|
UFO: Unidentified Funny Object …uit Haarlem Meer dan een jaar lang zat hij erop te zwoegen. Toch bestaat het stripboek UFO uit niet meer dan één enkel plaatje. Tekenaar Fabrice Parme (1966) is niet gauw tevreden. Met UFO wilden Fabrice Parme en Lewis Trondheim het eens ánders doen. Ze wilden een boek maken dat eruit ziet als een stripalbum, dat voelt als een stripalbum, dat ruikt als een stripalbum, maar dat de lezer tegelijk prettig op het verkeerde been zet. Na enige hoofdbrekens kwamen ze uit op een aandoenlijk blauw mannetje met twee voelsprieten op zijn hoofd. Het mannetje crasht met zijn vliegende schotel op een planeet die opvallend bekend aandoet: er lopen vraatzuchtige dinosaurussen rond, mammoeten draven van hot naar her en vanuit de bomen kijken weinig snuggere aapachtigen toe. Nog voordat de aapachtigen op het idee zijn gekomen hun bomen te verlaten en grottekeningen, mobieltjes en kernwapens te gaan maken, blijkt dat het UFO-mannetje zich op een geheel eigen manier door tijd en ruimte beweegt. Hij ontwikkelt zich niet, zoals de meeste stripfiguren, van het ene naar het andere plaatje. Nee, het is eerder alsof de crash de grenzen tussen de afzonderlijke stripplaatjes heeft weggeslagen en het UFO-mannetje – met de lezer – op de vreemde planeet met vallen en opstaan zijn weg moet zoeken. Eigenlijk is ‘het stripboek' voor UFO een te krap jasje: de creatie van Parme en Trondheim bestaat uit één gigantische tekening met honderden UFO -mannetjes. Het is eerder een 21e-eeuws tapijt van Bayeux (een middeleeuwse voorloper van het moderne stripverhaal) dan een traditionele strip, zo geeft Fabrice Parme grif toe: „Tijdens de Stripdagen Haarlem in 2006 was bij Lewis Trondheims expositie over tekstloze strips een deel van UFO te zien op grote prints die naast elkaar waren gehangen. Dat gaf een idee hoe UFO echt in elkaar zit: als een ononderbroken geheel. Idealiter zou UFO eruitzien als één lange ‘filmrol' op twee stokjes, als een soort trage, ouderwetse animatiefilm.” De tekenaar lacht. „Maar dat was natuurlijk niet haalbaar. We wilden UFO voor een groot publiek bereikbaar houden. En zo'n filmrol, of anders een lange, aan elkaar geplakte strook, dat werd veel te kostbaar om te maken. Tegen dat soort exclusieve kunstobjecten hebben Lewis en ik ons altijd afgezet. Dus hebben we het gewoon de vorm van een traditioneel stripalbum gegeven.” |
||
|
meer in ZozoLala 155 |