Pluto: Ode aan de godfather van de manga

Met de Nederlandse vertaling van 20th Century boys op stoom en de ontknoping van Monster die eind dit jaar wacht, kunnen de fans van de Japanse meester-verteller Naoki Urasawa zich al weer verheugen op diens volgende project. De eerste Engelse vertalingen van zijn mangareeks Pluto liggen inmiddels in de stripspeciaalzaken. Een Nederlandstalige editie verschijnt dit najaar bij Glenat.

door Hans van Soest

Urasawa begon aan Pluto nadat hij in 2003 zijn veel gelauwerde serie 20th Century boys had afgerond. Het verhaal zou uiteindelijk vijfenzestig hoofdstukken gaan beslaan die in acht delen werden gebundeld. In april 2009 eindigde de voorpublicatie in het Japanse mangatijdschrift Biggu komikku orijinaru (Big comic original). In Pluto verkent Urasawa wederom zijn mogelijkheden als verteller.
In de prijswinnende thriller Monster experimenteerde de Japanner met zo veel mogelijk verschillende verhaallijnen die hij vloeiend tot één spannende en opvallend helder te volgen plot wist te smeden. In het spannende 20th Century boys deed hij iets soortgelijks, maar dan door voortdurend tijdsprongen te maken van verleden, naar toekomst, naar heden en naar nog verder in de toekomst. Juist door die tijdsprongen doseerde Urasawa de informatie voor de lezer zodanig, dat hij de spanningsboog maarliefst tweeëntwintig delen lang wist vast te houden (in het Nederlands is inmiddels de helft daarvan vertaald).
Met Pluto heeft Urasawa zichzelf een heel andere uitdaging gesteld: hij maakte een eigentijdse versie van een al bestaand verhaal. En niet zomaar een verhaal, maar De grootste robot ter wereld, een van de bekendste afleveringen van de populairste manga aller tijden: Astroboy.

Tezuka
Astroboys geestelijke vader Osamu Tezuka (1928-1989) wordt niet voor niets de godfather van de Japanse manga genoemd. Niet alleen maakte hij in zijn leven een onwaarschijnlijke hoeveelheid strips (tot aan zijn dood tekende hij dagelijks een pagina), maar mede door de tekenfilmversies van enkele van zijn bekendste reeksen zoals Astroboy en Black Jack (die Tezuka overigens ook voor een belangrijk deel zelf regisseerde), vond manga zijn weg ook naar Westerse uitgevers. Inmiddels is zijn werk in veel talen verkrijgbaar. In het Nederlands geldt dat behalve voor Astroboy ook voor zijn stripbiografie Boeddha en Ode aan Kirihito.
Astroboy (originele titel: Tetsuwan atomu) bleef evenwel zijn grootste hit. De strip liep van 1951 tot 1968. Hij was zo populair dat er vanaf 1963 in totaal 193 tekenfilmafleveringen van werden gemaakt, aanvankelijk nog in zwart-wit. Het was de eerste anime die ook buiten Japan te zien was. Later volgden nog films, enkele nieuwe strips en een tekenfilmserie in kleur.
Astroboy speelt zich af in een toekomstige wereld waarin mensen en robots samenleven. Wanneer het zoontje van de wetenschapper Doctor Tenma omkomt bij een auto-ongeluk, bouwt hij een robot naar diens evenbeeld. De replica kan veel, behalve groeien. Een gedesillusioneerde Tenma verkoopt de robotpop aan een circus. Daar wordt hij opgemerkt door professor Ochanomizu van het Japanse ministerie van Techniek. De robot heeft spectaculaire gaven en bezit het vermogen menselijke emoties te vertonen. Ochanomizu bouwt een familie voor hem en voortaan bestrijdt Astroboy het kwaad.
In het verhaal De grootste robot ter wereld uit 1964 moet de jongetjesrobot het opnemen tegen Pluto, een onnoemelijk sterke, gehoornde robot die is gebouwd door ene sultan Ababa. Die wil de wereld overheersen, maar daarvoor moeten eerst de sterkste robots worden vernietigd. In totaal zijn dat er zeven, inclusief Astroboy. Pluto blijkt echter ontvankelijk voor de menselijke eigenschappen van Astroboy, zoals compassie, en blijkt liefde te kunnen voelen voor Astroboys zusje Uran. Uiteindelijk blijft de wereld zo gespaard. De strip eindigt met de verzuchting van Astroboy: ‘Waarom vechten robotten tegen elkaar zonder enige haat?’
Het verhaal is ook in het Nederlands verschenen. Uitgeverij Standaard vertaalde enkele Astroboy-pockets. De grootste robot ter wereld verscheen in deel 3 uit 2002, helaas alleen nog tweedehands verkrijgbaar.

Pluto
In Urasawa’s remake van Tezuka’s klassieke verhaal is het kinderlijke plot losgelaten. Urasawa situeert het verhaal in een maatschappij waarin de raciale spanningen tussen mensen en robots flink zijn opgelopen. Inmiddels is de eerste robot al opgestaan tegen zijn bedenker. Hoewel robots zo zijn geprogrammeerd dat zij een mens nooit kwaad kunnen doen, is er bij die robot (Brau 1589) nooit een fout in de programmering of circuits ontdekt. Wel zijn de robots meer en meer in staat zelfstandig emoties te ontwikkelen. Iets wat veel mensen koude rillingen bezorgt. Overal duiken anti-robotbewegingen op.
In Pluto is de hoofdrol niet weggelegd voor Atom (zoals Astroboy in het Japans heet), maar voor een van de andere zeven superrobots: de Duitse politierobot Gesicht (in de versie van Tezuka heette hij overigens Robobulle of Gerhardt). Gesicht moet de moord onderzoeken op Montblanc, een Zwitserse robot die erg populair is geworden omdat hij zoveel mensen in de bergen heeft gered. Wanneer er in Duitsland ook een strijder voor de rechten van robots wordt gedood, is het voor Gesicht al snel duidelijk dat er meer aan de hand is. Intussen wordt de ene na de andere superrobot vernietigd, zoals de Schotse North no. 2 en de Turkse Brando. Er lijkt een kwade genius aan het werk die de spanningen tussen robots en mensen wil opvoeren om tegenstanders zo tegen elkaar uit te spelen.
Hoewel het basisgegeven van Pluto het zelfde is als dat van Astroboy: De grootste robot ter wereld, is de uitwerking heel anders. Net als in Monster en in 20th Century boys focust Urasawa zich niet alleen op de ontrafeling van het mysterie, maar bovenal op de karakterontwikkeling van zijn personages. En die personages in Pluto blijken een stuk menselijker te zijn dan je in eerste instantie zou verwachten van een verhaal over robots.
Van Atom wisten we uit de Astroboy-verhalen al dat die menselijke gevoelens heeft. Maar dat geldt ook voor de andere robots in Pluto. Zo blijken de zeven supergeavanceerde robots tijdens een recente oorlog (de 39ste Centraal-Aziatische oorlog) een moreel besef van goed en kwaad te hebben ontwikkeld. Met duizenden hebben zij hun robottegenstanders neergemaaid.
Voor North no. 2 is het na die oorlog genoeg geweest. Hij wil nooit meer vechten en gaat werken als butler bij een blinde componist en wil alleen nog mooie dingen scheppen. Technisch vehikel Brando gelooft in de factor geluk en supervechtmachine Hercules blijkt te kunnen rouwen om de dood van zijn vriend Brando. Gesicht ten slotte worstelt aanhoudend met zijn menselijke eigenschappen. Een mens twijfelt, kent angst en kampt met nare herinneringen en vergeetachtigheid. Eigenschappen die de rechercheur tot zijn eigen ontsteltenis ook blijkt te hebben. Zozeer zelfs dat hij er dringend eens een keertje tussenuit moet, als ware hij een overspannen menselijke collega…
In Pluto laat Urasawa zijn personages worstelen met hun identiteit. Minder geavanceerde robots kijken met argusogen naar de ontwikkeling naar de meer geavanceerde exemplaren, mensen zijn bang voor de superieure kwaliteiten van de technisch vernuftige androïden en die weten zich op hun beurt geen raad met de frictie tussen datgene waarvoor ze geprogrammeerd zijn en hun eigen afwegingen die zij in staat zijn te maken. Ze ontwikkelen niet alleen mooie eigenschappen, maar ook jaloezie (Hercules sneert over de populariteit van Atom) en psychopathische stoornissen (Brau 1589).

Ode
In het nawoord van het eerste deel van Pluto vertelt Naoki Urasawa (1960) dat Astroboy: De grootste robot ter wereld een van de eerste strips was die hij las: „Ik was een jaar of vier, vijf toen ik mijn ouders verhuisden en ik een tijdje bij mijn opa en oma logeerde. Zij kochten een paar Astroboy-boekjes voor mij om de tijd te doden. Daarin stond ook het verhaal De grootste robot ter wereld. Het was mijn eerste kennismaking met manga. Ik begon de strips na te tekenen. Ik werd er vrij goed in. Op een gegeven moment kon ik zelfs Tezuka’s handtekening imiteren.” De grootste robot ter wereld inspireerde hem naar eigen zeggen om zelf ook mangaka te worden. Urasawa’s voorliefde voor Tezuka’s werk bleek al uit Monster, waarin de hoofdpersoon is vernoemd naar de schepper van Astroboy: dokter Tenma.
Een paar jaar geleden zocht hij contact met Tezuka’s zoon Macoto Tezka, die een deel van de rechten bezit over diens nalatenschap. Urasawa speelde met het idee een Astroboy-verhaal te maken. Dat ontwikkelde zich tot een nieuwe, meer volwassen variant op De grootste robot ter wereld. „Toen ik dat verhaal herlas, misten er voor mijn gevoel enkele scènes en zagen andere scènes er heel anders uit dan in mijn herinnering. Blijkbaar had het verhaal zich in de loop der jaren in mijn hoofd al ontwikkeld tot een heel eigen versie,” aldus Urasawa.
In zijn versie ligt de nadruk meer op de sociale consequenties van de aanwezigheid van superrobots op de samenleving. De robots zijn wat kernwapens in ons huidig tijdsgewricht zijn: ze zorgen voor een broze vrede tussen de naties. Wanneer ze worden ingezet, zoals in de 39ste Centraal-Aziatische oorlog, heeft dat invloed op de mondiale politiek. Dit keer geen gekke sultan die de wereld wil veroveren zoals in het oorspronkelijke verhaal, maar een hyperrealistische oorlog die verdacht veel lijkt op de recente oorlog in Irak.
Net als Tezuka verpakt Urasawa in zijn strip de nodige kritiek op de politiek van de Verenigde Staten. In de tweede Nederlandse bundel van Astroboy verzucht Tezuka in het voorwoord dat de Amerikanen een dubbele moraal hebben. Een strip waarin een robot kapot viel mocht niet worden uitgebracht in de VS omdat die te gewelddadig zou zijn, terwijl de Amerikanen wel ‘hulpeloze mensen hebben vermoord in Zuid-Oost Azië’. In Pluto laat Urasawa Gesicht tijdens de 39ste Centraal-Aziatische oorlog in een Amerikaans uitziend legeruniform een woonhuis binnenstormen. Daar liggen dode kinderen. Een radeloze vader schreeuwt Gesicht toe: ‘Hoe kunnen jullie zeggen dat jullie onderdrukte mensen komen bevrijden? Wat voor rechtvaardigheid schuilt er in het vermoorden van onschuldige kinderen?’
In Pluto komen meerdere personages uit Astroboy terug, naast Atom bijvoorbeeld ook Uran en professor Ochanomizu. Maar dan wel allemaal in Urasawa’s moderne tekenstijl. Die wijkt sterk af van die van Tezuka die vooral geïnspireerd was op Walt Disney en Amerikaanse krantenstriptekenaars als Rudolph Dirks (The Katzenjammer kids).
Maar in Pluto zitten nog meer verwijzingen naar Tezuka’s werk. Zo vertelt de blinde componist aan North no. 2 hoe hij als kind gered werd door een peperdure wonderdokter. Zijn moeder heeft moeten kromliggen voor de behandeling. Een overduidelijke knipoog naar Tezuka’s succesmanga Black Jack. En de weduwe van politierobot Robby is gemodelleerd naar de robot Robita uit Tezuka’s strip Phoenix (Robita komt ook voor in de latere Astroboy-tekenfilms als diens oppas).
Urasawa ontving meerdere prijzen voor Pluto. Maar de prijs die hem het meest deugd moet hebben gedaan, was de Tezuka Osamu cultuurprijs in 2005, een onderscheiding die hij eerder ook al kreeg voor Monster.

Pluto (Naoki Urasawa)
Uitg. Viz; gemiddeld 200 pag. per deel; zwart-wit; paperback; $ 12,99 (import)

 
 

meer in ZozoLala 166