Prei, kaas, suiker. Berend Vonk zoekt het onalledaagse

Na ruim 25 jaar in het vak is het niet meer mogelijk Berend Vonk (1969) nog een aanstormend talent te noemen. De striptekenaar die begin jaren tachtig debuteerde met het veelgeroemde Pastorale 83, heeft zich noodgedwongen gespecialiseerd in illustratiewerk en politieke cartoons. In de luwte van een Limburgs dorpje bewoont Vonk met zijn grote gezin een ruime woning, waar hij zijn hobby als klusser nog enige jaren op kan botvieren. Tussen de bedrijven door werkt hij tot zijn eigen spijt nog slechts sporadisch, maar wel enthousiast aan stripverhalen. Eindelijk is er met Avonturen, avonturen toch weer een nieuw stripboek verschenen van zijn hand.

door Gerard Zeegers

Het is alweer lang geleden dat er een nieuw stripboek van Berend Vonk in de winkels lag. Te lang geleden. Dertien jaar hebben zijn fans moeten wachten op de opvolger van In de val Jeanette en Pastorale 83, maar nu is Avonturen, avonturen, Berend Vonks derde album, een feit. Trouwe lezers van Zone 5300 en ZozoLala zullen misschien enkele verhalen herkennen, maar tevens aangenaam verrast zijn dat het hele boek in full colour is verschenen. De tekenaar is daarom enthousiast over zijn uitgever Catullus: „Ik voelde me net Willy Vandersteen. Er werd een legertje inkleurders op mijn strips gezet, die elke keer hun werk opstuurden. Ik ben ontzettend blij met het eindresultaat.”

Iedereen vraagt zich natuurlijk af waarom het zo lang heeft geduurd voor er weer een stripboek van zijn hand verscheen. Vonk: „De belangrijkste reden is dat je als Nederlandse stripmaker nauwelijks kunt leven van je strips. Ik heb ook nog een groot gezin met vier kinderen, dus dan beland je al snel in de illustratiehoek. Met één zo'n plaatje verdien ik meer dan wanneer ik er een aantal achter elkaar zet. Maar als ik een strip wil maken – en het kan soms drie jaar duren voor ik er aan begin – dan gooi ik me er helemaal in. Het nadeel daarvan is dat ik dan totaal niet aanspreekbaar ben. Ik werk van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat door tot het af is en produceer een pagina per dag. Het liefst zou ik een lang avonturenverhaal maken van 48 bladzijden, maar voor mijn gezinsleven en sociale contacten is het beter als ik het op korte verhalen van zeven of acht pagina's houd. Die moet je dan ook weer niet te lang laten liggen, anders verdwijnt de frisheid en slaat de verveling toe. Zolang als ik niet teveel strips maak, heb ik geen problemen met mijn gezin. Het is nog steeds mijn passie en het gaat niet weg. Ik vind het ook jammer dat er maar eens in de tien jaar een boek verschijnt, maar het is niet anders.”

In het verhaal The Nashville debacle uit Avonturen, avonturen toont Vonk ons een glimp van zijn probleem: een sombere tekenaar zit ongeïnspireerd over zijn tekentafel gebogen. Zijn zwangere vrouw spoort hem aan tot actie: „Pietewiete heeft niets aan een depropapa... Door erover te tekenen kun je het misschien van je af zetten. Kom... Ik zal je hand vasthouden.” Als het verhaal even later stokt, komt de vrouw weer in beeld: „Let maar niet op mij schat. Ik heb nog steeds je handje vast. Blijf tekenen!” En de tekenaar vervolgt zijn verhaal over een zoektocht naar cultfiguur Dolly Parton, die niet alleen grote tieten heeft maar ook ‘een genie is, ze schrijft goddelijke teksten, ze heeft een goddelijke stem en meent wat ze zingt’.
Vonk geeft toe dat hij af en toe biografische elementen in zijn strips verwerkt: „Je hoeft niet alles te verzinnen voor een verhaal, soms kun je feiten gebruiken om een ingang voor een verhaal te krijgen.”
De verhalen van Berend Vonk zijn geen alledaagse avonturenverhalen. Ze beginnen weliswaar met een koning (Groeten uit het land van Koning Bollo), een ridder van de ronde tafel (Valdez maakt het goed) of een man en een vrouw die een lijk proberen te dumpen zoals in een doorsnee detectiveverhaal (Amateurs). Maar al snel volgen de absurde gebeurtenissen elkaar in hoog tempo op en vliegen er dozijnen bizarre personages voorbij. Zo worden de twee verpleegsters van Koning Bollo al meteen in het begin van het verhaal ontslagen, belanden ze vervolgens allebei tegelijk bij ‘Mijnheer James’ in bed, blijkt de bejaarde Bollo Cynthia te hebben bezwangerd, enzovoorts. Het resultaat van al die ingrediënten is een hilarische, maar bevreemdende strip. Die bevreemding zit in bijna al het werk van Vonk. Wil hij daarmee de lezers uitdagen? Vonk: „Ik vind dat er al teveel geijkte avonturenverhalen zijn. Ik wil mijn eigen fantasie de vrije loop laten en de lezer meevoeren in iets dat met een zekere logica is opgebouwd, maar ook van een  zonderlinge geheimzinnigheid getuigt. Mensen moeten geïntrigeerd raken en denken: wat gaat er nu weer gebeuren?”
Als voorbeeld van deze vreemdheid van zijn werk geeft hij uitleg bij het eerste plaatje van Koning Bollo. De koning zit vermoeid op zijn stoel met zijn voeten in een teiltje water. Op de muur hangt een briefje met ‘prei, kaas, suiker’. Op de voorgrond zien we de verpleegsters die de lezer recht aankijken. Een van hen houdt een grote injectienaald klaar. Vonk: „Ik ga vaak uit vanuit één beeld als ik een verhaal wil vertellen. Dat raadselachtige spreekt me enorm aan. Waarom zou je een alledaags verhaal willen lezen? Ik zie het beginplaatje en vraag me af wat er allemaal zou kunnen gebeuren. Ik wil mezelf graag vermaken en intrigeren. Ik begin meestal met een vrij groot plaatje, waar een heleboel aan de hand is. Wat gebeurt hier?! Net zoals de surrealisten uit het begin van de vorige eeuw, die van alles bij elkaar pakten. Van daaruit ga ik dan verder en knoop ik alle losse eindjes aan elkaar.
Ik heb ook een heleboel omslagen getekend van boeken die niet bestaan. Zo is er bij het boek een inlegvel met een advertentie voor De honden van Baldur. Dat boek zou ik ontzèttend graag willen lezen, maar helaas bestaat dat verhaal nog niet. Het is ook nogal veel werk om het te maken, maar voor mij is dat de aanleiding om een strip te maken. Goh, wat zou ik dat verhaal graag willen lezen, zeg!”
In de openingspagina’s van Vonks verhalen zien we vaak al meteen een hoop personages. Dat is een bewuste keuze, want de tekenaar wil het liefst zoveel mogelijk figuren verzinnen. „Dat had ik vroeger al met Nero van Marc Sleen. Wat doen al die gekken daar toch, vroeg ik mezelf af. Soms valt de uitwerking tegen, dan zijn de personages minder gek dan je verwachtte. De interactie tussen de figuren fascineert me, vooral allerlei rare bijfiguren. Je kunt een verhaal snel uitwerken, maar er ook voor kiezen om meer plaatjes te gebruiken. Ik vind het leuk om alle personages heel even aan te stippen en een hele achterliggende wereld te suggereren. Die figuren werk ik vaak niet helemaal uit en soms kom ik later nog eens op ze terug. Als ik het boek later nog eens doorblader, zie ik personages en bedenk ik dat het leuk zou zijn om ze in een andere context te gebruiken of om ze andere figuren te laten ontmoeten.
Daarom lees ik tegenwoordig ook graag Baard en Kale. Die twee hoofdpersonen interesseren me helemaal niets, maar Will heeft goede bijfiguren, vooral de slechteriken. Bij Toonder is dat hetzelfde. Bommel en Tom Poes zijn veel minder leuk dan alle andere personages. Ik heb zelf een belangrijk figuur dat vaker terugkomt en dat is Betonnen Vriend. Die kan ik zelf niet helemaal plaatsen, dus intrigeert hij me.”

Berend Vonk is tegenwoordig meer cartoonist dan striptekenaar. Hij maakt politieke spotprenten voor Trouw en illustreert verschillende media zoals het Algemeen Dagblad, De Limburger, Filosofie magazine en Het Financieele Dagblad. Dat doet hij niet alleen voor het geld, maar ook omdat hij plezier heeft in het maken van illustraties en politieke tekeningen. Hij ziet het als een eer om net als zijn voorbeelden, zoals Albert Hahn, in een krant te staan. „Ik ben blij dat ik voor Trouw kan werken. Het is leuk om iemand in een plaatje te treffen. Bij illustraties ga ik er ook altijd voor zitten om er iets moois van te maken. Dat iemands blik wordt gevangen door de illustratie wanneer hij de pagina omslaat. Ook vind ik het een uitdaging om iets te verzinnen over een saai onderwerp. Het gaat me makkelijk af om ideeën te bedenken bij iets heel droogs. Als je hilarische gegevens hebt, kun je er zelf weinig aan toevoegen. Dat is ook zo met nieuws en politiek. Een voorbeeld van droge tekst waar ik veel grappen bij heb verzonnen, zijn de belastingen. Je kunt altijd iets doen met box 1 of box 2.”

Vonk stond al voordat hij zijn brood verdiende als cartoonist, bekend als een politieke tekenaar, een linkse, politiek tekenaar. Dat dateert uit het begin van de jaren ‘80, toen hij zijn eerste album, Pastorale 83 maakte. Daarna maakte hij veel werk voor linkse fanzines en krakersblaadjes. In de hilarische strip Bezoek van de BVD (voorgepubliceerd in ZozoLala 130 en ingekleurd voor Avonturen, avonturen) haalt hij herinneringen op aan die tijd. Ook dat verhaal is gebaseerd op een waargebeurde anekdote. Twee mannen in regenjassen kwamen bij Vonk thuis om hem over te halen te infiltreren in ‘De beweging’. Vonk is dan al lang niet meer links actief en door de bladen opzij gezet omdat zijn werk ‘te seksisties’ zou zijn. In hoeverre speelt zijn linkse verleden nog een rol bij zijn werk als politiek tekenaar?
„Ik heb altijd wel iets gehad met politiek, dat dateert nog uit de jaren ‘80. Toen had ik nog de bevlogenheid dat ik dacht te weten hoe de wereld in elkaar stak. Dat heb ik allang niet meer. Toen ik bij Trouw langs kwam, liet ik ze een map zien met allerlei verschillend werk. Ze pikten mijn cartoons eruit voor de jongerenpagina. Daar was ook iets aan de hand met politiek en zo is het langzaam richting politiek gegaan. Het maakte Trouw niets uit dat ik vroeger zo actief was geweest. Ik had toen al lang niet meer ‘het ware geloof’.”
Als politiek tekenaar houdt Vonk de Haagse actualiteit goed in de gaten, wat vindt hij van het huidige klimaat? „Sinds de dood van Pim Fortuyn is het allemaal enorm gepolariseerd. Iedereen roept maar wat hij ervan vindt. Het is goed overgekomen dat iedereen nu kan zeggen wat ie wil, maar ik vind dat het te ver is doorgeslagen. Je krijgt nu allemaal vreemde partijtjes en bewegingen. Iedereen probeert in de gunst van de kiezer te komen en dat levert een hoop botsingen op. Het is in elk geval geen saaie tijd, maar het is niet allemaal even vrolijk.”

Vonk woonde achtereenvolgens in Amsterdam en Noordwijk, maar heeft nu de rust van het Limburgse platteland opgezocht in Geulle, vlakbij Maastricht. „Ik heb een groot gezin met vier kinderen, dus we moesten echt ruimer wonen. In de Randstad is het onmogelijk om een groot huis te kopen, of je moet miljonair zijn. Hier vonden we wel iets, maar zoals je ziet moet er nog wel het een en ander aan gebeuren. In Geulle hebben we weinig last van de politieke spanningen, maar de mensen hebben soms toch rare ideeën over buitenlanders. Ze kijken alleen maar tv en dat komt het niet ten goede. Het gemeenschapsleven is hier overigens geweldig georganiseerd, vooral de manier waarop ze aan geld komen is indrukwekkend. Ze kennen me omdat ik ook illustraties maak voor De Limburger. Die lezen ze, dus weten ze me wel te vinden als er illustraties gemaakt moeten worden voor een affiche over de plantenactie van de fanfare, waar mijn kinderen ook op zitten.”

 

 
 

meer in ZozoLala 160