| |
Van winkeldecoratie tot antiek Egypte: Papyrus
Binnenkort wordt hij 75 jaar, maar dat is niet aan hem af te zien. Lucien De Gieter, de tekenaar van de kinderstrip Papyrus, heeft net zijn dertigste album afgrond en zit nog geregeld tot na middernacht achter de computer om aan zijn internetsite te knutselen. Opmerkingen over zijn leeftijd liggen gevoelig. „Ik voel me nog prima, dank u!”
door Hans van Soest
Interviews met Lucien De Gieter zijn vrij zeldzaam. En dat terwijl hij toch al ruim veertig jaar in het stripwereldje meedraait. Zijn bekendste strip Papyrus, over de jonge Egyptische visser die bevriend raakt met de prinses, was commercieel interessant genoeg voor uitgeverij Dupuis om er eind jaren negentig een redelijk populaire tekenfilmserie van te laten produceren. In het fonds is Papyrus inmiddels een van de langstlopende titels. „Dat weinig mensen me kennen, ligt vooral aan mezelf. Ik ben van nature wat teruggetrokken,” zegt hij. „Ik zoek de publiciteit niet. Maar ik ben niet schuw hoor.”
Een van de eerste boeken die de Belg De Gieter (1932) als jongeling bezat, was een oud zwart-wit boek over het historisch museum van Caïro. Daarmee werd een voorliefde voor de Egyptische geschiedenis geboren, die de rest van zijn carrière zou bepalen. „Tijdens mijn studie aan de kunstacademie heb ik Egypte pas echt ontdekt,” vertelt hij. Zijn afstudeerproject was een ontwerp voor een eetzaal in klassiek-Egyptische stijl. Na zijn studie ging hij aanvankelijk aan de slag als decorateur en ontwerper. Hij ontwierp het interieur voor meerdere winkels. Maar op zijn dertigste maakte hij de grote overstap naar strips. „Tijdens mijn studie werd er erg op strips neer gekeken, maar net als mijn medestudenten las ik ze wel en tekende ik regelmatig iets voor mezelf.”
De Gieter trok de stoute schoenen aan toen de redactie van het weekblad Spirou/Robbedoes een scenariowedstrijd uitschreef voor de miniboekjes die ze in de jaren ’60 publiceerde in het middenkatern. Aanvankelijk werden zijn ideeën afgewezen, maar na wat aanpassingen werden toch enkele van zijn verhalen omgewerkt tot strip. „Op de eerste pagina van een van mijn scenario’s had ik zelf wat getekend. Daarop vroeg de redactie me of ik geen zin had om ook de tekeningen te verzorgen. Ik voelde me enorm voor het blok gezet. Natuurlijk leek het me hartstikke leuk om te doen, maar ik vond me er echt niet goed genoeg voor. Ik heb er veel tijd in gestoken, maar achteraf begrijp ik nog steeds niet dat ze me niet direct de deur hebben gewezen.”
De Gieter maakte diverse miniboekjes, alvorens hij zich waagde aan zijn eerste strip op groot formaat: Tôôôt en Puit, over een kleine zeemeermin. Ook werkte hij een jaar lang op de studio van Smurfen-tekenaar Peyo, waar hij inktte en grappen bedacht voor Poesie. „Op de studio leerde ik vooral dat strips maken hard werken is. Niet iets wat je er zo maar even bij doet, maar echt een veeleisende baan.”
Tôôôt en Puit was niet echt een succes. „Daarop besloot ik niet langer een humorstrip, maar een avonturenstrip te gaan maken. Als decor koos ik Egypte. Niet alleen omdat dat thema me fascineerde, maar vooral omdat er nog geen strips waren die zich in het klassieke Egypte afspeelden. Zo is Papyrus ontstaan. Het sloeg al vrij snel aan bij de lezers van Spirou. Dat is nu dertig jaar geleden. Wat begon als een probeersel is inmiddels uitgegroeid tot een reeks van dertig albums.”
Na al die tijd verveelt het maken van de jeugdserie hem nog steeds niet, zegt hij. „Elke nieuwe tekening vind ik weer een uitdaging. Telkens sta ik weer voor een nieuw probleem dat ik moet oplossen. Dat vind ik leuk. Ik leef me vooral uit op de landschappen en de gebouwen.” Om zich te documenteren is hij zeven keer in Egypte geweest. De rest van zijn kennis haalt hij uit boeken en bij egyptologen. „Tot mijn verbazing zijn die veelal enthousiast over mijn strips.”
In de loop der tijd is Papyrus behalve een avonturenstrip met veel fantasy-elementen meer en meer een serie geworden met veel historische feitjes. „Het is vrij normaal dat een serie in de loop der jaren inhoudelijk evolueert,” reageert De Gieter. „Ik leer nou eenmaal steeds meer over Egypte. Logisch dat je dat terug ziet in mijn werk.”
Ook op een ander punt evolueerde de strip. De hoofdpersonen Papyrus en prinses Lief-Er-Theti werden ouder en zijn inmiddels zelfs verliefd op elkaar. „Mijn personages zijn gerijpt in de loop der jaren,” grapt hij er zelf over. „Zo is ook mijn tekenstijl in de loop der jaren langzaam veranderd. De tekeningen zijn nu veel realistischer dan in de eerste albums, toen je nog duidelijk de invloed van Peyo kon zien. Misschien komt dat ook doordat de verhalen steeds realistischer zijn geworden. De historische context is steeds meer op de voorgrond gekomen in de verhalen. Het is in elk geval geen bewust proces. Ik heb niet doelbewust een andere weg willen inslaan.”
De Gieter heeft ook geen duidelijk beeld van waar de serie naar toe gaat. „Ik werk album voor album af. Het is niet zo dat ik een eind van de serie in mijn hoofd heb zitten, of iets dergelijks. Ik ben weliswaar op mijn 65ste met pensioen gegaan, maar ik teken nog elke dag en ik ben van plan dat nog heel lang vol te houden.”
Het werk doet hij nog altijd helemaal zelf. Alleen de inkleuring laat hij aan een ander over. Een favoriet album uit de reeks heeft hij niet. „Het zijn vooral onderdelen van albums waar ik tevreden over ben. Zoals de metamorfose van Theti in Het eiland van de dode koningin, de humor in Het paard van Troje, de liefdesscène in De kinderen van Isis of Papyrus’ strijd met de natuurkrachten in De heer der krokodillen. Ik weet niet hoe lang ik nog door ga met tekenen. Dat ligt er ook aan of het publiek het leuk blijft vinden.”
Bij de productie van de tekenfilms is De Gieter nauwelijks betrokken. „Dat is toch echt een heel andere manier van werken. Ik volg het slechts vanaf grote afstand. Ik ben vooral druk met een ander project, mijn eigen website www.egypteinedite.be, waarvoor ik gagstrips maak over een personage uit de Papyrus-strips: het mummietje Phoetus. Elke week een grap. Da’s weer eens iets heel anders.”
KADER:
De kinderstrip Papyrus speelt zich af ten tijde van de 19de dynastie van de Egyptische oudheid: grofweg van 1300 tot 1200 voor onze jaartelling. In de verhalen zitten veel historische elementen verweven. Zo is prinses Lief-Er-Theti de dochter van farao Merenptah, die regeerde van 1224 tot 1214 voor Christus. Hij was de zoon van de beroemde farao Ramses II. De periode werd gekenmerkt door zowel interne als externe spanningen. Intern, omdat door de nieuwe farao’s werd afgerekend met de erfenis van de vorige vorst Achnaton, die de verering van de vele goden in Egypte verbood en een vorm van monotheïsme invoerde. Later werd de veelgoderij weer ingevoerd en Achnatons naam van allerlei monumenten verwijderd. Dat thema komt terug in de albums De verdoemde farao en Toetanchamon, de vermoorde farao over diens gelijknamige zoon. Ook werd het tijdperk gekenmerkt door de vele oorlogen die werden gevoerd tegen stammen die het voorzien hadden op de Egyptische rijkdommen, onder andere de Hittieten, een volk uit het noorden van het huidige Turkije (zie onder andere: De tranen van de reus). Het Egyptische koninkrijk raakte na Merenptahs dood in verval. |
|