| |
Death note: hype rond een manga-thriller
Toen de mangaserie Death note anderhalf jaar geleden in het Nederlands verscheen, was de roem de strip al vooruitgesneld. In Japan was de thrillerreeks een enorme sensatie. Van het eerste deel werden er in twee maanden tijd een miljoen exemplaren verkocht. En ook het Europese publiek ging voor de bijl. Deze maand verschijnt het slot.
door Hans van Soest
„Onlangs was ik erg ziek. Ik dacht dat ik vervloekt was, omdat ik Death note had getekend. Ik ben naar een waarzegger geweest die werkt met tarotkaarten. De eerste kaart die werd omgedraaid was: de dood.” De Japanse mangatekenaar Takeshi Obata (1969) is op zijn zachtst gezegd wat bijgelovig. In een interview opgenomen in het dertiende deel van de Engelse editie van Death note (een speciale uitgave die niet in het Nederlands wordt vertaald), vertelt hij dat hij gefascineerd was toen hem werd gevraagd een strip te tekenen die ging over doodsengelen, maar tegelijk ook vreselijk bang: „Ik dacht echt dat ik dood zou gaan. Maar toen ik een medicijn innam, was ik eigenlijk snel weer beter.” Op uitnodiging van zijn uitgever ging Obata naar een tempel om zich ritueel te laten reinigen en zich zo te beschermen tegen boze geesten.
Death note is een verhaal met een uiterst prikkelend uitgangspunt: de jongen Light krijgt een dodenboek in handen, waarmee hij mensen op afstand kan vermoorden door hun naam erin te schrijven. Een doodsengel (of shinigami), die het boekje normaal gesproken gebruikt om de namen in op te schrijven van mensen wiens tijd is gekomen, heeft het uit verveling op aarde laten vallen. Light besluit de wereld te ontdoen van alle misdadigers onder het pseudoniem Kira, maar wordt op die manier zelf de grootste massamoordenaar uit de geschiedenis. De plot krijgt een verrassende wending als Light door de politie wordt ingezet om te helpen die massamoordenaar op te sporen. Om zichzelf niet verdacht te maken, werkt hij mee.
De bedenker van Death note is Tsugumi Ohba. Wie er achter dit pseudoniem schuilgaat, is niet helder. Op fansites wordt er gespeculeerd dat het zou gaan om Hiroshi Gamō, de scenarist van enkele humoristische manga’s. Fans baseren dat op clous die zouden worden gegeven in een andere serie die Ohba samen met Obata maakt: Bakuman. Hoe serieus dat is, is onduidelijk. Ohba zelf is in elk geval wel serieus als hij zegt dat hij het succes van Death note niet had zien aankomen. „Het is een vrij a-typische manga voor Weekly Shonen Jump, waarin vooral manga’s voor een wat jonger publiek staan,” vertelt hij in een interview in de eerder genoemde Death note-special.
Ohba heeft nog geen uitgewerkt plan voor de hele serie als hij het idee aanbiedt bij de uitgever. Die vindt het gegeven van het dodenboekje origineel en er wordt een tekenaar bijgezocht: Obata, die dan al verscheidene prijzen heeft gewonnen voor zijn populaire serie Hikaru no Go, een manga gebaseerd op het bordspel go.
Er wordt een pilot-aflevering gemaakt, die goed wordt ontvangen door het publiek. In die proefaflevering komt het dodenboekje in handen van een schooljongetje die het gebruikt als dagboek en merkt dat de jongens die hem treiteren plotseling sterven. In die aflevering kan alles echter nog ongedaan worden gemaakt door de namen weer uit te gummen.
In de echte serie die later volgt, is het gebruik van het dodenboekje een stuk minder onschuldig. Hoewel Ohba beweert alleen een leuke detective te hebben willen maken, speelt op de achtergrond een zwaarder thema mee. In hoeverre is de wereld beter af als het kwaad wordt uitgeroeid? Aan het einde van het twaalfde deel (wie niet wil weten hoe het afloopt, moet nu stoppen met lezen) wordt dat vraagstuk opgeroepen door een van de politiemensen die alles van nabij heeft meegemaakt. Light is inmiddels ontmaskerd en zelf gestorven. Zonder de angst voor Kira’s straf vervalt de mensheid weer in zijn oude patroon: criminaliteit doet weer hun intrede op straat, nadat die lange tijd uitgebannen leek. Maar mag kwaad wel met kwaad worden vergolden? Het verhaal eindigt met een scène waarin Kira een god is geworden die door zijn aanhangers wordt aanbeden.
„Ik heb het verhaal geen morele boodschap willen meegeven,” aldus Ohba. „Behalve dan misschien: iedereen gaat uiteindelijk dood en na de dood is er niets. (…) Ik snap dat het verhaal vragen over goed en kwaad oproept, maar ik heb Death note er niet mee willen verzwaren. Ik heb gewoon een spannend verhaal willen maken, waarbij de lezer elke keer weer benieuwd zou zijn hoe het nu verder zou gaan.”
De tekenaar en de scenarist ontmoeten elkaar pas voor het eerst wanneer de serie al langere tijd loopt. Elke keer krijgt Obata een scenario voor het volgende hoofdstuk opgestuurd, zonder dat een van beide auteurs eigenlijk weet hoe het verhaal precies verder zal gaan. „Toen ik het contract tekende met de uitgever, had ik alleen nog maar een idee van wat er in de eerste drie hoofdstukken zou gaan gebeuren,” zegt Ohba daarover. „Ik vond het leuk om Light in een soort schaakspel met superspeurder L telkens schaak te zetten en maar te zien hoe hij zich er nu weer uitredde.”
Het resultaat is een intrige die gaandeweg het verhaal almaar ingewikkelder wordt. Op een gegeven moment ontstaat zo’n kluwen van complotten en afspraken waarvan de ene hoofdpersoon niet wist dat de ander die maakte, dat Ohba pagina aan pagina vol dialogen nodig heeft om het verhaal gaande te houden. „Omdat er voor een manga veel in gesproken wordt, moest ik extra aandacht besteden aan de tekeningen om de pagina´s interessant te houden,” aldus Obata. Hij doet dat door vaak van ‘camerastandpunt’ te veranderen en door de personages steeds iets te laten doen terwijl ze praten. Zo is superspeurder L, die Light zowel bij het politieonderzoek betrekt als hem ervan verdenkt Kira te zijn, een neuroot met smetvrees die almaar zoetigheden weg kauwt. Overigens lijkt L daarin wel een beetje op zijn bedenker Ohba. Ook hij heeft last van neuroses en kan niet tegen rommel of viezigheid, geeft hij toe.
In het zevende deel van Death note wordt de verhaallijn afgekapt door Lights grote tegenstander L te laten sterven. Daarna begint het verhaal eigenlijk opnieuw. Light krijgt nu niet één, maar twee tegenstanders: Near en Mello. Twee geniale speurders die elkaar fel beconcurreren. Ook hen geeft Obata tics mee om de plaatjes levendig te houden tussen alle tekstballons door. Zo speelt Near constant met speelgoedjes.
Het plot van Death note is een soort omgekeerde whodunit: wie komt er als eerste achter dat Light de boef is? Alle personages putten zich uit in analyses in een poging de anderen te slim af te zijn. De meest geniale invallen worden uitgewerkt… en weer gepareerd. Dat verklaart in belangrijke mate het succes van de serie. In klassieke misdaadverhalen blijf je als lezer aan de zijlijn staan, comfortabel gissend naar de ontknoping. In Death note worden je eigen theorieën keer op keer pootje gehaakt. Al na korte tijd is je kruit verschoten en ben je gedwongen mee te denken met de personages.
De persoonlijke ontwikkeling van de personages blijft in het verhaal op de achtergrond. Toch slaagt Obata erin de personages enige diepgang te geven door de manier waarop hij ze afbeeldt. Zo is Light in het begin van het verhaal nog een mooie jongeman met een onschuldig gezicht, die zijn optreden als Kira aanvankelijk met de meest nobele motieven begint. Maar al snel gebruikt hij het dodenboekje niet alleen tegen misdadigers, maar ook tegen mensen die zijn ware identiteit dreigen te ontdekken. Gaandeweg het verhaal worden de gelaatstrekken van Light harder, worden de randen rond zijn ogen donkerder en straalt zijn blik alleen nog waanzin uit. Vlak voor zijn dood, in een lang uitgesponnen scène zonder veel tekst, verliest hij al zijn eigenwaarde en stort theatraal ter aarde.
Obata krijgt van Ohba veel vrijheid om het scenario hier en daar aan te passen en de personages naar eigen inzicht invulling te geven. Zo modelleert hij de shinigami Ryuk bijvoorbeeld naar de figuur van Edward Scissorhands uit de gelijknamige film van Tim Burton. Ohba laat zich op zijn beurt inspireren door de karaktertrekken die Obata zijn personages meegeeft, om op basis daarvan nieuwe wendingen in het verhaal te bedenken.
„En soms bedacht ik gewoon dingen om te zien hoe Obata ze zou uitwerken,” vertelt hij. Zo gaan de twee rivales Kiyomi Takada en Miisa Amane (een soort gothic Lolita die in het verhaal wordt geschreven voor de broodnodige komische noot) in deel elf met elkaar dineren. „Niet omdat het nodig was voor het verhaal, maar gewoon omdat ik wilde zien hoe Obata twee vechtende vrouwen in beeld zou brengen.”
Voor de fans blijft de mogelijkheid open dat Death note een vervolg krijgt. Aan het einde van deel twaalf wordt de suggestie gewekt dat Near de plek van Light zal innemen. Een jaar na de dood van Light roept Near alle politiemensen die van zijn bestaan weten bijeen in een loods. Een van de agenten is bang, omdat hij Near ervan verdenkt dat hij nog steeds een dodenboek in handen heeft en die ook al eens heeft gebruikt om een tegenstander uit te schakelen. Overigens verscheen vorig jaar in Japan nog een korte special met een verhaal van 44 pagina’s dat zich afspeelt in de periode na Death note. Daarin neemt Near het op tegen een nieuwe moordenaar.
Death Note 13 how to read (Ohba & Obata); Uitg. VIZ; 192 p. (inclusief pilot-aflevering); zwart-wit; pocket; $ 14,99 (import)
KADER:
Het succes
Death note wordt tussen december 2003 en mei 2006 in 108 afleveringen voorgepubliceerd in het Japanse mangatijdschrift Weekly Shonen Jump. De reeks wordt ongelooflijk populair. Inmiddels zijn er twee live-action films van gemaakt en is er een derde film verschenen die minder met het oorspronkelijke verhaal van doen heeft. Ook vormde de manga het uitgangspunt van een 37-delige tekenfilmserie, is het scenario omgewerkt tot een roman en verscheen er een populair computerspel van Death note.
Naast al deze merchandising nam de populariteit van de serie ook minder onschuldige vormen aan. In oktober 2007 wordt Brussel opgeschrikt wanneer er in het Dudenpark een stuk romp en twee afgehakte dijbenen worden gevonden met daarbij een papier met de Japanse tekst: Watashi wa Kira dess (Ik ben Kira).
|
|