|
Het
onmogelijke medium
De haat-liefdeverhouding van Thé Tjong-Khing met de strip
De oude meester staat weer volop in de belangstelling. In maart
won Thé Tjong-Khing de prestigieuze Woutertje Pieterse Prijs
voor zijn prentenboek Waar is de Taart?, zijn bekendste strip Arman
en Ilva wordt opnieuw uitgegeven en in april werd bekend dat Hanco Kolk
van plan is een remake te maken van Iris. Zelfs onze vorstin heeft in
de gaten dat er weer iets moois bloeit in Haarlem en benoemde Khing
tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.
Thé Tjong-Khing is verbaasd als we hem bellen voor een interview.
Wat wil een stripinformatieblad nou van hem weten? Hij maakt al jaren
geen strips meer. Pas als we opmerken dat Waar is de Taart? verdacht
veel op een strip lijkt, gaat hij lachend overstag.
"Ik heb al bijna dertig jaar niets meer met strips te maken. Af
en toe lees ik bij een vriend nog weleens Zone 5300. Dat is alles. Ik
ben illustrator. Het begon me tegen te staan dat je bij het maken van
strips zo gebonden bent. Ik mocht niets doen met de personages Arman
en Ilva. Als je een stripserie tekent, ligt bijna alles vast. Er is
een stramien waar je binnen moet blijven. Dat gaat vervelen. Ik miste
de vrijheid om nieuwe dingen uit te proberen en te experimenteren. Ik
begon naar andere mogelijkheden te zoeken. Tekenen voor reclamemakers
werd echter een fiasco. Ook lesgeven op de Rietveldacademie was geen
succes. De leerlingen waren wel tevreden, geloof ik. Maar ik voelde
me er zelf niet prettig bij. Ik had niet het idee dat ik degene was
die anderen moest vertellen wat goed of slecht was."
De schrijfster Miep Diekman bleek de reddende engel die hem de laatste
zet gaf. Geheel tegen de heersende mores in benaderde zij hem voor het
illustreren van een van haar boeken.
"Ze was een sterke vrouw en een belangrijke auteur met veel invloed.
Het was en is heel ongewoon dat een kinderboekschrijver zelf een illustrator
benadert. En daarvoor een striptekenaar kiezen was helemaal ongebruikelijk.
Ze kwam precies op het goede moment."
De overstap van de strip naar het illustratiewerk bleek in alle opzichten
een ommekeer in zijn artistieke bestaan. "De illustraties voor
het eerste kinderboek waaraan ik meewerkte, zagen er nog echt uit als
striptekeningen. Het was allemaal wat zwaarder aangezet. Als je naturalistisch
werkt, is de lijnvoering belangrijker. Een gezicht bijvoorbeeld, wordt
dan bepaald door de dikke lijnen. Bij illustreren luistert dat minder
nauw. Je moet het heel open, bijna vaag houden. Dat heeft natuurlijk
wel zijn prijs. Ik mis wel dat ik nu minder met gezichtsuitdrukkingen
kan doen.
Khing voelt zich senang als illustrator. Zijn opmerking dat hij niets
meer met strips te maken heeft, wordt in de loop van het gesprek echter
meer en meer genuanceerd. Soms lijkt hij een verstokte roker die al
jaren geleden de tabak heeft afgezworen, maar af en toe nog hunkert
naar de nicotine.
"Ik lees nooit meer strips. Ik ken ook geen enkele auteur meer.
In feite is de strip een onmogelijk medium. Hybride en vreselijk tweeslachtig.
Het is onmogelijk om tegelijk naar de tekeningen te kijken en de tekst
te lezen. Het is het een of het ander. Je kunt met strips ook niets
suggereren. Behalve Loustal. Er komen soms mensen uit de stripwereld
over de vloer die iets van me willen. Zo kreeg ik toevallig Loustals
werk onder ogen en daarna heb ik gelijk al zijn albums gekocht. Hij
is de enige die zijn strips echt expressief kan maken. Maar ook dan
kijk ik alleen naar zijn tekenwerk. Dat is voldoende. Zijn personages
hebben van die lege gezichten waar je als lezer zelf een invulling aan
kunt geven. Suggesties wekken is altijd veel leuker. Ik houd er niet
van als alles voor je uitgespeld en voorgekauwd wordt. Daarom ga ik
ook bijna nooit meer naar de film."
De laatste opmerking is verrassend. 35 Jaar geleden verwierf Khing kortstondig
nationale roem door uitzending na uitzending met hardnekkige deskundigheid
alle vragen in een filmquiz op televisie feilloos te beantwoorden. Sindsdien
wordt er altijd een limiet gesteld aan het aantal keren dat een quizkandidaat
kan terugkomen.
"Ik ga praktisch nooit meer naar de film. De magie is weg. Alles
wat een film tegenwoordig wil vertellen wordt ook daadwerkelijk getoond.
Al dat geweld hoeft voor mij niet. Vroeger waren films veel suggestiever.
Er gebeurden allerlei dingen die niet of verhuld in beeld werden gebracht.
Zo maakte ik ook graag mijn strips. Dat kun je soms ook terugzien. Ik
probeerde mijn personages ook te laten acteren."
Het is inderdaad kenmerkend voor Khings stripwerk. Meer dan in de moderne
cinema, zat in de oude films de camera bovenop de acteurs. Tegenwoordig
wordt het nog maar zelden gebruikt, maar de close-up was vroeger een
veel en graag gebruikt camerastandpunt. Talloze klassieke filmacteurs
danken er hun roem aan. In zijn werk zijn het vooral de nadrukkelijk
in beeld gebrachte gezichtsexpressies waarmee Khing diepe indruk maakte
op de striplezers en zijn collega's.
Toch is Khing ook tegenwoordig meer bij de strip betrokken dan zijn
aanvankelijke afstandelijkheid suggereert. Een jaar of zeven geleden.
Tijdens de uitreiking van trentenaire-prijs van Het Stripschap in 1998
ontmoette hij Hanco Kolk, een grote bewonderaar van het werk van Khing.
Tijdens deze en volgende ontmoetingen ontstond het plan om samen een
strip te maken. Hanco zou een scenario schrijven en Thé zou dan
zorgen voor het tekenwerk. Het plan sterft helaas in schoonheid. Toch
heeft Kolk goede herinneringen aan die periode.
"Omdat Thé het gebrek aan speelruimte voor een stripmaker
zat was, wilden we iets doen wat helemaal nieuw was. Een beetje zoals
Loustal strips maakte. Als voorbeeld van de sfeer waarin het verhaal
zich moest afspelen, stuurde Thé me de video Repulsion van Polanski.
Ik heb toen een psychologische thriller geschreven. Maar het kostte
te veel tijd. Khing is een perfectionist. Maar het was een goede ervaring."
Khing ziet het vooral als zijn onvermogen om over te brengen wat hij
in zijn hoofd heeft zitten. "Ik heb een verhaal dat ik wil vertellen,
maar het lukt me dan niet om het onder woorden te brengen. Ik heb twee
keer geprobeerd zelf een boek te schrijven, maar daar was geen uitgever
in geïnteresseerd. Hanco was ook niet de enige die met me wilde
samenwerken aan een strip. Maar met anderen is het uiteindelijk net
zo min gelukt. Bij het illustreren heb je zulke problemen niet. Je werkt
dan ook eigenlijk niet samen. De schrijvers waarvoor ik de boeken van
tekeningen voorzie, zie ik nooit. Als ze een boek afhebben, komt het
via de uitgever bij mij terecht. Bij strips is de tekenaar de baas.
Als illustrator ben je ondergeschikt aan de schrijver. Je tekent wat
er geschreven is. Alleen hoe je het tekent, bepaal je zelf. Tenminste,
zo lang je maar niet vergeet voor wie je tekent. Dat maakt het soms
wel lastig. Elke keer als ik aan een nieuw boek begin, moet ik weer
vaststellen op welke manier de platen getekend en gekleurd moeten worden.
Toch zit er een duidelijke ontwikkeling in mijn illustratiewerk. Als
je me een willekeurige door mij gemaakte tekening voorlegt, kan ik meteen
zien uit welke periode het stamt.
De oplossing voor Khings onvermogen om woorden te vinden voor wat hij
wil vertellen, bleek uiteindelijk Waar is de taart? te zijn. "Voor
een Vlaamse uitgeverij illustreer ik de kinderboekenserie Vos en de
Haas van Sylvia VandenHeede. Die reeks is vanaf het eerste deel een
succes. De jongste uitgave moest een prentenboek worden. De schrijfster
stuurde me diverse ideeën die op zich erg leuk waren. Maar het
lukte me niet om er een goed lopend geheel van te maken. Door haar suggesties
kreeg ik echter wel inspiratie. Mijn eigen verhaal had niet meer zo
veel te maken met haar oorspronkelijke opzet, dus hebben we besloten
dat ik er maar een boek van mezelf van zou maken. Omdat ik niet kan
schrijven, heb ik helemaal afgezien van tekst. Het is een woordeloos
verhaal over twee honden die door twee ratten zijn beroofd van hun taart.
Ik heb het zo geconstrueerd dat je regelmatig terug moet bladeren. Het
is me erg goed bevallen. Ik ben zelfs al aan een vervolg begonnen.
Thé Tjong Khing oogt en klinkt als een tevreden mens. Hij geniet
van de aandacht en laat zich gewillig lauweren. Een evenement als de
feestelijke uitreiking van de Woutertje Pieterse Prijs in De Balie in
Amsterdam vindt hij nog steeds leuk om mee te maken. Hij is een succesvol
en gewaardeerd illustrator. Maar als hij eens in de twee jaar in zijn
woonplaats Haarlem het stripfestival bezoekt, krijgt hij toch weer even
de kriebels. Maar hij moet niet zeuren, vindt hij. Het is afgelopen.
Jef Nieuwenhuis
De mens
Thé Tjong-Khing is in 1933 geboren op het eiland Java in
voormalig Nederlands-Indië. Hij is een telg uit een Chinese familie
die al generaties lang in de Nederlandse kolonie woonde. Thé
is van jongs af aan een gepassioneerde tekenaar en studeert aan de tekenacademie
in Bandoeng. In 1956 emigreert Khing vanuit Indonesië naar Nederland
om zijn tekenstudie af te ronden aan de kunstnijverheidschool in Amsterdam.
Na zijn studie vindt hij als studioassistent werk bij Toonders Studio's
en ontwikkelt hij zich tot een gewaardeerd stripmaker. In de jaren '70
is hij twee jaar docent illustratieve vormgeving aan de Rietveldacademie,
waar hij onder andere stripmaker/illustrator Fred de Heij als leerling
heeft. In die periode begint hij ook met het illustreren van kinderboeken.
In 1977 kiest hij definitief voor het illustratiewerk en wordt in de
loop der jaren een veelgevraagd en -gelauwerd illustrator. Hoewel de
70 ruim gepasseerd werkt Thé Tjong-Khing gewoon door.
De stripmaker
Hoewel er in zijn studietijd geen specifieke opleidingen waren voor
stripmakers, kwam Thé naar Nederland om zijn studie hier af te
ronden als opstap naar een carrière als striptekenaar. Afgestudeerd
als reclametekenaar solliciteert hij bij de Toonder Studio's als manusje
van alles. Zijn eerste geplaatste strip is Romeo voor twee Engelstalige
bladen. Het echte werk begint wanneer hij Jan Wesseling kan assisteren
bij het tekenen van de krantenstrip Marion. Zijn meeste en belangrijkste
strips maakt Khing in samenwerking met scenarist Lo Hartog van Banda.
Hun samenwerking start met de strip Student Tijloos. Ook de modieuze
one-shot Iris is een product van hun samenwerking, net zoals de meidenstrip
De twee van Oldenhoek. Hun meest bekende en erkende werk is echter Arman
en Ilva. Andere strips van Khing zijn Arendsoog (met de schrijver van
de oorspronkelijke boekenserie P. Nowee als scenarist), Rebbe (op scenario
van Don Dekker) en Storende verhalen. De laatste strip verscheen in
De Vrije Balloen, een stripblad opgezet door stripmakers waaronder Thé
Tjong-Khing. Twintig jaar na zijn aankomst in Nederland stopt hij met
het maken van strips. In 1971 ontving hij een Belgische Sciencefictionprijs
voor Arman en Ilva. Het Stripschap lauwerde hem in 1998 met de trentenaireprijs,
een speciale prijs voor zijn hele stripoeuvre.
De illustrator
Als Thé door kinderboekenschrijfster Miep Diekman wordt gevraagd
om een boek van haar te illustreren, is hij op dat gebied geen onbeschreven
blad. Na zijn dienstverband bij de studio van Marten Toonder richtte
hij zich enige tijd volledig op het illustreren. Heimwee dreef hem toch
weer terug naar de strip. In 1966 tekent hij als freelance illustrator
al de omslag en de illustraties voor een boek van Thea Beckman. Ook
voor tekstverhalen in het stripblad Pep verzorgde hij regelmatig de
illustraties. Vanaf 1997 is hij echter fulltime illustrator. In de decennia
daarna zal hij voor talloze kinderboeken in binnen- en buitenland het
tekenwerk verzorgen. Auteurs wiens werk hij illustreerde zijn onder
meer Dolf Verroen (Dank je lekker), Els Pelgrom (Kleine Sofie en Lange
Wapper), Guus Kuijer, Sofie Mileau, Burny Bos (Bonkie en Uk) en Sylvia
Vanden Heede (Vos en de Haas). Zijn werk blijft bepaald niet onopgemerkt.
In de loop der jaren wordt de illustrator overladen met prijzen in zowel
binnenland (o.a. Gouden Penselen en Vlag en Wimpels) als buitenland
(o.a. de Deutsche Jugendliteratur Preise). De Woutertje Pieterse Prijs
die Khing dit jaar uitgereikt kreeg voor Waar is de taart?, is zijn
eerste literaire prijs en de eerste prijs die hij ontving voor een boek
dat geheel van zijn hand is.
De herdruk
In het laatste kwartaal van 2006 zal uitgeverij Sherpa de eerste twee
delen van een integrale herdruk van Arman en Ilva in de handel brengen.
Dat zal dan de tweede keer zijn dat de stripreeks in boekvorm wordt
uitgegeven. Eerder al publiceerde uitgeverij Brabantia Nostra de zestien
verhalen in een aantal verzorgde hardcoveralbums. Dat belet Mat Schifferstein
van Sherpa niet het nog eens dik over te doen. "Er is geen striptekenaar
die zo goed realistisch kan tekenen als Thé Tjong-Khing. Maar
dat vraagt wel een goed verzorgde reproductie. Jammer genoeg liet het
drukwerk van de uitgaven van Brabantia Nostra in diverse albums nogal
te wensen over." In tegenstelling tot de Brabantia Nostra-uitgaven
zal in de nieuwe herdruk per album slecht één Arman en
Ilva-verhaal worden gepubliceerd.
Het is niet de eerste keer dat Sherpa werk van Thé Tjong-Khing
in haar fonds wil opnemen. Tien jaar geleden bestonden er serieuze plannen
voor de uitgave van Iris. "Thé staat nogal gereserveerd
tegenover zijn oude werk. Toch waren we al ver gevorderd. Hij had zelfs
al platen hertekend. Op een gegeven moment vond hij echter dat we het
toch maar niet moesten doen."
De remake
Hanco Kolk gaat met toestemming van Khing en de hoogbejaarde Hartog
van Banda een remake maken van het cultverhaal Iris. Hanco is een groot
liefhebber van het werk van Khing. Dat is echter niet de enige rede
voor dit verrassend voornemen. "Peter de Wit en ik waren het erover
eens dat Iris een verhaal is dat prima zou passen in de reeks Meccano.
Het is een maatschappij-kritische satire met de invloed van het massa-amusement
als onderliggend thema." Behalve de aansprekende thematiek zijn
er ook meer persoonlijke redenen voor Kolk om aan een remake te beginnen.
"Het album ligt me na aan het hart. Ik wil het in 2008 - precies
veertig jaar na het uitkomen van het oorspronkelijke verhaal - als een
soort hommage uit laten brengen. Hoewel de thematiek aansluit op de
Meccano-reeks, zal Iris er niet precies zo uitzien. Mijn stijl heeft
zich in de loop der tijd weer verder ontwikkeld. Wat beeld betreft zal
het meer op S1ngle lijken. Mijn eigen stijl sluit goed aan op de lijnvoering
uit de oorspronkelijke strip. Ik heb de ruwe outline nu in de computer
zitten. Daar laat ik het voorlopig sudderen. Dat is mijn gebruikelijke
werkwijze. Eerst moet het vierde Meccano-verhaal afgemaakt worden. We
hebben de tijd"
De strip
Hoogtepunt in het stripoeuvre van Thé Tjong-King is de stripreeks
Arman en Ilva die hij samen met scenarist Lo Hartog van Banda maakte.
De serie beschrijft de belevenissen van de twee hoofdpersonen Arman
en Ilva in een verre toekomst. Het tijdperk waarin het duo leeft, doet
er echter nauwelijks toe. Het is enkel de setting waarin de emoties
en innerlijke roerselen van de personages meer aandacht krijgt dan de
gebeurtenissen waarin ze verzeild raken. Die gebeurtenissen zijn enkel
de hefboom voor de gemoedstoestand van de hoofdpersonen. Zowel in tekst
en beeld wordt de nadruk op de acteurs gelegd. In de houdingen, gebaren
en vooral de gezichtsuitdrukkingen doet Khing op superieure wijze verslag
van hun doorleefde emoties. De twee hoofdpersonen zijn vaak drukker
met elkaar dan met wat er om hen heen gebeurt. Vaak worden de gebeurtenissen
niet of nauwelijks beïnvloed door hun daadwerkelijke betrokkenheid.
|