Maarten Vande Wiele: het product van Dynasty

Je kunt er niet naast kijken in de stripwinkel. Maarten Vande Wieles I love Paris is zo’n boek waar je ogen als vanzelf naartoe worden getrokken. Flashy roze cover, glimmende titel, aaibare kaft. De auteur van het übervrouwelijke universum waarin alle vrouwelijke personages lijken op Catwoman en Joan Collins, verbaast met een gitzwarte graphic trash novel. Vande Wiele ging voor I love Paris in zee met oudgediende Erika Raven. Afspraak in de Antwerpse havenkroeg De Kat, ver weg van de wereld van glitter en glamour, maar wel met een glaasje witte martini binnen handbereik.

Door Roel Daenen

Je noemt I love Paris je meest persoonlijke boek. Hoezo?
(gniffelt) „Ja, het gaat wel over mij, maar niet letterlijk. Ik heb mijn eigen ervaringen erin verwerkt, maar op een enigszins andere manier. Het is… veel dramatischer. Ik weet niet wat de mensen denken over de dingen die in de strip gebeuren, maar het meeste zou zich ook perfect in de realiteit kunnen voordoen, of is ook daadwerkelijk gebeurd. Zaken die ik heb gezien, of dingen waarover ik iets heb gehoord. In het wereldje van de glamour en de glitter gaat het er echt nog wel een stukje erger aan toe. Ik vind het best een fascinerende wereld, maar ik kan mezelf moeilijk een getuige noemen. Ik ken wel mensen die in dat wereldje zitten en ik lees ook al die verhalen wel, in kranten, tijdschriften en blogs, weet je… (lacht) Ik volg de roddels, want daaruit haal ik mijn inspiratie! Als ik aan het schrijven ben en me afvraag wat ik mijn personages nu weer ga laten meemaken, hoef ik niet ver te zoeken. Ik lees gewoon de roddels op blogs of gewoon in de krant. Zoals in Het Laatste Nieuws (een Vlaamse boulevardkrant, red.), die heeft echt juicy stuff. (gniffelt) Zoals vorige week, toen bekend werd dat de BekendeVlaming-kapper Glenn Gemeiner een vleesetende bacterie had opgelopen, lees je in de krant dat hij die had opgedaan tijdens een liposuctie. Da’s toch grappig? Het is natuurlijk erg, daar niet van, maar gewoon door het feit dat het door ijdelheid is gebeurd! En dat hij waarschijnlijk ook wilde dat niemand dat wist, dat hij een liposuctie-ingreep heeft gehad. Maar nu weet iedereen het en is hij de helft van zijn huid kwijt! Het is erg, maar toch ook grappig. Dat kun je gewoon zelf niet verzinnen. Soms is de realiteit gewoon veel erger dan wat je kunt bedenken. Ik doe daar dan nog graag een schepje bovenop, op de een of andere manier.”

Waar komt die voorliefde voor glitter en glamour vandaan?
„Tja. Mijn ouders hebben me altijd veel naar televisie laten kijken, zonder censuur. Als je je kinderen te veel naar televisie laat kijken, dan krijg je zo iemand als ik. (gniffelt) Mijn moeder keek naar Dynasty, ik keek dus mee. En ze zag er heus geen kwaad in, waarom zou ze? Als kind begrijp je niet alles, maar je pikt er ook echt van alles van op. Ik speelde toen ook zelf met poppen. (lacht) En die vrouwen! Die zagen er fantastisch uit. En iedereen sliep met iedereen, mensen namen vlotjes bedrijven over. Dat soort dingen. Ja, leuk! Dan denk je: ‘Dát wil ik later ook doen!’ Lekker smerig en gemeen zijn, harten breken! (lacht uitbundig) En over lijken gaan om uw doel te bereiken, ja! Dat staat natuurlijk mijlenver van de stripwereld. In de stripwereld is iedereen heel lief. Ofwel zijn ze allemaal hypocriet. Maar ik denk het niet hoor. Nee, er is hier absoluut geen concurrentiestrijd of zo. Er valt ook zo niet bijster veel te… (denkt na) rapen. Vroeger was ik daar echt veel meer mee bezig. Het is misschien de tol van de leeftijd, maar vroeger was ik een pak ambitieuzer! Dan kon ik me echt opwinden als ik zag wat anderen voor elkaar kregen en zo. Ik vond mezelf dan altijd zo ter plaatse trappelen. Nu niet meer. Zo rond mijn twintigste ging ik echt wel om met mensen die zo zijn, die zo dachten en handelden. Maar ja, als je jong bent…”

Je tekenwerk doet erg denken aan pop art. Is dat ook een van je inspiratiebronnen?
„Ja, vooral tekeningen, kunst, mode, design en architectuur uit de jaren ’50 en ’60. Maar het is moeilijk te zeggen of dit nu van die of die bron komt. Sowieso vind ik die periode heel fascinerend. Ik teken al zo lang op de manier waarop ik ook dit boek heb getekend. Deze stijl is voor mij heel normaal. Als je me nu zou vragen om een van de mensen in dit café te tekenen, dan teken ik gewoon van die poppetjes. Tja, als je zoiets al zo lang doet, dan wordt het een soort van automatisme. Ik vind het wel oké dat mijn tekenstijl verwijst naar het illustratieve en dat het zou kunnen passen in een modetijdschrift of zo. Het gaat ook expliciet over die wereld. Iedereen moet er glad uitzien. Mooi en perfect, wat dan mooi contrasteert met de vuiligheid die ze uithalen. Dat vind ik leuk. Schijn en zijn, dat is belangrijk in die wereld, voor die personages. Doorheen de jaren is mijn tekenstijl wel wat geconcentreerder geworden, strakker. Dat vind ik ergens ook wel spijtig. Hierna ga ik echt iets radicaals doen, iets helemaal anders! Allez, ik weet nog niet wat hoor, maar iets met potlood of zo, iets dat veel sneller vooruit gaat.”

Je personages, en met name de vrouwen, zijn meestal gewetenloze krengen. Waarom is dat?
„Vind je dat krengen? (lacht) Maar ik ken ook heel wat meisjes en vrouwen die zo zijn hoor! Maar allez, krengen… Ik denk dat het voor mij een manier is om mijn kwaadheid kwijt te kunnen. Ik ben natuurlijk zelf niet zo. Het leuke aan een strip is dat je alles onder controle hebt. Je weet: ‘Die zegt dat’, en dan kan ik ‘dat’ terugzeggen. In de realiteit heb je dan niet onder controle en blijf je beleefd. Dan zeg je: ‘Hé? Wàt!’, als je zoiets voor de voeten wordt geworpen. De meeste mensen zijn niet altijd even aardig. En als je iets wil bereiken in ’t leven… Toegegeven, de personages in I love Paris gaan natuurlijk wel heel erg ver. En toch: een vriend van mij is leraar. Hij geeft les aan tieners. Toen hij dit boekje in de klas liet zien, vonden ze het best wel cool allemaal. Ze vonden die personages bijna rolmodellen. Da’s toch echt fucked up hè? Teenage hell! Dus een advies: niet aan kleine kinderen meegeven. Het boekje is echt voor 12 jaar en ouder!”

Een van je eerste albums, Strip noir, is een expliciete verwijzing naar de film noir. Ook een van je stokpaardjes?

„En of! Na Paris ga ik een straffe misdaadstrip maken, zeker weten. Ik wil zo graag de ultieme femme fatale-strip maken, zo’n beetje als in de film The last seduction van John Dahl, een beetje te vergelijken met Body heat. Ik heb wel al ’n idee, maar de puzzel past nog niet helemaal. Maar dat is zeker iets dat ik hierna wil gaan doen. Maar eerst nog I hate Paris. Dat wordt nog véél erger. Het wordt ook heel triest. Het wordt triester, omdat ze allemaal ten onder gaan. En dan ga ik iets helemaal anders doen! Misschien laat ik de meisjes dan naar Hollywood gaan. (lacht) Maar ik moet me beginnen haasten. Over I love Paris heb ik zo’n tweeënhalf jaar gedaan. Het vervolg moet ik tegen november klaar krijgen!”

Hoe is je samenwerking met Erika Raven tot stand gekomen?
„Ik had haar eens op de televisie gezien, in een uitzending met Jan Leyers (Vlaamse muzikant en tv-figuur, red.). Ze had toen net een boek uit, Het kreng, de ontmaskering van de moderne carrièrevrouw. Dat sprak me vanzelfsprekend heel erg aan. En Erika zat daar aan tafel met een feministe. Ze vertelde me achteraf dat ze zich daar helemaal niet zo lekker voelde, ze was een beetje depressief of zo. Al was ze toen helemaal niet zo strijdbaar, ik vond haar toch een enorm sterke indruk maken. Als zij zo mensen op de zenuwen kon werken en zo’n feministe pisnijdig kon maken, ja, dan moest ik haar leren kennen! Voor I love Paris wou ik echt alles lekker fout doen. Alles waar feministes wild van worden. En nog andere groepen door het slijk halen. Noem maar op: lachen met carrièrevrouwen, lachen met smerige mannen, lachen met homo’s, lachen met zwarten, álles! Maar spijtig genoeg is er niemand kwaad om geworden. Niemand is daarover gestruikeld! Laf hè? (lacht) Maar het speelt allicht ook een rol dat ik zelf homo ben, dat dit zonder problemen kon. Moest iemand anders dit zeggen, dan zou ik echt op mijn achterste poten gaan staan, zo van: ‘dat kán echt niet!’ Maar ik mag dat wel! (gniffelt) Nu ja, we wilden samen iets maken. Een van mijn inspiratiebronnen was het boek Valley of the dolls van Jacqueline Susan, uit de jaren ’60. In dat boek staan drie meisjes centraal: een model, een zangeres en een actrice. Ze doen niks anders dan uppers en downers slikken, zuipen, uitgaan, dat soort dingen. Maar met veel drama!”

Wie van de drie hoofdrolspeelsters uit I love Paris is je favoriet?
„Chastity, natuurlijk! Die heeft totaal geen moraal. En ze is een Amerikaanse… Die zijn erg! Zij doet werkelijk álles om rijk te worden. Ik vind dat dit beeld in Amerika wel zeer sterk wordt gepromoot: alles kan, als het maar geld opbrengt. Da’s een beetje dubbel natuurlijk. Op zich klinkt het namelijk zeer aantrekkelijk. Maar ik geloof niet dat het leven alleen maar draait om werken en carrière maken. Chastity is gebaseerd op Paris Hilton. Of: hoe met een beperkt talent zo ver mogelijk geraken. Paris Hilton is gewoon een beetje mooi. En ze heeft veel pret. En ja, ze is ook behoorlijk fucked up. Het is ook mijn eerste boek waarin expliciete seksscènes te zien zijn. Het hoort gewoon bij het wereldje en het gebeurt zoals ik het beschrijf. Dus waarom zou ik het niet tonen? Personages die zich naar de top slapen. Als je de mooie dingen toont, moet je toch ook de rottigheid uit de kast halen? En die rottigheid is sowieso veel interessanter. Het is ook een beetje een schok. Lezers verwachten dat niet. Ik dacht: dát gaan ze nu toch niet van mij verwachten.” (lacht)

‘Ik ben helemaal zen als ik teken’, nog een van je uitspraken. Vertel op.

„Eigenlijk is het: als ik inkt! Als een pagina goed lukt, is dat heel plezant om doen. Als je aan het inkten bent, dan kun je je verstand op nul zetten. Da’s rustig. En ik heb nu ontdekt dat ik ook perfect kan inkten én wijn drinken tegelijkertijd. En dat dit mijn werk niet verstoort! Ik spaar dus al mijn inktwerk op tot vrijdagnamiddag. Dan kan ik vanaf een uur of twee beginnen wijntjes te drinken. Zalig!”

Jij bent een van de tekenaars die nu worden beschouwd als ‘de nieuwe Vlaamse golf’. Hoe voelt dat?
„Ik ga ook al een tijdje mee hoor! (Vandewiele debuteerde in 2000 met Glamourissimo in de Pincet-reeks, red.) Ik vind dat altijd zo grappig, als men mij omschrijft als een beloftevol, jong talent. Ondertussen klinkt dat een beetje als never has been en never will be… Maar toch. Met I love Paris wilde ik graag een echt ‘boek’ maken, liefst een soort chicklit, niet zozeer een strip. Maar om je vraag te beantwoorden, eigenlijk klopt dat niet. Ik pas daar niet bij, ik word daar door de media altijd bijgegooid. Ik kom op stripbeurzen en zo, maar ik pas daar gewoon niet. Ik voel me altijd de vreemde eend in de bijt. Iedereen loopt daar zo scruffy(gniffelt) en ik zit daar dan martini’s te drinken en te lachen. Ik heb altijd het gevoel dat de anderen veel ernstiger zijn dan ik. Ik wil wel als auteur een verhaal vertellen, maar ook, en vooral, veel lol trappen! We zijn allemaal bezig met andere dingen, en de rode draad is dat we allemaal ons eigen ding doen. Voor mezelf had ik wel uitgemaakt dat ik een strip wilde maken die niemand voor me ooit gemaakt had. Ik heb althans nog nooit een strip gelezen over drie sletten in Parijs!”

I love Paris (Vande Wiele/Raven), uitgeverij Oogachtend, 112 p.; zwart-wit; € 14,00

KADER 1:
Maarten vande Wiele werd geboren in Gent in 1977. Zijn eerste verhalen werden gepubliceerd in het Vlaamse striptijdschrift Beeldstorm. In 2000 gooide hij hoge ogen met zijn boekje Glamourissimo, dat verscheen in de fameuze Pincet-reeks. In de Incognito-reeks verscheen in 2001 de Charlie’s Angels-parodie Best Girlfriends Forever 2000. Tussen zijn illustratiewerk door scheidde hij voor uitgeverij Bries sindsdien nog de verhalenbundel Strip noir af en het drieluik Doctor Carnacki.
I love Paris is het verhaal over het meisje Hope die na een auto-ongeluk verminkt door het leven moet. Ze vertrekt naar Parijs waar ze intrekt bij Chastity en Faith. Beiden doen ze er alles aan om rijk en beroemd te worden. Hope volgt al snel hun voorbeeld. Daarbij sparen ze elkaar niet. Met zulke namen (geloof, vertrouwen en kuisheid) zal het niet verbazen dat de gebeurtenissen daarna volledig over the top gaan. Het verhaal wordt afgesloten in het komende deel I hate Paris dat voor eind dit jaar gepland staat. Voor dat album werkt hij niet samen met Erika Raven, maar met Peter Moerenhout.

KADER 2:
Erika Raven werd in 1963 in Halle geboren als Erika de Ceukelaire. Ze gooide hoge ogen met haar debuutalbum Moessonregens, het eerste deel van de reeks Thomas Rindt, waarvoor ze in 1987 direct de Stripgidsprijs won. Op scenario van Marcel Rouffa verscheen nog een tweede deel De stad der engelen alvorens uitgeverij Den gulden engel over de kop ging. Sindsdien gaf ze in eigen beheer nog prachtig verzorgde albums uit als Zimbabwe en Icebound. Behalve strips maakte ze ook schilderijen en schreef ze meerdere boeken. Maar inmiddels is ze daar allemaal mee gestopt, zegt ze desgevraagd. „Het is een wereld die achter me ligt, ver weg, vervaagd. Ik hou me tegenwoordig bezig met andere dingen.”


 
 

meer in ZozoLala 166