bij ons doet de schrijver dat. Wat zijn je toekomstplannen? Ik heb de smaak te pakken. Ik wil zeker meer strips maken. Op Steenstof heb ik veel positieve reacties gekregen. Inmiddels heb ik een kleine werksubsidie gekregen van het Vlaams Fonds voor de Letteren. Ik werk aan een opvolger die ik misschien als een drieluik uitbreng, zoals soms in opera of theater. Je tekeningen zijn onscherp. Daardoor creëer je afstand tussen de kijker en wat er op het plaatje gebeurt. Dat is een bewuste keuze. Ik observeer. Deels is dat ingegeven
door de omstandigheden: in China ben en blijf ik nu eenmaal een buitenstaander,
op een afstand. Reden waarom de publieke ruimte, waarin ik me wel kon
begeven als tekenaar of fotograaf, zon grote rol speelt. Het verdringt
de personages haast uit hun hoofdrol. Deels komt het ook voort uit mijn
karakter; ik houd mijn emoties voor me. Door mijn onderkoelde stijl
krijgen de lezers meer ruimte voor hun eigen interpretatie van het verhaal.
Als een schrijver emoties te veel opdringt, slaat dat vaak dood. Je
loopt dan het risico dat het verhaal ongeloofwaardig wordt voor het
publiek. Steenstof; uitgeverij Oogachtend;
ISBN 9077549021 |
||
|
meer in ZozoLala 134
|