Paarden en prachtige vrouwen

In de tijd dat het maken van strips vooral een ambachtelijke bezigheid was, was Franz een grote jongen. Zijn albums stonden garant voor een constante kwaliteit en goede verkoopcijfers. Zes jaar na zijn overlijden is het moment gekomen om te bezien of zijn artistieke erfenis de tand des tijds heeft doorstaan.

Door Jef Nieuwenhuis

De laatste vijfentwintig jaar van de vorige eeuw vormen globaal de bloeiperiode in de tekencarriére van Franz Drappier (1948-2003). Het grootste deel van die tijd was hij een van de belangrijkste medewerkers van het weekblad Kuifje, het blad dat hem groot maakte en dat hij meehielp groot te blijven. Voor het grote publiek werd zijn naam bekend door de reeks Jugurtha . De serie over een Numibische prins was oorspronkelijk door schrijver Jean-Luc Vernal en tekenaar Hermann opgezet als een getekende biografie van een bestaand historisch personage. Overgenomen door Franz transformeerde de reeks tot in een avonturenepos, waarop de tekenaar steeds nadrukkelijker zijn stempel zou drukken. Vernal paste de scenario’s aan aan Franz kwaliteiten en scènes met dravende paarden en misprijzend  kijkende, maar prachtige vrouwen kregen een prominente plaats in de albums. Ongetwijfeld was het zijn groeiende bijdrage aan deze serie die Franz deed beseffen dat zijn talenten verder reikten dan alleen het tekenen van andermans scenario.
Ook tekentechnisch maakte de jonge tekenaar een grote ontwikkeling door. Door de Jugurtha-albums heen is de verbetering van zijn tekentechniek, pagina-indeling en mis–en- scène goed te volgen. Zelf was de auteur van mening dat zijn werk pas in de loop van de jaren ’80 de toets der kritiek kon weerstaan.

Groei
Op het moment dat voor Franz duidelijk was waar de grenzen van zijn kunnen lagen en dat daarbinnen een voor hemzelf aanvaardbaar niveau te halen was, sloeg hij de stripvleugels echt uit. Zelf heeft Franz altijd een voorkeur gehad voor de serie Lester Cockney. Zo verwonderlijk is dat niet. Jugurtha was een lopende trein waar Franz tussentijds instapte. En hoewel aan de verhalen de groeiende invloed van de tekenaar is af te lezen, blijft de reeks toch een beetje het kind van scenarist Vernal. In Lester Cockney kan Franz zich echter helemaal uitleven. Zowel scenario als tekenwerk worden door hemzelf verzorgd. Zijn werk zal ondanks de snel opeenvolgende publicaties over het algemeen een constante kwaliteit behouden en een herkenbare stijl. Tot hij op het eind van zijn carrière Lester Cockney naar Noord-Amerika laat trekken. Dan zal zijn stijl nog een keer een wijziging ondergaan en wordt zijn bewondering voor het werk van Giraud zichtbaar in zijn tekeningen.
 
Arcadië
De kracht van het werk van Franz ligt in zijn ambachtelijke benadering. Zijn vormende jaren zijn een periode geweest waarin hem duidelijk is geworden waar zijn kracht en zijn zwakte liggen. Die kennis heeft hij benut om een oeuvre van indrukwekkende omvang op te bouwen. Niet zelden werkte de stripmaker aan meerdere verhalen tegelijk en werkdagen van tien tot vijftien uur waren geen uitzondering.
Franz was een ambachtsman, geen avant-gardist. Een stripmaker met artistieke opvattingen over de strip zoekt de uitdaging en de grenzen van het medium. De stripbakkers doen waar ze goed in zijn en wat ze lekker afgaat. De ambachtelijke benadering is een mengeling van beroepstrots en brood op de plank. Pas op latere leeftijd laat Franz zien dat hij ook buiten de door hem zelf gebaande paden zijn weg kan vinden. De one-shot Kaliber.38 laat zien dat hij wel degelijk met grootsteedse decors uit de voeten kan. Hij voelt zich er alleen minder bij op zijn gemak. Franz is vooral de man van de weidse vlakten; niet omdat dat minder arbeidsintensief tekenwerk zou zijn, maar op de steppen kan hij zijn geliefde paarden de vrije teugel geven en wapperen de lange haren van zijn mooie vrouwen extra lekker. De savanne is zijn persoonlijke strip-Arcadië.
Franz is niet alleen een gildemeester in het stripvak, maar tevens een onverbeterlijke romanticus. Het beste wordt dat duidelijk gemaakt in Lester Cockney en de sfeer die deze reeks ademt. Collega Vernal had al vrij snel in de gaten wat zijn tekenaar bezig hield. De scenarist heeft – meer nog dan Franz zelf – in zijn scenario’s voor Jugurtha daar een concrete invulling aan proberen te geven.

Jugurtha
Als Franz het stokje overneemt van Hermann, is de reeks Jugutha volgens de oorspronkelijke opzet eigenlijk afgerond. De strip was echter populair en een goede melkkoe slacht je niet. Vernal zocht zich tastend een uitweg en reanimeerde de reeks met enig magisch kunst- en vliegwerk. Jugurtha verrijst uit de dood in de Romeinse kerkers en vlucht samen met de mystieke vrouw Vania. Al snel laat de scenarist alle magie varen en belandt de reisgenote van Jugurtha weer met beide benen op de grond. De Vania van Vernal is een echte Franz-heldin: kordaat, niet op haar mondje gevallen, zelfverzekerd en prachtig om te zien. Vernal schreef haar met graagte en Franz tekende haar met plezier. Zo opvallend was Vania echter bij haar stripgeboorte niet. Eind jaren ’70 was de tweede vrouwenemantiepatiegolf op haar hoogtepunt en de sterke vrouwen doken overal in de strip op. Maar mannen blijven mannen, ook als ze strips maken en dus lusten sterke vrouwen er volgens de scenaristen wel pap van. Vania uit de tekenpen van Franz is een lust voor het oog. Volgens de tekenaar zelf hield hij zich nog in vanuit een zelfcensuur. Vernal trok zich weinig aan van het feit dat de reeks werd voorgepubliceerd in het jeugblad Kuifje waarvan de lezers in meerderheid toch eerder 7 dan 77 jaar waren. Voor de paarden zorgde Franz zelf wel. De tekenaar was een fanatieke liefhebber van paarden en bezat er zelf meerdere.
Lester Cockney
Afgaande op de beelden lijkt Jugurtha vreemd genoeg meer een strip van Franz dan Lester Cockney. Toch is dit de reeks waaraan de tekenaar/scenarist zijn hart het meest had verpand. Als het verhaal begint, zwerft de Ierse wees Lester Cockney door Londen. Door zijn opvliegendheid raakt hij betrokken bij een ruzie en slaat hij een officier van het Britse leger dood. Zijn vlucht eindigt in de handen van ronselaar voor het Brits-Indische leger. Het is voor Cockney het begin van een nieuw leven. Zijn weinig florissant bestaan tot dat moment is niet meer relevant. Er opent zich voor Cockney een nieuwe wereld. In India leert hij Taranna en de Hongaarse Ilona kennen. Albums lang zal het drietal in harmonie van hot naar her reizen. Hun relatie suggereert in beeld van alles omdat de dames flinke delen van de reis om diverse redenen schaars gekleed gaan en ook geen blad voor de mond nemen. In de vertelling lijkt het meer op een vriendschappelijke relatie waarbij Lester bijna als een soort eunuch de twee vriendinnen begeleidt en beschermt.
Lester Cockney is eigenlijk een moderne hoofse ridderroman, waarin twee geëmancipeerde vrouwen hun eigen actieve rol spelen. Niet de wederzijdse begeerte is het bindmiddel tussen de drie, maar vriendschap. Het zijn echter steeds de tekeningen die onderstrepen dat we niet te maken hebben met de padvinderij of de christelijke wandelvereniging. De vrouwen tonen zich vrijgevochten en zelfbewust. Daarbij verhullen ze hun vrouwelijkheid niet. Regelmatig tonen zij in mimiek en gebaar dat ze voornemens van de mannelijke hoofdpersoon ernstig in twijfel trekken. Franz is een ouderwetse romanticus in een vrijgevochten tijdsgewricht.

Ambacht
Franz overleed in 2003. Met hem zijn ook de reeksen die hij tekende ter grave gedragen, al werd er nog een halfbakken poging gedaan Jugurtha voort te zetten met tekenaar Michel Suro. Wie zijn strips nu leest, wordt geconfronteerd met thema’s die een zekere eeuwigheidswaarde hebben, maar sterk gekleurd zijn door het tijdsgewricht waarin zij zijn ontstaan. Drie thema’s zijn kenmerkend voor de periode dat hij voor Kuifje werkte, de uitlopers van de jaren ‘70:
- De vrouw als gelijkwaardige (en in sommige opzichten de betere) van de man.
- De natuur die verheven is boven de technische ontwikkelingen.
- De herontdekking van andere culturen en de herwaardering van de mystiek
Toch zullen zijn strips over tien of twintig jaar waarschijnlijk nog steeds leesbaar worden gevonden. Dat komt door de opvatting die Franz had over strip en zijn eigen werk. Een stripmaker kan een kunstenaar zijn die in zijn werk bepaalde thema’s op steeds nieuwe manieren en vanuit andere optieken aan bod laat komen. Kunstzinnige strips zoeken de grenzen van het medium en betreden daardoor soms onbekend terrein. De ontwikkeling van de strip is een artistieke ontwikkeling. Een kunstzinnige strip is daardoor niet altijd even toegankelijk en soms is het experiment belangrijker dan het doel. De ambachtelijke stripmaker grijpt de mogelijkheden die het medium biedt aan om een verhaal te vertellen. Nieuwe ontwikkelingen worden benut als het manieren oplevert om het verhaal nog beter te vertellen.
Opmerkelijk genoeg is daardoor de houdbaarheid van ambachtelijk gemaakte strips meestal groter dan van artistieke strips. De ambachtelijke benadering van het stripmaken van Franz zal een deel van zijn strips voor langere tijd toegankelijk houden. Het werk van gildemeesters als Alex Raymond, Hal Foster en Hans Kresse staat immers ook nog steeds als een huis.

Werk van Franz
Door zijn hoge werktempo heeft Franz een imposante lijst stripverhalen en –reeksen op zijn naam staan. Zijn vroege werk is in een meer karikaturale stijl getekend, zoals Korrigan. De strips die zijn carrière het meest hebben bepaald zij de dertiendelige serie
Jugurtha en de negendelige reeks Lester Cockney. Een derde serie die een goed beeld geeft van Franz’ vakmanschap is de negendelige reeks Lotusbloem, waarin de belevenissen van de hoofdpersone aan de grens van het Chinese keizerrijk worden beschreven. Ook daarvoor schreef hij zelf de verhalen. Ook schreef hij scenario’s voor anderen, zoals Gord voor Christian Denayer.
Na zijn Kuifje-tijd maakte Franz meerdere reeksen, die echter geen van alle zo succesvol waren als zijn oude klassiekers. Verrassend was de licht surrealistische serie Thomas Noland, op scenario van Daniel Pecquer, maar vooral omdat het zo afwijkt van zijn andere werk niet om de kwaliteit van de verhalen. Verder maakte hij onder andere nog Brougue, Fortuinzoekers en Hannah op scenario van Jean Annestay.
Franz maakte in de loop der jaren ook enkele one-shots. Bijvoorbeeld het post-apocalyptische Hyperion dat hij vroeg in zijn carrière maakte met scenarist André-Paul Duchâteau, het tweeluik Irish melody/Shamrock song over de jeugd van Lester Cockney en Kaliber.38 met Bocquet en Fromental.

 
 

meer in ZozoLala 166