|
Het calvinistische getob van Amerikaan Kevin Huizenga Ik ben opgegroeid in South Holland, Illinois, een voorstad van Chicago. Het barst daar van de Hollandse immigranten. Ik ben vierde generatie. De immigranten brachten hun protestantse geloof en calvinistische levenswijze mee. In die traditie ben ik opgevoed: niet naar de bioscoop of naar de kroeg, op school boeken lezen van Abraham Kuyper en Herman Dooyeweerd. Eens per jaar vierden we een tulpenfestival, op het stadswapen staat een jongetje op klompen. Maar verder was de stad zo Amerikaans als wat. Mijn oma sprak nog wel een beetje Nederlands, maar ik geloof niet dat ik verder veel van de Nederlandse cultuur heb meegekregen. Behalve dan misschien mijn instelling. Amerikaan Kevin Huizenga oogt als een wat stugge kaaskop, maar achter die stugheid gaat een hoop onzekerheid en verlegenheid schuil. Zijn album Ganges, onderdeel van de internationale Ignatz-reeks, kreeg in meerdere landen lovende kritieken. Met zijn wat breekbare tekenstijl en zijn korte verhalen die meer om de sfeertekening dan de anekdote draaien, onderscheidt Huizenga zich van veel van zijn Amerikaanse generatiegenoten. Je tekenstijl is wat iel en doet enigszins denken aan oude Amerikaanse krantenstrips van bijvoorbeeld Cliff Sterrett van Polly and her pals. Was dergelijk oud werk een inspiratiebron voor je? Toen ik studeerde, kreeg ik het overzichtsboek The Smithsonian collection of newspaper comics in handen. Zoals de apostel Paulus onderweg naar Damascus het licht zag, zo was dat voor mij een beslissend moment in mijn leven. Toen ik die oude krantenstrips zag, wist ik: dit is wat ik nastreef. Zo moesten mijn strips er gaan uitzien. Voordien had ik nog niet echt een eigen tekenstijl, ik deed maar wat. Desondanks, als ik kritisch naar mijn tekenwerk kijk, denk ik toch dat dit meer beïnvloed is door de superhelden-comics die ik las in mijn jeugd, dan door die oude krantenstrips. Ik wissel vaak van camerastandpunt, gebruik veel close-ups, allemaal dingen die ze vroeger amper deden. Als kind las ik eigenlijk helemaal geen strips. Als puber superheldencomics, veel anders was er ook niet voorhanden. Op latere leeftijd kreeg ik minder interesse in geweld en helden en leerde ik het werk van Daniel Clowes, Peter Bagge en Robert Crumb pas kennen. En nu, sinds een jaar, merk ik dat ik me ook laat beïnvloeden door Europese strips. Niet dat ik die veel las vroeger integendeel, Kuifje las ik vorig jaar voor het eerst maar ik ben wel erg gegrepen door de klassieke Europese pagina-indeling van vier stroken met plaatjes per pagina. Dat is veel rustiger en mooier dan de Amerikaanse traditie van drie stroken. Europese strips ook al kan ik ze niet lezen zien er aantrekkelijker uit, hebben een meer natuurlijke manier van vertellen. |
||
| meer in ZozoLala 158
|