Jean-Pierre Gibrat: De omzwervingen van een perfectionist

Voor Jean-Pierre Gibrat is Het uitstel in 1997 de doorbraak naar het grote publiek. Gibrats eerste album in de collectie Vrije Vlucht is een onmiddellijk verkoopsucces. De Franse editie staat inmiddels op meer dan honderdduizend verkochte exemplaren. Met het tweede deel van dit tweeluik, dat in 1999 verschijnt, evenaart Gibrat zijn succes. Het zorgvuldig geschreven en met veel aandacht voor historische details getekende liefdesverhaal, dat zich afspeelt tegen de achtergrond van de Duitse bezetting van het Franse platteland gedurende de Tweede Wereldoorlog, spreekt een gevarieerd publiek aan. Daarna wordt het enkele jaren stil. Een volgend album laat ruim drie jaar op zich wachten.

Wanneer Elke raaf pikt verschijnt, lijkt Gibrat op het eerste gezicht te zijn gevallen voor de verlokkingen van de commercie. Het album speelt zich af tegen dezelfde historische achtergrond als Het uitstel, zij het dat de plaats van handeling dit keer bezet Parijs is in plaats van het bezette platteland. Ook Elke raaf pikt heeft een jongeman en een jonge vrouw als hoofdpersonages, die een mooie romance met elkaar tegemoet gaan. Bovendien gaat het opnieuw om een verhaal in twee delen. Bij het dit voorjaar verschenen slot blijkt, dat Gibrat beide tweeluiken kunstig aan elkaar heeft geknoopt. Het uitstel en Elke raaf pikt vormen één doorlopend verhaal. Voor veel lezers is dat een verrassing, met name omdat daar in de eerdere albums niet expliciet op wordt vooruitgelopen.

Naadloos
Als lezers hadden we het natuurlijk moeten weten. Het slot van Het uitstel speelt zich af op 5 juni 1944. In het eerste deel van Elke raaf pikt vertelt een van de hoofdpersonages al in de eerste scène het grote nieuws, dat de geallieerden die ochtend in Normandië zijn geland. D-day dus, ofwel 6 juni 1944. Aan het slot van het eerste deel van Elke raaf pikt is een foto te zien van Cécile, het vrouwelijke hoofdpersonage uit Het uitstel en wordt zij ook bij haar naam genoemd. Beide verhalen sluiten naadloos op elkaar aan, zonder dat Gibrat daar al teveel nadruk op legt.
Het is een van de voorbeelden van de zorgvuldigheid, waarmee Gibrat zijn verhaal heeft uitgewerkt. In het tekenwerk valt dat nog meer op. Kleding, schoeisel, voertuigen en gebruiksvoorwerpen, alles ademt de vormgeving van de jaren dertig en veertig. De aandacht voor detail eist echter zijn tol ten aanzien van het werktempo. Heeft Gibrat voor Het uitstel gemiddeld twee werkdagen nodig voor het tekenen en inkleuren van één pagina, met Elke raaf pikt worden dat er drie keer zoveel. De tekenaar is daar zelf niet tevreden over. "Ik worstel meer dan voorheen. Ik zou graag een spontanere, lossere werkwijze vinden. Mijn tekenwerk wordt statischer en te esthetisch. In Het uitstel waren mijn tekeningen directer, schetsmatiger. Dat kwam simpelweg doordat ik me toen moest haasten. Voor Elke raaf pikt doe ik zeven of acht dagen over een pagina, als alles goed gaat tenminste. Alleen al het inkleuren kost me twee of drie hele dagen per pagina. Dat is veel teveel. Ik moet daar over nadenken. Ik moet een volgend album sneller kunnen realiseren."

Aandacht
Desondanks sluipt er natuurlijk weleens een foutje tussendoor. In deel één van Elke raaf pikt (plaat 44) wordt beschreven dat een binnenvaartschip over de Seine naar de pont Bir-Hakeim vaart. Gibrat was in de veronderstelling dat die naam verwijst naar een veldslag van Napoleon. In werkelijkheid verwijst de naam echter naar de plaats van de geallieerde overwinning op het Afrikakorps van de Duitse veldheer Rommel in... 1942. In het Parijs van 1944 heet de bewuste brug dan ook nog Viaduc de Passy. In de Franse herdruk van het album is de vergissing inmiddels gecorrigeerd.
Niet alleen het tekenen kost Gibrat veel tijd. Ook de teksten vragen veel aandacht. Zo luidt het eerste tekstblok van plaat 29 van deel een van Elke raaf pikt: "Wanneer ik bijkom, lig ik in een kajuit die glimt als een nieuwe schoen, even schoon is als een Zwitsers chalet en zo groot is als een buffetla." Die zin is het resultaat van een halve dag werk, aldus Gibrat. "Ik wil dat in zo min mogelijk woorden overbrengen. Ik weiger kunstgrepen toe te passen door meer plaats in te ruimen voor beschrijvende teksten. Ik dwing me ertoe alle beschrijvingen zo kort mogelijk te houden. Ik vergelijk de teksten in mijn strips vaak met een songteksten. Een lied beschrijft een wereld in enkele coupletten. Dat is ook wat een stripauteur tot z'n beschikking heeft."

Risico's
In beide tweeluiken zijn de meeste hoofdrollen weggelegd voor gewone mensen, die geen grote heldenrol vervullen. Ook dat past bij Gibrats historische zorgvuldigheid. "In Frankrijk was maar één op de duizend mensen betrokken bij het verzet. Volgens historische bronnen waren er in juni 1943 maar twintigduizend mensen illegaal actief. Het merendeel daarvan was het te doen om het ontlopen van de verplichte tewerkstelling in Duitsland. Dat waren dus meer onderduikers dan gewapende verzetsstrijders. Noem me een reactionair, maar het is een feit dat het aantal mensen dat zich aansloot bij de binnenlandse strijdkrachten pas aan het einde van 1944 sterk is gestegen. In juli 1944 waren er honderdduizend mensen bij aangesloten. Een maand later waren het er vierhonderdduizend. Hoeveel mensen hebben werkelijk de wapens opgenomen, zonder daar feitelijk toe gedwongen te zijn, zoals de joden of de communisten? Julien uit Het uitstel speelt weliswaar geen glansrol, maar zelf zou ik het waarschijnlijk niet beter hebben gedaan. Uiteindelijk verstopt hij wel wapens en neemt hij risico's. Misschien wel meer dan ik in zijn plaats had gedaan. Hij doet dat in 1943, wanneer het Derde Rijk weliswaar grote tegenslagen ondervindt, maar de afloop van de oorlog nog niet vaststaat. "

Bedrogen
In beide verhalen spelen communisten een belangrijke rol. In Het uitstel is de dorpsonderwijzer, in wiens leegstaande woning Julien onderduikt, gearresteerd vanwege zijn communistische overtuiging en is de lokale verzetsman een communist. In Elke raaf pikt is de vrouwelijke hoofdpersoon, die actief is voor het verzet, een overtuigd communiste. De aandacht voor het communisme berust niet slechts op het streven van de auteur naar historisch realisme. Gibrat komt zelf uit een communistisch nest. Hij groeit op als lid van de rode jeugdbeweging en wordt later lid van de rode studentenbond en de Franse communistische partij. Hij breekt met de partij in 1981, op 27-jarige leeftijd. "Ik had het gevoel alles te verraden waarvoor mijn grootouders hun hele leven hadden gevochten. Elke keer als het onderwerp ter sprake kwam bij mijn oma (mijn opa overleed toen ik achttien was), sprak ik er openhartig over maar zag ik dat het haar pijn deed. Zij en mijn opa hebben er echt in geloofd dat de Sovjet-Unie de hemel op aarde was, of dat de communisten er in elk geval hard aan werkten om dat ervan te maken. Zij zijn door de geschiedenis bedrogen. Een gegeven dat ik overigens wil verwerken in mijn eerstvolgende verhaal. Mijn vader was geen lid van de communistische partij, maar wel een sympathisant. Een van de redenen die me verwijderd hebben van het communisme, is de onwrikbare nadruk op de logica en de abstractie van het gevoel. Dat verleden is een belangrijke reden voor de dialoog tussen Jeanne en François in Elke raaf pikt, waarbij Jeanne zegt dat een goede communist eerst aan anderen denkt en François antwoordt dat communisten niet aan anderen denken, maar in plaats voor anderen denken. Mijn ouders hebben een moeilijke jeugd gehad. Het was ondenkbaar dat zij hun ouders zouden tegenspreken, zelfs als zij iets belachelijks zeiden. De vrees hun autoriteit over hun kinderen te verliezen overheerste. In mijn volgende verhaal ga ik het hebben over de generatie van mijn ouders, die nu zeventig-plus is. Ik ben daar uitstekend geschikt voor, want door mijn ouders heb ik de informatie uit de eerste hand voor het oprapen. Het verhaal zal heen en weer springen tussen het heden en de jaren veertig, waarin zij zijn opgegroeid. "

Parijs
Het uitstel speelt zich grotendeels af in de Aveyron, een landelijke streek in het midden van Frankrijk, die ook een terugkerend decor vormt in de eerste stripreeks van Gibrat, over de tiener David Goudard. In Frankrijk wordt Gibrat daarom vaak aangezien voor een auteur uit de Aveyron, terwijl hij in werkelijkheid een Parijzenaar is die de Averyron alleen van zijn vakanties kent. In het Frans verschijnen in de jaren tachtig vijf albums over de opgroeiende Goudard. Vreemd genoeg zijn alleen het eerste en het derde deel uit de reeks vertaald in het Nederlands (Goudard (1983, uitg. Yendor en Het meisje uit Parijs (1984, uitg. Dargaud). Naar aanleiding van dit laatste album wordt de reeks in het Frans overigens omgedoopt in Goudard et la Parissienne. De scenario's werden geschreven door Jackie Berroyer, die op een gegeven moment de overstap maakte naar televisie en stopte met het schrijven van strips. "Ik kijk er op terug als een afgesloten hoofdstuk. In het begin volgden we met de Goudard-reeks de natuurlijke ontwikkeling van een langzaam ouder wordend personage, die steeds ongeveer tien jaar jonger bleef dan wij. Toen Dargaud in 1990 werd overgenomen door de groep Ampère werden we er sowieso uitgegooid. Van Goudard werden maar zo'n acht- of negenduizend exemplaren verkocht. Als dat niet was gebeurd, hadden we Goudard op een gegeven moment ongetwijfeld een baan laten vinden en weer werkeloos laten worden. Het is niet moeilijk om zijn levensloop verder uit te stippelen. Momenteel ben ik hem echter al zo lang uit het oog verloren dat ik niet meer zo snel zou weten hoe hij nu in het leven zou staan. Ik teken tegenwoordig ook totaal anders dan in die tijd. Misschien zou ik eens een jaar moeten uittrekken voor een verhaal in zo'n losse tekenstijl. Dan zou ik kunnen bijkomen van mijn huidige werk met de directe inkleuringen! Maar in plaats daarvan ben ik momenteel op zoek naar geschikte tekenaars die mijn verhalen kunnen uitwerken. Ik heb te weinig tijd om al die verhalen zelf te tekenen."

Dieptepunt
Ondanks zijn huidige zoektocht naar tekenaars voor zijn scenario's, tekent Gibrat zelf jarenlang vrijwel uitsluitend strips op scenario van anderen. Na het vertrek van Berroyer zwerft hij jarenlang van de ene scenarist naar de andere, wat leidt tot een aantal minder succesvolle stripprojecten die vaak niet verder komen dan één enkel album. Een uitzondering vormt een aantal half-educatieve stripalbums voor en over Artsen zonder Grenzen, die bedoeld zijn voor een jeugdig publiek. Het zijn goed betaalde opdrachten, die Gibrat echter weinig uitdaging en voldoening bieden. Er verschijnen drie albums (alleen in het Frans), die zich achtereenvolgens afspelen in Afrika, Thailand en Guatemala. Het eerste deel werd geschreven door wijlen Dargaud-uitgever Guy Vidal, die Gibrat nog kende uit de tijd van de Goudard-albums voor die uitgever.
Een artistiek dieptepunt is de erotische strip Pinokkia uit 1995. Als deze vrouwelijke uitvoering van de beroemde houten klaas jokt, worden haar borsten groter en daarmee is het verhaal zo ongeveer verteld. Hoewel Gibrats grafische stijl inmiddels zo ver is ontwikkeld, dat de tekeningen eruit zien om een puntje aan te zuigen, getuigt het verhaal van Leroi van zoveel slechte smaak dat Gibrat er tegenwoordig niet graag aan wordt herinnerd. Waarom ging hij dan ook in zee met de in 2002 overleden scenarist, die tevens bekend stond als regisseur. "Dat wist ik toen niet. Het oorspronkelijk idee voor Pinokkia was van Jean-Luc Fromental en hij zou het scenario uitwerken. Het uitgangspunt leek me wel grappig en in de getalenteerde Fromental had ik wel vertrouwen. We hebben samen het eerste hoofdstuk gemaakt, maar vanaf het tweede hoofdstuk lag de uitgever dwars. Dan was het weer niet zus en dan weer niet zo. Fromental is meer dan een jaar met hem in de slag geweest, voordat hij er de brui aan gaf. De uitgever kwam toen met Leroi aanzetten als vervanger. Met hem ging de strip een andere kant op. Dat beviel me niet echt, maar ik had al een voorschot gekregen dat ik had moeten terugbetalen als ik ermee was gestopt. Ik ging ervan uit dat het in de loop van de samenwerking wel zou verbeteren. Daar heb ik me in vergist. Ik heb geprobeerd er met het tekenwerk nog zoveel mogelijk van te maken. Erotiek is een moeilijk genre en ik wilde laten zien dat ik goed in staat was vrouwen in dat genre te tekenen. Maar het verhaal ontglipte me. Af en toe was ik pisnijdig en belde ik Leroi op om te zeggen dat hij bepaalde dingen niet kon maken. Hij zijn dan gewoon dat hij dat wel grappig vond. Laat ik het daarbij houden. Over de doden niets dan goeds. "

Ski-ongeluk
Na de teleurstelling van Pinokkia (dat bovendien niet erg goed verkoopt) klopt Gibrat weer aan bij Dargaud. Geïnspireerd door het succes van de collectie Vrije Vlucht van Dupuis, is Dargaud van plan een eigen stripromanreeks op te zetten. De nieuwe reeks verschijnt in 1996 in het Nederlands onder de simpele naam collectie Beeldroman en blijkt geen lang leven beschoren. Gibrat wordt gevraagd voor het tekenwerk van het eerste deel van de reeks, op scenario van Jean-Claude Forest. Gibrat is enthousiast en hapt toe, maar blijkt niet overweg te kunnen met Forest. De samenwerking strandt en het album (Het geloof heiligt de middelen) wordt uiteindelijk getekend door de nieuwkomer Alain Bignon. Gibrat wordt gekoppeld aan een andere scenarist en komt alsnog in de reeks uit met Hoog water. Dat album is geschreven door Daniel Pecqueur, die ook verantwoordelijk is voor de Thomas Noland-verhalen die door Franz in beeld zijn gebracht. Het album is een one-shot en bedoeld als striproman. Het verhaal is echter een aaneenschakeling van dromerige en sensuele scènes en overtuigt niet. Het wordt de zoveelste misser voor Gibrat.
In die tijd loopt Gibrat al rond met het idee voor Het uitstel. Dupuis polst hem voor een album in de collectie Vrije Vlucht. Het komt er echter niet meteen van. Gibrat stelt z'n idee eerst aan Dargaud voor, maar daar wil men er niets van weten. Met name door de setting van het verhaal in de Aveyron ziet Dargaud er teveel een herhaling in van de oude Goudard-verhalen en de uitgever voelt er niets voor de matige verkopen van die strips nog eens over te doen. Enkele jaren verstrijken, voordat Dupuis hem opnieuw belt. Dan blijkt, dat men bij Dupuis nog steeds weet welk idee Gibrat had en dat laat de auteur niet koud. Het toeval wil, dat Gibrat op dat moment is uitgeschakeld als gevolg van een ski-ongelukje en tijdelijk niet kan tekenen. Hij neemt de gelegenheid te baat om z'n ideeën voor Het uitstel uit te werken en stuurt een verkorte versie van een scenario naar Dupuis. De rest is geschiedenis. Onder de vlag van de collectie Vrije Vlucht wordt Gibrat alsnog een gevierd stripauteur.

Paul van Gremberghen

Bron:
"Ce que je croa". Interview met Gibrat door Jean-Pierre Fuéri en Jean-Marc Vidal, verschenen in BoDoï 80 (2004).