|
Peter Kuper: ‘Wat in mijn hoofd zit, moet gebruikt worden' Peter Kuper is – ten onrechte – slechts bekend bij een kleine groep stripkenners. Toch zal menigeen werk van zijn hand onder ogen hebben gehad. Sinds 1997 tekent hij voor Mad Magazine de bekende strip Spy vs. Spy, de strip die in de jaren '60 al begonnen is door Antonio Prohias. Faam verwierf hij echter met zijn vrije werk. Meerdere keren werd hij er voor gelauwerd. Toch is hij nog vooral een ‘tekenaars tekenaar'. Tijd voor een doorbraak naar het grote publiek. „Mijn werk is in hoge mate het resultaat van doorleefde en opgedane ervaringen. Het politieke klimaat in de Verenigde Staten is van grote invloed op mijn werk. Wat ik in mijn hoofd heb zitten, moet gebruikt worden. Met Spy vs. Spy verdien ik mijn brood. Maar dat is maar een deel van mijn stripwerk. Ik was verontwaardigd over de Golfoorlog en de motieven die daaraan ten grondslag lagen. Ik kan dan niet iets banaals maken. Mijn strips moeten gaan over wat mij bezig houdt.” Zijn politieke betrokkenheid treedt al veel eerder naar voren. In 1979 start hij samen met collega Seth Tobocman het blad World War III Illustrated , een verzameling korte stripverhalen met een nadrukkelijk politieke boodschap. Aan dat blad zal hij regelmatig een bijdrage leveren. „Ik maak mijn stripverhalen niet uit de losse pols. Ik kan niet zo maar iets uit de mouw schudden. Het moet wel ergens over gaan. En dan vooral over iets wat me bezig houdt. Ik heb 28 jaar aan World War III Illustrated meegewerkt, omdat ik me betrokken voelde. Het is ook niet vrijblijvend. Niet voor mezelf, maar ook niet voor anderen. Na de aanslag op de Twin Towers in New York was het nauwelijks mogelijk om nog kritische geluiden gepubliceerd te krijgen. Het was gewoonweg beklemmend. Omdat we in WW III Illustrated daar wel ruimte voor gaven en namen, steeg de verkoop van 7.000 naar 20.000 exemplaren. Veel mensen hadden blijkbaar wel behoefte aan een tegengeluid. Daar heb ik toen veel voldoening uit gehaald. Het leek wel alsof we er met ons blad juist voor die gelegenheid moesten zijn. Het vervelende is dat politiek me niet alleen stimuleert om met mijn werk een tegengeluid te laten horen. Het belemmert me ook. Ik ben een conceptueel illustrator. Dat betekent dat ik niet gevraagd wil worden om mijn tekenstijl, maar om de onderwerpen die me bezig houden. Wanneer het onderwerp daarom vraagt, wissel ik van stijl. Dat voelt veel beter en zinniger aan. Zoals ik mij voel, zo teken ik. En ik kan alleen maar tekenen wat op dat gevoel aansluit. Door de komst van president George Bush jr. was ik niet meer in staat te tekenen wat ik wilde. Het lukte me bijvoorbeeld niet om een opdracht voor het illustreren van een kinderboek uit te voeren. Zijn verkiezing was een symptoom van een toenemend reactionair klimaat. Een klimaat waarin eerder een stripmaker als Mike Diana veroordeeld kon worden om de strips die hij maakt (zie kader, red.). Ik ben in die rechtzaak gevraagd als getuige-deskundige op te treden voor de verdediging. Ik had me grondig voorbereid en hield een betoog van een uur. Maar het maakte niets uit. Zoals bijna alle betogen ter verdediging van Mike Diana en het recht op vrije meningsuiting aan dovemansoren gericht waren. Ik vind dat erg verontrustend.” De afkeer voor het politieke klimaat en dat onder de huidige Amerikaanse president Bush in het bijzonder, was uiteindelijk zo groot dat Kuper met vrouw en tienjarige dochter naar Oaxaco in Mexico verhuisde. Daar geraakte de familie in zeker opzicht van de regen in de drup. „We arriveerden kort na de plaatselijke gouverneursverkiezing. Daarbij zou gefraudeerd zijn en uit protest waren de leraren gaan staken. Hardhandig ingrijpen van politie en leger verergerde de situatie alleen maar en het conflict sleepte zich voort. Op een gegeven moment had ik bijna heimwee naar het ‘rustige' New York. Ook in mijn nieuwe thuis kon ik me niet aan de ellende onttrekken. Ik ben overal en altijd geïnteresseerd in de politieke situatie. Het viel me op dat de berichtgeving over de onrust bijna alleen maar plaats vond vanuit de optiek van de machthebbers.” Toch ziet Peter Kuper zich niet als een verbitterde politieke activist. „Creativiteit kan niet zonder humor. Politiek engagement ook niet. Humor is de beste manier om een politiek probleem te benaderen, vind ik. Daarom is Spy vs. Spy voor mij ook geen commercieel uitstapje dat verder niets met mijn andere werk van doen heeft. Ook in die strip wordt – verpakt in humor – politiek commentaar geleverd. De humor houdt mijn betrokkenheid ook een beetje binnen de perken. Ik krijg nooit een rood waas voor de ogen.”
|
||
| meer in ZozoLala 159
|