|
ELVIS LEEFT!
De sensatiezucht van Rich Koslowski
De cultus rond Elvis Presley is dertig jaar na zijn dood nog even sterk als tijdens zijn leven. Volgens Rich Koslowski zelfs nog sterker. De Amerikaanse stripauteur maakte een boeiende pastiche op de mythe rond de rocker die voor velen inmiddels messiaanse proporties heeft aangenomen.
In The King, Elvis leeft! krijgt journalist Paul Erfurt een exclusief interview met een Elvis-imitator die in korte tijd in Las Vegas een enorme schare volgelingen om zich heen heeft verzameld. Met zijn gezicht verscholen onder een gouden helm, lijkt de imitator bedrieglijk veel op de zanger op leeftijd die in werkelijkheid al lang dood had moeten zijn. Erfurt werkte ooit voor het schandaalblad The National Enquirer, maar inmiddels schrijft hij voor het serieuze Time Magazine. Hoewel hij in het verleden zijn brood verdiende met verhalen over Elvis die nog ergens in de woestijn zou leven, weigert hij nu te aanvaarden dat de echte Elvis uit de dood is opgestaan, zoals de volgelingen willen geloven.
„Ik ben altijd gefascineerd geweest door de Elvis-cultus,” vertelt auteur Koslowski. „Ik was 10 jaar oud toen hij stierf. Ik heb geweldige herinneringen aan mijn opa die elke week thuis bij ons langs kwam met die National Enquirer- tabloids vol artikelen als Elvis is an alien , Elvis works with the C.I.A. of Elvis lives on a desert island. Die artikelen boeiden me mateloos. Ze sloegen helemaal nergens op en daarom was ik er zo gek op. Ik werd maar wat graag meegezogen in de hele mythe die de figuur Elvis omringt. Ik was eigenlijk een liefhebber van die mythe, niet zozeer van zijn muziek of de persoon zelf.
Toen ik jaren later hoorde dat mijn uitgever Chris Staros van Top Shelf Productions een enorme Elvis-fan is, kreeg ik het idee een graphic novel over hem te maken. Staros was meteen enthousiast en zo ben ik aan de strip begonnen. Bij het zoeken naar achtergrondinformatie voor mijn boek en het beluisteren van Elvis' muziek, begon ik die pas meer te waarderen.”
Heb je veel reacties gehad van Elvis-fans?
„Oh, zeker. Het boek is hier in de Verenigde Staten al twee jaar uit en ik krijg nog steeds van Elvis-fans te horen dat ze het zo goed vinden en aanbevelen aan hun vrienden. Dat is natuurlijk erg complimenteus.”
Is Elvis nog steeds zo populair in de Verenigde Staten?
„Bijna beangstigend. Zijn populariteit, zijn legende, is groter dan ooit. Dat is precies waar mijn boek over gaat: Elvis heeft de grens van de dood in omgekeerde richting overschreden. Hij is inmiddels een soort godheid geworden. Voor heel, heel veel fans is dat een niet bediscussieerbare waarheid. En wie ben ik om hen te vertellen dat ze er naast zitten? Als ze dat willen geloven, dan zij het zo. Whatever it takes to get you through the day and make you feel good… Zolang ze zich er gelukkig bij voelen, dan is er niets mis mee.”
Dan moet je ook veel negatieve reacties hebben gekregen. Elvis wordt in je boek geportretteerd als een junk die het leven niet meer aankon.
„Dat valt wel mee. Ik denk dat 99 procent van alle Elvis-fans zich nu wel realiseert dat Elvis verslavingsproblemen had. En dat die verslaving zijn dood tot gevolg heeft gehad, of er in elk geval aan heeft bijgedragen. Dat is triest, maar wel een feit.”
In The King, Elvis leeft! speelt Elvis de hoofdrol, in je vorige boek Three fingers was dat Mickey Mouse. Waarom ben je zo geïnteresseerd in die iconen van de Amerikaanse cultuur?
„Ik ben nu eenmaal gegrepen door bepaalde iconen van de popcultuur. Elvis omdat hij de grootste popster ooit was en Mickey Mouse en andere beroemde tekenfilmfiguren omdat hun beeltenissen overal ter wereld bekend zijn. Daarnaast ben ik dol ben op tekenfilms; ik begon mijn carrière ook in het animatievak. Maar om op je vraag terug te komen: ik gebruik die iconen, omdat het gewoon lollig is om personages die iedereen kent als het ware te kantelen. Door uitgekauwde verhalen en onderwerpen vanuit een heel ander perspectief te benaderen, worden ze als het ware weer fris en nieuw. Op die manier worden de verhalen ook voor de fans weer interessant.”
Heb je problemen gehad met de multinational Disney om Three fingers?
„Eh nee, maar waarom zou het ook? Ik gebruik geen enkele Disney-figuur in mijn strip. Mij is verteld dat sommige karakters doen denken aan bepaalde Disney-karakters zoals mijn hoofdpersoon Rickey Rat,” knipoogt hij. „Maar ik verzeker je dat dat slechts berust op louter toeval! (lacht) Uiteraard ben ik voorzichtig met het materiaal omgesprongen. Waar mijn figuren te veel zouden lijken op bestaande figuren, heb ik ze zo nodig iets veranderd. Parodie is een heerlijk genre! Weet je, op allerlei stripbeurzen zijn er mensen van Disney aan mijn stand geweest om me te vertellen hoeveel ze van mijn strip genoten hebben.”
In zowel The King, Elvis leeft! als Three fingers gebruik je een historisch gegeven (de Elvis-cultus na diens dood en het leven van Walt Disney) als basis voor een verhaal dat je omwerkt tot een pastiche. Wat vind je zo leuk aan dat genre?
„Het maken van een pastiche is voor mij geen doel op zich. Bij het bedenken van de verhalen heb ik gewoon een bekend gegeven genomen en daar mijn fantasie op losgelaten. Ik weet van tevoren nooit precies wat ik wil maken. Zodra ik een leuk idee heb, begin ik gewoon. Het verhaal schrijft zich dan vanzelf. Bij Three fingers was ik aan het begin alleen zeker van de vorm waarin ik het verhaal wilde vertellen: een soort tv-documentaire op papier, opdat het verder totaal krankzinnige verhaal zo echt mogelijk zou overkomen. Ook had ik al wel het idee dat ik iets wilde doen met de relatie tussen Walt, eh ik bedoel Dizzy Walters, en Mick… eh Rickey Rat. Maar 90 procent van het verhaal is gaandeweg ontstaan. Hetzelfde geldt voor The King. Alleen wist ik van tevoren dat ik niet weer een documentairestijl wilde, maar een min of meer rechttoe-rechtaan verhaal.”
Je begon je carrière in de tekenfilmindustrie. Heb je daar iets geleerd wat je nu toepast in je strips?
„Ik begon er te werken als een zogeheten in-betweener, wat eerlijk gezegd tamelijk slaapverwekkend werk was. Ik was de sukkel die al de kleine tekeningetjes moest maken om beweging te suggereren. Die tekeningetjes werden samengevoegd met de grote tekeningen van de hoofdanimators. Het werk was veel te saai naar mijn smaak: dit was niet de lotsbestemming die ik voor mezelf als tekenaar voor ogen had. Gelukkig bemoeide ik me ook een beetje met de storyboards en dat was more my speed. Het is net als strips maken. Alleen dan wel erg lange, erg gedetailleerde strips. Maar ik heb wel profijt van het werk dat ik toen deed bij het maken van mijn huidige boeken. Ik weet nu sneller hoe je datgene wat je wilt vertellen in een klein kader kunt samenvatten, hoe je je tekeningen opzet en hoe je een verhaal zo efficiënt mogelijk vertelt. Achteraf moet ik erkennen dat die tekenfilmstudio een goede leerschool was.”
Waarom heb je uiteindelijk voor strips gekozen? Wilde je niet meer samenwerken met anderen?
„Ik denk dat ik het beste in mijn eentje werk, ja. Ik ben tamelijk ongeduldig wanneer ik moet wachten tot een ander eens een keer wat gedaan heeft. Mijn vader was een Duitse worstenmaker. Hij had een ongelooflijke ‘werk-werk-werk’-mentaliteit. Het was echt de meest hardwerkende persoon die ik ooit heb gekend en ik denk dat ik zijn instelling deels heb geërfd. Mijn vader dacht nooit ergens over na, hij deed gewoon en zo ben ik ook. Als ik een goed idee heb, kan ik het niet opbrengen om ermee bij uitgevers te leuren en te wachten op hun reactie. Ik begin gewoon voor mezelf, dat werkt veel sneller. Ik geef veel van mijn werk dan ook zelf uit.
In het geval van Three fingers en The King was het anders. Ik was al langer dol op het fonds van Top Shelf en wilde graag iets voor hen doen. Ik heb hun mijn ideeën voorgelegd en telkens belde Chris Staros me binnen twee dagen en zei: ‘Let’s do it!’ Chris bemoeit zich ook nauwelijks met je werk. Je hebt alle vrijheid. Zo werk ik graag.”
Wil je met je strips louter amuseren?
„Mijn primaire doel is iets te vertellen wat ik zelf de moeite waard vind. Als de maker al niet overtuigd is dat hij een goed verhaal heeft, zal het publiek het zeker niet zijn. En ja, ik wil wel dat mijn albums amuseren. Ik entertain, ik streef geen hoger doel na. Ik heb er niet voor gekozen mijn leven te wijden aan het genezen van kanker. Ik probeer mijn lezers gewoon een paar uurtjes te laten ontsnappen aan de werkelijkheid. Het is puur escapisme. Als ik al iets wil genezen, dan is het verveling.”
Je tekenstijl wisselt sterk tussen je eigen comicserie The 3 geeks, Three fingers en The King, Elvis leeft! Ben je nog steeds zoekende naar een eigen stijl?
„Nee hoor, ik wissel bewust van stijl. Ik vind het leuk mezelf scherp te houden en telkens voor nieuwe uitdagingen te stellen wanneer ik aan iets nieuws begin. Three fingers ligt denk ik het verst af van mijn eigen, natuurlijke tekenstijl. The King het meest dichtbij.”
De Nederlandse editie van The King, Elvis leeft! is in zwart-wit. Vind je dat jammer?
„Ik heb de Nederlandse editie nog steeds niet gezien. De oorspronkelijke editie is tweekleurig: met blauw als steunkleur. De strip zit vol blauw- en grijsschakeringen die in de zwart-witversie zullen zijn weggevallen. Maar ik neem aan dat die er vast ook goed uitziet. De grijstinten blijven immers overeind.”
In het nawoord van The King, Elvis leeft! schrijf je dat je bijna je gezichtsvermogen verloren was.
„Ja, ik heb een vrij ernstige verwonding opgelopen bij het basketballen. Mijn tegenstander speelde iets te agressief. Hij kwam van achteren en probeerde de bal uit mijn handen te slaan op het moment dat ik opsprong om de bal te vangen. Zijn vinger penetreerde diep in mijn oogkas, waar hij een spier afscheurde die de oogbeweging controleert. Mijn linkeroog was daardoor permanent beschadigd: ik zag alleen nog maar dubbel met dat oog. Dat was vrij ernstig. De enige manier waarop ik goed zag, was wanneer ik mijn oog naar linksboven draaide. Het resultaat was dat ik de hele dag over straat liep terwijl ik naar linksboven keek en mijn hoofd naar rechtsonder hield, zodat ik normaal voor me kon kijken. De hoofdpijn die ik daarvan kreeg, was onbeschrijfelijk. Ik was helemaal uitgeput. Ik functioneerde nog maar een paar uur per dag. Het duurde acht maanden voordat de dokters de beslissing namen dat de beste manier om me te helpen was – en ik schrok me kapot toe ik het hoorde – door mijn goede rechteroog te opereren. Er kon niets worden gedaan om de beschadigde oogspier in mijn linkeroog te herstellen, dus wat ze wilden doen was de tegenoverliggende spier in mijn rechteroog eveneens beschadigen. Het was een angstwekkend voorstel, absolute horror, maar ik had niets te verliezen en besloot uiteindelijk met de operatie in te stemmen. Godzijdank werkte het! Het duurde een paar maanden voordat mijn ogen opnieuw hadden geleerd samen te werken, maar inmiddels is mijn zicht weer terug op 90 procent van wat het was voor het ongeluk.”
Hans van Soest
KADER:
Rick Koslowski (Milwaukee, 1967) begon zijn carrière in een kleine tekenfilmstudio, Animagination, waar hij onder andere aan tv-reclames werkte. De eerste strip waaraan hij werkte was Sonic the Hedgehog. Voor die uitgever, Archie Comics, werkt hij nog steeds als inkter. Zijn eerste eigen strip was How to pick up girls if you’re a comic book geek, een strip die hij bedacht terwijl hij zijn brood verdiende in de plaatselijke stripwinkel. Het boekje in eigen beheer was zo’n succes dat hij het gebruikte als basis voor een serie: The 3 geeks, later Geeksville. De serie werd genomineerd voor diverse Eisner awards en opende in 2001 de deur naar Three fingers, zijn eerste boek bij de gerenommeerde uitgeverij Top Shelf. In die strip blikt een inmiddels bejaarde en gedesillusioneerde Rickey Rat terug op zijn leven. Allerlei bekende tekenfilmfiguren die verdacht veel lijken op bijvoorbeeld Foghorn Leghorn, Bugs Bunny en Daffy Duck hebben zichzelf destijds laten verminken om net zo populair te worden als Rickey. Daarbij werden ze geholpen door de succesvolle tekenfilmmaker Dizzy Walters, die ook een behendig chirurg bleek te zijn… Koslowski won er een Ignatz award mee voor beste graphic novel.
In 2005 volgde The King dat nu als The King, Elvis leeft! bij uitgeverij Xtra is verschenen. Momenteel verdient Rick Koslowski zijn brood met het schrijven van verhalen over superheld Guardian voor uitgever Marvel. Daarnaast illustreert hij een verhaal van Johnnie Arnold: BB Wolf and the three LP’s, een soort hervertelling van het klassieke verhaal over de grote boze wolf en de drie biggetjes.
Meer info over de tekenaar vind je op www.richkoslowski.com |