Posy Simmonds: Prinses Di meets Flaubert

Hoewel zij al ruim dertig jaar stripverhalen maakt voor het Britse dagblad The Guardian, is Posy Simmonds in Nederland vooral bekend als maakster van kinderboeken, die verschijnen bij uitgeverij De Harmonie. Deze uitgever durfde het aan om begin 2005 Gemma Bovery uit te brengen. Posy Simmonds eerste grafische roman voor volwassen lezers.

Posy Simmonds wordt als Rosemary Elisabeth Simmonds geboren in 1945 in een klein dorpje op het platteland van Berkshire. Het huis waarin ze opgroeit staat vol met antiek en boeken. Ze is vooral gefascineerd door de staalgravures in oude negentiende-eeuwse boeken. Ook de oude nummers van het satirische tijdschrift Punch boeien haar. Later maakt ze op school via kinderen van de militairen van een nabijgelegen Amerikaanse legerbasis kennis met krantenstrips als Blondie. Van jongs af aan tekent Posy Simmonds en rond haar tiende begint ze ook stripverhaaltjes te maken. Sindsdien is ze dat blijven doen. Na een studie aan de Central School of Art in Londen begint ze te werken als illustrator voor The Sun in 1969. Drie jaar later komt ze bij The Guardian terecht. In deze krant verschijnt een serie satirische strips over het linkse echtpaar George en Wendy: The silent three. Het is een mooie uitlaatklep om de spot te drijven met allerlei linksige, tegenculturele verschijnselen uit de Thatcher-jaren. Haar strips zijn bij de lezers van The Guardian waanzinnig populair. In 1980 en 1981 wordt Posy Simmonds uitgeroepen tot Cartoonist of the year. In 1987 verschijnt haar eerste kinderboek in stripvorm, Fred. In de loop der jaren maakt ze nog meer kinderboeken en in 2001 levert ze een bijdrage aan Art Spiegelmans Little Lit 2 Strange stories for strange kids. In 1999 komt de Engelse versie van Gemma Bovery uit.

Hoe is het om stripmaker in Engeland te zijn?

"Ik heb het grootste deel van mijn loopbaan voor The Guardian gewerkt en een paar andere kranten. Mijn ervaringen zijn heel anders dan die van stripmakers die alleen stripalbums maken. Ik merk dat op stripbeurzen en in gesprekken met uitgevers. Ik werk met wekelijkse of dagelijkse deadlines. Ook als ik ontevreden ben over mijn tekenwerk, moet ik het toch versturen omdat er geen tijd is om het over te doen. Omdat ik voor een krant werk, heb ik gewoon niet veel tijd om ideeën of vormgeving uitgebreid te overwegen. In die zin beschouw ik mezelf dus niet echt als stripmaker. Zelfs Gemma Bovery is niet als stripalbum gemaakt, het is op dezelfde manier ontstaan als mijn andere krantenstrips. Ook dit was oorspronkelijk een serie voor een dagblad."

Het is dus in wekelijkse afleveringen gepubliceerd?

"Nee, dagelijks, in The Guardian."

Dagelijks? Je had het al af voordat het gepubliceerd werd?

"Nee, het was vreselijk. Het begon en ik moest in één week zes episodes maken, de volgende week weer zes enzovoort. Het ging erg, erg snel. Wat me veel tijd had gekost om te bedenken, vervaagde binnen drie maanden."

Had je een uitgewerkt plot voordat je begon?

"Ja, maar dat was niet waarmee ik ben begonnen. Het eerste wat ik doe, is tekenen om een gevoel te krijgen bij de personages: hoe praten ze? Wat voor kleren dragen ze? Hoe is hun huis ingericht? Pas als ik dat soort vragen heb beantwoord en de personages voor me zijn gaan leven, kan ik een plot bedenken."

Posy Simmonds slaat haar schetsboek open en wijst een personage aan dat een rol gaat spelen in een nog te publiceren verhaal.

"Als ik personages ontwikkel, bedenk ik wat hun kapsel is, hoe ze zich kleden. Ik teken ze vanuit verschillende hoeken en met verschillende gezichtsuitdrukkingen. Ik schets maar wat. Kijk, met hem ben ik nog bezig. Toen ik begon, moest hij een Amerikaanse professor voorstellen. Ik begon hem onder aan de pagina te tekenen en vond dat hij rood haar moest hebben. Hij moest een beetje Boston-Iers type zijn, met bril en zo. Maar hij veranderde en opeens bleek hij van die rare tanden te hebben, een beetje zoals Bugs Bunny."

Je ontwikkelt dus eerst de personages?

"Ja. Maar die veranderen misschien ook weer als ik met het verhaal bezig ben. Dan blijkt dat hun neus verkeerd is of dat ik ze verkeerd gekleed heb. Het is mijn manier om met een verhaal te kunnen beginnen."

Maar als je de platen daadwerkelijk tekent, kun je niets meer veranderen?

"Dat klopt, maar ik teken veel voordat ik aan een verhaal begin."

Is Gemma in de loop van het werk aan Gemma Bovery veranderd?

"Zij moest zeker veranderen, want in het verhaal maakt ze een soort ontwikkeling mee."

Die verandering laat je zien door haar kapsel te veranderen?

"Ja, ze neemt een wat Franser uiterlijk aan en laat haar haar kort knippen. Ze moest veranderen. Toen ik haar voor het eerst tekende, leek ze een beetje op prinses Diana, die toen nog leefde. Gewoonlijk zet ik puntjes als ik ogen teken. Ik maak zelden echt ogen. Maar de manier waarop prinses Diana keek, beviel me. Ze keek nooit direct naar iemand, maar altijd vanuit haar ooghoeken. Het gaf de indruk van een zekere afstandelijkheid. Het had ook iets berekenends en dat wilde ik voor mijn hoofdpersoon. Ik heb veel schetsen aan de hand van foto's van de prinses gemaakt. Aanvankelijk was Emma een beetje sjofel, maar ze werd tijdens het tekenen steeds modieuzer. Wellicht heeft dat ook bijgedragen aan haar transformatie. Ik heb in ieder geval ontzettend veel schetsen moeten maken voor ik het verhaal enigszins voor ogen had en er daadwerkelijk mee aan de slag kon.
Het voorbereiden van Gemma Bovery kostte mij erg veel tijd en toen ik een ongeluk kreeg waaraan ik rugklachten overhield ging het helemaal mis. Ik kon niet goed meer tekenen, terwijl de opdrachtgever klaarstond om te beginnen met publicatie. Uiteindelijk heeft het ongeluk me nog een jaar extra gekost. Ik begon met de voorbereidingen in 1996 en uiteindelijk verscheen het verhaal pas in 1999."

Wist je bij aanvang al op hoeveel pagina's je uit zou komen?

"Ja. Dat was zo afgesproken met The Guardian, mijn opdrachtgever. Het moesten ongeveer honderd afleveringen worden van drie kolommen breed. Eigenlijk had ik daar zelf niet zo veel over te zeggen. Het formaat van de strip is gewoon bepaald door de afmetingen van de krant. De breedte van drie kolommen biedt mij veel mogelijkheden om een plaat in te delen. Je kunt van links naar rechts werken, maar ook diagonaal."

Ben je tevreden met het formaat van de boekuitgave?

"Niet helemaal. Ik had het mooier gevonden met meer wit om de tekeningen heen. Het album had beter verzorgd kunnen zijn, maar het is in zeer korte tijd in elkaar gezet. Dat kun je ook zien, maar het is nog steeds goed leesbaar.
De lettering van de Nederlandse uitgave vind ik briljant. Het is helemaal met de hand gedaan! Daar heb ik veel bewondering voor. Het zijn prachtige letters geworden. Ik ben er echt erg blij mee. De Engelse taal is veel bondiger dan het Nederlands dus de vertaler en de letteraar moeten echt hun best moeten doen om alle tekst passend op de platen te krijgen."

Ik begreep dat je nog erg jong was toen je Madame Bovary voor het eerst las.

"Ja, dat was op de middelbare school. We hadden een Franse lerares Frans, een erg inspirerende vrouw. Ze was bijzonder chique en had een echt Franse uitstraling. We vonden haar prachtig. Eigenlijk waren we nog niet oud genoeg om het te mogen lezen. Maar zij vond dat we het toch moesten proberen, want het was volgens haar een bijzonder boek en een hoogtepunt van de Franse cultuur. Ze nam ons ondanks onze jonge leeftijd erg serieus en dat vonden we erg vleiend.
Ik herinner me dat ik Madame Bovary toen een vreselijke vrouw vond. Ze had een slecht karakter, was wreed en een slechte moeder. Toen ik het boek op latere leeftijd weer las, kreeg ik een ander beeld van haar."

Heb je veel van Flauberts boek gebruikt voor jouw strip?

"Ja, ik heb veel dingen letterlijk overgenomen. De belangrijkste dingen die ik heb veranderd, zijn dat mijn vrouwelijke hoofdpersoon een Engelse in het hedendaagse Normandië is. En ik heb het einde veranderd. Verder volgt mijn strip echter dezelfde lijn als de roman."

Je hebt een graphic novel gemaakt, maar sommige stukken zijn meer literair dan grafisch. Had dat met de beperking van het aantal pagina's te maken?

"Misschien. Als ik een roman had geschreven, was ik zeker hele pagina's kwijt geweest aan de beschrijving van een interieur. Omdat ik gebonden was aan de afgesproken honderd pagina's, zag ik me genoodzaakt om binnen mijn strip te werken met pratende hoofden, zoals je die in films ook hebt. Daarnaast moest ik het verhaal lopend houden en er ook nog eens voor zorgen dat de lezer niet voor het einde zou afhaken, door elke pagina met een cliffhanger te laten eindigen. Toen Gemma Bovery in boekvorm verscheen besefte ik dat de voorpublicatie in een krant beperkingen had opgelegd en dat het boek er heel anders uit zou hebben gezien als ik het direct voor een boekuitgave had kunnen maken. Er zou dan meer die stilte inzitten die je krijgt als je platen maakt waar geen tekst op voor komt. Daar houd ik erg van. Grafisch is dat erg mooi."

Als je gewend bent om strips te lezen, neem je de tijd om dat soort pagina's op je in te laten werken. Maar als je daarentegen geen geoefende lezer bent…

"…Dan is het verspilling van de ruimte. Ja, dat klopt. Dat is ook een reden om 'vertellend' te werken. Als je geschreven informatie tot je neemt, is de aandachtsverdeling anders. Je weet - bij wijze van spreken - dat aan het einde van een zin of rechts onderaan de pagina alle informatie daarvoor zit. Dan kun je je ogen een ogenblik rust gunnen. Bij beelden verzamel je de informatie op een andere manier. Beelden bieden veel details, maar vertellen tegelijkertijd het verhaal."

Jouw boek bevat veel details die van alles over de personages vertellen. Details als een stapel boeken of de inhoud van een kast.

"Dat hoop ik wel. In Engeland hebben we bijvoorbeeld een zogenaamde butlertafel. Als ik die afbeeld, weet de Engelse lezer gelijk dat de eigenaar ervan pretenties heeft."

Het is voor Gemma Bovery belangrijk om te laten zien wie ze is door de inrichting van haar huis. Ook de verandering van het interieur betekent iets.

"Nou, het is meer een restauratie van het huis van haar man dan een verandering. Hij heeft een woning uit de achttiende eeuw en zij herstelt die in de oude glorie. Ze wil het huis een bohémienachtige uitstraling geven. Zo hangt ze schilderijen op van schilders met een bepaalde levenswijze die zij overneemt. Het refereert aan het artiestenbestaan. Gemma maakt zich dan niet meer druk over het blonderen van haar haren."

Op het moment dat The Guardian akkoord ging met jouw plan om Gemma Bovery te maken, werkte je al ongeveer twintig jaar voor die krant.

"Ja, zo ongeveer. Ik begon in 1973 als dogsbody, een soort grafisch manusje-van-alles, want ik was nog erg jong. Als ze een lege plek op een pagina hadden, vroegen ze mij om die op te vullen met een illustratie. Het was leuk werk om te doen."

Kun je iets vertellen over The silent three? Je hebt deze strip jarenlang getekend voor The Guardian.

"The silent three is overgenomen uit een oude Engelse strip. Daar zaten personages in met dezelfde namen. In 1977, toen ik nog steeds dogsbody was voor The Guardian, vertrok er plotseling een stripmaker bij de krant. Aan mij werd gevraagd of ik een strip wilde maken om de vrijgekomen ruimte te vullen. Aanvankelijk was het de bedoeling om de bestaande strip voort te zetten, maar ik stelde voor om iets te doen met de personages uit de Engelse strip The silent three van Evelyn Flinders, uit de jaren vijftig. Oorspronkelijk waren het drie schoolmeisjes en een oude lerares. In mijn versie werden het drie meisjes en hun oma, die allemaal geheimen oplosten. Ik maakte een proefaflevering en de redactie ging akkoord.
Ik had geen idee waar ik aan begon! Voortaan moest ikelke maandag een enorm stuk van een krantenpagina vullen. Zes maanden lang was het een nachtmerrie. Maar na verloop van tijd kreeg mijn verhaal toch wat structuur. Ik besloot er verhaal van te maken over een gezin van dat overeenkwam met de doorsneelezer van The Guardian; een tikkeltje links van het centrum, liberaal. De vader was een socialist, de moeder vrijzinnig, de oudste dochter een feministe. Langzamerhand verdwenen de drie hoofdpersonen uit het logo, want het ging steeds minder over hun.
Het waren wekelijkse, korte verhalen. De strip werd heel populair. Het lezen van de strip werd voor de lezers van The Guardian een vast ritueel tijdens het ontbijt. Ze leefden erg mee. Als ik met vakantie was, werd er meteen gereageerd. De strip leverde ook veel post op. Als ik iets over echtscheiding maakte, werd daar gelijk op gereageerd door mensen die mijn advies vroegen. Alsof ik een psychiater was die overal antwoord op wist."

In Frankrijk maakte Claire Bretécher in die tijd ook dat soort satirische strips over het leven van alledag.

"Haar werk werd rond 1980 gepubliceerd in The Sunday Times. Ik heb veel van haar gelezen. We hadden het vaak over dezelfde onderwerpen. Wat hebben we toch een treurige tijd gehad: echtscheiding, cellulitis, een en al ellende. (lacht)
Ik heb van 1977 tot 1987 aan The silent three gewerkt. Ik kreeg het gevoel dat ik niets nieuws meer schreef en het begon me te vervelen. Dus stopte ik. Dat was geen eenvoudige beslissing, want het kostte me een vaste bron van inkomsten. Naast de strip illustreerde ik en maakte ik kinderboeken. Maar de strip was mijn enige vaste inkomstenbron. In die tijd ben ik begonnen met het maken van kinderboeken. Ik wilde graag eens iets in kleur maken. De redacteur van een uitgeverij stimuleerde me om dat eens uit te proberen in een prentenboek voor kinderen. Dat was een geweldig idee en het maken van kinderboeken bevalt mij goed. Maar ik hoop ook dat ik de kans krijg om na Gemma Bovery weer een graphic novel voor volwassen lezers te maken. Maar dan een die direct in boekvorm verschijnt."
Hans Pols