Een stinkende, gore zwarte plas
Marc Legendre krabt zich open voor de buitenwereld

Finisterre lijkt in niets op het voorgaande werk van Marc Legendre (1956). Wie de auteur, onder het pseudoniem Ikke, alleen kent van de burleske humorstrip Biebel moet alle verwachtingen overboord zetten. In Finisterre vertelt hij het schrijnende relaas van een vrouw die niet kan omgaan met het gruwelijke oorlogsverleden van haar echtgenoot in de Joegoslavische burgeroorlog (1991-1995). Ook op grafisch gebied verlegt Legendre zijn grenzen met Finisterre. Met een collage van bewerkte foto's en tekeningen slaagt hij erin de gruwelijkheden op de lezer over te brengen zonder ze te tonen. Het indrukwekkende resultaat ligt deze maand in de winkels.

Wat is er gebeurd tussen de laatste Biebel en Finisterre?

"Nadat ik een punt gezet had achter Biebel, ben ik begonnen met schrijven. Sindsdien verschenen vier jeugdromans, waaronder? Screamteam, en een verhaal over 'het leven op de Canarische eilanden', Coño, bij uitgeverij The House of Books. Terwijl ik schreef, ben ik echter gewoon? blijven tekenen. Ik wilde loskomen van de 'ronde-neuzenstijl' en andere dingen uitproberen."

Waarom ben je Finisterre zo lang na het einde van de oorlog gaan maken?
„Ik was met andere dingen bezig. Het verhaal lag in de lade, maar het bleef mij achtervolgen. Ook als ik de lade gesloten hield. Ik kwam het overal tegen."

Is je strip gebaseerd op een waar gebeurd verhaal?
„Niet direct. Wel is mijn broer Willy samen met fotograaf Wim Vancapellen als journalist naar de Balkan getrokken toen het daar allemaal losbarstte. Ze zijn daar dus niet onder begeleiding van het Rode Kruis of de VN in auto's met witte vlaggen en het woord ‘press' op de motorkap de dorpen ingereden. De informatie die ze zo op eigen houtje verzamelden, de dingen die ze meemaakten, waren daarom minder gestuurd of gecensureerd dan wat je gewoonlijk te zien krijgt. De verhalen waarmee ze terugkwamen, waren van zo'n onbeschrijfelijke wreedheid dat ze het nauwelijks in woorden konden vatten en amper aan een krant of weekblad konden slijten. Zeker op dat ogenblik, was het nog geen hot news. Een van hun reportages maakten ze in een dorp waar alle mannen net in een park waren afgeslacht. Daarop waren de kinderen in een schoolkeldertje bijeengedreven, waarna er enkele granaten in werden gesmeten. Zoiets werd niet zonder enige trots getoond. Ze namen een gesprek op met een van de moeders. Ik probeer mij altijd voor te stellen wie de mensen achter zulke daden zijn. Ik bedoel: als je zo'n granaat in een kelder smijt, schep je daar dan ook over op aan de ontbijttafel tegen je vrouw en kinderen? Hoe ga je 's morgens thuis weg? Wat heb je aan? Ik stelde mij die lui voor als een verzameling gestoorde nationalistische fanatici, gestoken in iets wat op een militaire outfit lijkt. Maar daar liepen kerels rond die gewoon een weekendje ‘sluipschuttertje spelen' geboekt hadden en met de zaak verder niks te maken hadden."

Waarom heb je ervoor gekozen om andere grafische technieken en bewerkte
foto's te gebruiken?
„Dat is vanzelf gegroeid. Ik had een eerste versie getekend tot pagina 48. Op dat moment besefte ik dat ik opnieuw een stripje aan het maken was. Ik heb alles verscheurd omdat ik weet dat als ik dat niet doe, ik toch dingen ga hergebruiken omdat ze niet echt slecht zijn of omdat ik te lui ben om helemaal opnieuw te beginnen. Dat deed ik nu wel. Ik trachtte alles wat ik geleerd had en kende en wist te vergeten. Onmogelijk. Na enkele weken zat ik weer muurvast. Elke dag dat gefröbel met episcoop, lichtbak, calqueerpapier en pen en potlood, ik had het allemaal al eens meegemaakt en het hielp me geen meter vooruit. Het lukte me niet uit te drukken wat ik voelde en wilde vertellen. Als ik m'n platen zag, voelde ik niets. Terwijl het binnen in mij stoomde en borrelde. Ik werd razend. Heb weer alles in de papiercontainer gesmeten - die stond onder aan het huis, dus dat was makkelijk - en alles weggedaan wat ik aan documentatie verzameld had. Ik was het beu. Tot ik op een middag wat aan het opruimen was achter het huis. Voor een van de eerste versies had ik het woord ‘existe' geschreven op een stuk glas. Toen ik dat glas wilde wegsmijten, sneed ik me aan een scherf. Het bloedde nogal, dus ging ik binnen m'n hand verzorgen. Toen ik weer buiten kwam en de scherf opraapte, zat die onder het bloed en het zand. Prachtig. Zo wilde ik dat woord op papier zetten maar dat was tot dan niet gelukt (zie pagina 37 in het boek, red.). Vanaf dat moment wist ik hoe ik te werk moest gaan. Gewoon doen. Niet nadenken. Mezelf niet afvragen of iets gereproduceerd kon worden, of iets wel hoorde. Ik werkte als in een roes. Vaak besefte ik 's avonds pas wat ik die dag gedaan had. Op die manier smeet ik nog meer weg dan voorheen, maar er bleven ook dingen over die echt uitdrukten wat ik voelde op het ogenblik dat ik het maakte. Finisterre is letterlijk met bloed, zweet en tranen gemaakt."

Heb je de foto's zelf gemaakt?
„De meeste wel. Maar Finisterre is een soort collage van foto's en knipsels en tekeningen en scans en noem maar op. Dat was de bedoeling, omdat het uitdrukt wat de vrouwelijke hoofdpersoon denkt en voelt. Hoe het er in haar hoofd aan toegaat. Deconstructie tot op het bot. Beelden flitsen aan haar oog voorbij. Die beelden heb ik bijeengesprokkeld. Ze drukken iets uit, roepen iets op. Maar er staat meer niet dan wel in Finisterre. Iemand zei me dat ze de scène van de marteling ondraaglijk vond, terwijl je in het geheel niks te zien krijgt. Het is alleen de kracht van je eigen verbeelding. De foto's uit het oorlogsgebied zijn van Wim Vancapellen en van m'n broer. Daar was ik gelukkig zelf niet bij."

Tot dusver maakte je voornamelijk kinderstrips. Is dat moeilijker dan vrij werk als Finisterre? Tenslotte moet je dan rekening houden met een publiek.
„Bij Biebel heb ik me nooit echt ingehouden, of de taal aangepast, of alleen onderwerpen uit de leefwereld van kinderen gekozen. Enkel bij Kas deed ik dat. Ik vind werken voor kinderen wel lastiger. Dat heeft vooral met taal te maken. Voor kinderen wil ik enkel korte zinnen: werkwoord, lijdend voorwerp, onderwerp, klaar. Geen komma's. Geen zinnen die twee regels lang zijn. Het lezen gaat daardoor veel sneller en vlotter. Belangrijk voor kinderen die niet graag lezen. Maar leg op die manier maar eens uit wat chemische oorlogsvoering is, zoals in Pest, het vierde Screamteam-boek. Daar ben ik dus enkele uren mee bezig. Maar als ik de zinnetjes eindelijk af heb en ze klinken goed als ik ze hardop lees, dan voel ik me heel gelukkig. Met zulke dingen ben je natuurlijk veel minder bezig wanneer je voor volwassenen schrijft. Bij Finisterre kon ik inderdaad doen wat ik wilde, toch was ook die vrijheid beperkt. Je moet immers nog altijd de eventuele verkoopprijs van het eindprodukt in de gaten houden. Je kunt bijvoorbeeld wel wensen dat een pagina op een houten plankje gedrukt wordt, maar dat maakt het geheel wel meteen een stuk minder betaalbaar."

Was je uit op erkenning van het literaire wereldje?
„Toen Finisterre helemaal af was, wist ik nog steeds niet of iemand het überhaupt wilde uitgeven. Ik heb het dus echt in de eerste plaats voor mezelf gemaakt. Om het uit m'n hoofd en uit m'n lijf te krijgen. Erkenning houdt mij in het geheel niet bezig. De mensen die daar wel mee bezig zijn en die ik ken, hebben tot nu toe, in de meeste gevallen, enkel bot gevangen. Zeker ook omdat ze dingen gaan maken die ze eigenlijk niet willen maken. Je voelt dat aan elke gedrukte lijn. We werken in een taalgebied waarin het verdomd moeilijk is om hoge ogen te gooien. Geld verdienen of erkenning krijgen, hangt van meer af dan de kwaliteit van je werk alleen. Omdat je nooit zeker weet of het iets wordt, wil ik zelf in de eerste plaats eerlijk plezier beleven terwijl ik iets maak. Dat is nog steeds mijn grootste beloning. Als dat niet zo was, tekende ik nog altijd Biebel trouwens."

Je hebt ooit toegepaste grafiek gestudeerd. Dat is echter al weer lang geleden. Vanwaar ineens deze breuk met je karikaturale stijl?
„Ik probeer graag dingen uit. Stijlen, technieken. Ik zit vaak uren te knoeien, louter en alleen voor mijn plezier. Meestal smijt ik het resultaat daarna weg. Ik heb collega's met bankkluizen voor hun originelen, maar ik hecht daar geen grote waarde aan. Van Finisterre is enkel overgebleven wat gekrast staat op de muren van een ruïne hier op het eiland. Alles wat ik kan wegsmijten, gaat weg. Dan ben ik er vanaf; weeg ik lichter. Hetzelfde doe ik trouwens een aantal keer per jaar met zowat alles wat blijft rondslingeren. Dat is iets wat is overgebleven uit de tijd toen we op wereldreis vertrokken. Dan kun je dus niet al te veel meenemen. We hebben bijna alles weggedaan wat we hadden. Een hele kamer propvol boeken. Muren vol cd's. Ik dacht dat ik het niet zou overleven. Maar het tegendeel was waar. Ik voelde me vederlicht toen alles de deur uit was. Ik was vrij. Dat gevoel van vrijheid is onbeschrijfelijk. Ik kan het iedereen aanraden."

Kost het je normaal gesproken veel moeite je verhalen op papier te krijgen?
„Ik werk elke dag van het jaar. Ik kan m'n kop niet afzetten. D'r zit geen aan/uit-knop op. Dat is vaak heel erg lastig. Maar meestal vind ik het wel vermakelijk. Is er niks op tv, doe ik m'n ogen dicht en verzin ik het vervolg op wat ik die dag geschreven heb. Ik probeer acht uur per dag te werken. Daarmee bedoel ik effectief aan m'n werktafel zitten. Dus niet op het strand liggen dromen over hoe hoofdstuk zes van Screamteam zou kunnen zijn. Ik heb verder geen problemen met witte vellen papier. D'r bestaan duizenden trucjes om inspiratie niet te laten opdrogen. Een van die trucjes is muziek. Ik weet precies wat ik wanneer moet opzetten. De rest komt dan vanzelf."

Waarom zijn jij en je vrouw een aantal jaren geleden naar de Canarische eilanden verhuisd?
„We wilden graag een wereldreis maken met ons zeilscheepje. Wat er na ons vertrek uit Vlaardingen gebeurd is, staat in Coño."

Ben je sindsdien anders tegen je beroep aan gaan kijken?
„Zeker. En niet alleen tegen m'n beroep. Als je lange tijd weg bent uit je vertrouwde omgeving, ik bedoel dus niet een maandje of drie, dan is het alsof je de deuren en ramen in je kop tegenover elkaar open zet. Het tocht ongelooflijk. Er waait van alles naar buiten en er komt van alles naar binnen. Je kunt dat negeren of je kunt proberen er iets mee te doen. Ik denk dat de tijd gekomen was er werk van te maken. Het wonen in het buitenland helpt je ook om dingen te relativeren, tot hun ware grootte terug te brengen. Best lastig als je weer even terug bent in België en Nederland, trouwens. En last but not least, je leeft echt in een smeltkroes van culturen. Je kunt het je misschien amper voorstellen, maar er zijn kinderen die nooit een boek van Harry Potter in handen gehad hebben, landen waar men niet weet dat Moby een nieuwe cd uit heeft. Het interesseert hen gewoon niet. Waar ik woon, begrijpt men nog steeds niet wat ik doe. We hebben besloten het op ‘schilder' te houden, want bij schrijver of tekenaar kunnen ze zich niets voorstellen. Bij schilder ook niet trouwens. Enkele maanden geleden had iemand een geknipte opdracht voor mij, zei hij. Z'n badkamer een nieuw likje verf geven. Dat er mensen zijn die iets op een blad papier of een doek schilderen, kunnen ze zich niet alleen niet voorstellen, ze vinden het ook nog eens onzinnig. Daar sta je dan als min of meer bekend illustratortje uit de lage landen. Hier ben je pas iets waard als je het licht kunt maken, wanneer de elektriciteit uitvalt."

Had je een vrij werk als Finisterre ook kunnen maken als je nog hoofdredacteur van Suske en Wiske-weekblad was geweest?
„Suske en Wiske-weekblad was een uitdaging die anders uitpakte dan verwacht. In werkelijkheid was niet ik maar Dirk Willemse hoofdredacteur. Dan gaat zo'n blad er natuurlijk niet uitzien zoals jij gedacht had. Maar ik blijf overtuigd van het feit dat een goed gemaakt jongerenblad bestaansrecht heeft en als iemand mij morgen vraagt, doe ik weer mee. In de tijd van het S&W-weekblad had ik Finisterre niet kunnen maken wegens tijdsgebrek. Ik maakte het blad, tekende en schreef Biebel, schreef Sam voor Jan Bosschaert, Waterland voor Jeff Broeckx, De familie Klipper voor Rouffa, Kas, Cactus en nog wat dingen met Yurg. Ik werkte voor tv en tekende voor enkele reclamebureau's en ondertussen maakte ik de boot klaar voor vertrek. Even tussendoor Finisterre maken had niet gekund. De eerste versie van het scenario en de eerste schetsen dateren echter wel uit die periode. Ik herinner me dat we met Jan Bosschaert toen wat pogingen ondernamen om een andere soort strip te maken. Zaten we weken lang te friemelen met calqueerpapier omdat we niet wisten hoe we de teksten in de tekeningen kregen. Dat vonden we toen creatief al heel ver gaan."

Maak je nog kinderstrips?
„Ik maak wat ik in m'n hoofd krijg. Denk dus niet: ‘nu iets voor kinderen.' Het materiaal dient zich zelf aan. Kan om het even wat zijn. Ik broed op een ideetje voor een kinderstrip, maar ik zou het liever door iemand anders getekend zien."

Toen ik Finisterre las, had ik het gevoel een harde stomp in mijn maag te hebben gehad. Had jij daar zelf geen moeite mee bij het maken ervan?
„Nee. Maar ik vind het opvallend dat de mensen die Finisterre gelezen hebben, het allemaal nogal op een gelijkaardige manier beleven. Wat op de Balkan gebeurde, is ziekmakend. Wat nu in Uganda gebeurt, is ziekmakend. Ik kan nog wel wat plekken opnoemen waar dingen gebeuren waarvan je onpasselijk wordt als je erover hoort of leest. Als je je niet vreemd zou voelen tijdens het lezen van Finisterre, dan zou dat betekenen dat ik de boodschap niet heb kunnen overbrengen. Als je het boek uit hebt, moet je even geen zin hebben om aan tafel te gaan, zal ik maar zeggen. Je moet even stil willen blijven zitten, enkele keren slikken. Al is het maar enkele seconden. Het werken aan Finisterre was een erg fysieke ervaring. Vaak voelde ik me 's avonds leeg en afgepeigerd. Ik leek ook steeds verder weg te zinken in een stinkende, gore, zwarte plas. Toen het project eindelijk klaar was, leek het alsof ik net op tijd naar de oppervlakte kon. Ik heb letterlijk zitten uithijgen op een stoel. Heel intens allemaal. In het boek krabt de vrouw haar ‘binnenkant' open en dat kon ik enkel weergeven door ook aan mijn binnenkant te krabben, bleek. Misschien gebeurt tijdens het lezen wel hetzelfde bij de lezer?"

Waar komt de titel vandaan?Het woord roept associaties op met een sinister einde.
„Finisterre is een bestaande kaap, een landeinde in het noordwesten van Spanje. Zeevaarders gaven die inderdaad sinistere plek waar het vaak stormt de naam finis terrae, wat einde van de aarde betekent. Einde van de wereld, als je wilt. Allemaal heel symbolisch voor iemand die een plek zocht waar ze onzichtbaar zou worden maar waar tevens haar leven eindigt. Letterlijk en figuurlijk."

Ben je nu als stripmaker een nieuwe weg ingeslagen?
„Ik heb ondertussen een strip getekend voor een bundel bewerkingen van gedichten van Slauerhoff (zie ook ZozoLala 141, red.). Met Finisterre ben ik zeker een andere weg ingeslagen. Maar ik kan me niet voorstellen dat er een tweede Finisterre komt. Ik werk aan een nieuw project, maar dat zal behoorlijk van Finisterre verschillen. Wat grafisch op z'n plaats was om het verhaal van Finisterre te vertellen, is wellicht onbruikbaar om een ander verhaal te vertellen. Dat zal de toekomst moeten uitwijzen. Maar ik heb in ieder geval heel veel zin om verder te gaan. Toen ik ooit met Biebel begon, wilde ik er eigenlijk nogal snel mee ophouden. Ik dacht dat ik aan allerlei wetten en regeltjes onderworpen zou worden. Toen bleek dat ik met Biebel m'n gang kon gaan, begon ik het, eerst nog aarzelend weliswaar, van de ene op de andere dag wel leuk te vinden. Nu ik met Finisterre ervaren heb dat er ook grafisch geen wetten of regels zijn, voel ik me vrijer dan ooit. Misschien dat ik nog wel eens een strip beeldhouw."

Verdien je de kost nog met televisie en reclame?
„Sporadisch maak ik nog eens iets voor reclame of tv. Meestal wanneer ze ‘zotte ventjes' nodig hebben. Want dat Biebeltje dat blijft mij achtervolgen, hè."
Hans van Soest