|
Ulf K.: geen slaafse navolger van de klare lijn Het leven van een stripmakersgezin gaat niet altijd over rozen. Na twee hectische dagen stripfestivalgedruis in Turnhout zitten moeder en kind K. er aardig door heen. Ulf K. maakt desondanks achter in de zondagmiddag nog bereidwillig tijd vrij om ZozoLala te woord te staan. Tijdens het interview signeert hij ook nog even een exemplaar van zijn jongste boek voor een collega; „Wie schreibt man Pjeter de Portere?”
De reden van het bezoek van Ulf K(eyenburg) aan het Turnhoutse festival, is de gecombineerde uitgave van het album Hieronymus B. door drie verschillende uitgevers in drie verschillende landen. Deze constructie heeft alles te maken met het belang dat de Duitser hecht aan een verzorgde vormgeving. In de loop van dit decennium is Ulf K. in de Duitse stripwereld een grote jongen geworden. Toen ZozoLala hem in 2000 interviewde (zie ZL 112) gold hij als een veelbelovend, aanstormend talent en die belofte heeft hij volledig waargemaakt. Hij heeft al meerdere prijzen gewonnen: in 2004 ontving hij tijdens het jaarlijkse stripfestival van Erlangen de Max und Moritz Prijs voor beste Duitstalige stripmaker. Zijn heldere stijl leverde hem ook buiten zijn vaderland veel waardering op. Werk van zijn hand is geëxposeerd in Angoulême en Lissabon en zijn boeken worden behalve in Duitsland en het Nederlandse taalgebied, ook uitgegeven in Frankrijk. Ook in de roemruchte ‘bijbel van de tekstloze strip' – Comix 2000 – is een strip van zijn hand opgenomen. „Het zat er al van jongs af aan in. Mijn vader was een groot liefhebber en verzamelaar van de Asterix- albums. De liefde voor de strip is er dus met de paplepel ingegoten. Ik heb altijd stripmaker willen worden. Ik heb weliswaar communicatiedesign gestudeerd aan de universiteit van Essen, maar daarbij heb ik altijd het doel voor ogen gehad dat ik strips wilde gaan maken. Op mijn vijfentwintigste ben ik begonnen met het uitgeven van mijn boekjes in eigen beheer. Ik had zelfs een eigen uitgeversnaam: Ubu Imperator. Dat verkocht natuurlijk nauwelijks en ook al heb ik onderdak gevonden bij professionele uitgevers: eigenlijk is er niet zo heel veel veranderd sinds die tijd. Grote oplagen zullen mijn boeken nooit bereiken. Zeker niet in Duitsland. Ik heb over erkenning niet te klagen, maar het publiek dat door mijn werk wordt aangesproken is vrij beperkt.” |
||
| meer in ZozoLala 158
|