Ythaq: space-opera in optima forma

De fantasy-reeks Ythaq was al direct na verschijnen een commercieel succes. Hoewel dat in het Nederlandse taalgebied altijd nog een bijzonder relatief begrip is in vergelijking met Frankrijk, waar er van elk deel van deze stripreeks zo'n 75.000 exemplaren over de toonbank gaan. Reden misschien waarom tekenaar Adrien Floch wel even tijd wilde vrijmaken voor de Nederlandse markt, maar toch ook weer niet te veel. „Ik moet nu echt verder met deel zes.”

door Hans van Soest

Ythaq is ontsproten aan het brein van een van de meest succesvolle Franse scenaristen van dit moment: Christophe (Scotch) Arleston. Hoe groot het succes van Ythaq dan misschien ook is, het is nog niets vergeleken met de verkoopcijfers van zijn andere fantasy-reeksen. Van een nieuw deel van Lanfeust van de sterren (het vervolg op de succesreeks Lanfeust van Troy, met tekeningen van Didier Tarquin) worden er in Frankrijk zo'n half miljoen strips verkocht, van de spin-off Trollen van Troy (tekenwerk Jean-Louis Mourier) toch altijd nog een slordige 180.000. In het heuse Lanfeust- universum dat de laatste vijftien jaar is ontstaan, liep Arleston op tegen de nog jonge Parijzenaar Adrien Floch (1977).

„Ik had een kort verhaal voor zijn maandblad Lanfeust Mag getekend (Frans tijdschrift waarin uitgeverij Soleil haar meeste strips voorpubliceert. Arleston heeft het opgericht, red.). Blijkbaar viel dat bij hem in de smaak, want al snel daarna vroeg Christophe me of ik zin had om een nieuw project met hem op te starten. Daar hoefde ik niet lang over na te denken: ik verslind de meeste van zijn reeksen.”

Ythaq draait om drie mensen die schipbreuk lijden op de planeet Ythaq. Drie totaal verschillende karakters: de stoere en wulpse officier Graniet, de wat onhandige mecanicien Narvath en de gracieuze maar wat arrogante passagiere Callista. Gedrieën trekken ze over de planeet op zoek naar andere overlevenden van het ruimteschip waarmee ze aankwamen. Onderweg maken ze kennis met de meest bizarre wezens. Zoals in alle scenario’s van Arleston dient het verhaal slechts als vehikel voor de botsende karakters van de hoofdpersonen. De almaar kijvende, plagende en verliefd wordende personages vormen het echte onderwerp van de reeks.
Floch tekent in een moordend tempo aan Ythaq. In drie jaar tijd verschenen er in het Frans maar liefst vijf delen. De Nederlandse vertaling van het vierde deel verschijnt eerdaags. Veel tijd voor een interview heeft Floch niet. „Il est en train,” verzekert de perswoordvoerder van zijn Franse uitgeverij Soleil wanneer om een gesprek met Floch wordt verzocht. Hij is druk bezig. Jaagt zijn uitgever hem zo op? Floch moet lachen. „Nee hoor,” zegt hij. „De uitgever zit me echt niet achter de vodden. Of eigenlijk moet ik zeggen: zit ons niet achter de vodden. Want Arleston, de inkleurders en ik zijn een hecht team, dat gewoon gepassioneerd bezig is aan deze strip. We vinden het allemaal erg leuk waar we mee bezig zijn en dat geeft het project een eigen dynamiek.”
Een verklaring voor het commerciële succes van Ythaq heeft de tekenaar niet zo snel. Al jaren verschijnt de ene na de andere nieuwe fantasy-reeks in Frankrijk. En lang niet allemaal slaan ze aan. „Geen idee waarom dat in ons geval wel zo is,” vertelt hij. „We investeren met z’n allen veel in deze reeks. Wij als auteurs, maar ook de uitgeverij. Tot aan de drukkerij houden we alles in de gaten. Het is gewoon leuk om met een groep mensen samen te werken die allemaal vast van plan zijn er iets van te maken. Misschien dat je dát aan de strip kunt afzien. Maar waar de strip zich natuurlijk vooral in onderscheidt van andere fantasy-verhalen, zijn de scenario’s van Arleston. Zijn typische mix van humor, avontuur, actie maar ook emotie slaat aan. Dat heeft hij al met eerdere reeksen bewezen.”

Hoewel Floch een fan was van de Lanfeust-strips, hebben die hem niet als voorbeeld gediend toen hij aan Ythaq begon. Daarvoor verschillen de reeksen toch te veel van elkaar. „Ythaq is veel meer een sciencefictionverhaal dan de andere strips van Arleston,” vindt Floch. De wereld in de verschillende Lanfeust-series typeert hij als ‘iets meer heroïc fantasy’. „In Ythaq zit ook minder humor dan in de Lanfeust-strips.”
De samenwerking met de scenarist bevalt hem goed. Arleston geeft hem een ‘bijna volledige vrijheid’ om zijn ideeën in beeld te brengen. „Bijna, want zeker waar het gaat om hoe de personages er uit moeten zien, heeft hij als scenarist echt wel een eigen mening. Maar in principe kan ik me op grafisch gebied helemaal uitleven wanneer ik zijn verhalen krijg. Veel beperkingen heb ik niet. Net zoals het team inkleurders de vrijheid heeft om met mijn tekeningen aan de slag te gaan.”
Hij werkt maximaal vier dagen aan een pagina. Daarbij leeft hij zich vooral uit op de bevallige poses van de vrouwelijke personages en op de natuur van Ythaq. „Vergeet niet dat de planeet waarop de personages stranden de eigenlijke hoofdpersoon van de serie is,” benadrukt hij. „Daar moet ik wel veel aandacht aan besteden. En het is heerlijk om te doen, omdat je al je creativiteit kwijt kunt in het ontwerpen van een fantasy-wereld.” Het tekenen van de interieurs van de ruimteschepen vindt hij daarentegen strontvervelend.
Op fansites van de reeks constateren lezers dat Floch gaandeweg de albums steeds meer gebruik maakt van de computer bij zijn tekenwerk. Wanneer aan het eind van het interview de vraag gesteld wordt of hij dat doet om tijd te winnen, of de computer alleen gebruikt voor achtergronden die hij vervelend vindt om te tekenen, geeft hij geen antwoord meer. Door de enorme drukte met het zesde deel van Ythaq heeft hij ‘echt geen tijd meer’ om al onze vragen te beantwoorden. Met de nederigste excuses.

Floch heeft geen specifieke grafische opleiding gevolgd. „Zoals de meeste striptekenaars ben ik er eigenlijk zo’n beetje ingerold,” vertelt hij. „Ik heb het vak geleerd in de praktijk, door vooral heel erg veel te tekenen. Als kind tekende ik al. Op de middelbare school wilde ik strips maken. Ik heb ze altijd gelezen en lees ze nog steeds graag.”
Floch maakt aan het begin van zijn loopbaan wat reclamewerk en doet mee aan diverse striptekenwedstrijden op festivals. Op een van die festivals ontmoet hij scenarist Jean-Blaise Mitildjian (Djian) met wie hij de reeks Fatal Jack opstart. Er verschijnen drie delen van. Met scenarist Ulrig Godderidge maakt hij de strip Slhoka, waarvan eveneens drie albums verschijnen alvorens hij zich op Ythaq stort. Heeft hij nooit zin gehad zijn eigen verhalen te verzinnen? „Nee, niet echt. Ik ben niet goed genoeg om zelf een scenario te schrijven. Niet omdat ik niet kan schrijven. Maar omdat ik weet dat ik toch te veel energie zou steken in het tekenwerk ten koste van een goed lopend verhaal. Ik ben nu eenmaal meer een tekenaar. Dat is mijn passie.”
Van Ythaq staan negen delen gepland. „Arleston en ik weten al hoe het verhaal uiteindelijk zal aflopen. Maar het precieze verloop van het verhaal, staat nog niet vast. Christophe schrijft het stukje voor stukje. Ik ben de eerste die de stukjes te lezen krijgt. Telkens ben ik weer verrast door de nieuwe wendingen die hij aan het verhaal geeft. Het is net alsof ik naar een televisieserie kijk. Elke week zie ik hoe het verder gaat. Zo komt het scenario tot mij.”
Bij het tekenen laat Floch zich inspireren door alles wat er aan televisieseries, films, schilderijen, boeken, strips, animatie en videospelletjes voorhanden is. „Ik ben een veelvraat,” vertelt hij. „Ythaq is een space opera en die kom je wel meer tegen wanneer je een boekhandel binnenloopt of een bioscoop bezoekt. Ik vind het daarom moeilijk aan te geven waar ik me nu precies door heb laten inspireren bij het tekenen van de strip. Nou, misschien dat ik toch iets kan noemen: Planet of the apes (sciencefiction-boek van Pierre Boulle dat meerdere keren werd verfilmd, de laatste keer in 2001 door regisseur Tim Burton, red.). Ik ben dol op het genre. Het geeft je als tekenaar totale vrijheid. Hetzelfde geldt voor een scenarist. Het enige wat je hoeft te hebben, is een goed basisidee waar je vervolgens een enorme fantasiewereld omheen kunt creëren. Je kunt in een goede space opera echt alles kwijt: tot aan decors of wezens die in niets meer op de werkelijkheid lijken. Dat is wat ik altijd al heb willen doen.”

 

KADER:

Christophe Arleston (1963) was journalist en toneelschrijver voordat hij zich eind jaren ’80 op het beeldverhaal stortte. Hij creëerde sindsdien een indrukwekkend aantal series in totaal verschillende genres, zoals de humoristische detective Leo Loden (met Serge Carrère), de kinderstrip Tandori (met Curd Ridel) en de ridder- annex fantasy-reeks De cartografen (met tekeningen van Paul Glaudel) om er maar een paar te noemen. In 1994 verscheen het eerste album van Lanfeust van Troy, een fantasy-reeks met tekenwerk van Didier Tarquin. Oorspronkelijk was de reeks bedoeld als parodie op serieuze fantasy-strips, maar inmiddels is de strip door het succes met zoveel spin-offs uitgebreid dat hij zelf wordt geparodieerd door Trondheim en Sfar met hun Donjon-strips. Sinds 1998 is er ook een Lanfeust-maandblad. Arleston heeft al meer dan zestig albums op zijn naam staan.
 
 

meer in ZozoLala 159