Tom Bouden: "Mijn absurde kant is weer naar boven gekomen"

Zo'n tien jaar geleden debuteerde Tom Bouden met Flikkerzicht, een bundel grappen over gays. Sindsdien verscheen er zo'n vijftien stripalbums van hem, die hij voor het grootste deel ook zelf uitgaf. Daarnaast publiceert hij regelmatig in periodieken als De Gaykrant en Gay & night. Het gay lezerspubliek kent Tom Bouden (1971) al enkele jaren, maar in de stripwereld is hij niet zo bekend. Wellicht gaat dat in 2004 veranderen, nu kort na elkaar twee Nederlandse uitgevers werk van hem uitbrengen. Eind 2003 verscheen bij uitgeverij Oog & Blik De lichtrode ridder, een maffe stripparodie die Tom Bouden samen met Kim Duchateau maakte en in juni komt bij Atlas Boudens inmidddels veelbesproken stripversie uit van Oscar Wilde's Het belang van Ernst. Naar aanleiding hiervan zochten we hem op in het schilderachtige Brugge, waar hij woont en werkt.

Tom Bouden: "Het is met Het belang van Ernst heel vreemd gelopen. Een paar jaar terug vond ik dat de Nederlandstalige markt te klein was om van te kunnen leven. Uitgegegeven worden in het Engels was volgens mij de oplossing en ik zocht contact met een paar buitenlandse uitgevers. Ik had twee keuzes, een Engelse vertaling van Max en Sven of de stripversie van Het belang van Ernst, dat was ook iets wat ik al lang wilde doen. Toen ik voor het eerst dacht aan een stripversie van Ernst, had ik het origineel nog nooit gelezen. Wellicht had ik al eens een filmversie gezien, maar echt zeker ben ik daar niet meer van. Ik wist natuurlijk wel dat het Wilde's meest populaire stuk was, en moet toch minstens een vaag idee gehad hebben waarover het ging. Maar mijn geheugen laat me wat dat betreft een beetje in de steek. Het gebeurt in ieder geval wel vaker dat ik denk dat een bepaald verhaal of roman een leuke basis zou vormen voor een strip, zonder dat ik het verhaal in kwestie ook echt gelezen heb. Maar ik heb wel altijd een vrij duidelijk idee waarover dat verhaal in kwestie gaat. Meestal is dat te danken aan bewerkingen in andere media. Dat was zo toen ik Quasimodo bewerkte, en bij Tom Jones (roman van Henry Fielding, red.), de strip waar ik nu mee bezig ben, was dat het zelfde. Ik weet al jaren dat het gegeven van die zeventiende-eeuwse roman een leuke strip zou opleveren, maar ik ben het boek pas gaan lezen, toen ik dringend aan het scenario moest beginnen. Ondertussen heb ik al 25 pagina's getekend, maar heb ik nog maar een derde van de roman gelezen. Ik ken wél al het verhaal. En dat is te danken aan twee film- en één televisieversie en enkele korte samenvattingen die ik op het net heb gevonden."

 
 

meer in ZozoLala 135