De grondregel voor het werk

Het is voor de verwende, mondiaal georiënteerde stripliefhebber van tegenwoordig bijna niet voor te stellen, maar in de tweede helft van de jaren '60 sloeg de entree van Daan Jippes in de Nederlandse stripwereld in als een bom. De achteloze wijze waarop hij technische superioriteit in zijn tekenwerk ten toon spreidde, heeft een hele generatie stripmakers faalangstig en deemoedig gemaakt. Met Twee voor thee leek hij in 1972 zijn persoonlijke Catcher in the rye te hebben gemaakt. Het was dertig jaar lang de laatste strip onder zijn eigen naam. Tot dit jaar in het Algemeen Dagblad de strip Hoofden op hol verscheen. Jippes is terug.

In een kleinschalige industriewijk waar woonhuizen en bedrijfspandjes naadloos in elkaar overlopen, zit studio Lijnlust. De voordeur heeft geen bel. Men kan binnen zonder kloppen. Het pand stamt uit het begin van de vorige eeuw en de grootste ruimte is met twee tekentafels al behoorlijk gevuld. Dit is de werkruimte die Daan Jippes met twee vakgenoten deelt. "We noemen onszelf studio Lijnlust, maar het woord studio dekt de lading niet. We zijn meer een soort maatschap en delen de ruimte op basis van gemaakte afspraken. Toen ik in 1999 terug kwam uit Amerika ben ik voor Jan Kruis gaan werken als art director voor Jan, Jans en de kinderen. Zo ben ik hier terecht gekomen. Tussentijds ben ik nog wel eens terug gegaan. Maar dat heen en weer reizen is niet bevorderlijk voor mijn goede naam. In Amerika moet je constant je gezicht aan het venster hebben, anders zijn ze je zo vergeten. In maart verloopt mijn verblijfsvergunning. Ik ben nog bij Disney geweest, maar het gaat daar niet goed. Door reorganisatie vallen er veel ontslagen. Ik heb nu hier mijn werk."

Hoofden op hol is duidelijk een eerbetoon aan een periode die voor veel stripliefhebbers vooral geschiedenis is. Had je een bepaalde doelgroep voor ogen?

"Ik heb bij het maken van een strip nooit een doelgroep voor ogen. Ik teken in de eerste plaats voor mezelf. In opzet moet het iedereen kunnen aanspreken. Strips hebben voor mij iets kinderlijks. Dat is voor mij de grondregel voor mijn werk. Daarom spreekt de wereld van Donald Duck me ook zo aan. Je spreekt met een stripverhaal het kinderlijke in de mens aan. Door dat te doen, lok je de lezer bij wijze van spreken in een fuik en dan kun je op details de diepte in gaan. Op het eerste gezicht moet het voor iedereen van jong tot oud aantrekkelijk en toegankelijk zijn. Als sommige lezers op dat moment afhaken omdat je andere lagen in het verhaal aanbrengt, dan moet dat maar. Sommige vondsten zijn niet voor iedereen bedoeld of worden niet door iedereen begrepen. Dat is ook niet erg. Zolang het thema en de vormgeving van een stripverhaal maar voor iedereen toegankelijk zijn."

 
 

meer in ZozoLala 151