| |
De
bevrijdingsideologie van Leo
De sciencefiction-strips van Leo onderscheiden zich door de nadruk
die hij in zijn verhalen legt op de alledaagse beslommeringen in vreemde
werelden. Zijn succesvolle reeksen Aldebaran en Betelgeuze draaien bovenal
om tieners die volwassen worden. In universa vol fantastische flora
en fauna vechten zij niet alleen met de elementen, maar ook tegen conservatieve
ouderen en zichzelf. Als jongeling streed Leo (1944) ooit tegen de rechtse
dictatuur in zijn vaderland Brazilië. Tegenwoordig kan hij alles
kwijt in zijn strips.
Het heeft lang geduurd voordat de droom van Luiz Eduardo de Oliveira
(beter bekend als Leo) uitkwam en hij zijn brood kon verdienden als
striptekenaar. Pas in 1991, toen de in Rio de Janeiro geboren Leo al
tegen de vijftig liep, brak hij door met de serie Trent op scenario
van Rodolphe. Het succes van deze western over een Canadese mountie
in de sneeuw, zorgde ervoor dat Leo's uitgever hem de mogelijkheid bood
de strip te maken die al die jaren al in zijn hoofd zat: Aldebaran.
"Aldebaran is mijn meest persoonlijke strip," zei hij hier
vorig jaar over in een interview met het Franse fanzine Auracan. "Een
realistische serie die zich afspeelt in een nabije toekomst op een planeet
die op het eerste gezicht niet veel verschilt van de aarde. Het lijkt
er op Brazilië, met een zelfde tropisch klimaat en veel groen."
Dat de in Frankrijk wonende Braziliaan zijn geboortegrond nooit helemaal
heeft losgelaten, blijkt niet alleen uit de tropische setting van zijn
verhalen. Ook Leo's politieke verleden klinkt nog na in het door hemzelf
geschreven werk. In Brazilië komt in 1964 het rechtse leger onder
leiding van generaal Castelo Branco via een putsch aan de macht. Leo
studeert op dat moment voor werktuigbouwkundig ingenieur in Porto Alegre.
Aan het eind van zijn studie raakt hij politiek geëngageerd, verspreidt
folders van linkse politici en demonstreert tegen het regime. Als een
demonstratie hardhandig uiteen wordt geslagen, verhardt zijn opstelling.
Hij gaat werken voor een clandestiene organisatie en schrijft voor de
illegale, communistische pers.
"Ik droomde in die tijd van een revolutie als in Cuba," vertelde
hij eind vorig jaar aan het stripblad BoDoï. "Wij onderhielden
stakende arbeiders met marxistische theorieën. Erg gevaarlijk.
Sommige kameraden zijn daarbij opgepakt."
Nadat hij een baan heeft gevonden als ingenieur bij een overheidsorganisatie
in het zuiden van het land, probeert hij vergeefs de plaatselijke boeren
aan te zetten tot een guerrillastrijd tegen de dictatuur. Na een tijdje
verliest hij zijn geloof in de heilige zaak een beetje. Als zijn organisatie
bovendien dreigt te worden ontmanteld, besluit Leo in 1971 uit te wijken
naar buurland Chili, waar dan nog de linkse president Allende aan het
bewind is. Na een jaar vertrekt hij naar Argentinië, vlak voordat
ook in Chili de militairen via een staatsgreep aan de macht komen. Van
Leo hoeft het inmiddels allemaal niet meer zo. In 1974 keert hij in
het geheim terug naar Brazilië, waar hij werk vindt als - hoe treffend
- reclametekenaar.
De militaire dictatuur keert terug in alle strips die Leo zelf schreef.
In Aldebaran draait het om een junta die nauw samenwerkt met de kerk
om het volk er onder te houden. Betelgeuze speelt zich weliswaar af
op een andere planeet, maar ook hier maken de militairen de dienst uit.
Dit maal dwingen ze meisjes mee te werken aan het in stand houden van
het menselijk ras op deze aardse kolonie. En in Dexter London (een vrolijke
avonturenserie die Leo schreef voor Spanjaard Sergio Garcia over een
leugenaar die zichzelf uitgeeft voor wereldreiziger en zo in de problemen
komt) komen de militaire coupplegers op pagina 19 al weer om de hoek
kijken. In al die verhalen zijn het jongeren die het opnemen tegen het
regime. Zelf zegt Leo niet meer zo politiek geëngageerd te zijn.
"Ik ben nog wel links, maar de politieke verwikkelingen in mijn
strips dienen vooral als decor waartegen de hoofdpersonen volwassen
worden."
Giraud
Terug naar 1974, een keerpunt in het leven van Leo. Bij een vriend vindt
hij een stapel Franse tijdschriften: Pilote en Métal Hurlant.
Daarin ziet hij voor het eerst het werk van Giraud/Moebius. Diens strip
Arzach maakt een onuitwisbare indruk op Leo. De totale artistieke vrijheid
van Giraud, dat wilde hij ook! Maar helaas is er geen markt voor strips
in Brazilië en in 1981 besluit hij te vertrekken naar wat hij dan
nog ziet als het mekka van de strip: Frankrijk. Maar dat valt tegen.
Europa zit in een recessie en de totale vrijheid die uitgevers in de
jaren zeventig nog aan striptekenaars boden, is verdwenen.
"Ik heb nooit spijt gehad van mijn stap," vertelt hij. "Ik
wilde stripmaker worden in Frankrijk, punt. Ik heb alles verkocht wat
ik had en ben vertrokken. Het enige wat ik meenam, was een adres van
Dargaud en de naam van de redacteur daar: Guy Vidal. Al mijn Braziliaanse
collega's verklaarden me voor gek, zeiden dat ik naïef was en dat
het nooit wat zou worden. Maar het is wel wat geworden. Het heeft weliswaar
lang geduurd, maar het is gelukt. En daar ben ik trots op."
Makkelijk heeft Leo het inderdaad niet gehad, die beginjaren in Parijs.
Hij maakt een sf-strip, Mission de contact die al veel elementen bevat
van het latere Aldebaran, maar geen uitgever is geïnteresseerd.
Hij schraapt zijn kostje weer bij elkaar als reclametekenaar. Wel lukt
het hem wat korte verhalen te slijten aan L'Echo des savanes en Okapi.
Een van die verhalen speelt zich af in een gevangenis. Op dat moment
loopt scenarist Rodolphe rond met een idee voor een langer verhaal dat
zich ook in de nor afspeelt en hij zoekt contact met Leo. "Ik kende
zijn naam en de albums die hij geschreven had. Ik was totaal verrast
dat uitgerekend hij iets met mij wilde maken," aldus de tekenaar.
Het gevangenis-project is nooit wat geworden, maar uit hun ontmoeting
komt wel Trent voort. Een serie die van het begin af aan redelijk succesvol
is en waarvan acht delen zijn verschenen.
De doorbraak zorgt ervoor dat hij van Dargaud alsnog zijn sf-strip mag
maken. Aldebaran is vanaf het eerste deel een geweldig succes. Hij wint
er diverse prijzen mee en de verkoop is een veelvoud van de oplage van
Trent. Na vijf delen begint hij aan een nieuwe cyclus van de Aldebaran-reeks,
Betelgeuze, die minstens zo succesvol is. Vanaf 1991 tekent Leo in een
moordend tempo twintig albums, een gemiddelde van één
per zeven maanden. Dan weer op tekst van Roldolphe, dan weer een van
zijn eigen scenario's. Een werkwijze die hij naar eigen zeggen nodig
heeft om bij te kunnen tanken en zijn fantasiewereld niet te laten opdrogen.
Het succes van Leo's sf-werk leidt er toe dat Rodolphe en hij Kenya
gaan maken. Een serie die zich weliswaar "gewoon" in het Afrika
van de jaren veertig afspeelt, maar waarin Leo wel alle ruimte krijgt
zijn fantasiewezens te tekenen. Ook die serie (waarvan inmiddels drie
delen verschenen) is een succes. Leo: "Het loopt zo goed, dat het
onmogelijk is twee of drie jaar te wachten met een volgend album. Tijd
voor een nieuwe Trent is er dan ook niet. Het laatste deel van die serie
verscheen alweer in 2000. En om nou een serie waar we 15.000 exemparen
van verkopen nieuw leven in te blazen ten koste van een serie waarvan
we er 50.000 per deel verkopen
"
Naast al het commerciële succes gebeurt er in 1999 iets wat hem
na al die jaren ploeteren het gevoel geeft dat het niet voor niets is
geweest. Zijn idool Jean Giraud vraagt hem diens serie Edena over te
nemen. "Ik was helemaal confuus. Giraud, de man wiens Blueberry
ik altijd open op mijn tekentafel had liggen als ik aan Trent werkte,
vroeg mij zijn serie over te nemen. Maar ik had mijn eigen series die
steeds beter begonnen te lopen. Bovendien zouden mijn tekeningen alleen
maar vergeleken worden met die van Giraud. Dus heb ik nee tegen hem
gezegd. Vlak daarna hoorde ik dat Dargaud hem had gevraagd voor het
voorwoord van de integrale uitgave van de eerste Aldebaran-cyclus. Ik
ben in tranen uitgebarsten."
Vrouwen
In Leo's strips spelen vrouwen de hoofdrol. Tegen bdparadidsio zei hij
dat hij zich daarvoor heeft laten inspireren door de Alien-films, waarin
het vrouwelijke karakter nu eens niet slechts de aangever is van de
mannelijke hoofdpersoon. "Dat wilde ik ook."
Behalve daarmee, vallen Leo's strips ook op door de fantasiedieren en
-planten. Zo lijken zijn personages door een gewoon bos te lopen en
ineens duikt daar een gruwelijk monster op, liefst een die er op het
eerste gezicht heel aaibaar uitziet. "De meeste van die dieren
zijn ontstaan terwijl ik in het park hier in Parijs wat zat te schetsen.
Vaak mix ik gewoon wat bestaande dieren door elkaar en maak daar iets
nieuws van. Of ik vergroot insecten uit tot angstaanjagende proporties.
Zo bijzonder is het eigenlijk allemaal niet."
Wat verder opvalt voor een sf-strip, is de aandacht die Leo besteedt
aan de karakters. Zijn personages worden volwassen, weten zich niet
altijd raad met de situaties waarin ze terechtkomen en hebben op een
natuurlijke manier seks zonder dat de auteur uit lijkt op goedkoop effectbejag.
De hoofdpersonen zijn zelden stereotypen en Leo wil ook dat de werelden
die hij neerzet dat niet zijn. "In Betelgeuze heb ik geprobeerd
het militaire regime niet alleen als slecht neer te zetten. De goeden
zijn niet alleen maar goed en de slechten niet alleen maar slecht. Er
is nog maar een paar dozijn mensen op die planeet en hun voortbestaan
wordt serieus bedreigd. Zelfs Kim, de hoofdpersoon, doet niet alleen
maar goede dingen meer. Het leven is niet zo simpel. In Aldebaran heb
ik dat af en toe te zwart-wit geschilderd. In mijn volgende boeken wil
ik de complexiteit van een samenleving onder extreme omstandigheden
verder uitbouwen."
Dat volgende werk bestaat uit in ieder geval nog een derde Aldebaran-cyclus:
Antarès geheten. Ook hierin speelt Kim de hoofdrol. Komend najaar
ligt het vijfde en afsluitende deel van Betelgeuze in de winkels. Volgend
jaar het laatste deel van Dexter London en het vierde deel van Kenya.
Daarna wil hij het rustiger aan doen. Of Antarès ook vijf delen
zal beslaan, weet hij nog niet. "Mogelijk dat ik een extra lang
eerste deel maak, want ik weet niet of ik het red om een complexer verhaal
in evenveel pagina's te vertellen." Leo is inmiddels over de zestig
en zegt nog genoeg inspiratie te hebben voor nieuw werk. Inspiratie
die hij onder meer put uit de overtuiging dat ook 'links' niet alle
antwoorden heeft.
Hans van Soest
|
|