| |
Broze
stad: Don Quichot in New York
„Ik verzeker u Sancho,” zei Don Quichot „Dat de schrijver van deze geschiedenis een of andere wijze tovenaar is.”
Miguel de Cervantes Saavedra – De geestrijke ridder Don Quichot van La Mancha
Een van de meest intrigerende strips van het afgelopen jaar was Broze stad. Deze stripbewerking van de gelijknamige roman van Paul Auster uit 1985, kwam tot stand nadat Maus-auteur Art Spiegelman zijn vriend Auster had gevraagd een stripscenario te schrijven. Hoewel dat plan niet van de grond kwam, resulteerde het wel in het idee om Austers bestaande verhaal te verstrippen. Die keuze lag niet voor de hand, omdat Broze stad een roman is waarin weinig actie voorkomt die makkelijk in beelden is om te zetten. Broze stad is juist een echte woorden-roman, waarin Auster speelt met de betekenis van taal. In het voorwoord van de strip schrijft Spiegelman dan ook hoe meerdere keren vruchteloos was geprobeerd de roman om te werken tot een filmscript.
Voor de klus zocht Spiegelman zijn oud-student Paul Karasik en David Mazzucchelli (bekent van Batman Year One) aan. Zij slaagden er wonderwel in een strip te maken die geen afbreuk deed aan het origineel en die zelfs nog wat toevoegde: namelijk beeld. Hele scènes uit het boek moesten worden omgezet in visuele taal, met verrassend resultaat.
Hoofpersoon van Broze stad is de dichter Daniel Quinn, die na de dood van zijn vrouw en zoontje de vergetelheid heeft gezocht. Hij schrijft niet meer onder eigen naam, alleen nog goedkope detectives onder pseudoniem. Zijn slapende bestaan wordt verstoord wanneer hij ’s nachts een telefoontje krijgt waarin iemand vraagt naar de detective Paul Auster. Het is een zaak van leven of dood, zegt de beller. Quinn besluit na enige aarzeling in te gaan op de uitnodiging voor een gesprek en zich uitgevend voor Paul Auster komt hij in contact met Peter Stillman. Deze man is als kind door zijn godsdienstwaanzinnige vader jarenlang opgesloten in het donker in de hoop dat hij zonder contact met de buitenwereld de ’taal van God’ zou gaan spreken. Vader Stillman komt binnenkort vrij en Quinn stemt in om zoon Stillman te beschermen tegen diens mogelijke kwade plannen.
Langzaam verliest Quinn zichzelf in zijn detective-spel en langzaam ook wordt het de lezer duidelijk dat wat hij te zien krijgt niet langer strookt met wat hij van het begin af aan voor waar aannam. De auteurs spelen een spelletje met het verwachtingspatroon van de lezer, die gewend is dat in detectives ieder detail een mogelijke aanwijzing is voor de ontknoping; iets wat al wordt onthuld op pagina 7 in de strip („Wat hem in detectives beviel was hun beknoptheid. Elk zinnetje, elk woord betekent iets. En zo niet, dan kan het altijd nog iets gaan betekenen. Alles wordt essentieel: de kern van het verhaal verschuift en de omtrek kan pas getrokken worden aan het eind.”).
Helemaal verwarrend wordt het wanneer Quinn op zoek gaat naar de echte Paul Auster en de schrijver zichzelf opvoert als personage.
Thematiek
Broze stad draait om de vraag: in hoeverre mag een lezer verwachten dat wat hij leest de realiteit is? Dat thema wordt verwoord door de schrijver zelf als het personage Paul Auster. Op pagina 92 van de strip ontmoet hij hoofdpersoon Quinn en raakt met hem in gesprek over hun beider lievelingsboek Don Quichot. Wat is er waar aan dat boek en wat niet, vraagt Auster zich af. Die vraag is op twee niveaus te stellen. Ten eerste lijdt hoofdpersoon Don Quichot aan waanvoorstellingen. Wie de beroemde roman wel eens gelezen heeft, weet dat Don Quichots belevenissen niet altijd te scheiden zijn van zijn fantasie.
Ten tweede is Don Quichot volgens schrijver Cervantes niet door hemzelf geschreven, maar zogenaamd door een ander. Cervantes beweert dat hij het manuscript alleen heeft vertaald.
De geestrijke ridder Don Quichot van La Mancha, zoals het boek officieel heet, verscheen in 1605. De hoofdpersoon besluit op een goede dag een dolende ridder te worden in de hoop dat iemand zijn avonturen te boek zal stellen. Hij besluit vanaf dat moment verliefd te zijn op een jonkvrouw. Daarvoor kiest hij een lokale boerenmeid uit die hij nog nooit gezien heeft en die hij Dulcinea doopt. Hij neemt de plaatselijke boer Sancho Panza op sleeptouw als schildknaap en spiegelt hem een eigen eiland voor dat hij voor hem zal veroveren. Wat volgt zijn vele kolderieke avonturen vol stokslagen en mislukkingen. Allemaal waar gebeurd, volgens Cervantes. Hij heeft de geschiedenis van de ridder van de droevige figuur naar eigen zeggen zo getrouw mogelijk gereconstrueerd aan de hand van authentieke geschriften die ergens gevonden zijn.
Het boek is een groot succes en tien jaar later komt er een vervolg, waarin de avonturen verder gaan. In dat tweede deel noemt Cervantes een getrouwe bron voor de overleveringen: de Arabier Sidi Hamed Benengeli. Don Quichot krijgt te horen dat zijn avonturen te boek zijn gesteld door Sidi Hamed, die zo als auteur van het eerste deel van Don Quichots avonturen wordt geïntroduceerd. Vervolgens becommentarieert Don Quichot het eerste deel van zijn eigen avonturen op waarheidsgehalte. („Ik moet thans wel zeggen dat de auteur van mijn historie geen wijze man was, maar en of andere domme kletsmajoor die op goed geluk in het wilde weg en zonder enig overleg het verhaal heeft opgeschreven.”)
Eenzelfde spelletje met de realiteit speelt Paul Auster met zijn Broze stad. Net als Don Quichot leidt hoofdpersoon Quinn (die de zelfde initialen heeft als Don Quichot: DQ) aan waanvoorstellingen. Waar Don Quichot zich ridder waant na het lezen van te veel ridderromans, daar verandert Quinn in een detective nadat hij jarenlang de ene na de andere detective heeft verslonden (iets wat in Austers boek overigens duidelijker naar voren komt dan in de verstripping).
Verder is het in Broze stad net als in Don Quichot schimmig wie het verhaal vertelt. Uiteindelijk blijkt een niet nader genoemde bekende van Auster het verhaal te hebben verteld op basis van de aantekeningen die Quinn heeft achtergelaten over zijn detectivewerk, daarmee suggererend dat alles dus ’echt’ gebeurd is.
Vormgeving
Hoofdpersoon Quinn lijdt onder de dood van zijn vrouw en zijn driejarige zoontje. Hij doolt almaar doelloos door de stad om maar niet te hoeven nadenken. Langzaam glijdt hij weg in zijn eigen realiteit. Hij schrijft alleen nog maar onder pseudoniem en gaat zich vereenzelvigen met zijn eigen creatie, de detectie Max Work.
Zijn zoektocht naar vergetelheid wordt perfect verbeeld door Mazzucchelli en Karasik op pagina 4 van de strip. Op die pagina wordt beschreven hoe Quinn tijdens zijn doelloze wandelingen probeert op te lossen in de stad. De bakstenen van de huizen in New York gaan langzaam over in een stratenplan van die stad, dat weer transformeert in de vingerafdruk van Quinn zelf. De auteurs maken zo in één pagina duidelijk dat de getraumatiseerde Quinn geen eigen persoonlijkheid meer heeft en probeert op te gaan in zijn omgeving. Hij leeft in een isolement.
Dat wordt later in de strip nog eens benadrukt op pagina 85. Quinn zit vast in zijn onderzoek en begint de grip op de dingen te verliezen. Mazzucchelli en Karasik zoemen in op zijn vingerafdruk, die verandert in een enorm labyrint waarin de lezer uiteindelijk stuit op een dichte deur: symbool voor zowel Quinns geestelijke blokkade als zijn impasse in het onderzoek.
Een ander voorbeeld is pagina 37, waarop negen even grote plaatjes samen één geheel vormen: Quinn zit in zijn schrift aantekeningen te maken over zijn twijfels in hoeverre hij alles moet geloven wat er gebeurt. Het wit tussen de kaders functioneert als traliewerk: Quinn zit opgesloten in zichzelf. Een mooie vondst van de auteurs.
Naarmate het einde van het boek nadert, wordt de lezer steeds meer aan het twijfelen gebracht over wat nu wel en niet echt is. Zijn Peter Stillman junior en zijn vrouw sublimaties van Quinns hunkering naar zijn overleden zoon en vrouw en leven ze alleen maar in zijn hoofd? Of zijn het ’echte’ personages? De auteurs geven aanwijzingen voor het eerste. Zo maken ze op pagina 33 van de strip gebruik van beeldrijm: het gezicht van Peter Stillman junior verandert langzaam in dat van Quinns zoontje, die niet toevallig ook Peter heette. En ook de vrouw van Stillman (op wie Quinn zich - net als Don Quichot met zijn Dulcinea - verliefd waant omdat dat vaak gebeurt in detectiveverhalen) vertoont grote gelijkenissen met de foto van Quinns overleden echtgenote die op pagina 5 staat.
Werkelijkheid
In hoeverre mag een lezer verwachten dat wat hij leest realiteit is? De auteurs verdiepen die taalfilosofische kwestie door het personage Stillman senior op te voeren. Hij heeft een theorie over een werkelijkheid achter de taal. Volgens zijn theorie heeft alles wat je leest, schrijft of zegt een andere betekenis dan de werkelijkheid die je ermee aanduidt. (leuk detail: Stillman vertelt later dat hij de schrijver van het boek waarop hij zijn theorie baseert - net als Cervantes destijds - zelf verzonnen heeft) Hoewel allerlei bijbelse verklaringen worden gegeven voor hoe ’woord’ en ’object’ na de Zondeval los van elkaar kwamen te staan, lijkt het of de auteurs in die scène ook een vraag willen oproepen bij de lezer: in hoeverre verwijst deze strip die je leest naar de werkelijkheid?
In de tussentijd is het de lezer al duidelijk geworden dat Quinn net zo gek is als Stillman senior. Hij kopieert ook meer en meer diens bizarre gedrag tijdens het schaduwen. Dat mondt uit in het laatste plaatje op pagina 59, waarop beide mannen exact dezelfde houding aannemen. De vraag dringt zich zelfs op of Quinn en Stillman niet één en dezelfde persoon zijn. Is vader Stillman niet ook een sublimatie van het schuldgevoel dat Quinn heeft over het ongeluk van zijn kind? Na de verdwijning van Stillman (die later dood blijkt te zijn) sterft Quinn ook in zekere zin. Hij verdwijnt min of meer voor de buitenwereld, herkent zijn eigen spiegelbeeld niet meer en zijn appartement wordt verhuurd aan een ander.
Wat is echt en wat is niet echt in Broze stad? Is het hele verhaal niet ontsproten aan de fantasie van een gek opgesloten in een lege kamer? Aan het eind van het album blijken alle gebeurtenissen lukrake aantekeningen die op willekeurige volgorde uit Quinns schrift zijn gevallen. Op pagina 129 tot en met 134 worden de strakke kaders van de stripplaatjes losgelaten en dwarrelen de plaatjes haast vrij over het papier, alsof de bladeren van een schrift hebben losgelaten. De verteller heeft ze vervolgens ”zo nauwkeurig mogelijk”, zo meldt hij zelf, aan elkaar geweven. De lezer rest niets dan het album van voren af aan te herlezen en zich nogmaals te laten meeslepen in het bedwelmende spel dat de auteurs spelen met werkelijkheid en fantasie.
„In hoeverre geloven mensen leugens en onzin als die hun vermaak bieden,” vraagt ’Paul Auster’ zelf op pagina 93 van Broze stad. Het is de wedervraag aan Quinn nadat die Auster heeft gevraagd waarom in Don Quichot een spel wordt gespeeld met de realiteit. Auster: „Het antwoord is: tot in het ongelooflijke. (…) En dat is ook het enige wat we van een boek mogen verwachten: dat het ons vermaakt.”
Hans van Soest
Broze stad; Auster & Mazzucchelli & Karasik; 138 p.; zwart-wit; paperback; € 17,50
|
|