'Er bestaat geen zwart gat'

Peter van Dongen over leven na Rampokan

Wellicht met uitzondering van Guido van Driel is geen Nederlandstalige stripmaker met een klein oeuvre zo gelauwerd als Peter van Dongen. Zijn debuutalbum Muizentheater leverde hem in 1990 gelijk een Stripschappenning op. Het magnus opus Rampokan is goed voor vier prijzen. Dit tweeluik kan gerust Van Dongens levenswerk worden genoemd. Het onderwerp ligt de stripmaker van Indische afkomst na aan het hart en de realisatie van de twee albums Java en Celebes bestrijkt een periode van dertien jaar. In 2004 wordt de Rampokan -cyclus voltooid met de verschijning van het afsluitende deel. Daarna lijkt het stil te worden. ZozoLala zocht Peter van Dongen op om te zien of er nog leven is na Rampokan .

Het interview vindt plaats in een voor Peter hectische periode. Hij is zojuist vader geworden. Voor het vraaggesprek wordt daarom uitgeweken naar het voormalige atelier van de stripmaker. De werkruimte is een kamer in het huis van vakbroeder en vriend Willem Vleeschouwer. Af en toe maakt Peter er nog gebruik van. Het werkvertrek biedt slechts met moeite genoeg ruimte aan beide stripmakers/illustratoren, maar lijkt in opvallende harmonie te worden gedeeld. Als ZozoLala arriveert, is Peter nog onderweg. Willem Vleeschouwer neemt met plezier de honneurs waar en ontvangt gastvrij. Op zijn tekentafel wordt ex-voetballer Wim van H. ingekleurd, maar dat belet de tekenaar niet tijdens het vraaggesprek regelmatig voor koffie en thee te zorgen, of af en toe een tijdje mee te kleppen.

Als Peter is gearriveerd, gaan onmiddellijk de dossierladen open. Achter elkaar worden boekillustraties, flyers, posters en aanzetten voor een animatiefilm te voorschijn getrokken. Peter laat zien dat een stripmaker niet stil kan zitten na het voltooien van een klus, hoe groot deze ook is. Het gesprek is al begonnen voordat de interviewer er erg in heeft.

Java

„Tussen het verschijnen van Java en het daadwerkelijke tekenen van Celebes zat een pauze. Het verschijnen van het eerste deel in 1998 leverde veel hectiek op. Omdat rumoer rond een publicatie alleen maar goed is, stak ik daar veel tijd in: interviews, signeersessies, dat soort activiteiten. Daarnaast had ik tijdens het maken van Java behoorlijk ingeteerd. Er moest weer geld op de plank komen en dat geld ontvang je op zo'n moment alleen via illustratieopdrachten. Daardoor viel het werk aan Rampokan stil. Eigenlijk is dat natuurlijk steeds het dilemma. Het maken van een stripverhaal op deze manier is altijd een investering. En hoe meer tijd de stripmaker nodig heeft, hoe groter de investering. Het werken aan Rampokan is regelmatig onderbroken door de noodzaak om direct geld te verdienen. Maar je moet zo'n pauze tussen Java en Celebes niet te letterlijk nemen. Het gaat natuurlijk wel over een doorlopend verhaal. Java verscheen in 1998, maar het jaar daarvoor was ik al begonnen aan het schrijven voor het tweede album.
 
 

meer in ZozoLala 157