(...) Er zijn geen woorden voor?

Als thema van zijn Grand Prix-expositie tijdens de Stripdagen Haarlem koos Lewis Trondheim voor de tekstloze strip. Tekstloze strips, zoals Trondheims Mister O, lijken de laatste jaren inderdaad steeds belangrijker te worden. De Canadese stripjournalist en communicatiewetenschapper Bart Beaty bekeek het verschijnsel eens van dichtbij: maken we momenteel echt de ‘visuele wending' in het stripverhaal mee?

Strips zijn steeds vaker te zien op festivals, in musea en galeries. De tekeningen lijken daardoor steeds meer nadruk te krijgen dan de teksten. De recente tentoonstelling Masters of American comics [NOOT 1], die tegelijkertijd te zien was in het Hammer Museum en het Stedelijk Museum in Los Angeles, maakte de beperkingen van traditionele strips in de museumzaal weer eens duidelijk. De spanning tussen de twee pijlers van het beeldverhaal – woord en beeld – is actueler dan ooit.

Geconcentreerd
In het Hammer Museum waren strips te zien van onder anderen Winsor McCay, George Herriman en Frank King. De bezoekers konden hun werken net zo lang bekijken als ze dat met schilderijen gewend zijn te doen. Het lezen van de vier plaatjes van een strip uit Peanuts is per slot van rekening in een oogwenk gebeurd. Maar in het Stedelijk Museum van Los Angeles gebeurde wat anders. Daar drukten sommige museumbezoekers hun neus eindeloos tegen de ingelijste pagina's van Gary Panter en probeerden ze aan de muur een hele graphic novel te lezen. Een moeizame activiteit die zowel de tentoonstellingsmakers als Gary Panter geen recht deed. Het deed me denken aan een opmerking van Joann Sfar: "Ik denk dat de strip de slag met de beeldende kunst voorgoed heeft verloren, omdat een pagina aan de muur er altijd minder indrukwekkend zal uitzien dan een schilderij."
Op dit punt ben ik het niet met Sfar eens. Jazeker, het klopt dat strips een achterstand hebben opgelopen bij ‘de slag met de beeldende kunst', maar daarmee is de strijd nog allerminst gestreden. Er is een hele generatie stripmakers opgestaan, die vaak aan de kunstacademie is opgeleid en die het voordeel van de schilderkunst boven strips in kunstinstituties heeft opgemerkt. Als gevolg daarvan zijn ze strips gaan tekenen die niet alleen zijn bedoeld om te worden gelezen, maar net zozeer om te worden bekeken. Het geschreven woord is uit hun werk verdwenen: ze zien bewust af van dat deel van strips dat de toeschouwer afleidt van de geconcentreerde blik die in tentoonstellingsruimten gebruikelijk is.

 
 

meer in ZozoLala 148