Brecht Evens, zondagskind achter de tekentafel

Met Vincent leverde de 20-jarige Brecht Evens uit het Vlaamse Hasselt een van de meest opvallende stripalbums af van dit najaar. Het gaat over een Hollandse jongen, die zich ontworstelt aan het dorp waar hij woont en aan zijn liefdevolle ouders om te gaan studeren in Dublin. Daar wordt hij hopeloos verliefd op Katie. Wanneer hij zijn oude jeugdvriend Jimmy tegen het lijf loopt, ontstaat een verwarrende driehoeksrelatie en wordt hoofdpersoon Vincent hard met zijn neus op zijn eigen tekortkomingen gedrukt.

Doordat de hoofdpersoon even oud is als Evens en het verhaal in de ik-persoon wordt verteld, ontstaat al snel de indruk dat het album een van de vele autobiografische strips is waar de markt de laatste jaren mee wordt overspoeld. Maar niets is minder waar. „Autobiografisch is het niet,” vertelt Evens. „Wel heb ik stukjes van mezelf en mensen die ik ken uitgestrooid over de drie hoofdpersonages. Ik heb pijnlijke anekdotes aan Vincent gegeven, al het show-gehalte van mezelf en anderen ging naar Jimmy.”
Het album ontstond na innige samenwerking met de Nederlandse popgroep SUB. Evens: „Paul Zoontjens, de zanger van SUB, had zin in een crossover-project met strip en muziek. Hij tikte ‘striptekenaar’ in bij Google en God zette mijn website bovenaan de lijst, ook al was ik pas 18 en had ik nog niks gepubliceerd. Als ik hem geweigerd had, had hij het aan Joost Swarte gevraagd. Hij kwam met de trein naar België en bracht een paar songteksten mee. In een daarvan stond: Vincent waved, much longer than he had to. Daar kon ik wat mee.
Daarna begonnen we, gelijk opgaand, aan onze dingen te werken. Soms schreven zij een nummer dat mij inspireerde tot bepaalde scènes, zoals de nacht bij Caroline in Doolin. Soms schreef ik dingen waar zij songs over maakten, zoals: What doesn’t kill you makes you stronger. Zo hebben we elkaar bedropen, als twee plantjes in de lente.”
Eind oktober werden cd en strip gepresenteerd in Tilburg, niet ver van Heukelom waar de strip zich gedeeltelijk afspeelt. Evens moest op een podium over de ontstaansgeschiedenis van Vincent vertellen. „Na het optreden viel ik bijna flauw toen de adrenalinekick stopte, ook omdat ik door de adrenaline niks had gegeten. Dit is een soort werkplezier dat je als striptekenaar niet veel hebt. Wij genieten binnenskamers, met een mooi muziekje op de achtergrond en het zacht getinkel van potjes ecoline.”
De inkleuring verzorgt hij zelf. „Bij de eerste Vincent-pagina’s die ik tekende, twee jaar geleden, was dat nog een ramp. Maar ik ben al doende handig geworden met ecoline. Wel liggen er dertig oude pagina’s in de vuilbak.”

Ondanks Evens’ jonge leeftijd is Vincent niet zijn eerste album. Vorig jaar verscheen al Een boodschap uit de ruimte bij uitgeverij Van Halewyck. In Vlaanderen is het de laatste jaren een stuk makkelijker om als jonge stripmaker je werk gepubliceerd te krijgen dan in Nederland. „Ik heb inderdaad een gelukje Vlaams te zijn,” vertelt Evens. „Het Vlaams Fonds voor de Letteren geeft veel steun aan mensen die in kleine oplages strips willen uitgeven. Zo is er veel zuurstof en kunnen sommige tekenaars de tijd kopen om dingen te doen die anders nooit waren gebeurd. Ik heb mijn eerste boekje kunnen maken door een debuutwedstrijd van het Vlaams Onafhankelijk Stripgilde, waarvoor je een scenario en wat tekeningen moest insturen. De hoofdprijs van die wedstrijd was dat je je idee mocht uitwerken en uitgegeven werd in een oplage van enkele duizenden exemplaren. Dat was een schop onder mijn kont waar ik nog altijd vaart door heb.”
Het verzinnen van verhalen kost hem naar eigen zeggen weinig moeite. „Ik kan goed onthouden en ophoesten wat ik zoal bij anderen zie en zelf meemaak. En mijn ouders voeren mij al heel mijn leven goede boeken, uit de grote boekenkast in hun slaapkamer. Ik heb een teken-gen van m’n moeder en een taal-gen van m’n vader.”

Evens carrière is er tot dusver vooral een van geluk. Hij wint al vroeg een stripwedstrijd en out of the blue staat er op een dag een Nederlander voor de deur die met een dan nog totaal onbekende jongeling een project wil opstarten. ,,Ik ben absoluut een zondagskindje en iemand die helemaal de wind mee heeft door het internet-tijdperk,” beaamt hij. „Ik hoop op een zeker moment niet meer zo afhankelijk te zijn van bevestiging, zodat ik
ook zonder applaus mooie dingen kan maken. Slechte kritiek kan ik me van zowat iedereen aantrekken die het spuit. Daar zit ik dan even op te kauwen. Hoe meer goede kritiek er tegenover staat, hoe beter ik de slechte doorgeslikt krijg, natuurlijk. Het belangrijkst is
wat mijn ouders er van vinden, mijn geweldig tekenende schoolvrienden en mijn tekenaarvriend Randall Casaer. Hij is vaak mijn klankbord. Om de eenzaamheid tegen te gaan ga ik soms bij hem thuis in het atelier zitten. Daar drinken we dan wijn, roken een sigaartje en praten over mooie tekeningen, en maken er met een beetje geluk ook enkele.”

Evens tekent al zijn hele leven strips (voor een proeve uit zijn kinderwerk, bezoek je zijn website users.skynet.be/brechtevens). Intussen studeert hij aan het Gentse Sint-Lucas. „Een tekenaar van wie ik dit jaar veel heb opgestoken, is Chris Ware. Een andere is Gentenaar Olivier Schrauwen,” vertelt hij over zijn invloeden. „Aan het Sint Lucas volg ik de illustratie-opleiding en daar word je nogal zelfkritisch van. Ik bedoel dat je er met harde hand heel wat strip-trekjes afleert, en terécht. Mijn tekeningen worden er grafischer van. Ik probeer interessantere dingen uit in plaats van klakkeloos technieken te gebruiken die ik heb afgekeken van andere striptekenaars. Een illustratie is een prent die in één keer een boodschap duidelijk moet maken, je moet een verhaal vertellen in één tekening. Hoe meer die ene tekening vertelt, hoe beter. Een striptekening is een schakel in een lange reeks plaatjes en is dus afhankelijk van het leesritme van die ketting. Een striptekening geeft het stokje door. Nu ik illustratie studeer, ben ik bewuster bezig met de spontaniteit van lijntjes en de onafhankelijkheid van kleur. Het helpt me om interessantere strips te maken. Daar ligt mijn hart: die grote hoop werk die je doet om een heel verhaal te vertellen.”
Volgend jaar vertrekt Evens naar Barcelona, onder andere om aan een nieuwe strip te werken. „Iets heel anders, nog dikker, nog voller, en voorlopig top secret. Als een liefje waar je ouders nog niet van weten.”
Hans van Soest


 
 

meer in ZozoLala 151