| |
Strips
met ballen
In Nederland en België worden jaarlijks grote aantallen erotische strips, pornostrips, seksstrips, of hoe je ze ook wilt noemen, gedrukt en verspreid. Opmerkelijk genoeg worden deze uitgaven door de stripinformatiebladen vrijwel genegeerd. In onze Stripvoorspelling kom je geen erotische uitgaven tegen, sommige stripwinkels weigeren consequent bepaalde series te verkopen en je zult in ZozoLala al helemaal geen recensies aantreffen van bijvoorbeeld de nieuwe strip van Von Gotha of Hugdebert. Is het dan allemaal zo slecht en niet de moeite waard wat er aan erotische strips wordt gemaakt?
Op de volgende pagina’s geven we je een geschiedenis van de erotische strip in vogelvlucht en voor wie durft, zijn er een drietal lijstjes met titels die je (gerust) eens kunt proberen.
In de jaren zeventig kon je in kiosken en tabakswinkels goedkoop gedrukte stripboekjes aantreffen met één of twee tekeningen per pagina. Het waren vertalingen van de in Italië razend populaire fumetti: strips met een sterk gewelddadig en seksueel getint karakter. Bijvoorbeeld Messalina, over de ontuchtige vrouw van keizer Claudius; Maghella, waarbij bestaande sprookjes op de hak werden genomen; Oltretomba, huiveringwekkende horrorverhalen met een flinke portie afgehakte vrouwenborsten en de sadistische serie Sade. Soms leek het bloed van de pagina’s te spatten, maar gelukkig voor tere zieltjes waren de strips niet in kleur!
Vaak werden de boekjes uitgegeven met de aanbeveling: ‘strip voor volwassenen’. Uiteraard waren het juist geen volwassenen die hierdoor geprikkeld de boekjes ter hand namen. En dat wisten de uitgevers ervan ook wel. De boekjes werden geruild of uitgeleend op schoolpleinen en waren voor een generatie pubers de eerste, niet al te verfijnde kennismaking met erotiek. Het waren namelijk vrijwel de enige strips waar seks in voor kwam en ze waren ook nog gemakkelijk verkrijgbaar. De tekenkwaliteit van de gemiddelde fumetti was niet om over naar huis te schrijven, maar soms zat er iets aardigs tussen en voor Italiaanse stripmakers waren ze een goede leerschool.
Wie bijvoorbeeld dacht dat Milo Manara meteen debuteerde met het prachtige HP en Giuseppe Bergman vergist zich: hij debuteerde twaalf jaar daarvoor, in 1970, als tekenaar van de erotische serie Jolanda. Ook een aantal andere fumetti-tekenaars had talent en trad uit de anonimiteit, bijvoorbeeld Magnus (pseudoniem van Alberto Raviola) en Leone Frollo van Maghella.
Erotische kunst
De pers besteedde nauwelijks aandacht aan de fumetti, terwijl het verschijnsel toch ook in Nederland een tijd lang populair is geweest. Toegegeven, vergeleken bij de mooi uitgevoerde stripalbums van Dupuis en Lombard uit dezelfde tijd hield de tekenkwaliteit niet over en was de inhoud enigszins voorspelbaar, maar dat was niet de enige reden dat het verschijnsel werd genegeerd. Nog altijd wordt in de stripinformatiebladen nauwelijks geschreven over strips die seks als belangrijkste onderwerp hebben. Tenzij de maker ervan bijvoorbeeld Guido Crepax of Alan Moore heet en zijn verhalen met veel artistieke pretenties presenteert.
Crepax is een van de groten van de erotische strip, een genre dat al bestaat sinds de jaren twintig en tot grote bloei kwam in de jaren tachtig van de vorige eeuw. De pioniers van de Europese erotische strip waren behalve Crepax ook Georges Pichard, Guy Peelaert, Jean-Claude Forest en Robert Gigi. Zij waren de eersten die halverwege de jaren zestig seks een rol lieten spelen in hun verhalen. Een belangrijke persoon in die tijd was Eric Losfeld, een Belg met een eigen boekwinkel in Parijs: Terrain vague. Onder die naam had hij ook een uitgeverij. Het was Losfeld die het eerder had aangedurfd om de erotische roman Emmanuelle van Emmanuelle Arsan te publiceren. Vanaf 1965 begon hij ook zeer luxe uitgevoerde stripboeken uit te geven met een erotisch tintje. Barbarella was daarvan de eerste. Later volgden nog onder anderen de even legendarisch geworden uitgaven Jodelle en Pravda van Guy Peelaert en Epoxy van Paul Cuvelier. Die uitgaven verschenen in een tijd dat het denken over seks in het algemeen en erotische kunst in het bijzonder begon te veranderen.
Censuur
De combinatie van seks en spot, waarbij vaak het kerkelijke en wereldse gezag het moeten ontgelden, loopt als een rode draad door de geschiedenis van de erotische kunst en we zien die ook terug in erotische strips. Het is daarom te begrijpen dat er in de loop der tijden voortdurend pogingen zijn ondernomen om erotische kunst juist vanwege die maatschappijkritiek te verbieden, te vernietigen of te kuisen. Tot op de dag van vandaag leggen tekenaars zichzelf beperkingen op, zwichten uitgevers voor druk van buitenaf en worden uitgaven door de douane in beslag genomen.
Wetgevers hebben de mogelijkheid om erotische afbeeldingen of teksten te verbieden door ze als aanstotelijk voor de eerbaarheid of kwetsend voor het gevoel te bestempelen; met andere woorden als pornografie. Dat is een heel rekbaar begrip en in de loop der jaren is het steeds anders ingevuld. Boeken die nu openlijk en voor iedereen verkrijgbaar zijn, werden ooit als pornografie beschouwd en mochten niet verkocht worden. Ulysses van James Joyce werd pornografisch gevonden, dat is tegenwoordig ondenkbaar. Het verbod op bepaalde literaire werken werd in onze omgeving het eerst losgelaten en de censuur ging zich meer richten op het beoordelen van films en afbeeldingen. Tegenwoordig is hier ook nauwelijks nog sprake van.
Nu de wetgever zijn bemoeienis met wat kan en mag in de kunst tot een minimum heeft beperkt, worden we geconfronteerd met het probleem dat we zelf moeten bepalen waar onze grenzen liggen van wat wel en niet toelaatbaar is en met dat probleem ziet ook de recensent zich geconfronteerd. Moet de hele zwarte reeks van uitgeverij Sombrero als pornografie worden beschouwd? Is de seksscène op het kerkhof in het eerste deel van Samber aanstootgevend en moet het boek daarom worden bestempeld als pornografisch? Waar de een opgewonden raakt van de foto’s in de Wehkamp-catalogus liggen voor de ander de grenzen van wat opwindend is veel verder. Of een strip pornografisch is, hangt met andere woorden af van de intentie van de maker en de gebruiker ervan.
Pornografie
De eerste seksstrips werden vanaf de jaren dertig uitgegeven in de Verenigde Staten, kleine boekjes die stiekem op straat werden verkocht. Niet meer dan één velletje papier, gevouwen tot een boekje, waardoor acht kleine pagina’s ontstonden met op iedere pagina een tekening. Deze boekjes werden daarom bekend als eight-pagers: verhaaltjes van acht pagina’s en even zoveel tekeningen: op de eerste twee plaatjes werden de personages en de situatie geïntroduceerd, daarna vonden de eerste seksuele handelingen plaats, een paar plaatjes lang gingen de personages er flink tegenaan en op het laatste plaatje volgde de (meestal humoristische) uitsmijter. Voor deze boekjes werden geen eigen personages bedacht. Juist niet. Het waren vrijwel zonder uitzondering bekende filmsterren en stripfiguren die op deze acht pagina’s dingen deden die je ze normaal gesproken nooit zag doen. Daarmee bespotten de anonieme makers ervan de (zelf)censuur waardoor de strip en de film zich ontwikkeld hadden tot brave, enigszins saaie media waarin de Amerikaanse family values hoog werden gehouden. De eight-pagers waren in de crisisjaren razend populair, maar het verschijnsel stierf in de jaren vijftig een stille dood. Na de Tweede Wereldoorlog kwam een tweetal nieuwe verschijnselen op: de physique magazines en bondagetijdschriften, voorlopers van de seksbladen die vanaf de jaren zestig gedrukt zouden worden.
De physique magazines waren tijdschriften met foto’s van bodybuilders die gretig aftrek vonden, want het waren de enige tijdschriften waarin (gedeeltelijk) mannelijk naakt was terug te vinden. Een van die tijdschriften was Physique pictorial. Hierin verschenen de tekeningen van Tom of Finland. Zijn tekeningen van fors gespierde mannen die waren uitgerust met een enorme penis hebben grote invloed gehad op de makers van erotische strips. Heel duidelijk zie je die invloed bijvoorbeeld in Fiona en de serie Stella van Foster.
De physique magazines mochten gewoon boven de toonbank worden verkocht. Anders lag dat met het tijdschrift Bizarre, één van de eerste seksbladen van de jaren vijftig. Het blad stond vol met foto’s en tekeningen waarin een sadomasochistische fantasiewereld tot leven kwam. Ook Bizarre heeft veel invloed gehad op de latere makers van seksstrips. Nog steeds zien we de beelden terug die toen voor het eerst in druk verschenen: strenge meesteressen in leren of rubber kleding en onderdanige, vastgebonden meisjes. Het bekendste model voor de tekenaars van Bizarre was zonder twijfel Betty Page. En nog altijd inspireert dit fotomodel striptekenaars, bijvoorbeeld Berthet die de hoofdpersoon uit Pin up naar haar modelleerde. Overigens ontleende Betty Page haar look deels weer aan die van een stripfiguur: de pikante Miss Lace uit Milton Caniffs Male call.
De bekendste tekenaars van sadomasochistische strips en illustraties uit de jaren vijftig waren Eneg, John Willie en Eric Stanton. Regelmatig kwam Irving Klaw, de uitgever van Bizarre, in aanvaring met de Amerikaanse justitie. Zijn uitgaven werden bestempeld als obsceen, onkuis, wellustig, onfatsoenlijk en degenererend; omschrijvingen die ook werden gebruikt voor de underground comix die eind jaren zestig begonnen te verschijnen. De kopman van de undergroundbeweging was Robert Crumb. De strips in Zap, Bizarre sex en Young lust logen er niet om, maar opwindend waren ze zelden. Het ging de tekenaars er niet om hun lezers seksueel te prikkelen. Eerder waren het uitingen van persoonlijke obsessies en pogingen om taboes te doorbreken.
Grenzen
In Europa was de strip vooral iets voor kinderen. De jeugdstrip was in de tijdschriften Kuifje, Robbedoes en Pilote tot grote bloei gekomen en er waren duidelijk grenzen aan wat wel en niet kon. Stripfiguren waren meestal mannen met een spannend beroep die niet zichtbaar ouder werden en binnen een vast aantal pagina’s een spannend avontuur beleefden. een van de eersten die dat stramien doorbrak, was Guido Crépax met zijn strip Valentina. In eerste instantie was haar man Philip nog een soort superheld en hoofdpersoon van de reeks, maar al na korte tijd werd Valentina de centrale figuur in de strips van Guido Crepax. Valentina werd een reeks met een vrouwelijke hoofdpersoon die ouder wordt, een man heeft, een kind krijgt en een seksleven heeft. De verhalen waarin droom en realiteit door elkaar heen lopen, waren niet gebonden aan een vaste lengte. Vrij kort na haar debuut in Italië verscheen Valentina ook in Frankrijk bij de al genoemde uitgever Eric Losfeld.
Aan het begin van de jaren zeventig is een aantal jonge tekenaars de regels die de redactie van Pilote aan hen oplegt beu en begint voor zichzelf. Gotlib, Bretécher en Mandryka richten L’echo des savannes op en niet veel later beginnen Moebius, Druillet, Farkas en Dionnet met hun eigen uitgeverij Les humanoïdes associés en het tijdschrift Métal hurlant. L’echo des savannes heeft in die tijd het meeste gemeen met de Amerikaanse undergrounduitgaven. Vooral Gotlib leeft zich uit in het verleggen van zijn eigen grenzen, maar lijkt daar na een paar jaar toch genoeg van te hebben en begint een ander tijdschrift, Fluïde glacial, dat een kweekvijver wordt voor humoristisch talent.
Métal hurlant was in het begin hoofdzakelijk een sciencefictionblad. Behalve het tijdschrift Métal hurlant gaf Les humanoïdes associés ook boeken uit. Deze uitgeverij liet de Fransen kennismaken met de Amerikaanse bondagestrips, onder andere: Gwendoline, Princesse Elaine, Baronne Steel en Madam La Bondage. Romain Slocombe leverde zijn eigen bijdrage aan het genre met zijn tekeningen van geknevelde Aziatische schoonheden, bijvoorbeeld in Tokyo girl. Een andere tekenaar die zich duidelijk laat inspireren door de bondagestrips is Denis Sire. Dit is vooral goed te zien in Bois Willys.
Het succes van Métal hurlant bewijst dat er vraag was naar stripverhalen die appelleerden aan de smaak en interesses van volwassen lezers die waren opgegroeid met Pilote of Tintin. Er ontstaan meer stripbladen voor volwassenen: Circus, Charlie mensuel, A suivre en zelfs Pilote, dat zich omvormt tot een maandblad voor volwassenen in plaats van een weekblad voor jongeren. In 1979 is de tijd rijp voor het eerste erotische stripblad in Frankrijk: BD adult.
Pseudoniemen
BD adult is een initiatief van de uit de porno-industrie afkomstige Jean Carton. De strips in zijn blad en later in de door hem uitgegeven boeken vallen op door de hoge tekenkwaliteit. In de eerste nummers van het blad stonden onder anderen Liz et Beth van Lévis, Les malheurs de Janice van Von Gotha (pseudoniem van de Engelsman Robin Ray) en Cléo van Mancini alias Colber. Carton kan beschikken over striptekenaars met een ruime ervaring die nooit echt zijn doorgedrongen tot de eredivisie van het stripverhaal. De meeste medewerkers aan zijn uitgeverij opereren onder pseudoniem. Jacques Geron die ooit veelbelovend van start ging in Robbedoes en Kuifje slijt de laatste jaren van zijn leven als tekenaar van keiharde SM-strips onder het pseudoniem Hopper. Xavier Musquera stopt met werken voor de jeugdbladen en maakt de ene na de andere seksstrip onder het pseudoniem Chris of Aubert. Benard Dufossé, om er nog één te noemen, werkt tegenwoordig onder het pseudoniem Kovacs. Deze tekenaars verwisselden hun eigen naam voor een pseudoniem en verdwenen in de anonimiteit. Voor één tekenaar liep de weg precies andersom. Jean Sidobre tekende jarenlang onder eigen naam zonder dat iemand hem kende, maar werd wereldberoemd als Lévis. Het was er Carton vooral om te doen om met zijn uitgaven veel geld te verdienen. De verhalen die hij uitgeeft, bevatten alle pornoclichés die in de loop van de jaren ontstaan zijn. En succes heeft hij. De oplage van BD adult ligt in de toptijd rond de 10.000 exemplaren.
In 1982 wordt L’echo des savannes opnieuw opgericht door uitgeverij Albin Michel, ditmaal in kleur en met seks als een van de belangrijkste ingrediënten van de inhoudelijke formule. Met De schakelaar van Manara veroorzaakt Albin michel een doorbraak. Het is voor het eerst in de geschiedenis van de strip dat een bekende en respectabele (Franse) uitgeverij een erotische strip op de markt brengt die bestemd is voor een groot publiek. De albumuitgave van De schakelaar wordt een succes en er komt een Nederlandse vertaling van. Het is de eerste uitgave van Blue circle, het latere Sombrero, in de Zwarte Reeks, een serie erotische strips van inmiddels ruim 150 delen. Aanvankelijk zijn de strips in deze serie hoofdzakelijk soft porno van gerespecteerde auteurs, zoals behalve Manara ook Pichard en Crepax. Blue circle introduceert bovendien de inmiddels in Frankrijk beroemde geworden Lévis in Nederland met de vertaling van Stoute meisjes en Parels der liefde. Na verloop van tijd wordt het materiaal harder en is het nog vooral afkomstig van de Franse uitgeverij C.A.P.
In de tweede helft van de jaren tachtig is de productie van erotische strips in de Nederlandse taal enorm hoog. Bovendien kun je haast geen strip voor volwassenen openslaan zonder dat er seks in voorkomt. Aan die tendens komt gelukkig snel een einde want alle erotiek ten spijt lukt het de Franse stripbladen, de belangrijkste leveranciers van stripalbums, niet om het hoofd boven water te houden en de puur erotische strip gaat ten onder aan zijn eigen succes. Hoewel het tekenwerk doorgaans van een redelijk niveau is, verschijnen er steeds minder verhalen in het erotische genre die de moeite waard zijn, het wordt weer maatwerk. Vooral Robert Hugues heeft onder verschillende pseudoniemen – waarvan Colber de bekendste is – een enorme productie. Toch slaagt een enkele auteur er nog in om een persoonlijke draai aan het genre te geven.
Kaf en koren
Niet elke strip waarin seks voorkomt is een pornostrip. Je zou ruwweg een indeling kunnen maken in drie soorten strips waar seks in voorkomt: pornografische, erotische en intieme strips. Erotica en porno zijn niet altijd even goed van elkaar te onderscheiden, waardoor critici er zich niet goed raad mee weten. Zoals we hebben gezien zijn in de loop der tijd de opvattingen verschoven over wat toelaatbaar is. Het is aan het oordeel van de recensent zelf om te bepalen of hij een pornografisch of een erotisch werk in handen heeft. Dat is niet altijd eenvoudig. Toch zijn er wel criteria aan te geven. In pornografische strips staat de seksuele handeling centraal Er is in pornografische strips niet of nauwelijks sprake van karakterontwikkeling of een persoonlijke visie van de maker. Het is pulp, prikkellectuur, harde porno. Voortbordurend op de fumetti zijn het verhalen met vaak een gewelddadige inslag en expliciete, gedetailleerd weergegeven seksscènes. Ze zijn vooral afkomstig uit Frankrijk en behalve door Franse worden ze ook door Spaanse en Zuid-Amerikaanse tekenaars gemaakt. De bekendste en meest succesvolle makers ervan zijn Colber alias Mancini en Chris alias Aubert.
Bij een erotische strip is er wel sprake van karakterontwikkeling. Vaak ontvouwt de maker ervan in deze verhalen iets van zijn opvattingen over erotiek. Seksuele handelingen worden vaak nadrukkelijk in beeld gebracht, maar dat hoeft niet. De auteur bepaalt zelf hoe ver hij wil gaan. Er is veel zorg besteed aan het artwork en de makers van erotische strips borduren voort op een traditie van erotische kunst en literatuur. Denk hierbij aan het werk van Guido Crepax of Alex Varenne.
De derde categorie strips wordt het makkelijkst opgepakt door de stripkritiek: intieme strips waarin de makers in navolging van Robert Crumb hun eigen ziel en zaligheid prijsgeven, inclusief hun seksuele obsessies. Denk hierbij aan Joe Matt, Fabrice Néaud of David Heatley. Of strips waarin de makers hun onderwerpen dicht bij huis zoeken en waarin ze seks verwerken als dit in dienst staat van hun verhaal. Elk van de groepen heeft de lezer genoeg lectuur met ballen te bieden.
Hans Pols
---LEESTIPS:---
Hot stuff
Janice en Twenty van Von Gotha. Twee reeksen van een van de meest succesvolle makers van erotische strips. Janice speelt zich af ten tijde van markies De Sade. Twenty is sciencefiction. (Uitg. Sombrero)
Seks in Italië van Luca Tarlazzi. Vertaling van de Italiaanse reeks Selen. Elegante erotiek van Luca Tarlazzi in de stijl van Liberatore. (Uitg. Maxxima)
Sex tussen de rails en andere strips van Hugdebert (Guillaume Bertelot). De realistisch tekenende Hugdebert heeft twee passies: erotiek en treinen. Hij maakte ook een stripversie van Victor Hugo’s Het dierlijke in de mens. (Sombrero)
Fanfrelle en Venena van Foster (Loic Foxer). Seks, humor en avontuur gaan samen in deze mooi getekende reeksen. (Uitg. Sombrero)
Birdland van Gilbert Hernandez. Eenmalig porno-uitstapje van de maker van Love and rockets. (Uitg. Sherpa)
Erotica
The art of pleasure en Complete comics van Tom of Finland. Een boek met tekeningen en een boek met alle seksstrips van de daddy van de homo-erotische kunst. (Uitg. Taschen)
Liz et Beth, De parels der liefde en de andere strips van Levis. Elegant en liefdevol getekend werk, erotisch op een smaakvolle manier. In Nederland helaas nog maar moeilijk verkrijgbaar. (Uitg. Sombrero)
Erma Jaguar en de verhalenbundels Erotic opera en British video van Alex Varenne. In contrastrijk zwart-wit gemaakte verhalen waarin Varenne speelt met droom en werkelijkheid, mannelijkheid en vrouwelijkheid. (Uitg. Arboris)
Emmanuelle, Bianca, Venus in furs, Justine en Histoire d’O van Guido Crepax. Klassiekers van de erotische literatuur verstript. (Uitg. Evergreen)
110 pillen van Magnus. Op een Chinese roman gebaseerde strip over een man die ten onder gaat aan zijn jacht naar genot. (Uitg. Sombrero)
Intiem
Journal van Fabrice Néaud. In inmiddels vier kloeke afleveringen van zijn dagboek worstelt Néaud met zijn homoseksuele gevoelens. (Uitg. Freon)
Goodbye en andere verhalen van Tatsumi. Deze uitstekende Japanse verhalenverteller is herontdekt. Zijn intieme verhalen over menselijk leed verschenen in de jaren zeventig voor het eerst in Japan en waren hun tijd ver vooruit doordat Tatsumi geen enkel taboe uit de weg ging. (Uitg. Drawn & Quarterly en Uitg. Vertige Graphic)
Lycaons, Lettres au maire de V. en andere strips van Alex Barbier. Vanaf ongeveer 1975 neemt Barbier zijn eigen plaats in in de wereld van de strip. Zijn persoonlijke obsessies uit hij in rauwe, uitzinnig geschilderde verhalen, waarmee hij een eigen wereld schept. (Uitg. Fréon)
Daddy’s girl van Debby Drechsler, The poor bastard van Joe Matt en The playboy van Chester Brown zijn drie voorbeelden van Amerikaanse bekentenisstrips waarin de auteurs hun eigen seksuele problemen eruit gooien.
|
|