'Er is nog veel pionierswerk te verrichten’

Stripuitgeverij Oog & Blik slaat de handen ineen met uitgeversconcern De Bezige Bij. Op die manier moeten de strips uit het fonds ook hun weg vinden naar de reguliere boekhandel. Uiteindelijk is dat dé toekomst voor het beeldverhaal, denkt Joost Swarte, behalve auteur al jaren achter de schermen actief voor Oog & Blik. Charles Burns naast Harry Mulisch in het schap.

„Ik weet het, het wordt al jaren geroepen,” beaamt Joost Swarte. „Strips moeten een plek veroveren in de reguliere boekhandel, zoals dat in Frankrijk en de Verenigde Staten normaal is. Maar het heeft tijd nodig. Er is nog een enorme cultuurverandering nodig om het niet-traditionele strippubliek te bereiken. In de VS halen de boekhandels een kwart van hun omzet uit de verkoop van graphic novels en superheldencomics. Dat zal hier op den duur ook gebeuren. In Nederland en België zie je al steeds vaker dat literaire boekhandels een eigen kastje met strip hebben. Het is een kwestie van tijd voordat ook hier meer strips worden afgezet via andere boekhandels dan alleen de stripspeciaalzaak.”

Waarom blijft de brede belangstelling voor beeldverhalen uit volgens jou?

„Er is een enorme achterstand in te lopen. In de jaren ’70 was de stripcultuur in Nederland heel sterk. Die cultuur werd gedragen door jonge mensen die geen afscheid wilden nemen van het favoriete medium uit hun jeugd. Daardoor werd lang vastgehouden aan meer traditionele strips als Guust Flater, Kuifje en Lucky Luke. De mensen van die generatie verzamelden veel. Er ontstond een enorm netwerk van gespecialiseerde stripwinkels. Volgens mij waren er nergens ter wereld zo veel stripspeciaalzaken als destijds in Nederland. Reguliere boekhandels zagen er dan ook geen brood in ook in die markt te springen. Maar inmiddels is de wereld veranderd. De generatie uit die tijd is gepensioneerd of afgehaakt. Veel verzamelaars stopten, omdat hun de traditionele series die ze spaarden niet meer het vuur hadden van vroeger. Veel stripspeciaalzaken die vooral nog dat oudere publiek bedienden, zijn de afgelopen jaren verdwenen. Het huidige publiek is namelijk heel anders. Tieners, twintigers en dertigers zijn geen echte stripfans zoals de generatie boven hen. Eigenlijk was dat ook heel raar. Want net als bij films en in de literatuur zijn er zo veel stromingen binnen de strip, is er zo veel verschil in kwaliteit, dat het raar is fan te zijn van een heel medium. Jongeren van nu verzamelen niet meer alles wat er verschijnt, maar pikken er dát uit van hun gading. Ze gaan én naar de film én lezen een goed boek én spelen een leuke videogame én kopen een goede strip. Het beeldverhaal is daardoor onderdeel geworden van een bredere cultuur. De reguliere boekhandel pikt die verandering nu langzaam op. Maar het vooroordeel dat strips alleen voor kinderen zijn of voor verzamelaars, leeft nog breed.”


 
 

meer in ZozoLala 164