|
Serge Baeken: Een kwart eeuw Sturm und Drang Nu is Serge Baeken (1967) voor veel striplezers nog een onbekende. Maar dat zal waarschijnlijk niet lang meer duren, want Baeken heeft erg veel in zijn mars. Zelf noemt hij zich een ‘grafisch huurling'. Het realistische The NO stories, het komische ZZZ en de vrije grafiek in De maagd van Antwerpen bewijzen zijn veelzijdige talent. Toch wil Serge Baeken niet de zoveelste, beloftevolle Vlaamse stripauteur zijn. Hij is kunstenaar en strip is voor hem ‘slechts' een dankbaar en nuttig medium. Wel ligt het beeldverhaal hem al van jongs af aan na aan het hart. Met zijn broer – het bekende podiumbeest Vitalski – deelt hij een haast onbedwingbare drang om te vertellen en te scheppen. „Ik teken al zo'n vijfentwintig jaar strips. Ik publiceerde vooral in punkachtige publicaties, fanzines eigenlijk. Die werden op school uitgegeven en bestonden meestal uit slechts één pagina. Het waren stuk voor stuk experimentele dingen. Hilaire Vandenbroeck, een vriend van mij, gaf Flux uit, het blaadje waarin ik mocht debuteren. Ik weet nog heel goed dat ik daarin mijn stripcarrière begon met een half geplagieerd soort detectiveverhaal. Mijn eerste echte werk gaf ik in 1984 zelf uit in een boekje dat Embryo heette. Daar zijn vijf edities van verschenen vol poëtische en artistieke stripverhalen, met werk van onder anderen Charles Jarvis, een muzikant die toen heel weirde comics tekende, een beetje à la Crumb. Vitalski maakte toen ook zijn stripdebuut met wat gagstrips en zo. We lieten Embryo drukken in Antwerpen. Met ons skateboard onder de arm liftten we van Turnhout naar de drukkerij, waar we onze tekeningen afleverden. Daar gingen we ook de dozen weer ophalen die we met onze skateboards naar de snelweg rolden en zo liftten we weer terug naar huis. We gingen er mee naar de rommelmarkt of naar de Stripdagen in Breda om onze waar heel agressief te verkopen. (lacht) Je hebt er wel een team voor nodig. Op den duur deed ik alles zélf, naast nog een heleboel andere dingen, zoals fuiven organiseren, klassieke gitaar spelen…” |
||
| meer in ZozoLala 159
|