|
De Nederlandse stripcultuur: Doornroosje wakker geschud? Het succes van de Vlaamse strip bewijst dat het mogelijk is om in een betrekkelijk klein taalgebied een bloeiende subcultuur te ontwikkelen. Direct rijst dan natuurlijk de vraag waarom dat in Nederland niet kan. Al enige tijd is het Nederlands stripklimaat schraal en weinig groeizaam. De krantenstrip floreert nog wel. Maar echte stripverhalen verschijnen steeds minder en zijn praktisch allemaal afkomstig van de oude garde. De benodigde infrastructuur lijkt volledig weggevaagd. Van iedereen die betrokken is bij de Nederlandse strip, lijkt zich een zekere moedeloosheid te hebben meester gemaakt. Triest kijken we over de schutting waar het gras bij de buurman veel groener is. door Jef Nieuwenhuis Iedereen? Blijkbaar niet. Samen met Hanco Kolk lijkt stripmaker Jean-Marc van Tol het Gallisch dorpje van het Nederlandse stripklimaat te zijn. Met bewonderenswaardig enthousiasme en een grote betrokkenheid lijken de twee een serieuze poging te doen om de strip uit het slop te halen. Met een stripopleiding bij de kunstacademie in Zwolle als eerste resultaat. Jean-Marc vertelt gedreven: „Dit is niet iets nieuws. In 1999 is er in Lambiek al een bijeenkomst geweest van een groot aantal stripmakers die zich zorgen maakten over de verschraling. We besloten toen de schouders eronder te zetten, maar daar is uiteindelijk niet zo veel van terecht gekomen. Het is moeilijk te zeggen wat nu precies de oorzaak is van deze terugval. Zelf denk ik dat het wellicht te maken heeft met het verdwijnen van de homogene jeugdcultuur zoals we die vroeger kenden. Het is nu opgedeeld in diverse subculturen en in geen daarvan speelt de strip een rol.” Al pratend, lijkt Van Tol een driesporenbeleid te beschrijven: drie wegen die naar herstel van de Nederlandse strip zouden moeten leiden. Opleiding „Hanco maakte zich grote zorgen over het verdwijnen van de ambachtelijke en artistieke stripkennis. Er was geen plek meer waar expertise van de ene generatie op de andere wordt overgedragen. Hij vond dat we dat niet over onze kant konden laten gaan. In de loop van de tijd hebben we een behoorlijk netwerk opgebouwd. Dat hebben we gebruikt. Aan de ene kant benaderden we hogescholen om ze enthousiast te maken voor een stripopleiding. Aan de andere kant benaderde ik het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen en kwam in contact met minister Plasterk. De belangrijkste winst die we daar hebben geboekt, was de erkenning van Plasterk dat de strip niet de aandacht van zijn ministerie heeft gekregen die het verdiende. Met die steun in de rug waren de hogescholen ontvankelijker voor ons pleidooi. Uiteindelijk heeft ArtEZ Art & Design in Zwolle besloten om vanaf september 2009 een specialisatie Comic Design te starten. Hanco Kolk zal daarvoor een van de docenten zijn.” Financiële ondersteuning „Het Fonds voor Beeldende kunsten Vormgeving verleende al lang ook beurzen aan stripmakers. Daar zijn goede stripverhalen het resultaat van geweest. Maar steeds minder stripmakers maakten gebruik van die mogelijkheid, omdat het niet makkelijk was om je aanvraag toegekend te krijgen. Daarnaast was de strip in publicaties van het fonds totaal afwezig. Toen Pieter van Oudheusden als stripdeskundige uit de beoordelingscommissie stapte, hebben ze mij gevraagd hem op te volgen. Vooral om het volledig doodzwijgen van de strip heb ik daarvan afgezien. Er is nu iets veranderd. De directeur van het fonds, Lex ter Braak, was wel gevoelig voor onze argumenten en heeft besloten de strip nadrukkelijker te stimuleren. Dat zal gebeuren door de aanstelling van een speciale aandachtsfunctionaris (een intendant) en een extra subsidie van 3 ton per jaar. Dit bedrag zal onder andere gebruikt worden om de Nederlandse strip in het buitenland onder de aandacht te brengen op stripmanifestatie en festivals. Daarnaast biedt deze financiële ondersteuning de mogelijkheid om een serieuze stripprijs met een substantieel geldbedrag in het leven te roepen.” Belangenbehartiging „In maart vond het oprichtingsfeest plaats van de Beroepsvereniging Nederlandse Stripmakers (BNS). Die vereniging is opgericht om de belangen te behartigen van Nederlandse stripmakers. Dit moet gebeuren door stripmakers te ondersteunen in hun beroepspraktijk. Daarnaast wil de vereniging de belangstelling voor de Nederlandse strip bevorderen. Het is geen agentschap maar een gezelschap waarin kennis en ervaring wordt uitgewisseld. Bovendien biedt het de gelegenheid om samen een vuist te maken.” Aanvankelijk is Jean-Marc van Tol wat terughoudend in het duiden van de huidige crisis in de Nederlandse stripcultuur. Het maakt zijn gedrevenheid om daar iets aan te veranderen niet minder doelgericht. „Als makers van Fokke & Sukke komen John Reid, Bastiaan Geleijnse en ik uit het studentencircuit. Daar hebben we veel contacten aan overgehouden, die ik nu kan inzetten. Samen met Hanco heb ik dan ook een groot netwerk. Dat heeft zich voor een deel ook uitbetaald. Veel mensen maken zich zorgen over het huidige stripklimaat. Hanco en ik willen daar ook daadwerkelijk wat aan doen. We geven onszelf drie jaar de tijd.” |
||
| meer in ZozoLala 165
|