Gregorius Nekschot: 'Humor boezemt fundamentalisten angst in'

De vorige cartoonbundel van Gregorius Nekschot baarde opzien. De distributeur weigerde bij voorbaat het album Misselijke grappen te verspreiden om de inhoud ervan: grappen over vooral de islam. Toen zijn tweede bundel Nekschot schiet door afgelopen januari van de persen rolde, wist de auteur nog niet of die dit keer wel in de boekhandel terecht zou komen. „Het tekent de huidige cultuur in Nederland: iedereen is bang.”

Het interview met de man achter het pseudoniem Gregorius Nekschot vindt plaats via de telefoon. De cartoonist hecht zeer aan zijn anonimiteit. „En niet voor niets,” licht hij toe. „Ik ben me bewust van de risico's die ik loop door mijn cartoons. Er zijn genoeg voorbeelden van critici van de islam die dat met hun leven hebben moeten bekopen.”

Je pseudoniem dateert al van voor de Deense cartoonrellen en de moord op Theo van Gogh.

„Ik ben me al langer bewust van het gevaar dat ik loop. Ik heb me verdiept in de islam en weet hoe snel sommige moslims zich beledigd kunnen voelen. Ik heb de luchthartigheid van Theo van Gogh nooit begrepen. Hij dacht dat niemand hem wat zou maken, dat het wel los zou lopen. Niet dus. Ik heb de juiste inschatting gemaakt door anoniem te blijven, zo blijkt achteraf. Helaas hebben anderen de prijs betaald voor hun naïviteit. Al sinds de fatwa over schrijver Salman Rushdie is duidelijk dat je niet zomaar iets mag vinden over de islam. Destijds las ik het boek Among the believers van V.S. Naipaul. Hij wees al op een manier van denken bij sommige fanatici die ons in het Westen vreemd is. Het is dom om daar luchthartig over te doen. Toen ik begon met tekenen, vond iedereen het overdreven dat ik een pseudoniem gebruikte. Inmiddels niet meer.”

We weten weinig van je. Teken je al lang?
„Ja, al heel lang. In het verleden heb ik geprobeerd mijn cartoons aan dag- en weekbladen te slijten, maar daar lachten ze me uit of stuurden ze me weg. Toen ben ik zo’n vier jaar geleden mijn eigen platform begonnen op internet. Dat doe ik noodgedwongen in mijn vrije tijd. Ik heb wel een soort van grafische opleiding gevolgd. Maar wat ik nu voor werk doe, houd ik liever voor me. Elke hint die zou kunnen leiden naar mijn identiteit, is er een te veel.”

Word je ook echt bedreigd?
„Ja, kijk maar eens wat voor reacties er op mijn site worden achtergelaten. Aan de andere kant: op internet wordt iedereen bedreigd, dus op zich is dat niet zo uitzonderlijk. Voor een groot deel is het alleen maar geschreeuw van mongolen die niets anders te doen hebben. Het is lastig er waarde aan toe te kennen. Wanneer is iemand alleen maar cru en bot en wanneer is iemand echt serieus wanneer hij schrijft dat je dood moet?”

Wie reageren er zoal op je site?
„In de toekomst zal dat nog interessante stof zijn voor sociologen. Ik krijg reacties van moslims, als ik tenminste moet afgaan op de namen die mensen invullen. Verder krijg ik veel respons uit fascistische hoek: neonazi’s die mij graag in hun kamp inlijven en me de hemel in prijzen. Vooral om hun reacties heb ik het weblog op mijn site afgesloten. Ik wil niet dat ik wordt misbruikt door personen die oproepen tot geweld. En om de reacties uit extreemlinkse hoek. Zij probeerden voortdurend mijn site te saboteren door de boel kapot te spammen.
Verder krijg ik ook reacties van zogenaamd genuanceerde mensen. Mensen die zeggen: moet het nou op deze manier? Politici die vinden dat ik onverantwoordelijk bezig ben. Die mensen lijken zich niet bewust van de satirische traditie in het Westen. We drijven al eeuwen de spot met elkaar. Hoe is een kwestie van smaak en toon. Zogenaamd genuanceerde mensen willen met die traditie breken om niet-westerlingen niet voor het hoofd te stoten. Ik vind dat onzin. Ik noem ze altijd maar de ‘brave burgers zonder veel kennis’. Ze lezen Libelle en Margriet, maar kennen niet de cartoons van de veel gelauwerde Willem in de Franse, linkse krant Libération. Zijn werk is zeker zo gruwelijk als het mijne.”

Vind je niet dat er grenzen zijn aan de vrijheid van meningsuiting?
„Nee. De vrijheid van meningsuiting is totaal of hij is niet. In de wet staat keurig aangegeven wat wel en niet mag en daar ben ik het mee eens. Alles is geoorloofd zolang je niet oproept tot haat en geweld. Ik besef dat zeker het oproepen tot haat vatbaar is voor discussie. Wanneer doe je dat wanneer je als cartoonist iets belachelijk maakt? Dat is een grijs gebied. Ik ga daar verder in dan anderen.
Oproepen tot geweld is wel duidelijk. Dat is voor mij ook een keiharde grens. Maar verder moet je als volwassen burger niet te snel op je teentjes getrapt zijn. Je kunt je altijd wel ergens aan storen. We leven nu eenmaal in een samenleving waarin iedereen wat anders mag vinden. Dat kan alleen blijven voortbestaan als we niet te snel aanstoot nemen aan wat de ander zegt.”

De distributeur van uitgeverij Xtra weigerde je vorige bundel te verspreiden omdat hij de inhoud te riskant vond. Gaat dat met je nieuwe bundel ook gebeuren?
„Dat is op dit moment nog onduidelijk. Maar dat mijn vorige bundel is geweigerd en er nu nog steeds onduidelijkheid is over mijn nieuwste album, is wel symptomatisch voor het huidige klimaat in Nederland. Iedereen is bang. Bang voor repercussies en omzetverlies. Ik heb daar geen begrip voor. Je kunt als distributeur of individuele burger niet zelf normen opleggen voor de vrijheid van meningsuiting. Daar is de wet voor. Je hoeft mijn grappen niet leuk te vinden. Je mag ze smakeloos vinden. Maar je moet ze niet willen verbieden.”

Wat drijft je om ermee door te gaan?
„Ik voel de drang om de spot te drijven met heilige huisjes. Ik heb de pest aan ideologieën. Opgelegde leefregels storen me buitengewoon. Mijn nekharen gaan overeind staan van mensen die denken te kunnen bepalen wat anderen moeten vinden. Ik wil zelf denken!”

Toch lijkt je werk voornamelijk voort te komen uit haat tegen de islam en linkse politici.
„Nee hoor. Maar dat zijn nu eenmaal bij uitstek de heilige huisjes van dit moment. Daar liggen de open zenuwen in onze maatschappij waar ik graag in peur. Ik kan ook prima harde grappen maken over rechtse politici als Geert Wilders. Ik neem het hem ernstig kwalijk dat hij de koran wil verbieden. Wat een rare manier van denken. Zelf vindt hij dat hij alles moet kunnen zeggen, maar anderen misgunt hij dat. Ook voor moslims geldt de vrijheid van meningsuiting. De koran moet niet verboden worden, net zo min als Hitlers Mein Kampf.”

Zou je willen bestaan van je cartoons?
„Uiteraard. Iedereen wil kunnen leven van zijn eigen gekkigheid. Weliswaar publiceer ik tegenwoordig in HP/De Tijd, maar ik kan zeker mijn brood niet verdienen met mijn cartoons.”

Dat zou het je wel moeilijker maken om in de anonimiteit te blijven.
„Misschien wel. Nu leef ik een soort dubbelleven met een gewone baan ernaast. Tot nu toe is het goed te regelen om anoniem te blijven. Weliswaar kun je niet verschijnen op boekpresentaties om contacten te leggen voor je werk, maar verder is het goed te doen. Je moet alleen permanent op je hoede zijn dat je je niet verspreekt.”

Is jou ooit door justitie gevraagd je toon te matigen om rellen te voorkomen?
„Nee, nooit. Er is überhaupt nooit contact geweest met welke officiële instantie dan ook. Misschien dat men wanhopig probeert me te negeren? (lacht) Het is toch niet te voorspellen. Waarom werden die toch brave Deense cartoons tot een mondiale rel en bijvoorbeeld mijn werk, dat veel harder is, niet? Blijkbaar hebben bepaalde politici in andere landen er nu geen belang bij een rel tegen Nederland te beginnen. Maar dat kan natuurlijk ineens wel gebeuren. De angst voor rellen is reëel. Je weet nooit wanneer iemand de lont bij het kruitvat houdt.”

Waarom zelf de lont aanreiken? Je cartoons zijn weinig subtiel.
„Ik doe dit, omdat ik vind dat het moet. Het is gezond mensen te laten weten dat niet iedereen hun opvattingen uit de weg gaat. Niemands overtuiging is heilig. Oppositie en spot zijn noodzakelijk om een democratie te laten functioneren. Iedereen moet kunnen zeggen wat hij wil, anders is er een hellend vlak richting dictatuur. Wanneer je van tevoren iets niet zegt uit angst een ander te beledigen, dan is dat weliswaar zelfcensuur maar toch censuur. Daar verzet ik me tegen. Je moet over alles je mening kunnen geven, ook ongevraagd. Ik beledig niet om het beledigen, in tegenstelling tot wat sommigen denken. Dat is helemaal niet mijn intentie. Ik wil inhoudelijke kritiek geven door ergens de spot mee te drijven. Als anderen zich daardoor beledigd voelen, is dat hun probleem.”

Enig idee waarom mensen zich aan je grappen storen?
„Schriftgeleerden willen niet dat hun opvattingen ter discussie worden gesteld. Fundamentalisten zijn bang voor humor. Wanneer je om hun opvattingen lacht, zeg je eigenlijk zoveel als: ik neem je niet serieus. Dat kan flink pijn doen. Een lach relativeert. Zo valt een heel ideologisch systeem in duigen, want die zijn vaak gebouwd op angst. Neem het communisme of het dierenactivisme. In de kern streven ze nobele doelen na. Maar daarmee vinden ze dat ze het recht hebben zich boven de wet te stellen en andersdenkenden te vermoorden. Juist dat soort idealisten moet je tegen de haren durven instrijken. In de Middeleeuwen was Van den vos Reynaerde beledigend voor de toenmalige kerk. Dat kunnen we ons nu toch niet meer voorstellen?”

Voel je je meer cartoonist of pamflettist?
„Het eerste. Het gaat me om de lach. Ik ben geen pamflettist. Dat neigt me iets te veel naar idealisme.”
Hans van Soest

KADER:
Het pseudoniem Gregorius Nekschot is afgeleid van de paus Gregorius IX, die de inquisitie instelde. „Het nekschot was de methode waarmee zowel fascisten als communisten hun tegenstanders uit de weg ruimden. Mijn werk richt zich tegen alle vormen van totalitarisme: religieus en politiek,” aldus Nekschot.

 
 

meer in ZozoLala 158