| |
Onze man in Birma, Guy Delisle
Birma is al maanden in het nieuws. Guy Delisle woonde een jaar in het voor veel westerlingen afgesloten land en legde zijn ervaringen in stripvorm vast. Na eerdere reportages vanuit het Chinese Shenzhen en het Noord-Koreaanse Pjongjang is Birma zijn eerste in het Nederlands vertaalde album. Inmiddels heeft Delisle (1966) zijn koffers weer gepakt voor een volgend avontuur. In zijn huidige Franse woonplaats Montpellier probeert hij met engelengeduld lopende zaken af te ronden, terwijl zijn kind onophoudelijk om aandacht vraagt.
door Hans van Soest
„Birma is in mijn ontwikkeling als stripmaker een logisch vervolg op Shenzhen en Pyong Yang,” vertelt Delisle. „Alledrie de boeken zijn me even dierbaar, ze vormen immers hoofdstukken uit mijn leven. Maar artistiek verschillen ze onderling. Destijds was ik helemaal niet van plan een album te maken over mijn verblijf in China. Ik maakte achteraf wat losse strips voor het Franse tijdschrift Lapin, die qua onderwerpen alle kanten op gingen: mijn werk als animator, mijn herinneringen aan wat ik in China had meegemaakt. Later zijn die aan elkaar geplakt en is er een album gemaakt. Het resultaat was wat geïmproviseerd. Het ging meer over mij dan over China. Ik was nog heel jong toen ik er was. Politiek interesseerde me niet zo. Nu zou ik een heel ander boek hebben gemaakt. Pyong Yang ontstond heel anders. Ik wilde een journalistiek verslag maken van mijn verblijf daar. Noord-Korea was immers een land waar maar weinig westerlingen een kijkje konden nemen. Het leek me een goed onderwerp voor een boek. Dat is door de aanpak een stuk feitelijker geworden dan Shenzhen: het gaat vooral over de stad Pjongjang. Birma daarentegen is een mengeling van de twee voorgaande boeken. Ik ben voor mijn gevoel beter geslaagd te vertellen wat ik wilde: iets over het land, maar dan door de ogen van een gewone man, ikzelf. Op die manier geef je de lezer een referentiepunt van waaruit hij kennis kan maken met een vreemde cultuur. Ook over mijn tekenstijl ben ik inmiddels meer tevreden.”
Shenzhen vertelt het verhaal van Delisle´s drie maanden durende verblijf in 1995 in de gelijknamige Chinese metropool (vlakbij Hongkong), waar hij in een plaatselijke tekenfilmstudio de supervisie had over de productie van de animatieserie Papyrus. In Pjongjang deed hij soortgelijk werk, twee maanden in 2001. In Birma (of Myanmar zoals de militaire machthebbers het noemen) was hij in 2005. Zijn vrouw werkte er voor Artsen zonder grenzen. Terwijl zij aan het werk was, ging Delisle uit wandelen met hun zoontje. Minutieus beschrijft hij het dagelijks leven in het land waarin hij terecht is gekomen.
„Ik wil geen documentaire maken,” zegt hij. „Ik ben geen journalist, zoals Joe Sacco. Ik heb net Onder Palestijnen gelezen. Hij maakt echte stripdocumentaires. Hij gaat met een opgezet plan op pad. Met zijn strips wil hij het grotere verhaal achter een actuele situatie schetsen. Ik niet. Ik zie mijn strips meer als een uitgebreide ansichtkaart die ik naar mijn familie zou sturen. Mijn verhalen gaan in eerste instantie over mezelf. Ik geef wel informatie over het land waarin ik ben, maar dat is niet het doel. Wie meer wil weten over Noord-Korea of Birma, moet de krant lezen of een boek uit de bibliotheek halen. Wel hoop ik dat mijn boeken mensen nieuwsgierig maken naar die landen. Ik wil vooral een leuk verhaal vertellen, Sacco wil misstanden onder de aandacht brengen. Birma is ontstaan, omdat ik me zo verveelde in Rangoon. Ik begon wat te schetsen. Maar ik heb ook een jaar vanwege het werk van mijn vrouw in Ethiopië gezeten. Daar was ik druk met allerlei andere dingen en daar heb ik ook geen strip over gemaakt.”
Delisle liet zich voor Birma inspireren door de kleine dingen die hij zag op straat. Omdat hij er langere tijd verbleef, gaan zijn observaties dieper dan die van de doorsnee toerist. „Ik refereer in mijn boek wel aan het dictatoriale regime van de junta en over de problemen die ontwikkelingsorganisaties er ondervinden, maar dat bepaalt niet de sfeer in het boek. Ik ontmoette er veel leuke mensen. Birmezen zijn weliswaar niet rijk, maar het is er niet zo´n ellende als bijvoorbeeld in Noord-Korea. Een boek over de gruwelijke natuurramp die er nu heeft plaatsgevonden, zou ik niet hebben kunnen maken. Ik wilde het dagelijkse leven van de gewone mensen laten zien. En dat verschilt nogal van het beeld dat veel westerlingen hebben van Birma als een van de gruwelijkste plekken op de wereld.”
In het grensgebied met Thailand woedt al jaren een burgeroorlog in Birma. Westerlingen hebben daar geen toegang. „Iedereen weet dat het leger daar vreselijke dingen doet: moorden, verkrachtingen, dorpen platbranden. Maar in Rangoon merk je daar niks van. De geheime dienst is er niet zo prominent aanwezig als in Noord-Korea. Mensen gaan gewoon naar internetcafés, kijken CNN en luisteren naar Radio Free Asia. Van tevoren had ik een heel ander beeld van het regime. Ik was Pjongjang gewend. Ik dacht dat het in Birma hetzelfde zou zijn, alleen dan in een tropisch klimaat. In Pjongjang kon ik geen stap doen zonder een agent van de regering en een vertaler aan mijn zijde. Dat is een volkomen schizofrene samenleving, waar de mensen weliswaar weten dat het 2008 is, maar verder geen enkel beeld hebben van de rest van de wereld. Ik had er ook geen normaal contact met de bewoners. In Rangoon wel. Eigenlijk had ik er een erg leuke tijd.”
In tegenstelling tot Joe Sacco ziet Delisle zich vooral als maker van autobiografische strips. Al jaren verschijnt er een ware hausse aan autobio-strips. En lang niet allemaal zijn ze allemaal even interessant. „Dat vind ik ook,” zegt hij. „Vaak is het te saai om te lezen. Ik probeer dat te voorkomen door goed te selecteren. Ik maak mijn albums op basis van mijn herinneringen en mijn dagboeken. Ik laat veel weg. Ik kies op basis van wat werkt in een strip. Geen ervaringen over exotische smaken of geuren. Ik denk in beelden als ik mijn notities doorlees: wat werkt er op een pagina? Hoe gaat die er dan uitzien? Ik vertel weliswaar over gewone dingen zoals mijn wandeling achter de kinderwagen door Rangoon, maar zet dat dan af tegen de geschiedenis van Aung San Suu Kyi, de oppositieleider die al jaren thuis zit met huisarrest. Ik liep vlak langs haar huis. Door de tegenstelling tussen dat gegeven en het alledaagse, krijgt de lezer een beeld van het dagelijks leven in Birma.”
Over de toekomst van het land is hij somber. „Ooit zal de junta verdwijnen. Maar wat komt er voor in de plaats? Ook in Noord-Korea zie ik na de dood van Kim Jung Il niet zo snel een enorme politieke omwenteling. Veel hangt ook af van China, dat de regio controleert en gebaat is bij rust in de tent. Het is vooral de vraag wat daar zal gebeuren. Ik verwacht dat het mis gaat lopen in China. Mensen zijn er vooral geïnteresseerd in geld verdienen. Maar sinds de introductie van het kapitalisme is een enorme tweedeling ontstaan in het land. In de steden zijn mensen weliswaar rijker geworden, maar op het platteland zijn de mensen én armer geworden én ze hebben minder zekerheid dan vroeger. Veel mensen zijn op drift geraakt. Dat moet een keer mislopen. Het zou me niet verbazen als China weer terugvalt in het staatssocialisme.”
Dat Delisle zo vaak in Azië is geweest, is toeval, zegt hij. „In China en Noord-Korea was ik voor mijn werk als animator. Dat werk wordt ook in Oost-Europa gedaan, maar daar ben ik nooit naar uitgezonden. En Birma was ook toeval. Eigenlijk zou mijn vrouw naar Guatemala gaan, maar dat werd vlak voor ons vertrek veranderd in Birma. Ik ben voor mijn werk ook in Vietnam geweest, maar daar heb ik geen boek over gemaakt. Ik heb er een leuke tijd gehad: leuke mensen ontmoet, het werk op de studio liep gesmeerd. Dat alleen was niet interessant genoeg om over te vertellen. Ik ben niet naar Birma gegaan met het vooropgezette idee een strip te gaan maken. Eigenlijk had ik zo’n album na Shenzhen en Pyong Yang wel gehad. Of ik het ooit nog eens doe, ligt aan waar ik ooit nog terechtkom.”
Dat hij in de animatiewereld verzeild raakte, was min of meer een noodgreep. „Eigenlijk wilde ik van kind af aan striptekenaar worden. Maar ik kom uit Quebec, het Franstalige gedeelte van Canada. Daar kun je geen droog brood verdienen met strips. Als je iets wilt doen met tekenen, kom je in de animatie terecht. Doordat er veel tekenfilms gemaakt werden voor het videocircuit, was er veel werk in te vinden. Toen het werk daar ophield, kwam ik in Europa terecht. Eerst Duitsland, later Frankrijk. Daar ontmoette ik veel striptekenaars en maakte ik kennis met het fonds van uitgeverij L´Association. Dat sprak me enorm aan en ik besloot het erop te wagen en de overstap te maken.”
Inmiddels doet hij niets meer met tekenfilms. „Na mijn ervaringen in Pjongjang ben ik ermee gestopt. Artistiek is het geen uitdaging meer. In Duitsland tekende ik nog met zestig anderen in een studio. Nu wordt alles in Azië gemaakt, in fabrieken waar alles zo goedkoop en zo snel mogelijk wordt afgeraffeld. Ik had er de supervisie, wat er op neerkomt dat je vooral moet voorkomen dat er al te grote fouten worden gemaakt. Dat is vreselijk saai werk. Hier in Frankrijk is er zelfs helemaal geen animatiewerk meer.”
Zijn animatiewerk heeft wel veel invloed gehad op zijn strips. „Dat zie je zeker terug in mijn eerste strip: Aline et les autres (een tekstloze strip over de vrouw van A tot Z, red.). Eigenlijk is dat gewoon een storyboard in albumvorm. Je zou de plaatjes als het ware allemaal achter elkaar kunnen leggen en dan vormen ze één lange uitgesponnen scène. Inmiddels maak ik meer echte strips: ik houd rekening met pagina-opbouw, beweging is minder belangrijk. Dat zie je heel goed aan Birma. Dat is heel anders dan mijn voorgaande werk.”
Delisle heeft net een nieuw album afgerond: een kinderstrip over het figuurtje Louis, waarvan in 2005 het album Louis au ski verscheen. „Verder heb ik geen grote plannen. In juli vertrek ik voor een jaar naar Jeruzalem. Mijn vrouw weer achterna. Ik ben niet van plan er een strip over te maken. Maar ja, dat dacht ik ook toen ik naar Birma ging.” |
|