|
Richard Sala: Ik geloof in de kracht van metaforen' Neem de illustratoren Edward Gorey en Charles Addams, meng dat met oude zwart-wit monsterfilms, de sprookjes van Grimm, de verhalen van Kafka en de Russische expressionisten en je hebt een aardig beeld van de strips van Richard Sala. In Nederland is de Amerikaanse veertiger (1955) niet zo bekend. Toch heeft Sala in zijn eigen unieke tekenstijl de afgelopen twintig jaar vele korte verhalen, twee graphic novels en ruim duizend illustraties gemaakt. Richard Sala begint ongeveer twintig jaar geleden met het publiceren van strips. In 1984 brengt hij Night drive uit in eigen beheer. Daarna duikt zijn werk op in kwaliteitsbladen zoals Raw, Drawn & Quarterly en Blab en verschijnen er enkele bundels en het lange verhaal The chuckling whatsit. Sinds 1998 heeft hij zijn eigen comicreeks: Evil eye. Richard Sala is een veelzijdig man, die behalve als striptekenaar ook als illustrator en animatiefilmer werkt. In al dat verschillende werk is zijn tekenstijl altijd direct herkenbaar. De lijnen zijn rafelig, de personages griezelig en cartoonesk tegelijkertijd, de letters staan schots en scheef in de tekstballonnen hij heeft lak aan perspectief en anatomie. Zijn invloeden zijn eerder terug te vinden in de kunst en de film dan bij andere striptekenaars. De monsters in zijn verhalen komen rechtstreeks uit oude zwart-wit films en tijdschriften hierover, zoals Famous monsters from Filmland. Sala: Ik hield als kind van griezelige dingen en enge en mysterieuze verhalen. Er verschenen veel griezelige dingen in de jaren zestig en dat heeft bij mij iets wakker gemaakt dat ik nooit meer kwijt ben geraakt. Ik hield van de zwart-witfilms uit de jaren dertig en veertig die je toen op de televisie kon zien: Dracula, Dracula's daughter, The werewolf of London, The mummy, Mystery of the wax museum, Bride of Frankenstein, The invisible man, enzovoort. Wat mij aansprak bij die films was de sfeer. Ik heb geen voorkeur voor een bepaald personage. Ik kan ook niet zeggen dat er een personage is dat mij meer angst aanjaagt dan de anderen. Wat mij wel echt bang maakt is waanzin, het gek worden, dingen die je niet kunt zien, maar die wel echt bestaan.'
|
||
|
meer in ZozoLala 138
|