Hiroshima is zestig jaar na dato nog steeds actueel

Zes jaar oud was Keiji Nakazawa toen op 6 augustus 1945 de atoombom viel op zijn woonplaats, het Japanse Hiroshima. Een gebeurtenis die het verloop van zijn verdere leven zou bepalen. Zijn ervaringen tekende hij begin jaren '70 op in Hadashi no Gen (bekend onder de Engelse titel Barefoot Gen), waarvan het eerste deel nu eindelijk in het Nederlands is verschenen. Eindelijk, want Hiroshima - zoals de strip in het Nederlands heet - is een indrukwekkend monument.

De kleine jongen Gen is het alter ego van Keiji Nakazawa. In het eerste deel, De bom, maken we kennis met zijn familie. Zoals zijn vader, een pacifist die tegen de oorlog is en weet dat Japan die onherroepelijk zal verliezen en hoopt dat dat dan in ieder geval het einde zal betekenen van het gehate militaristische systeem. De oorlog zorgt voor honger in de steden. Er is een gebrek aan alles. Gens ouders moeten keihard werken om hun kinderen niet te laten creperen. Bijna dagelijks klinkt de luchtsirene. Maar steeds vliegen de B-29’s voorbij. Tot die ene bewuste ochtend in augustus. Gen loopt naar school, maakt een praatje en ziet weer een Amerikaanse bommenwerper naderen. Enola Gay staat erop.
Wat volgt, is voor wie er niet bij is geweest nauwelijks te bevatten. „Maar alles wat ik heb meegemaakt is precies zo gegaan als in Barefoot Gen,” vertelt hij in de vele honderden interviews die hij heeft gegeven sinds de strip zo’n dertig jaar geleden voor het eerst verscheen. „Het was niet mooier en niet erger dan wat ik daarin heb beschreven.”
Het alledaagse leven dat de strip beschrijft tot aan het moment waarop de bemanning van de Enola Gay hun ‘Little boy’ laten vallen, staat in schril contrast met de hel op aarde die volgt. „Er was een flits. Het licht kwam op me af: hel wit van binnen, met een blauw-witte rand er omheen en een oranje-rode ring weer daaromheen. Het eerstvolgende wat ik me herinner is dat het pikdonder was. Het leek wel nacht, terwijl de lucht even daarvoor nog strak blauw was geweest. Ik voelde een spijker in mijn wang en vroeg me af wat er gebeurd was. Ik wilde opstaan en merkte toen pas dat ik onder een berg dakpannen en gevelplaten lag. De muur van mijn school was vlak achter me ingestort. Ik kroop onder het puin vandaan en zag op straat de vrouw liggen met wie ik even daarvoor een praatje had gemaakt. Haar haar was verbrand en haar gezicht en huid waren helemaal zwart. Ze staarde me recht aan.”
Nakazawa doolt door de verwoeste stad. „Ik kon maar aan één ding denken: naar huis!” De eerste mensen die hij tegenkomt zijn zes vrouwen. Ze dragen alleen hun onderbroek en zitten onder de glassplinters. Dan ziet hij mensen wier lichamen helemaal blauw lijken. Dichterbij ziet hij dat ze volledig bedekt zijn door glasscherven. Dan ziet hij de zwartverkoolde lijken op straat liggen, als een dodentapijt waarmee de stad bedekt is. Overlevenden kruipen rond op zoek naar water. „Het rare was dat niemand schreeuwde. Sommigen dronken, anderen zaten hun lichaam van scherven te ontdoen. Ik bleef maar rennen totdat ik in mijn wijk kwam. Alles stond in brand. Ik kon niet bij mijn huis komen. Pas toen kwam ik enigszins bij zinnen, denk ik. Ik rende terug naar de hoofdstraat en begon om mijn ouders te roepen. Ik zocht ze overal. Een hele menigte mensen liep me zwijgend voorbij. Het leek een zombieparade! Hun huid hing in slierten langs hun lichaam. De atoombom veroorzaakt een hitte van duizenden graden. De huid smelt gewoon binnen een paar seconden van je af. Het laat los tot aan je vingernagels en blijft daar vervolgens aan hangen. Die mensen liepen daar maar, met hun armen gestrekt, hun huid hangend tot op de grond. Bij wie door de explosie recht in het gezicht was geraakt, waren de oogballen eruit geplopt en hingen die nog aan draadjes te bungelen. Die mensen droegen hun ogen in hun handen. Anderen probeerden met hun handen hun ingewanden terug in hun opengereten buik te proppen. Alleen mensen die witte kleren droegen hadden nog wat kleding om hun lijf. De hitte had alle anders gekleurde kleding verbrand.”
Uiteindelijk vindt Nakazawa zijn moeder, zittend op de straat. Ze kijken elkaar aan en kunnen beiden geen woord uitbrengen. Dan ziet hij hoe ze een baby in haar armen houdt. De explosie heeft de geboorte te vroeg op gang gebracht. Ze ontvluchten de stad, ontkomen grotendeels aan de radioactieve zwarte regen die zo veel slachtoffers heeft gemaakt, vinden Nakazawa’s oudere broer terug en krijgen onderdak bij familie in een voorstad van Hiroshima. Daar vertelt zijn moeder wat er met de rest van het gezin is gebeurd. Zijn zus was al meteen dood. Maar zijn jongere broer en zijn vader lagen beklemd onder het puin, schreeuwend om hulp en van de pijn. Nakazawa’s moeder moest toezien hoe ze voor haar ogen verbrandden. Ook de baby zal het uiteindelijk niet overleven. Ze sterft na een paar maanden aan ondervoeding.

Manga
Na de oorlog pakt de jonge Nakazawa samen met de overlevenden uit het gezin het leven zo goed mogelijk weer op. In 1948 komt hij voor het eerst in aanraking met manga. Een klasgenootje heeft een boek van Osuma Tezuka. Nakazawa wil het ook hebben en spaart net zo lang met de verkoop van oude metalen en rommel, tot hij er eindelijk zelf ook een kan aanschaffen. Vanaf dan tekent hij zelf voortdurend.
Op zijn 22ste besluit Nakazawa naar Tokyo te vertrekken om zijn geluk te beproeven als striptekenaar. Zeer tegen de zin van zijn moeder, die niet wil dat haar zoon in zijn leven net zo moet sappelen als zijn vader destijds als schilder had gedaan. Hij vindt ergens een kleine kamer en begint met zijn werk uitgevers langs te gaan. Met wisselend succes. „Daar in Tokyo wist niemand dat ik een overlevende was van de atoombom. Ik repte er met geen woord over, omdat ik wist dat mensen je gingen mijden als je het ze wel vertelde. In die tijd leefde er nog een irrationele angst onder veel Japanners dat je stralingsziekte kon oplopen als je in contact kwam met overlevenden. Zelfs in een mondaine stad als Tokyo geloofden veel mensen dat.”
De ommekeer komt in 1966, wanneer Nakazawa’s moeder overlijdt. „Ik kreeg een telegram dat ze ernstig ziek was en haastte me terug naar Hiroshima. Te laat, ze lag al in haar kist. Ze betekende zo veel voor me. Zonder haar was mijn leven heel anders gelopen. Ik zou een oorlogswees zijn geweest en in een tehuis of een gevangenis zijn beland. Ik ging naar het crematorium om haar as op te halen. Wanneer je gecremeerd wordt, blijven er altijd wat botten over, de schedel, wervels. Maar in mijn moeders as waren geen botresten te vinden. Helemaal niets. Dat was een enorme schok. Tot mijn ontzetting besefte ik dat de straling tot in haar beenderen was doorgedrongen zodat ze uiteindelijk verpulverden.”
Dat besef zet in Nakazawa’s hoofd de schakelaar om. „Ik was woest dat de bom zelfs mijn moeders botten had vernietigd. In de trein terug naar Tokyo maalde het maar door in mijn hoofd. Ik realiseerde me dat ik nooit echt over de gebeurtenissen van 6 augustus 1945 nadacht, of over de oorlog en waarom die eigenlijk gevoerd was. En niet alleen ik, vrijwel alle Japanners ontliepen die vraag. Toen besloot ik dat ik vanaf dat moment strips zou gaan maken over de oorlog en de schuldvraag niet uit de weg zou gaan.”

Overlevende
De eerste strip die Nakazawa dan maakt, is Kuroi Ame ni Utarete (wat zoiets betekent als: Getroffen door zwarte regen). Het gaat over een jonge overlevende van de bom die een Amerikaan doodt uit haat voor wat de Verenigde Staten onschuldige burgers heeft aangedaan in Hiroshima, Nagasaki en de vuurstorm op Tokyo die in één nacht honderdduizend slachtoffers maakte.
De strip wordt uitgegeven door een kleine uitgeverij en is een bescheiden succes. Grote uitgevers durven hun handen er niet aan te branden. De Amerikanen houden nog steeds een deel van Japan bezet en ze vrezen een diplomatieke rel. Bovendien heeft het grote publiek de oorlog verdrongen en wil het er liever niet aan herinnerd worden. Toch maakt Nakazawa meer oorlogsstrips, maar daarin verwerkt hij nog niet zijn eigen ervaringen. Totdat een tijdschrift hem om een autobiografisch verhaal vraagt. Dat wordt Ore wa Mita (in het Engels vertaald als I saw it). Nakazawa’s uitgever is enthousiast en moedigt hem aan er een langere manga van te maken. Zo ontstaat Barefoot Gen.
Het knappe aan Nakazawa’s meesterwerk is dat hij niet de schuld eenzijdig legt bij de veroorzakers van al het leed in zijn leven. Ja, de Amerikanen hadden de bom nooit mogen laten vallen. De Verenigde Staten ontwikkelden de bom omdat ze wisten dat de nazi’s er ook aan werkten. Maar toen Hitler verslagen was, ging de ontwikkeling gewoon door. „Hiroshima was een experiment om de effecten van de bom te testen,” is Nakazawa’s overtuiging. Zijn stelling kan hij makkelijk onderschrijven: de stad werd in tegenstelling tot andere Japanse steden in de buurt al enige tijd niet meer gebombardeerd voor die bewuste dag.
Maar Nakazawa beschrijft ook hoe het zo ver heeft kunnen komen. Hoe zijn land als een ware oorlogsmachine de mannen en jongens van de natie de dood instuurt, hoe onder extreme omstandigheden het beste maar ook het slechtste in mensen naar boven komt. Hoe zijn moeder en hij na de verschrikkingen zelfs bij hun familie niet op veel medelijden hoeven te rekenen.

Dood
Meer dan tweeduizend pagina's telt de strip. Uiteindelijk laat Nakazawa het verhaal eindigen met de dood van zijn/Gens moeder. „Daar ben ik mee gestopt. Alhoewel ik het verhaal nog niet als afgerond beschouw, zal ik de serie niet verder uitbouwen. Gen kan zijn leven het best voortzetten in de fantasie van de lezer.”
Uitgeverij Xtra zal de strip, net zoals in Japan, in tien delen uitbrengen. Met als enige verschil dat de leesrichting is omgedraaid voor het westerse publiek. De manga volgt zeker in het begin vrij nauwgezet het levensverhaal van Nakazawa. Maar dat staat symbool voor dat van vele honderdduizenden anderen die de gruwelen hebben meegemaakt. Behalve zijn eigen ervaringen, verwerkt hij in Barefoot Gen ook de ervaringen van overlevenden van de atoomaanval die hij goed gekend heeft. Met zijn strip heeft hij dan ook niet zozeer een persoonlijk document willen maken, alswel een aanklacht tegen de oorlog in het algemeen en tegen het gebruik van atoomwapens in het bijzonder.
Na verschijning, maakt het werk in Japan veel los. Nakazawa wordt jarenlang gevraagd zijn verhaal te doen op scholen en universiteiten. Hoewel hij van tevoren bang is dat de autoriteiten of de conservatieven hem zullen veroordelen om zijn kritiek op het eigen verleden, de Japanse keizer en de bevriende Amerikanen, oogst hij louter lof. Wel krijgt hij zeer tegen zijn zin het imago een linkse activist te zijn. De communistische partij vraagt hem lid te worden, maar Nakazawa wil niets met politiek van doen hebben. „Ik ben een kunstenaar met een boodschap.”
De tekenstijl van Nakazawa is kinderlijk. Maar net als Marjane Satrapi met Persepolis bewees, hoeft dat geen afbreuk te doen aan een sterk verhaal. Wel is Nakazawa een typische manga-auteur. Zijn figuren acteren met veel gevoel voor melodrama en overdreven poses. De stijl leent zich er prima voor om er in 1983 een eveneens typische manga-film van te maken. De tekenfilm van Mamoru Shinzaki verscheen in 1983 en is een tijd geleden weliswaar op dvd verschenen, maar hier slecht verkrijgbaar. Het origineel in stripvorm is er nu dus wel. Na dertig jaar eindelijk ook in het Nederlands. Tientallen vertalingen in andere landen gingen Hiroshima al voor. Maar Nakazawa is nog niet tevreden. „Dit verhaal kan niet genoeg verspreid en verteld worden.”

Hans van Soest

De citaten in dit artikel zijn afkomstig van een interview in The Comics Journal nummer 256 door Alan Gleason en van een interview dat Didier Pasamonik had voor www.actuabd.com

 
 

meer in ZozoLala 144